Dankbaar leven begint bij God. Preek 1 Samuel 24, dankdag 2014

Gemeente van de gekruisigde Heer Jezus

We krijgen en nemen de tijd  voor speciaal moment van dank. Mooi en goed om dat te doen. Stilstaan. Kijk eens om je heen. Kijk eens terug: een week, maand, seizoen. Wat krijg je veel. Geweldig. Opleiding; school, uni, werk, geld, mogelijkheden, genieten van kunst en cultuur, gezondheid, vriendschap(pen). Noem maar op.

Soms zie je ineens hoeveel je eigenlijk hebt om te danken. Van de week kreeg ik een mail – zul je ongetwijfeld ook hebben gehad – met verzoek om gift voor gezinnen in gebieden in het MO. De winter komt eraan en zij hebben bijna niets aan primaire levensbehoeften. Dankdag betekent dat je met een klap realiseert: tel je zegeningen. Kijk naar alles wat je krijgt. Meeleven en delen, als het kan, van wat je zelf kreeg. Allemaal in het besef: God is een gevende, gulle God.

Toch is dankdag meer dan: kijken wat je krijgt. Alsof het een momént zou zijn. Of: zien dat je in vergelijking met ander veel/meer dan genoeg hebt. Danken begint bij God. God leert dat als levenshouding.

We hebben net 1 Samuel 24 gelezen. Daar zie je dat het gaat om een levenshouding. Stel je voor dat het op die dag ‘dankdag’ zou zijn geweest. Wat had David om te danken?

Hij had al lang de belofte gekregen koning te mogen worden. Maar zijn leven is steeds in gevaar. Altijd onzeker. Mensen om hem heen die hem proberen te verleiden om het heft in eigen handen te nemen en Saul om te brengen (proces koningschap ‘versnellen’). Davids ‘vrienden’ doen daarvoor zelfs een beroep op Gods woorden. Vers.5: ‘dit is het moment waarop de HEER doelde toen hij zei: ik zal je vijanden aan je uitleveren; je kunt met hen doen wat je goeddunkt.’ Wat zou je dan doen? Het zal reële verleiding zijn geweest. Gaan staan voor je recht, voor wat je toekomt.

David doet het niet. Gevolg is: blijvende onzekerheid. Lange tijd van wachten op tijd dat hij eindelijk koning wordt.

Dankdag is ver weg.

Zoals David zit jij hier misschien ook wel. Dat wil zeggen: ja, je hebt veel om voor te danken. Maar…. Maar.

Je bent ziek. Of zonder werk. Je zit in een proces dat je ongelukkig maakt. Je bent, misschien diep in je hart, eenzaam. Kijk, natuurlijk heb je dan te danken. Je hebt veel wel. Maar dank is niet eerste wat in je opkomt.

Juist dan is het goed om eens heel goed naar David te kijken. Er gebeurt iets intrigerends in zijn leven. En dat is zo mooi dat je, al zit je hier met een hart vol dankbaarheid of juist niet, je daardoor kunt laten inspireren.

 

Allereerst valt dit op: David is niet verzuurd. Niet verbitterd. Zogenaamde ‘Godswoorden’ (de HEER zegt…, vs.5) vinden bij hem geen vruchtbare bodem.

Dit is bijzonder. Iedereen weet wat moeite, verdriet of gemis met je kunnen doen. Dan gaat het in je leven net als met een sporter; een racefietser, bijvoorbeeld. Als je te lang/heftig tegenwind hebt of een berg opfietst, dan verzuren je benen. Voor je gevoel zit er niks meer in. ‘Pap in de benen’. Je komt niet vooruit, wat je ook probeert.

Geestelijken die zich erin oefenen om helemaal toegewijd te zijn aan God zeggen dat verzuring een van de grootste gevaren van het leven met God is. Ergernis (en begeerte) volgens de woestijnvaders. Er is voor je idee zoveel dat er niet is, dat verzuring, boosheid, verdriet of ergernis je leven domineert.

Dat betekent uiteraard niet dat je altijd chagrijnig bent of met een kwaaie kop door het leven gaat. Maar blijdschap ontbreekt. Hooguit is het gewoonte of gewenning wat je doet. Je doet mee, maar niet van harte. Je bent niet (echt) gemotiveerd. En zomaar zit je alleen maar bij de pakken neer. Of je blijft steken in verwijten of wat dan ook maar.

Natuurlijk kan dat zo zijn in een bepaalde fase van je leven. Of je ontdekt dat dat er op dit moment is. Daar is niks mis mee. Sterker nog: het getuigt van lef dat je dat onder ogen ziet bij jezelf. Dan is het wel goed om stil te staan bij de vraag wat er in de relatie tussen God en jou aan de hand was en is.

