Alleen met oprecht geloof kom je verder. Preek Matteüs 6:1-18

Jezus spreekt over de motivatiekant van het geloof. Geven, bidden en vasten moet in het verborgene gebeuren. Dan zal God je belonen. Wat bedoelt Jezus? Deze preek is een afsluiting van drie preken over de Bergrede (zie vorige weken onder preken). Voorbeeldliturgie zie onderaan de preektekst.

Gemeente van de Heer

Rond Prinsjesdag verschijnen er altijd cijfers. Hoe staan we ervoor? Wij beginnen altijd met geld. Hoe draait de economie en wat betekent dat voor mijn portemonnee? Dit jaar werd er gelukkig ook bijgezegd dat een mensenleven om meer dan geld gaat. Er is zoiets als de kwaliteit van je leven. Denk aan vriendschappen, passend werk, zingeving – noem maar op.

Kwaliteit.
Jezus spreekt in de Bergrede ook over de kwaliteit van leven. Maar dan over kwalitatief goed leven met en voor God. Dat is opvallend. Als we dat horen moeten we gelijk een pas op de plaats maken. Want in onze cultuur is geloof iets dat je zelf bepaalt en invult. Nederland is het eerste land waarin is vastgelegd dat een mens vrij is om te geloven wat hij wil. Dat besef zit diep in onze Hollandse genen. Vast ook in de genen van kerkmensen.

En dan staat daar die rabbi uit Nazaret. Je weet wel; dat dorp van niks. Hij zegt: let erop dat je op de juiste manier gelooft. Dat je het niet voor mensen doet. Doe het voor God. Let daarop als je de dingen doet die bij het geloof horen. Als je iets weggeeft. Als je bidt. Als je consumindert/vast (Matteüs 6:1-18). Wees zuiver in je godsdienst. Alleen dan heeft het zin.

Hoe ver gaat Jezus hier! Hij spreekt, om het zo te zeggen, over de binnenkant van het geloof. Het motief. Het hart. De intentie. De beweegreden.

Binnenkant.
Jezus komt heel dichtbij. Over beweegredenen is het vaak niet zo makkelijk praten. Waarom doe je iets? Tja. Je staat op een bepaalde manier in het leven. Je gelooft wel/niet. Je geeft wel/niet iets weg. Mooie boel zou het worden als er een collectant aanbelt en je jezelf eerst moet gaan afvragen of je motief om iets geven wel echt is en je er ook nog eens op moet letten dat je ene hand niet ziet wat de andere hand geeft (Matteüs 6:2-4). Staart de collectant je aan: komt er nog wat van?

Wat wil Jezus? Neemt Jezus er geen genoegen mee dat je (überhaupt ‘nog’) gelooft? Is Jezus iemand die als een muggenzifter die de puntjes op de i zet. Nooit goed genoeg?

Oprecht.
Jezus’ woorden passen in de opmerkelijke Bergrede. Jezus gaat de berg op als de nieuwe Mozes (Matteüs 5:1). Hij presenteert Gods nieuwe wereldorde. Gelukkig ben je als je treurt, zuiver van hart bent, vervolgd wordt enzovoort (Matteüs 5:2-12). Een orde die Gods wet in Mozes niet afschaft maar vervult (Matteüs 5:7-48). Jezus zelf zit als een schat verborgen in zijn toespraak. Wie met Jezus leeft is dan ook zout en licht in de wereld (Matteüs 5:13-16).

Zo is Matteüs 6:1-18 te lezen. Het volgt logischerwijs op wat Jezus eerder zegt. Want Jezus gaat heel ver. Geen oog om oog en tand om tand maar bid voor je vijand. En: Gelukkig ben je als je treurt en als je vervolgd wordt. Dat soort dingen. Dit is zo extreem. Wie wil of kan doen wat hij zegt? Je zou kunnen gaan denken: dit gaat zo ver. Dit is een kiezen-op-elkaar-geloof. Het gaat dan wel in tegen mijn gevoel en verstand. Maar laat ik het dan toch maar doen. Want anders ben ik niet goed voor God en/of kom ik niet in de hemel. Zoiets zou je kunnen gaan denken.

En dán zegt Jezus: zorg ervoor dat je godsdienst zuiver is. Dat je het meent. Dat het van harte is. Niet voor de schijn maar voor God. Omdat het goed is om zo te leven. Als je zo leeft, zal God je belonen.

Jezus spreekt in dit stukje vaak over beloning. En die beloning is…. Dat zegt Jezus niet. En dat is juist het punt. Je leeft met Jezus omdat je gelooft dat die manier van leven juist en goed is. Dat God je dan beloont staat vast. Maar wat die beloning is, doet er niet toe. De beloning is geen compensatie voor ‘geleden verlies’ van wat je allemaal had kunnen doen/zijn als je niet met Jezus zou hebben geleefd. Het gaat om het oprechte leven met Jezus. Dat is de moeite waard (beloning).

