‘Ik ben de weg’. Handout themadienst religie nr.2.

Lezen: Johannes 6 en 8 (delen) en HC 11

Bij Jezus’ manier van spreken en zelfpresentatie voelen sommigen – ook christenen – zich (soms) ongemakkelijk. Is Jezus niet (te) exclusief? Kun/moet je dat zeggen in een samenleving waarin zoveel verschillende vormen en soorten geloofsovertuigingen (vorige dienst) zijn?

1. Stel je eens voor….
Stel je eens voor dat je terug kon in de tijd, naar de 1ste eeuw. Je bent een joodse man/vrouw, diepgelovig, je gelooft in de boeken van Mozes, elke week ga je naar de synagoge enzovoort. Op een dag hoor je iemand – een van de vele rondtrekkende profeten – zeggen: ‘Ik ben het brood dat leven geeft’ (Joh.6:35 vv). Wat!? Jij hebt bij deze Jezus in de klas gezeten, samen met hem geknikkerd…! En Gods Woord is jouw (geestelijk) voedsel! Zou je niet met anderen zeggen: wat haalt hij in z’n hoofd? ‘Dat is toch Jezus, de Zoon van Jozef…’ (6:41).

Even verderop gaat het er nog harder aan toe. Jezus zegt tegen diegenen die Hem steeds niet erkennen als door God gezonden: jullie vader is niet Abram of God maar: de duivel (8:37 vv). Absurd. Zou je, als je erbij had gestaan, niet met anderen gezegd: ‘u bent bezeten’ (8:48). En als Jezus dan nog een stap verder gaat (8:58), zou je dan met anderen ook niet de neiging hebben gehad om die stem tot zwijgen te brengen (8:59)? Stel je voor dat je erbij had gestaan….

2. IK BEN het – zegt Jezus.
Je leert Jezus kennen als je Hem ziet optreden met het (aan de joden van die tijd bekende) gezag dat gelijk stond aan het gezag waarmee God zelf zichzelf kenbaar maakte in de wet en profeten (Oude Testament). Jezus dwingt elke keer weer tot een keuze: òf afkeer van Hem òf geloof in Hem.

In Johannes 8 merk je die manier van optreden met gezag. Tegelijk ontdek je wat Jezus daarmee doet. Hij gaat achter Abram, de ‘founding father’ van de joden, terug (8:58). Hij verklaart zichzelf Oorsprong te zijn van iedere gelovige Israëliet. Stel je voor dat Jezus zich zo presenteert als Hij:
• een moskee instapt en zegt: ‘Ik ben jullie sharia (vóór)….’
• een mandir binnen komt lopen en zegt: ‘Ik ben jullie (goede) karma (vóór)….’
• kring zo.1 t/m za.3 bezoekt, de kerk komt binnenlopen en duidelijk maakt: ‘Ik ben jullie onderlinge meeleven’, ‘Ik ben je twijfel (vóór)’, ‘Ik ben jouw doop en jouw kerkgang….’

Zit het ongemak met het scherpe èn bevrijdende van Jezus misschien in de (kromme, want: onszelf buiten schot houdende) gedachte dat ‘Jezus van ons/de kerk is’? of, zoals wijzelf of de wereld wel eens zegt: ‘de christelijke god’. Dat gaat over niemand. We belijden dit: (het is) een van beide: òf Jezus is voor jou geen volkomen Verlosser, òf, als je deze Verlosser met waar geloof aanneemt, moet je alles in Hem hebben wat voor je behoud nodig is (HC 11). Jezus blijft Jezus!

3. Hoezo exclusief?
Het is niet bijzonder dat het christelijk geloof zegt: alleen door Jezus leer je God kennen, als Vader. Wees niet over-bescheiden in het gesprek met anderen.
Voorbeelden van andere exclusieve uitspraken – waarbij er (soms) schijnbare ‘tolerantie’ lijkt te zijn:

• “Zelfs zij die vol geloof andere goden aanbidden, vereren Mij ook, maar op de verkeerde manier” zegt de god Krishna (Bhagavad Gita, 9,23).
• In de Islam geldt Abram als de Moslim bij uitstek en Mohammed wordt genoemd: “de zegel van de profeten” (Soera 33:40).
• “Uiteindelijk – als je dieper kijkt – komt het bij alle godsdiensten op hetzelfde neer”: zeggen veel ‘moderne gelovigen’ (zie handout vorige week).
• Zomaar wordt een ‘ietsist’ boos als je zegt: zou het ook ‘Iemand’ kunnen zijn…?

