Twee predikanten over dorpse en stadse kerken

Hieronder een interview met Johan Plug (predikant te Roden) en Matthijs Haak (predikant te Delfshaven) uit het blad OnderWeg van 13 juni 2015. Interviewer: Sjoerd Wielenga, zie hier voor zijn linkedin-profiel.

‘Je hebt overal rare en mooie mensen van wie God houdt’

Wat is het verschil tussen een dorpskerk en een stadskerk? Op zoek naar antwoorden met twee predikanten. Matthijs Haak verruilde acht jaar geleden het Groningse Ulrum voor Rotterdam-Delfshaven. Hij volgde Johan Plug op, die Rotterdam verruilde voor Hoogezand-Sappemeer en nu predikant is in Roden.

tekst Sjoerd Wielenga

‘In Ulrum was dankdag dé dienst van het jaar’, herinnert Matthijs Haak zich. ‘De agrarische sector leefde erg onder de gemeenteleden en ze zagen het binnenhalen van de oogst als een hoogtepunt. Toen ik op mijn eerste dankdag vergat te danken voor de visserij, kreeg ik na afloop op mijn kop. Dat was echt foute boel!’

Toen Haak enkele jaren later in Rotterdam aan de gemeenteleden vroeg welke beleving zij hadden bij dankdag, zei iemand dat ze bid- en dankdag altijd door elkaar haalt. ‘Dat was in Ulrum ondenkbaar!’ lacht hij. ‘Maar ik herinner me ook hoe we met een begrafenisstoet in Ulrum langs aardappelvelden liepen die, voordat ze geoogst werden, in de bloei stonden. Dan komt 1 Korintiërs 15 – over het lichaam dat eerst gezaaid moet worden voordat het geoogst kan worden – rechtstreeks binnen. Bijbelse beelden kunnen op het platteland veel meer dan in de stad een-op-een vertaald worden.’

Haak wil maar zeggen: de omgeving waarin een kerk staat, heeft wel degelijk invloed op het geloofsleven van de gemeenteleden. Tradities en Godsbeleving zijn in de stad anders dan op het platteland, heeft hij ervaren. ‘In Ulrum staan vier kerken midden in het dorp. God is heel vanzelfsprekend aanwezig. In de stad leef je in een klimaat waarin God veelal niet past, al is er wel openheid om over zingeving te praten. Die setting heeft gevolgen voor alles wat je doet en zegt.’

Bruiloften
Hoewel Haak opgegroeid is in de Randstad en hij het wonen in Groningen een grote stap vond, was de verandering van Ulrum naar de pastorie van Rotterdam in 2007 toch groot. Omgekeerd gold hetzelfde voor Johan Plug, die in 2005 vanuit dezelfde Rotterdamse predikantswoning naar Hoogezand-Sappemeer vertrok. ‘Dat ik toen niet meer in een stadsomgeving woonde, was een redelijke overgang. Op het platteland is de gemiddelde leeftijd van kerken veel hoger dan in de stad, waar de gemeenten een vloeibaar karakter hebben. In de zesenhalf jaar dat ik in Rotterdam stond, zag ik als het ware drie gemeentes voorbijkomen. Veel gemeenteleden studeerden, studeerden af en vertrokken weer. De ouderlingen, diakenen en andere kartrekkers waren vaak twintigers. Maar die jonge gasten waren wel heel bewust bezig met pastorale thema’s. Ze liepen daar niet voor weg.’

Haak herkent het beeld dat Plug schetst van een jonge gemeente. ‘In de vijf jaar dat ik in Ulrum stond, had ik in totaal drie bruiloften. In mijn eerste drie weken in Delfshaven had ik er evenzoveel.’

Maar hoe mooi het jeugdig enthousiasme ook is, Haak ziet ook de keerzijde: een gebrek aan levenservaring. ‘Die is waardevol als je te maken krijgt met echtscheiding of lastige geloofsvragen. En wanneer je jong bent, kun je je niet altijd voorstellen wat de impact van ziekte of psychische problemen is. Tegelijkertijd zei een niet-christen eens toen hij een dienst in Rotterdam bezocht: wat een oase is deze gemeenschap in deze stad, waar zo veel eenzaamheid is.’