Moment of fame.
Zie je hoe Jezus zelf in dit stukje verstopt zit? Jezus zegt dat hij niet gekomen is om zich te laten dienen maar om te dienen en zijn leven te geven (Marcus 10:45). Jezus zegt dat hij er niet op uit is eer voor zichzelf te zoeken maar dat hij zijn Vader eert (die, op zijn beurt, uit is op de eer van zijn zoon, Johannes 8:49 en 50). Zo stelt Jezus zich altijd op. Tot zijn laatste snik.

Zo spreekt Jezus ons aan. Vandaag zijn wij uit op onze 15 minutes of fame. Even sta je in de schijnwerpers. Wat een fantastisch gevoel. Alles draait om jou. En zo kan het ook in het geloofsleven gaan.

Zie mij eens gereformeerd zijn.
Kijk mijn giftenpatroon.
Hoor mijn vrome gebeden.
Ik kom altijd naar de kerk.
Ik ben gelukkig geen moslim.
Wij doen tenminste wat God zegt.
Jij bent verkeerd/zondig (ik niet).

En ga maar door. Herken je er iets van?

Jezus waarschuwt ervoor (Matteüs 6:2, 6:5, 6:16). Jezus kijkt anders. Hij kijkt naar het hart (cf. Marcus 7:17-23). Wees oprecht. Doe het voor God. Als het gaat om geven, denk dan aan de arme weduwe die 5 cent in de collecte doet. Volgens Jezus geeft zij meer dan de gelovigen die al flappen-tappend staan te doneren (Marcus 12:41-44).[i]

Er is trouwens weinig tot niets nieuws onder de zon in dit evangelie van het Nieuwe Testament.[ii] Denk aan de vele Psalmen waarin gevraagd wordt of God ons hart wil kennen en wil bevrijden van verborgen zonden (Psalm 19:13b, cf. Matteüs 6:4, 6:6 en 6:18). Jezus vervult die Psalmen.[iii]

Elkaar.
Gemeente: het gaat er niet om dat we op een ongezonde manier naar onszelf en onze motieven kijken. Of dat we daar steeds mee bezig zijn. Jezus wil van ons geen kniesoren maken. Maar het is blijkbaar ook niet bedoeling om niet of nooit naar je eigen innerlijke leven met God te kijken. Ken jezelf. De toets is niet: met mij is alles o.k. want mijn relatie met God is fijn (punt). De toets ligt in de relatie tot de ander, je naaste(n). Denk aan de manier waarop je over anderen denkt of spreekt. Verderop in de Bergrede heeft Jezus het daarover. Oordeel niet opdat er niet over jullie geoordeeld wordt (Matteüs 7:1 vv). Jezus waarschuwt daar nog indringender dan in Matteüs 6. Mensen die in Jezus’ naam de meest fantastische dingen hebben gedaan komen Gods feestzaal niet in (Matteüs 7:21-23). Het zijn niet de buitenstaanders maar Jezus’ eigen volgelingen die onder zijn kritiek staan.

Maar je kunt in dit verband ook denken aan het Onze Vader (Matteüs 6). Het opmerkelijke is dat Jezus dat gebed zo afsluit: Want … als jullie anderen niet vergeven, zal jullie Vader jullie ook niet vergeven (Matteüs 6:15). Met andere woorden: het mooiste gebed dat er is heeft alleen zin als je als bidder wilt leven zoals je bidt. Het in praktijk brengen van het gebed is het echte ‘amen’.

Precies zo zei Jezus dit nadat hij het tempelplein had schoongeveegd (Marcus 11:12-25).[iv] Jezus zei dat de tempel het gebedshuis voor alle volken moest zijn. Ook dat stukje over het gebed eindigt ermee dat je je verwijt ten opzichte van de ander te boven komt. Zo wordt iedereen er beter van en wordt Gods naam geprezen. Blijkbaar is dat Gods bedoeling. Eerlijk kijken naar jezelf heeft als doel dat het samenleven bevorderd wordt.

Golgota.
Kijk naar Jezus, gemeente. Hij leeft ons het oprechte leven voor. Hij geeft het ons. Jezus’ moment of fame (om het zo te zeggen) was dat hij, naakt en afgeranseld, aan het vloekhout van Golgota hing. Daar is hij de ‘verborgen’ God waar hij over spreekt in de Bergrede (Matteüs 6:4, 6:6, 6:18). Verborgen in deze zin: niemand hield er toen rekening mee dat Jezus ook maar iets voorstelde of kon uitrichten. Dat hij koning zou zijn zoals het bordje op het kruishout zei, was spottend bedoeld. Maar in dat verborgene droeg Jezus ondertussen ons leven. Al onze zonden en wonden. Zo zijn we gekend. In alles. Onze verborgen gedachten. Onze zichtbare daden. Zo worden we verlost uit de greep van het kwaad (Matteüs 6:13b).