Hoe bijzonder het is dat David zonder die ergernis is, ontdek je nog beter als het dat vergelijkt met het leven van Saul. Bij hem zie je het zuur wél. Hij beklaagt zich er steeds over dat niemand hem ziet, om hem geeft (22:8 e.a.). En als hij in dit hoofdstuk betrapt wordt op zijn verkeerde gedrag is zowat het eerste wat hij vraagt: denk aan mijn nakomelingen als jij koning wordt? Hij heeft geen echte inkeer (cf. hoofdstuk 26; David weer opgejaagd). Tjonge.

 

Het tweede inspirerende in dit gedeelte is dat je ziet dat David weldegelijk worstelt met het zuur en de ergernis in zijn leven. Wij zeggen in vergelijkbare gevallen wel eens: ‘niet klagen maar dragen’. Maak maar ruimte voor dankbaarheid op dankdag. Always look on the bright side of life. Of zoiets.

Dat doet David niet; zeker niet op de manier waarop wij dat dan wel eens bedoelen. David schreeuwt het uit. En zijn reactie tegen zijn ‘vrienden’ lijkt toch behoorlijk fel te zijn (vers 6). En hij zegt tegen Saul, ook al heftig: zie je nou wel dat ik niks kwaads in de zin heb; wat loop je me toch te achtervolgen (vers 12)? En David onthult waar hij zijn zuur adresseert: Gόd moet maar recht doen tussen u en mij (vers 13). En hij vertrouwt erop dat God dat zal doen.

Hier krijgen we een belangrijke inkijk in het leven van David. Als hij koning is en later dankbaar op zijn leven terugkijkt (2 Samuel 22) is dat niet omdat zijn leven een successtory is. Hij heeft geleerd zijn leven(srecht) bij God te zoeken. Gemerkt dat God altíjd een rots is. De basis voor zijn koningschap ligt in de jaren van omzwervingen en onzekerheid. Misschien herken je daar ook wel iets van. Juist als je moet loslaten, voel je dat je vastgehouden wordt. Juist hier (hoofdstuk 24) beroept hij zich op God.

De apostel Paulus zegt later in een van zijn brieven: ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft (Filippenzen 4:12 en 13). Dit is een rode draad door de Bijbel heen. God geeft kracht. In Jezus leer je om altijd dankbaar te zijn. Rijkdom- en armoedebestendig te wezen. Vrij te kunnen leven of onder druk. ‘Door hem die mij kracht geeft’. Zo gaan deze geloofsgetuigen ons vandaag voor.

 

Tot slot nog een intrigerend en inspirerend ding. Dat gaat nog verder dan de twee voorgaande dingen. Uit de verbazing van Saul ontdek je pas eigenlijk goed hoe bijzonder het is wat David doet. ‘Wie laat ooit zijn vijand gaan als hij hem op zijn weg vindt’ (vers 20)? Uit tactisch oogpunt is ‘vriend’ en vijand het erover eens: ongelooflijk(e) blunder/stom dat David dit doet. Je kunt er niet bij. Maar juist in dit stukje zie je hoe krachtig de houding van David is. Saul breekt erop. Dit had hij niet verwacht. Dit voelt aan als onbekend terrein. Het is een van de laatste wake up-calls die Saul krijgt.

David vergeldt kwaad met goed. ‘Heb je vijand lief en bid voor wie je vervolgt’ zegt Jezus eeuwen later (Matteus 5:44). Dat is ten diepste Jezus’ eigen leven: in hem ervaren we dat God vergeeft, geneest en ons leven herstelt. Precies dat praktiseert David al. Hij wordt zo inderdaad telkens meer de koning naar Gods hart. En hij laat het zien op het moment dat hij nog niets ziet van de uitkomst van Gods belofte om koning te worden. Dat is groots.

 

Gemeente: wij gaan straks danken. Ieder heeft daarin z’n of haar eigen levensomstandigheden. Het evangelie zegt: leer van de geloofshelden, hoe zij in alle omstandigheden overeind bleven. Misschien gaat het je makkelijk af of is dat juist heel erg moeilijk. Kijk vooral naar Jezus die kracht geeft om steeds zuiver voor God en mensen te leven.

Het evangelie belooft: dankbaar leven όpent, baant de weg.

——————————————–

voorbeeldliturgie

Welkom
Votum
Groet
LB 328: 1, 2 en 3
Gebed
Lezing 1 Samuel 24
Ps.57: 1,2 en 6
Overdenking: God leert dankbaar te zijn
Ps. 146: 4, 5 en 8
GK 161: 1 t/m 4 (staande, belijdenis)
Dankgebed en voorbede
GK 37: 1 en 3
Dankgebed: dank voor Gods Koninkrijk
Stil gebed
GK 37: 5 en 6
Dankgebed: dank voor alles wat God dagelijks geeft
Stil gebed
GK 37: 8
Collecte
LB 460: 1,3 en 5
Zegen
‘Geloofd zij God de HEER voor eeuwig. Amen, amen’ (gemeente zingt laatste regel ps.89:18, berijmd)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s