Als anderen niet langer meedoen en/of niet meer in God geloven: hoe houden we het dan vol om kerk te zijn?

Een preek over Psalm 96, gehouden op zondag 8 juli 2018. Waarom geloof je in God en ben je lid van de kerk? Die vraag komt extra op je af als anderen aangeven niet langer mee te doen in de gemeente. Of als je merkt dat mensen niet langer in God geloven. Voorbeeldliturgie onderaan de preek.

1         Juich en zing want… de goddelijk rechter komt!
Het is vandaag een ingrijpende zondag. De kerkenraad heeft straks namelijk af te kondigen dat een aantal gemeenteleden, om verschillende redenen, niet langer lid is van de gemeente. Met sommigen is er (langere tijd helemaal) geen contact meer. Gelukkig weten we van een dat die zich bij een andere gemeente aansluit. Je kunt als christen niet zeggen: ‘zo gaat dat vandaag nu eenmaal. Een minderheid in ons land gelooft in God. En minder mensen zijn lid zijn van een kerk.’ Dat zegt een buitenstaander misschien. Of iemand die puur naar statistieken kijkt. Maar wij zijn het lichaam van de Heer (Zondag 21 Catechismus[i]). Een stukje van dat lichaam verdwijnt. En daarom ervaren we vandaag de lege plaatsen van degenen die straks worden genoemd.

Nu een vraag aan ieder van jullie. Een vraag die te maken heeft de afkondiging van straks. Misschien kijk je op van die vraag. Ik stel die toch. Dit is de vraag: kun je je voorstellen dat op een dag uw/jouw naam wordt genoemd:
…. (jouw naam) is niet langer lid van de gemeente? Of:
…. (jouw naam) gelooft niet meer in God?

Zou dat kunnen? Misschien schrik je van die vraag. Of maakt die je onzeker. Voor een ander is het misschien een vraag waar je al langer mee bezig bent. Ik stel hem aan de orde omdat de afkondiging van straks ons erbij bepaalt. We merken dat het niet vanzelfsprekend is om te geloven en/of mee te doen in de gemeente. Dat merken we niet alleen vandaag. Het brengt ons terug. Terug naar de vraag wie God is en wie wij voor Hem zijn. Wat wij hier doen. Het gaat om God en ons.

Psalm 96 geeft antwoord op die vraag. Er staat heel veel in dat lied. De oproep een nieuw lied te zingen voor God (vers 1). Hem te erkennen (vers 7&8). Maar het belangrijkste, de reden van al die oproepen, staat aan het eind:

De HEER is in aantocht.
Hij komt als rechter van de aarde.
Op een eerlijke manier zal God rechtspreken over iedereen.

Dat is misschien niet een antwoord dat je verwacht. Laat staan een antwoord waar je vrolijk van wordt of dat je motiveert. Wat doen we hier in de kerk? Met Psalm 96 zeggen we: Jezus komt eraan als rechter! En daarom zijn wij kerk. Wat motiveert ons: dat de Heer eraan komt.

2         Goed nieuws. De rechter maakt alles in orde.
Is Jezus’ komst dan iets om naar uit te zien? Het ligt er maar aan. Een voorbeeld: het WK voetbal. Daar functioneert voor het eerst een videoscheidsrechter. Iemand die meekijkt en bij twijfel of in een bijzondere situatie kan ingrijpen. Wie wordt er blij van zo’n rechter? Degene die benadeeld wordt. Als je bijvoorbeeld een penalty verdient maar je krijgt ‘m niet. Geweldig dat er dan iemand zegt: penalty! Fans beginnen soms al te juichen als de scheids naar de zijkant loopt om de videoref te raadplegen.