De samenstelling van stadskerken verschilt dus nogal van die van dorpskerken, zeggen de predikanten. Johan Plug vertelt dat hij zich er in de stad over verwonderde dat studenten ‘s ochtends om half tien gewoon in de kerk zaten. ‘Er was geen ouder die hen daartoe aanspoorde, zoals het geval was in de gezinskerken waar ik later werkte.’

Matthijs Haak: ‘Omdat wij veel singles in de gemeente hebben, let ik erop dat ik aandacht voor hen heb in de diensten. Ik hoor weleens dat zij zich in stadskerken hartelijker ontvangen voelen dan in gezinskerken.’

Ontwikkelt de kerk zich in een andere omgeving ook anders?
Plug: ‘Mijn indruk is dat buiten de stad het bewustzijn dat God je een plek geeft voor je omgeving iets minder aanwezig is dan in de stad. De omgeving nodigt er niet zo toe uit; de nood is niet zo zichtbaar. Je ziet hier toch vooral keurig aangeharkte gazonnetjes. Je wordt niet opgeschrikt door geweld of schrijnende armoede. De Geest geeft ons een hart vol compassie. Dat is een deel van ons bestaansrecht als bruid van Christus! Maar het is makkelijker om compassie te hebben wanneer alles om je heen schuurt dan wanneer iedereen het comfortabel heeft. In Roden zie ik nooit iemand uit een vuilnisbak eten, terwijl dat in Rotterdam bij het dagelijkse pakket hoorde.’

Johan Plug vertelt dat het kerkgebouw van Delfshaven vlakbij de Keileweg staat, waar voorheen prostituees tippelden. Prostituees, pooiers en klanten die heroïne en andere verdovende middelen gebruikten, maakten deel uit van het straatbeeld in de wijk. ‘Na afloop van de kerkdienst stonden ze naast het gebouw. Onze zoon heeft eens een prostituee op de fiets naar huis gebracht. Ik zie nog voor me hoe haar hoofd tegen zijn rug steunde. Ze was helemaal op en wilde naar huis. Het raakte haar dat iemand haar liefde gaf.’

Maar ook een mooie woonomgeving kan gaan jeuken, merkt Plug. ‘In Roden vallen veel huwelijken uit elkaar. Misschien kom je er juist in deze omgeving wel achter dat een gelukkig gezin in een rijtjeshuis met een keurige achtertuin uiteindelijk geen vervulling geeft. Misschien zorgt juist dat wel voor onbehagen. Is dit nu alles? Waar leef ik eigenlijk voor? Juist wanneer alles goed lijkt, voel je je niet gelukkig.’

Wat is de kracht van de dorpskerk?
Haak: ‘In Ulrum zag ik een diep, haast mystiek Godsbesef. Ik vroeg mensen vaak hoe ze hun geloof beleefden. De reactie was dan weleens: “Jij altijd met je vragen. God is er gewoon! Er is altijd iemand op wie je kunt terugvallen.”

Tijdens kerkdiensten werd er ook enorm gezongen. Ik werd er haast door omver geblazen. Hun gezang kwam als het ware uit de diepte van de Groningse klei. Ze hebben gevoel voor het onzichtbare. Prachtig mooi!

Ook zag ik een vroom en diepgeworteld besef van de gereformeerde traditie. In onze stadsgemeente hoor ik ook prachtige getuigenissen, maar er wordt minder een verband gelegd met de traditie. Dat is prima, maar tegelijkertijd is het waardevol om je te realiseren waar je vandaan komt. Omdat stadskerken vaak van samenstelling veranderen, voer je hier eens in de zoveel tijd dezelfde discussies. Het is goed om vanuit een bepaalde visie gemeente te zijn en daarvoor te blijven staan, in plaats van alles steeds opnieuw ter discussie te stellen. In de stad wordt vaak primair gereageerd: hops, laten we het eens anders doen. In een dorpskerk gebeurt dat niet. Al bestaat daar weer het gevaar dat je vastroest zonder dat je het merkt.’

Nederland krijgt meer en meer een multicultureel karakter. Wat merkt de kerk daarvan?
Plug: ‘In dorpen is er nauwelijks contact met mensen uit andere culturen. In Rotterdam hoorde ik in de tram vooral géén Nederlands om me heen. Ik heb elke minuut genoten van die enorme variëteit, kleuren en geuren. Binnen de kerk waren er ook verschillende culturen, bijvoorbeeld  Hindoestaanse en Syrische. Al was het meerendeel blank en hoogopgeleid.’

