Als de golven overslaan dan blijf ik hopen op uw naam. Preek Matteüs 14:1-33

Preek op de eerste zondag van de veertigdagentijd. De storm op het meer staat centraal. Wat doe je als je vaste grond onder je voeten verliest? We zingen o.a. Opwekking 789. Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst.

1         En als de golven overslaan.
En als de golven overslaan
dan blijf ik hopen op uw naam
(Opwekking 789)

Wat een mooi lied. Opwekking 789 doet denken aan Psalm 42 en 43. Al die liederen vertellen dat God je nooit los zal laten.[i] Misschien hebben de discipelen die Psalmen wel gezongen of daaraan gedacht toen Jezus bij hen aan boord stapte en de wind ging liggen (Matteus 14:32).

Levendig portret.
Matteus 14 is geen stoer verhaal. Het gaat niet over rotsvaste gelovigen die allerlei gevaren trotseren. Het is een realistisch portret. Discipelen die ploeteren op het meer. Tegenwind. Tegenslag. Je komt met al je inspanning niet vooruit. En toch volhouden want de Heer heeft immers gezegd te gaan (Matteüs 14:22). Het was een bevel. Dan ga je. Je ziet het voor je. Misschien hebben ze in de boot wel zitten mopperen. Op elkaar. ‘Roei toch wat harder, Judas’. Misschien mopperden ze wel op Jezus. Jezus zit veilig, hoog en droog, terwijl zij worstelen met de golven. Even later ontstaat er pure paniek als ze denken een spook te zien (Matteüs 14:26). Petrus blijkt niet rotsvast te zijn. Bij hem leeft zowel geloof als twijfel (Matteüs 14:28 en 30). Een levendig portret.

Zie je waar dit verhaal over gaat? Wat doe jij als het tegen zit? Put je hoop en kracht uit de Psalmen/Opwekking 789? Herken je de paniek van de discipelen? De paniek dat het niet beter wordt. Dat het geen zin heeft. Dat inspanning niet beloond wordt.

De kerk wordt wel eens vergeleken met een schip. En Petrus bij uitstek staat symbool voor haar (Matteüs 16:18). Wat zegt Jezus tegen ons? Zijn wij net zo kleingelovig als Petrus? Leeft bij ons de belijdenis dat we de zoon van God (Matteüs 16:33) aan boord hebben?

Spiritueel gevaar.
Kerkvader Augustinus (354-430) zegt dat de discipelen in gevaar waren, daar op dat meer.[ii] Augustinus bedoelt niet het gevaar dat ze zouden kunnen verdrinken. Augustinus zegt dat de discipelen geestelijk/spiritueel in gevaar waren; de woeste golven zaten in hun hart. Ze waren onzeker. Die onzekerheid gaat pas weg als ze zien dat het Jezus is. Als hij aan boord komt.

Een mooie uitleg van de kerkvader. Zeker voor onze tijd. Bij ons is het heel gewoon om te twijfelen. Onzeker te zijn. Niet zeker te weten of je gelooft. Wat je precies met welke kerk wilt. Of je wel een vaste relatie wilt aangaan. En zoveel twijfeldingen meer. Jakobus zegt in zijn brief: als je steeds twijfelt lijk je op een golf die door de wind wordt bewogen (Jakobus 1:6). Natuurlijk; ieder van ons kent wel eens twijfel.[iii] Dat is het punt niet. Matteüs 14 laat zien dat het goed is om in vertrouwen te leven. Het vertrouwen dat Jezus je ziet en kent. Dat geen storm hem te hoog gaat. Hij leert je zelfs op water te lopen (Opwekking 789). Een jongere zei eens: ‘ik kan me steeds blijven afvragen hoe het precies zit met God maar het kan ook andersom.’ Ze besloot tot God te bidden en met Hem te leven. Ze merkte dat God bestaat en goed is. Wat goed dat ze dat besluit nam. Dat gaat je hele leven mee. Ook op die dag als er tegenslag komt.

2         lk ben erbij.
Je vraagt je af: wil Jezus met de storm op het meer een les leren?