Dát is Psalm 96. Dat lied begint al te juichen. Al is God(s komst) nog niet te zien. En zo doet de kerk. Onze cultuur heeft God afgeschaft. Christenen zelf zien/ervaren God lang niet altijd. Gelovige twijfelen. Nemen soms afscheid van God of van de kerk (of beide). Maar de kerk begint te zingen. Begint en houdt vol om te zeggen en zo – met veel vallen en opstaan – wat te leven:

Het zal een opluchting zijn als God als rechter komt (Psalm 96). Vers 11 en 12 zeggen: de hemel en de aarde zullen dan juichen en heel de natuur bloeit op. Eindelijk gaat de CO2 uitstoot definitief omlaag en smelt het Zuidpoolijs niet langer. Schone lucht als Jezus komt.
Het is dan niet langer ‘America first’ – en de rest van de wereld die z’n stinkende best doet om ‘second (best)’ te worden. Alle landen en culturen, zegt Psalm 96, zullen erkennen: Jesus first!
Europa is niet langer ‘Fort Europa’ waar alleen maar mensen mogen komen waar Europa wat aan heeft. Mensen hoeven hun leven niet langer te  wagen op gammele bootjes – om soms met tientallen tegelijk te verdrinken in de Middellandse Zee. Rijkdom wordt eerlijk verdeeld. God heeft en geeft genoeg.
Je hoeft ook niet steeds te bedenken: doe ik het wel goed? Wat voor een zin heeft mijn leven eigenlijk? De Geest vult je hart. Je hoeft geen achterdocht te hebben want God zegt hoe het zit. Vrede heerst.
Als geld, eer, seks, aanzien – of wat dan ook maar – voor jou het belangrijkste zijn; zo worden door Jezus de wacht aangezegd. Afgoden doen er niet meer toe (96:5). Jezus straalt.
Over die dag gaat het in Psalm 96. De levende God die de harten kent, die de hemel en aarde heeft gemaakt; Hij komt eraan. De levende God die wij in Jezus kennen. Hij komt eraan om te oordelen de levende en de doden (Nicea).

3         Blijf trouw op je post. Doe mee met Psalm 96.
Als dit de toekomst is; waarom zeggen vandaag dan zoveel mensen dat ze niet in God geloven en/of niet langer lid willen zijn van de kerk? Iedereen zou toch juichend op de uitkijk moeten staan om Jezus te verwelkomen? Allereerst: onze huidige (westerse) cultuur versterkt wat er al aan ongeloof in ons hart is. In onze cultuur hebben eeuwenlang geloofd in God en we geloven nu in onszelf. We denken zonder God te kunnen. Ik las laatst dat buitenlandse studenten hard begonnen te lachen tijdens een college. Toen hen achteraf gevraagd werd waarom ze lachten, zeiden ze: ‘de professor zegt dat God niet bestaat. Haha!’ Dat geeft ons in Nederland te denken. Elders in de wereld groeit het aantal christenen en kerken als kool. Als we onszelf als middelpunt van de wereld verklaren (een menselijk en zeker ook Westerse gewoonte) lijkt het gewoon om niet te geloven of niet mee te doen in de gemeente van Jezus. Maar juist in een tijd van globalisatie weten we: het omgekeerde is het geval. Psalm 96 spreekt over alle volken die God aanbidden. Het lied komt uit. Tot in 2018. Kijk verder dan je neus lang is.

Leg de ander en je gevoelens/gedachten bij God neer.
Hoe zit het dan met ons? Allereerst: het gaat tussen God en ieder mens. God kent de harten. Ook van degenen die niet meer geloven of mee willen doen in de kerk. Wacht je ervoor een ander mens te veroordelen (wat niet wil zeggen dat je alleen maar ‘respect’ hebt door de ander ‘helemaal vrij’ te laten). Uiteraard raakt het ons wel. Zeker als het dichtbij komt. In je eigen gemeente. Mensen die belijdenis hebben gedaan. Gedoopt zijn. Als het om je kinderen gaat. Je ouder(s). Vrienden. In de lijn van de (klaag)Psalmen leggen we dit alles in Gods hand. Waarom doet God dit? Waarom kiezen mensen zo? En waar wij (soms) moeten loslaten, staan we niet met lege handen. Dat wil zeggen: we bidden. We dragen hen op aan God. Want Hij – zo zegt ook Psalm 96 (vers 13) – is trouw. Laatst zei iemand: laten we vaker bidden voor degenen die van God en/of de kerk zijn afgedwaald. Ja. Laten we dat doen.

