Sterven en levensperspectief. Achtergronden bij het euthanasiebeleid in Nederland

Als het leven zwaarder wordt of de wereld waarin je leeft steeds kleiner, kan een verlangen ontstaan naar het einde. In Nederland is het als lichamelijke of psychische ziekte het leven ondraaglijk maakt onder strikte voorwaarden toegestaan om dat einde te bespoedigen maar van tijd tot tijd laait het debat erover weer op.

Begin van dit jaar werd er in Nederland weer eens heftig gediscussieerd over euthanasie. Directe aanleiding was onenigheid over de euthanasie op een 35-jarige psychiatrische patiënte en het euthanasieverzoek van een eenzame, depressieve maar lichamelijke gezonde ambtenaar die tegen zijn pensioenleeftijd kwam. Van diverse kanten werd er geprotesteerd toen deze gevallen publiek werden. Is dit werkelijk wat we willen in Nederland? En als deze ontwikkeling zo doorgaat; wat betekent dat voor de samenleving, voor diegenen die geen of weinig levensperspectief of zichtbaar nut meer hebben?

In dit artikel wil ik een bijdrage leveren aan het existentiële onderwerp omgaan met sterven. Ik wil zoeken naar datgene wat je proeft in of achter diverse verhalen en beleid rondom omgaan met sterven: welk perspectief is te merken? Daarin wil ik eerst goed luisteren en niet direct op grond van christelijke geloofsovertuigingen iets naar voren brengen. Vanwege je geloof in de Schepper en respect voor het leven kun je je afzijdig houden voor alles wat er gebeurt rondom euthanasie(beleid). Maar de ontwikkelingen op dat gebied gaan heel hard in Nederland. En altíjd zit er een persoonlijke kant aan dit onderwerp. Iedereen, of je nu gelooft of niet, krijgt te maken met vragen hoe om te gaan met (uitzichtloos) lijden en met vragen over de zin van het leven. Verder hoor je in tegengeluiden ten aanzien van het huidige euthanasiebeleid soms interessante standpunten die tot nadenken stemmen. Aan het einde van het artikel wil ik nagaan voor welke uitdaging christenen staan als het om het levenseinde gaat.

Moeders springen niet
Als het gaat over omgaan met de sterven en levenseinde komt het heel dichtbij. Het is ontzettend persoonlijk, een van de grootste privéaangelegenheden die er zijn. Ik denk hierbij aan de veelbesproken documentaire die dit jaar door de VARA werd uitgezonden: Moeders springen niet van flats. Deze documentaire heeft het euthanasiedebat bij psychiatrische patiënten als achtergrond. In Moeders springen niet van flats wordt verteld van een vrouw die door relatieproblemen telkens meer in het nauw komt. Ze kreeg een stressstoornis waartegen geen behandeling hielp. Haar leven werd een hel. Een verzoek om euthanasie werd afgewezen. Uiteindelijk is ze van de flat gesprongen en heeft ze zo een einde gemaakt aan haar leven. Deze beklemmende documentaire is alleen al hierom zo ingrijpend omdat de maakster ervan de dochter is van deze vrouw. Je wordt er stil van. Wat een ellende. Het grijpt je naar de keel.

Perspectief
Kort na de uitzending schreef Reina Wiskerke een sterke column over de documentaire Moeders springen niet van flats (ND, 1 maart 2014). Zij laat de ellendige situatie van de vrouw staan. Tegelijk voegt ze wat toe aan de documentaire. Wiskerke noemt de documentaire een krachtige aanklacht tegen het feit dat deze vrouw, hoewel zij daarom vroeg, geen euthanasie kreeg. De kracht van de documentaire is zo sterk dat elk ‘ja, maar’ verdampt – terwijl er óók vragen over blijven. Wiskerke wijst er dan bijvoorbeeld op dat euthanasie bij psychiatrische patiënten buitengewoon ingewikkeld is. Dit is precies een van de discussiepunten die begin van dit jaar zo sterk aan de orde kwamen in het euthanasiedebat. Zijn er werkelijk geen behandelplannen? Wie beslist daarover? Wie beslist of en in welk geval euthanasie wel of niet geoorloofd is?

Omdat je de persoonlijke omstandigheden van deze vrouw alleen door de documentaire kent, kun je over dit soort vragen lastig wat zeggen. Tegelijk is het zo dat er in de recente discussie over euthanasie ook verhalen naar voren komen van mensen die zeggen blij te zijn dat er voor hen geen ruime euthanasiemogelijkheden waren. Deze mensen vertellen dat zij door een diep dal heen zijn gegaan maar daar toch weer uit zijn gekomen. Ook dat perspectief is er. Hoe speelt dat mee in de overweging bij euthanasie(verzoek), in dit geval bij psychiatrische patiënten?

Wat Wiskerke in ieder geval knap duidelijk maakt, is dat in de documentaire Moeders springen niet van flats alles wordt ingezet voor maar een conclusie: het euthanasieverzoek van deze vrouw had ingewilligd moeten worden. Hoe begrijpelijk dit ook is voor de familie die achterblijft: het wordt volgens Wiskerke telkens moeilijker om een ander perspectief goed voor het voetlicht te brengen. Je wordt meegenomen in het gevoel dat het toch niet anders kan dan dat euthanasie in zo’n geval de enig mogelijke weg is.