Haak: ‘In Ulrum citeerde ik eens Ayaan Hirsi Ali. “Hoe kun je dat nou doen”, zei iemand achteraf. In Rotterdam geldt dat je de boot mist als je die confrontatie met de cultuur niet zoekt. Zo staat onze kerk letterlijk naast een moskee. Dat maakt ons rijker, omdat je dan eerder bij de kern komt: Christus en die gekruisigd. Juist door het gesprek met moslims heb ik geleerd wat een voorrecht het is om Christus te kennen! Hun aanwezigheid is in de stad een gegeven waar je iets mee moet.

In Ulrum was de groep gemeenteleden die missionair wilde zijn klein, want, zo was de gedachte, iedereen kent wel een christen, dus waarom zou de kerk daarin een rol moeten spelen? Tegelijkertijd vind ik bij ons het missionaire besef dat je als gemeente missionair bent niet per se sterk ontwikkeld. Want ook missionair zijn wordt hier individueel beleefd: hoe vertel ik het mijn collega? Maar het is even belangrijk om je af te vragen: hoe hebben wij als gemeente een functie voor de wijk?’

Gazastrook
Die oude stadswijk Delfshaven is niet altijd even veilig, is de ervaring van de beide predikanten. Plug: ‘Toen de gemeente vacant was, was ik niet de eerste die beroepen werd. Maar andere dominees wilden er echt niet wonen met hun gezin. Ze vergeleken Delfshaven met de Gazastrook, zo ervoeren ze het.’

Toen Plug weg was en Haak beroepen werd, dachten hij en zijn vrouw ook serieus na of ze met hun gezin wel moesten verhuizen. Haak: ‘Ulrum was een groen walhalla waar de kinderen heerlijk konden buitenspelen. Hier moeten we altijd met hen mee naar de speelplek. Maar de kinderen vinden het erg leuk, al zijn ze weleens lastiggevallen. Zelf stonden we aan het begin ook wel even te kijken. Toen ik de eerste keer preekte in Delfshaven, werd de achterruit van onze auto tijdens de kerkdienst ingetikt. En tijdens het eerste weekend dat we hier woonden, vond een inval van de ME plaats bij onze overburen. In kogelvrije vesten. Ook vuurde er eens een man in het wilde weg kogels af in de straat. Maar ik heb me nooit onveilig gevoeld.’

Tim Keller wijst op de stad als plek van kunst, cultuur en architectuur en hij stelt vast dat de Bijbel begint met een verhaal over een tuin en eindigt met een visioen van de stad. Is de stad het ideaal?
Haak: ‘Dat beeld klopt niet. De Bijbelse lijn is niet: platteland versus stad, maar: Babel versus  Jeruzalem, de draak versus Christus, de slang versus de vrouw. Ik ben niet zo van de optimistische cultuurontwikkeling. Je moet stad en platteland niet idealiseren, maar ook niet bagatelliseren. Ja, steden worden groter, dus liggen er ook voor het evangelie meer kansen. Maar een christen moet zich niet richten op de stad als zodanig, met de focus op kunst, cultuur, bioscopen, de Markthal, de Euromast en De Kuip. Dan komen God en de kerk op de vijfde plaats. Je eerste roeping als kerk is: bereik je de armen, moslims, eenzamen, studenten?’

En hoe denkt de van de grote stad naar het landelijke Noorden verhuisde Plug over de ontwikkeling van de wereld van Hof van Eden naar Nieuw Jeruzalem? Plug: ‘Ach, dat zal wel. Ik ben niet zo van die grote verhalen. Vergeet de symboliek niet. De eerste hoorders van Johannes leefden in een agrarische samenleving en keken anders tegen de stad aan dan wij. Er zijn genoeg boeiende kleine verhalen die mij elke dag bezighouden. En uiteindelijk zijn mensen toch overal wel min of meer hetzelfde. Je hebt overal rare en mooie mensen van wie God houdt.’

Sjoerd Wielenga (GKv) is freelance journalist, tekstschrijver en eindredacteur (zie www.sjoerdwielenga.nl).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s