Allereerst denk ik dat je voorzichtig moet zijn zoiets te zeggen. Zeker als je dat rechtstreeks toepast op iemand anders of jezelf (‘je zult dit wel meemaken omdat…’).[iv] Jij en ik, wij zijn Jezus niet. Matteüs 14 vertelt dat Jezus alleen wil zijn. Dat heeft een bijzondere reden. Ik kom er straks op terug. En omdat Jezus alleen wil zijn stuurt hij zijn discipelen alvast vooruit. Jezus heeft toen vast niet eerst weeronline gecheckt (bovendien kan het op dat meer nogal onverwacht gaan spoken). Hij wilde tijd voor gebed.

Toch is er wel iets dat erop duidt dat Jezus zijn leerlingen iets duidelijk wil maken met die storm op het meer. Dat zit in het verhaal dat vooraf gaat aan de storm op het meer. De gebeurtenis over de broodmaaltijd, het grote wonder dat er voor duizenden mensen genoeg is uit maar vijf broden en twee vissen (Matteüs 14:15-21). Toen de discipelen de mensen naar huis willen sturen, zei Jezus: ‘geven jullie hen maar te eten’. Dat klinkt absurd. Hoe kan Jezus dat zeggen?

Maar wacht even. In de Bergrede zei Jezus iets dat hierop lijkt: ‘jullie zijn het zout van de aarde en het licht van de wereld’ (Matteüs 5:13-16).[v] Dat moet in de oren van de discipelen minstens even wonderlijk hebben geklonken als: ‘geef hen te eten’. Jezus wil de leerlingen met zijn ogen naar zichzelf gaan kijken. En hen laten doen wat hij deed. Het is een oproep tot navolging.

‘Golven’ zullen komen.
Ik denk dat de storm op het meer hier ook over gaat. Dat het een (impliciete) opdracht tot navolging is. Jezus maakt zijn volgelingen gereed voor de toekomst. Er kwam namelijk een tijd aan dat Jezus niet meer in hun midden zou zijn; niet meer op de manier zoals hij tot dan bij hen was (Matteüs 9:15). In die toekomstige tijd zijn de discipelen apostelen. Ze moeten er dan op rekenen dat het evangelie gehoor vindt maar ook op felle tegenstand stuit (Matteüs 10).[vi] De apostelen gaan ondervinden dat er in de gemeente conflicten gaan ontstaan, dat er hypocrisie, dwaalleer en kleingeloof is, als gevolg van zonden en wonden (Handelingen 5 en 6, zie álle nieuwtestamentische brieven). Dat zijn ‘stormen’ – stormen waar het schip van de kerk doorheen moet op weg naar de volmaaktheid van het Godsrijk. En dan? Staan de apostelen er dan alleen voor? Staan wij er alleen voor als het moeilijk is, tegenslag komt – en je moet ploeteren of gaat twijfelen? Sta jij er alleen voor als de golven om je heen slaan?

Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, tot aan de voltooiing van de wereld’ (Matteüs 28:20). Dat is het laatste wat Jezus zegt in het evangelie van Matteüs.[vii] Zo wil hij blijkbaar dat wij naar hem (op)kijken; Ik ben er (Exodus 3:14). Hier, op de storm op het meer, leert Jezus dat. Jezus is erbij als ze vechten tegen de golven – en hij nog niet aan boord is. Hij is erbij omdat ze in opdracht van Jezus (uit)varen, op weg zijn in zijn naam. Zo werkt het. Zo is Jezus erbij. In het leven van degenen die hem gehoorzaam volgen.

Andersom gaat het niet. Je kunt niet Jezus voor jouw kar spannen – je eigen weg gaan of het evangelie naar eigen inzicht gebruiken – en vervolgens zeggen dat Jezus er altijd bij is. Dat hoor je vandaag wel eens als was het een mantra. Ja; je kunt jezelf voor de gek houden door dat te zeggen of te denken. Maar Jezus en zijn evangelie zijn niet manipuleerbaar. De aanwezigheid van Jezus in je leven is geen stempel op jouw gedrag. Het is een belofte van degene die je redt en voorgaat.