Matteüs 6:1-18 is daarom op te vatten als een oproep om te leven om Jezus’ wil. Doe het om hem. Dan ben je tot zegen voor de mensen om je heen. Het gaat om de heilzame (uit)werking met het oog op de ander.

God kent je.
Tot slot nog dit. Jezus keert zich tegen een gebedspraktijk waarin het voor-wat-hoort-wat blijkt (Matteüs 6:5). Lange gebeden. Vaste rituelen. Alles om God te pleasen en zijn aandacht te trekken.

Op een prachtige manier verzet Jezus zich tegen deze praktijk. Namelijk door te zeggen WIE het is tot wie je bidt. Je Vader (Matteüs 6:6 en 8). Dat wil zeggen: Hij kent jou. Hij heeft jou gemaakt en weet wat er in je omgaat (Psalm 139). Ook op die momenten dat je leven ingewikkeld is. Of als je zelf niet weet wat je moet bidden (Romeinen 8:15, 26 en 27). God was ook al in het Oude Testament als Vader bekend. Maar in Jezus wordt de betekenis daarvan pas echt duidelijk. Aan het begin van het gebed zelf breidt Jezus het nog iets uit. Onze Vader in de hemel (Matteüs 6:9b). Jezus leert ons groot te denken van God de Vader. Hij kent ons niet alleen. Hij is er in onze mensgeworden koning bij.

Gemeente: Jezus’ spreken over het gebed is niet alleen een bemoediging maar ook een aansporing. Steeds spreekt Jezus over het verborgene. Dat betekent dat je het niet voor de bühne doet (zie boven). Er zit ook een andere kant aan.

Het verborgene gaat over die dingen die ons het meest bezighouden. Waaraan je (steeds) denkt. Waarnaar je verlangt. Wat er gebeurt in je leven dat anderen niet weten. Monniken in kloosters hebben het vaak over dit innerlijke leven omdat zij in stilte met God leven. De stilte geeft niet alleen rust maar ook onrust. Want wat gaat er veel in een mens om.

Bedenk: God weet al die dingen van je leven. Die gedachten. Die verlangens. Je kwaadheid of teleurstelling. Je verkeerde dingen. Leg heel je leven voor God neer. Juist omdat Hij je kent kun je het Hem in vertrouwen voorleggen. God laat nooit een bidder staan. Maar zoek ook andere gelovigen op. Geloven is geen ding voor of van jezelf. Want God is geen particuliere God. Onze Vader in de hemel – zegt Jezus. Ook hiervan geldt dat het verborgen gebed uitloopt in de gewone wereld. Je leven van iedere dag. De mensen om je heen. Daarmee heeft God onze redding en ons geluk voor ogen.

Ik rond af. Is Jezus een scherpslijper? Een (religieuze) betweter? Zo denk je misschien op het eerste gezicht. Maar wie luistert merkt dat het anders is. Jezus maakt het leven nieuw. Heel het leven. Daarvoor begint hij in ons hart. Dat is misschien niet altijd leuk of makkelijk. Maar wel nodig. En goed. In en voor hem danken wij God.


[i] Zie De man voor wie je nog geen cent zou geven. Preek Marcus 12:41-44.
[ii] Zie de twee eerdere preken over de Bergrede: Gelukkig wie treurt en Jullie zijn zout en licht van de wereld.
[iii] Zie een (inleiding op een) prekenserie over de Psalmen.
[iv] Zie Jezus laat de echte betekenis van de tempel zien. Preek Marcus 12:17. (En de daarbij horende inleiding in het kader van de week van het gebed).

Voorbeeldliturgie

Welkom
Votum
Groet
Psalm 100:1a, 2v, 3m en 4 a Juicht alle volken prijst de HEER
Tien verbondswoorden
LB 886/ opw.136 Abba Vader
Gebed
Kinderen naar voren
Meer en meer (Toonhoogte 384)
Kinderen naar kring
Lezen Matteüs 6:1-18
Verkondiging Alleen met oprecht geloof kom je verder
Psalm 19: 1 en 3 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-19
Dankgebed en voorbede afgesloten met
GK 37: 1, 3 en 8 (Onze Vader) of melodie Elly en Rikkert
Kinderen komen terug uit kring
Collecte
Psalm 147: 4 en 7 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-147
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.