Juridisch perspectief
Dat Wiskerke met haar opmerking over perspectiefversmalling rondom euthanasie een belangrijk punt benoemt, blijkt uit diverse bijdrages die Anne-Mei The de afgelopen jaren leverde in dit debat. The doet al meer dan twintig jaar onderzoek naar euthanasie en levenseinde. Ze is hoogleraar langdurige zorg en dementie aan de UvA en schreef de boeken Verlossers naast God en In de wachtkamer van de dood.

Toen aan het begin van dit jaar de discussie over euthanasie opnieuw losbarstte, sprak The van ‘de liberaliseringstrein van het sterven’ die volgens haar maar voort dendert en niet meer te stoppen is (NRC Handelsblad, 18 januari 2014). The bedoelt daarmee dat de huidige discussie over euthanasie bij psychiatrische patiënten doet denken aan de discussie in de laatste decennia van de vorige eeuw. Toen ging het over lichamelijk lijden; nu over psychische lijden. En zoals de discussie toen beslecht werd als het procedureel goed geregeld was, zo lijkt er nu ook geen discussieruimte te zijn als aan de voorwaarden voldaan is.

The is niet tegen euthanasie maar verzet zich tegen wat zij noemt het juridische perspectief en de smalle moraal van het Nederlandse euthanasiebeleid; dat het beleid beperkt blijft tot vragen als ‘is euthanasie toegestaan en zo ja, onder welke omstandigheden’? Critici van het huidige euthanasiebeleid worden volgens The gezien als (conservatieve) obstakels in plaats van gelijkwaardige gesprekspartners in een uiterst precaire maatschappelijke kwestie.

The zegt: ‘doodgaan is te groot voor menselijk gekibbel en stammenstrijd tussen voor- en tegenstanders, en te vatbaar voor beïnvloeding door derden, bijvoorbeeld familieleden.’ Ze wil dan ook minimaal dat de huidige procedures tegen het licht worden gehouden.

Context van sterven
In haar bijdrage vraagt The op een aansprekende manier aandacht voor verbanden die in de discussie over euthanasie niet of nauwelijks meespelen. Zo wijst ze bijvoorbeeld op het verlangen om te sterven en de context waarin (oude) mensen leven; vereenzaming of weinig liefdevolle zorg.

In een andere bijdrage beschrijft The hoe euthanasie er soms uitziet vanuit het perspectief van de betreffende arts (NRC Handelsblad, 14 en 15 april 2012). Een BN-er was bijvoorbeeld kwaad toen de dokter acht uur in plaats van negen uur noemde als het afgesproken tijdstip van euthanasie. Eerst begreep de dokter niet waarom de patiënt daar zo geïrriteerd over was. Later bleek dat de patiënt de media had gewaarschuwd; de dood van de BN-er was nieuws dat gelijk werd uitgezonden. Een ander verhaal van The gaat over een patiënt die nog even om uitstel van euthanasie vroeg. Eerst moest de tennispartij op Wimbledon afgekeken worden omdat die zo spannend was. Aan het einde van de wedstrijd zou het dan tijd zijn voor euthanasie. The vindt dit onacceptabele situaties voor de arts.

Perspectief
Als je bovenstaande voorbeelden, inclusief de documentaire Moeders springen niet van flats, op je laat inwerken word duidelijk hoe ontzettend divers en persoonlijk omstandigheden zijn. En dat het huidige euthanasiebeleid ernstig tekort schiet, met alle (mogelijke) gevolgen van dien.

Wat merk je nu van de verhalen of perspectieven die hieronder klinken? Die zijn minstens even belangrijk. De verhalen van de BN-er en de tennismatch laten niet alleen zien hoe een arts in de knel kan komen. Het laat ook zien hoe sommigen aankijken tegen leven en sterven. De BN-er gebruikt het doodgaan om het nieuws nog een keer te halen. De persoon die tennis kijkt, haalt voor de dood nog net even iets aantrekkelijks uit het leven. The en anderen roepen op tot bezinning op het huidige euthanasiebeleid en geven daarin blijk van aandacht, respect en zorg voor het leven(seinde).

Jezus leeft
Wat betekenen het huidige euthanasiebeleid en de daaronder liggende verhalen voor christenen in Nederland? Bij het omgaan met de dood beseft een christen allereerst dat de dood een vijand is; de laatste vijand die overwonnen moet en zal worden (1 Kor.15:26). Doodgaan, sterven is een uíting van die rampzalige macht waar geen mens tegenop kan. Wijsheidsboek Prediker beschrijft de menselijke teloorgang pijnlijk beeldend (12:1-8). De Psalmen bezingen de fragiliteit van ons bestaan (103:15 en 16). Tegelijk hoopt een christen op het glorieuze moment dat God de sluier van de dood van onze werkelijkheid wegneemt (Jes.25:7 en 8, Openb.21:4). Sterker nog: een christen gelooft dat de dood ook al overwonnen ís; Jezus leeft en wij zijn met hem opgestaan (Kol.3:1, HC 17). Sterven is in die zin pure winst: bij Christus zijn (Fil.1:23).