Wel bijzonder is dit: Jezus’ exclusiviteit maakt Hem, naar Gods plan, tot Redder van de wereld!

Verder lezen.
Lastig om gedeeltes uit het Nieuwe Testament aan te wijzen waarin het thema van deze leerdienst wordt behandeld. Heel het Nieuwe Testament maakt dat punt steeds weer….! Hieronder een aanzet.

De Bijbel is geen makkelijk boek. Naast gebed om verlichting door de Geest is het ook verstandig een goede uitleg te gebruiken. Bijvoorbeeld: Studiebijbel (ook als internetversie beschikbaar, zie: http://www.studiebijbel.nl). Voor het NT ook: Commentaar op het Nieuwe Testament (3de serie, Kampen 1987 vv. Red.: dr. J. van Bruggen).

Evangeliën en Handelingen.
Als je Jezus niet kent maar ook als dat wel zo is, is het goed met bepaalde regelmaat een evangelie in één keer helemaal (door) te lezen. Dan kom je onder de indruk van wie Jezus is, in woorden en daden, in lijden, sterven en opstanding. Ook merk je hoe al Gods spreken – in verleden (OT) en over de toekomst – in Hem in vervulling gaat. Onderstaande teksten willen daarvan een begin vormen, waarbij het hier gaat om de 1ste drie evangeliën (Johannes kwam tijdens de dienst naar voren).
• Matteüs 1:18-25 (vs.21, zo komt Gods belofte uit: vs.22 en 23), 11:25-30, 28 (16-20).
• Marcus 1:9-11, 2:1-12 (vs.7&10), 8:27-38, 14:53-64 (Jezus’ zelfgetuigenis(62) = doodsvonnis(64)).
• Lucas 1:26-33, 4:15-30, 9:18-36, 10:17-24, 19:29-48, 23:33-47, 24:1-8, 24:13-27 (vs. 26&27).
• In Handelingen merk je hoe radicaal (de naam van) Jezus is en dat het steeds consequenties heeft als Hij wel of niet wordt aanvaard.
– Petrus toespraak (2:14-36) leidt tot berouw en bekering (37 en verdere): zo ontstaat de gemeente.
– de verkondiging van de ‘enige naam waardoor redding is’ (4:12) leidt ook tot weerstand (4:18vv)
– de diepgelovige en fanatieke Saulus moet Jezus leren kennen (hfst.9, vs.5), zie Filippenzen 3:4-21.
– ieder wil over godsdienst discussiëren: als het over Jezus gaat komt er òf geloof òf hoon (17:16-34).
– hfst.19: als Jezus aan inkomen/welvaart zit (vs.25) wordt religie ontmaskerd (vs.34, 35 vv.).

Nieuwtestamentische brieven.
Hiervoor geldt ook: lees regelmatig een hele brief om te zien hoe God nieuw leven geeft in Christus en in Hem ook zijn gemeente verder leidt. Daartoe een paar aanzetten:
• Efeziërs 3:8-12.
• Kolossenzen 1:3-23, in het bijzonder de hymne, vs.15-20.
• Kolossenzen 2:2 en 3.
• Hebreeën 1, in het bijzonder de verzen 1-5.
• 2 Petrus 1:12-21. “De glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus” (vs.16) is de inhoud van de (apostolische) verkondiging. God zelf (vs.17/18) bevestigt daarmee de betrouwbaarheid van de profeten: het Oude Testament (vs.19).

Literatuur.
1. In alle redelijkheid. Christelijk geloof voor welwillende sceptici. Tim Keller. Franeker, 2008.
Selectie: hoofdstukken 11-13 (pg.185-221).
2. Kritiek van Jezus Christus op alle religies. Simon van der Lugt. In: Hete Hangijzers. Antwoorden op 17 kritische vragen aan het christelijk geloof. Martine van Veelen & Cees Dekker (redactie). Amsterdam, 2009 (2de druk), pagina 243-245.
3. De vrome Hindoe. Prof. dr. B. Kamphuis. In: De Reformatie, 16 februari 2008 (jaargang 83, nr.19). (Zie: http://www.dereformatie.nl).
4. Het bezoek. Adrian Plass. Sliedrecht (1992).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s