3         Jezus’ kracht.
Omdat Petrus de rots is waarop Jezus zijn kerk bouwt (Matteüs 16:18) is het belangrijk om goed naar hem te kijken. Wat mooi dat hij het vraagt om naar Jezus te lopen – op zijn bevel, over de golven (Matteüs 14:28 en 29). Petrus doet wat onmogelijk is. Zoals Jezus eens zei dat alles mogelijk is voor wie gelooft (Marcus 9:23). Petrus is de eerste van de discipelen die dit pad gaat. Hij is een geloofsheld. Hij zal straks ook de eerste zijn die voluit belijden zal wie Jezus is (Matteüs 16:16). Hoe komt hij aan zo’n sterk vertrouwen, zo’n groot geloof? Zeker voor wie zelf twijfelt of moeite heeft om God te vertrouwen kan dat een raadsel lijken.

Hier ligt een geheim. Ik wil met jullie nog een keer naar Augustinus luisteren. Hij zegt: ‘wat velen ervan weerhoudt om sterk te worden, is dat ze te vroeg gaan denken dat ze al sterk zíjn. Niemand zal van God kracht krijgen, behalve degene die beseft dat hij zwak is.’[viii]

Dit principe kennen we allemaal. Ik had eens een tijd lang niet gefietst. Toen werd het mooi weer en ik ging de polder in. Het ging geweldig. Er konden nog wel wat kilometers bij. En toen terug. Wind pal in m’n gezicht. Dordrecht: 40 kilometer. Voor elke meter moet je trappen. Dordrecht: 30. Dordrecht: 25. Met de tong op m’n schoenen kwam ik thuis. Te snel had ik gedacht dat m’n conditie wel op orde was.

Zo kan het in je leven gaan. Dat je te snel, te makkelijk denkt dat je weet hoe het wel/niet zit. Je bent bijvoorbeeld opgegroeid met zoveel (gereformeerde) waarheden. O, wat ben je een ‘sterke’ gelovige. Je weet het allemaal zeker. Of heb je die conclusie te snel getrokken? Niemand krijgt kracht van God behalve degene die zwak is (Augustinus). Vandaag is het vaak anders. Ook in de kerk. Vandaag gaat het erom dat je echt bent; laat zien hoe onzeker, twijfelend of zoekend je bent. Kom niet aan met geharnaste waarheden – zeggen we dan. Vandaag is er zomaar paniek (Matteüs 14:26) als iemand zegt rotsvast te geloven. Trekken we vandaag te snel (Augustinus) onze conclusies over wat wel/niet echt is? Moet jij het eerst allemaal (zelf) voor elkaar hebben? Jézus maakt je sterk en laat je alles trotseren. Het punt is: denk niet te snel allerlei (dingen) over jezelf. Doe als Petrus. Hij bidt om Jezus’ bevel. Zo kwam er een pad. Een weg om te gaan. Dat dit ondanks hemzelf was, blijkt wel als hij toch gaat twijfelen. Wij blijven onvolmaakte mensen maar Jezus voltooit in ons waar hij aan begint.[ix] Hij komt met, in en soms tegen ons in tot zijn doel.[x] Daar gaat het om. Hem alle eer.

Storm getrotseerd.
Als de golven gaan liggen komt de geloofsbelijdenis: ‘U bent werkelijk Gods zoon’ (Matteüs 14:33). Een schitterend, bevrijdend moment, een waarin Psalm 42 wordt vervuld (Psalm 42:12b).[xi] Vanuit deze belijdenis krijgen we beter zicht op Matteüs 14. Het hoofdstuk begint met het bericht van de moord op Johannes de Doper. Jezus trekt zich vervolgens terug (cf. Matteüs 12:15[xii]). Hij wil bidden. Alleen zijn. Waarom?

Tja. Als ze zonder pardon Jezus’ voorbereider afslachten; wat staat Jezus zelf dan te wachten? Wat zal er door de Heer zijn heengegaan? Juist nu heeft Jezus kracht nodig. Kracht om op weg te gaan naar de orkaan op Golgota. Voor de golven die dan over hem heen zullen slaan: mijn God, waarom hebt U mij verlaten (Matteüs 27:46, Psalm 22[xiii])? Op Golgota is Jezus de krachtige held die de zonde vergeeft, wonden heelt, twijfel een halt toe roept, de dood vernietigt, het rijk van de duivel omver stoot, krachtige mensen van ons maakt en alle dingen nieuwe maakt. Jezus zij geprezen.