Ongeloof en kerkverlating als Gods oordeel over de kerk.
Verder is kerkverlating te zien een oordeel. Een oordeel van God. De kerk voelt daarin al iets van de komst van rechter Jezus (Psalm 96). Dan moet je dus niet in de eerste plaats naar degenen kijken die de kerk verlaten. Alsof zij ‘fout’ zijn en jij/wij ‘goed’. Het gaat om iets anders. Als de kerk niet bij haar Heer leeft, zal zij dat merken. Dan zal haar Heer haar dat laten merken.

Kijk eens hoe nauwgezet Psalm 96 zegt wie God is. Steeds gaat het over Hem. Dat Hij de hemel maakt (vers 5). Dat Hij heilig is (vers 6 & 9). Dat je ontzag voor Hem hebt (vers 9b). Dat je er elke dag bij stilstaat wat Hij doet en het daarover met elkaar hebt (vers 2). Heel de Psalm is er vol van. Vol van God. Wat kan het makkelijk aan al die dingen ontbreken bij ons. Iemand zei eens tegen me: ‘pas toen ik werd ontslagen en elke dag werkeloos thuis zat, begon ik pas echt/intensief te bidden. Daarvoor was m’n gebedsleven nogal plichtmatig. Iets wat er (automatisch) bij hoorde’ Ja. Misschien hebben we het veel te goed. Zijn we wel christenen en kerk maar als het ware in een hangmat in het zonnetje. Het mag/moet niet te ingewikkeld zijn. Niet teveel (van jezelf) kosten.

Maar God moet centraal staan; in het midden – niet ergens erbij voor een momentje van de dag of als jij voor een moeilijke keuze staat (Psalm 46:6[ii]). Wat kun je soms als kerk ook teveel met dingen bezig zijn die er niet toe doen. Die niet bij het geloof horen. Of dat je teveel hecht aan traditie om de traditie. Een kerklid dat er op z’n sterfbed achter komt dat het niet gaat om regels maar om de levende God. Of steeds beginnen bij jezelf. Ook in geloof(sgesprekken). ‘Ik zie het zus. Ik ervaar het zo.’

Psalm 96 zegt: kijk naar God. Erken Jezus. Zie uit naar zijn komst. En leef zo elke dag (Psalm 96:2).

De kerk wordt beproefd en gezuiverd met het oog op Jezus’ komst .
Kerkverlating en Godsverlating zuivert de kerk ook. Het brengt ons terug naar de basis van het geloof. Dat gaat verder dan de kerk. Het gaat erom dat wij onszelf niet in leven kunnen houden. Juist als wij – zoals we in onze cultuur denken – dat we dat prima/wel kunnen.[iii]

Ook dit punt ligt dicht aan tegen Psalm 96. Dat lied hoort bij de koningspsalmen. Maar wel nadat duidelijk is geworden dat aardse koningen (David/Salomo) – hoe fantastisch ook – het niet zijn.[iv] De gelovigen van toen dachten, net als wij, dat ze God niet meer nodig hadden: ze hadden de tempel, de koning – enzovoort. Maar na een crisis (Psalm 73-89) gaan de Psalmen een toontje hoger zingen: Gód is koning. Gods volk moet dat leren inzien. En zegt nu: erken God. Drie keer achter elkaar wordt tot de erkenning van de HEER opgeroepen (vers 7 & 8). En het eindigt met te zeggen: pas als die God de boel op orde komt maken (rechter) komt het echt goed. Hoe is dat voor ons?