De verhalen uit dit artikel vertellen allemaal iets over de waarde en over de gebroken realiteit van het leven. Dat het christelijk perspectief daarin niet klinkt en dat daarvoor minder ruimte komt kan in het Nederland van 2014 niet verbazen. De opmerking van The dat de dood is te groot is voor (menselijke) strijd is wel een belangrijke notie. Hoe kunnen christenen zich in deze atmosfeer opstellen? Het christelijk geloof biedt alle ruimte voor de pijnlijke realiteit rondom sterven en het biedt ook altijd hoop.

Ik noem kort een paar dingen:

Blijven getuigen
Ook al vormen christenen een minderheid in Nederland, het is belangrijk dat het christelijk perspectief blijvend gehoord wordt. Misschien hebben christenen het idee dat hun getuigenis toch niet helpt maar dat is geen goede, christelijke instelling. Uiteraard moet je daarvoor goede momenten kiezen en is het belangrijk de juiste toon te treffen. Het is ook goed om hierbij om je heen te kijken. Laatst zag ik hiervan een aansprekend voorbeeld uit Engeland. Een divers gezelschap van de Rooms-katholieke Kerk tot aan moslimorganisaties, van de Anglicaanse Kerk tot aan zoroastrische organisaties schreven het Britse Hogerhuis aan inzake een wetsvoorstel om euthanasie toe te staan bij terminaal zieke, wilsbekwame volwassenen.

Levenseindeverhaal
Geloofsgetuigenis over het levenseinde is ook belangrijk. Neem nu eens de voorbeelden die in dit artikel zijn genoemd: ieder levenseinde vertelt een verhaal. Hoe vertellen christenen over hun (naderende) levenseinde? Een persoonlijk getuigenis waarin je je eigen pijn en vragen rondom de dood laat staan maar daarin misschien toch ook iets kunt vertellen over Gods genade. Zowel gelovigen als niet-gelovigen luisteren daar vaak aandachtig naar; het is een verhaal van mens tot mens. Van dichtbij heb ik bijvoorbeeld een heel ingrijpend ziekte- en sterfbed van mijn moeder meegemaakt. Het kwam niet bij haar of ons, haar kinderen, op om zelf het moment van overlijden te bepalen – al heb ik op den duur wel gebeden of de Heer haar tot zich wilde roepen. Het geloof in God maakte het voor haar en ons niet makkelijker. En toch hebben we in die intense tijd ook Gods genade gemerkt; iets van dat grotere perspectief waarover de bijbel vertelt.

Het getuigenis van de kerk – al dan niet in samenwerking met andere (religieuze) instellingen – en van christenen persoonlijk kan helpen om ruimte te creëren in een samenleving waarin er steeds meer eenrichtingverkeer is als het gaat om omgaan met de dood.

Ethiek
Nodig is en blijft dat christenen op dit punt een goede, medische ethiek hebben die de ogen niet sluit voor zoveel ingrijpende en ingewikkelde dilemma’s rondom levenseinde. Hierbij is bijvoorbeeld te denken aan het onderwerp dat elders in deze Reformatie wordt besproken: hoe denk en spreek je over zaken als overbehandeling? Kan het ook zo zijn dat christenen, uit een op zich goed motief, het leven te lang rekken terwijl je soms ook in vertrouwen kunt zeggen dat de tijd van overlijden daar is? Nu zijn dit grote vragen die om zorgvuldige doordenking (ethiek) en persoonlijke toepassing (pastoraat) vragen.

(Palliatieve) zorg
Blijvende investering in omzien naar zorgbehoevenden en in palliatieve zorg is buitengewoon belangrijk. Daarmee maak je respect voor het leven(seinde) concreet. In dit verband zijn de opmerkingen van The interessant waarin zij een verband legt tussen de context waarin mensen leven en de vraag om euthanasie. Dit gaat verder dan alleen een fase van sterven. Tel je mee, heeft je leven zin als het niet meedoet in een prestatiemaatschappij?

Ik denk dan bijvoorbeeld aan gemeenteleden uit onze kerk. Regelmatig gaan zij naar een verpleeghuis dat bij ons in de wijk staat. Ze halen daar bewoners op voor een gebedsbijeenkomst en na afloop is er gelegenheid om koffie te drinken. Merkbaar is hoe dit gewaardeerd wordt door de bewoners van dat verpleeghuis. Soms is het genoeg om iemand even vast te houden. Of te luisteren naar iets dat jij niet eens kunt verstaan. Voor hen is het blijkbaar nuttig. Het valt me op dat ieder dit graag doet. Zo werkt het blijkbaar.

(Iets verkort gepubliceerd in) De Reformatie van 4 september 2014. Het themanummer ‘Vragen rond het levenseinde’ is hier te bestellen.

Zie hier voor een korte blog naar aanleiding voor het voorgenomen kabinetsbeleid om tot aanvullende wetgeving te komen inzake voltooid leven (oktober 2016).

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s