4         Zoon aan boord.
Ik rond af. De storm op het meer laat zien hoe sterk en goed Jezus is. Geloof in hem en vind je kracht in hem.

Laatst stormde het geweldig in ons land; storm Ciara kwam langs. Even later las ik in de krant een column[xiv] over die storm. In die column stond een gezang dat vroeger in de kerk werd gezongen. Onze ouderen zullen het lied kennen. Mooi dat de herinnering aan dat lied opkomt als het vandaag in Nederland gaat stormen. Het is een belijdenis voor als het tekeer gaat in je leven. Een belijdenis die geboren is uit Matteus 14:

Al staat de zee ook hol en hoog,
En zweept de storm ons voort,
Wij hebben ‘s Vaders Zoon aan boord
En ‘t veilig strand voor oog.

Zo is het. Geen ‘man over boord’ maar ‘’s Vaders Zoon aan boord’. Op naar de volmaaktheid van het Godsrijk.


Zie Scheepje (z)onder Jezus’ hoede. Over het belang van de juiste geloofsbelijdenis.

[i] Zie Mijn God waarom? God en lijden themadienst 1. Psalm 43. Ook is te denken aan Psalm 93 waarin staat dat God sterker is dan het geweld van het water. Zie De HEER is koning. Preek Psalm 93.
[ii] Zie Een spook! Sermo 75 uit Van aangezicht tot aangezicht. Ambo klassiek 2004.
[iii] Zie Doubt. Is Jezus (het) echt? Jeugddienst over twijfel.
[iv] Bij het onderwerp God en lijden gaat dat wel eens mis. Zie de preek bij voetnoot i en zie de inleiding bij de tweede preek over dat onderwerp; Mijn God, waarom?
[v] Zie Zout en licht van de aarde. Preek Matteus 5:13-16.
[vi] Zie Het zwaard dat Jezus komt brengen. Matteus 10:34. Zie ook het (‘tweede’) slot van Marcus (16:9-20), Hoe alles verandert en hetzelfde blijft.
[vii] Zie ook het slot van het magistrale Ezechiël 34. Zie Hoe God Herder is te midden van zijn volk.
[viii] Zie Sermo 76. Kracht wordt in zwakheid volkomen. Zie voetnoot ii.
[ix] Het gaat om Jezus’ trouw. Zie Volharding der heiligen. Inleiding over hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels.
[x] Zie God wil in en met ons overwinnen. Preek Genesis 32 (Jakob bij Pniël).
[xi] Marcus bewaart deze belijdenis voor het allerlaatste moment (en nog wel uit de mond van een heiden), zie Goede Vrijdag bij Marcus. En zie Méér dan getuigen. Vrouw op de Paasdag en in de kerk (blogpost 2020).
[xii] Zie Hoe Jezus Heer en meester is. Preek Matteus 12:1-21.
[xiii] Zie Mijn God waarom hebt U mij verlaten? Preek Psalm 22.
[xiv] Ik bedoel deze column.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum en groet
PvN 84 Wat houd ik van uw huis
GK 176b Wij kiezen voor de vrijheid (beurtzang)
Gebed
Jezus veegt tempelplein schoon
Zie de zon. Opwekking voor kids 23
Kinderen naar kring
Gebed om de opening van het Woord en van ons hart
Matteus 14,1-33
Psalm 42: 1, 4 en 6 https://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-42
Opwekking 789: Lopen over water
Verkondiging
You raise me up https://www.songteksten.nl/songteksten/58490/josh-groban/you-raise-me-up.htm
(of GK 163 alle verzen Ik bouw op U, mijn schild en mijn verlosser)
Dankgebed en voorbede afgesloten door
Onze Vader (Elly en Rikkert)
Kinderen komen terug en
Collecte
LB 416:1a, 2v, 3m en 4a Ga met God
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.