Ik ben benieuwd. Als we nog even terug gaan de vraag die ik net stelde. De vraag: zou je het je voor kunnen stellen dat u/jij op een dag de kerk verlaat of niet meer in God gelooft. Misschien dacht je: ‘ja, misschien: op een dag zou ook ik….’ Dan heb je in ieder geval goed begrepen dat God jou moet vasthouden. Zo lang we zeggen ‘natúúrlijk zal ik altijd geloven’ of ‘ík zal altijd kerklid blijven’ of ‘we zijn gelukkig nog met velen’ zie je nog niet waar het om gaat. Jezus moet voor jou bidden. Zoals hij bad voor Petrus die dacht dat hij z’n Heer nooit in de steek zou laten (Lucas 22:32). Zelfs ons geloof is een kado (Efeze 2:8). Misschien moet dat nog veel meer tot ons doordringen. Psalm 96 zegt: eer God. Erken Hem! Heb ontzag voor Hem. Alleen Hij is onze eer en aanbidding waard.

Moed houden.
Tot slot is het belangrijk om moed te houden. Juist vandaag. Vandaag wordt … gedoopt. Jullie wisten vooraf van de afkondigingen. Toch zeiden jullie: vandaag willen we naar voren komen om te belijden en de doop te ontvangen. Wat fijn. Wat bemoedigend. God gaat verder. In de doop krijgen we precies te zien wat Psalm 96 zegt. God wordt daar redder genoemd (vers 2). En Hij wordt rechter genoemd (vers 13). En koning (vers 10). Al die dingen komen terug in het gebed van de doop. Geef dat … eens zonder angst voor rechter en redder Jezus mag verschijnen (of: hem ontmoeten) en geef dat… koning Jezus volgt.

Hier ligt het geheim van de Psalm. De komende rechter (vers 13) is niemand anders dan hij die ons redt (vers 2) door zijn leven voor ons te geven. En we krijgen vandaag een diaken. Je hebt, samen met …, gesproken over de roeping die op je afkomt. En wilt ‘ja’ zeggen. Diakenen: ga ons voor in een dienstbaar leven. dienstbaar aan God, elkaar en – waar dat kan – de samenleving.

Laten we daarom volhouden, gemeente. Meezingen met Psalm 96. Wie zou niet uitkijken naar de komst van iemand die zoveel van je houdt? We houden het vol om kerk te zijn omdat er niemand is die ons – wat anderen of wijzelf ook van ons denken – zo mooi vindt als hij. Zing. Erken de Heer. Hij komt en maakt alles in orde.


Zie hier voor een eerdere prekenserie over de Psalmen.

[i] Zie een tweeluik over die zondag: Heeft de kerk toekomst en Het aantrekkelijke lichaam van de Heer.
[ii] Zie Wereldwijd bant God oorlogen uit. Preek Psalm 46.
[iii] Voor deze twee antwoorden zie: kerk in een ik-gerichte tijd (artikel Nederlands Dagblad 2016).
[iv] Zie een prekenserie Psalmen waarin de rode draad en het reliëf in de Psalmen aan de orde komen.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
Psalm 92:1 en 5
10 woorden
GK 157 alle verzen
gebed
Kinderen naar voren
Zingen: ‘kom aan boord’
Kinderen naar kring
Lezen Psalm 96
Verkondiging Heb jij er nog steeds zin in: te geloven in God en kerk te zijn?
1 Juich en zing want… de goddelijke rechter komt!
2 Goed nieuws. De rechter maakt alles in orde.
3 Blijf trouw op je post. Meedoen met Psalm 96.
• Leg je gevoelens en leg de ander neer bij God.
• Ongeloof en kerkverlating als Gods oordeel over de kerk.
• Ongeloof en kerkverlating als beproeving/zuivering van de kerk.
• Verlies de moed niet.
Zingen Psalm 96 alle verzen nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-96
Afkondiging kerkenraad
Gebed afgesloten met
‘Onze Vader’ (gezamenlijk gebed)
Bediening heilige doop aan
Ter voorbereiding; gedeelte uit Handelingen 16 (Paulus zit in de gevangenis. Met Psalm 96 juicht hij alvast. Hij komt inderdaad vrij, verkondigt het evangelie en daarna vindt de bediening van de doop in Jezus’ naam plaats)
Opw.710: Vader maak ons tot een zegen
Bevestiging diaken
GK 22: 2 en 4
Dankgebed en voorbede
Collecte
GK 169:2, 3 en 5 (Van God nooit losgekomen)
Zegen
Verdere ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.