Samen op reis. Overdenking bij Hebreeën 10:24

Gemeente van de Heer Jezus Christus

1 De definitieve uitnodiging (vanaf vers 19).
Een tijd geleden zat ik eens bij de kapper en raakte met haar in gesprek. We kregen gesprek over geloven, bij een gemeente horen (het gaat daar op een of andere manier nogal snel over als je dominee bent). Het lijkt mij wel mooi, hoor, geloven – zei ze. Lekker toch als je daar wat aan hebt…
Ja, lekker. Hoe lekker is het om te geloven? ‘Wat heb je aan je geloof’ – zeggen wij snel.

Het is opvallend als je Hebreeën 10 leest hoeveel opdrachten er staan. Niet: wat heb ik eraan maar wat heeft God aan jou. Is het je opgevallen? Hoofdstuk 10:19-21 vat alles samen wat Hebreeën tot nu toe zegt: Jezus is hogepriester door wie we toegang hebben tot de hoogheilige God. En dan komt het:

• Laten we dan God naderen (22)…
• Laten we dan…blijven belijden (23)…
• Laten we opmerkzaam blijven op elkaar… (24)
• Laten we niet wegblijven uit onze erediensten bijwonen …(25)
• Leg de beschroomdheid af… (35)
• Blijf volharden…(36).

Tjonge! Lekker, hè, geloven? Laten we dit, laten we dat.

Nog iets beter luisteren. De aansporingen gaan heel ver. Het is heel specifiek:

• Laten we God naderen… met oprecht hart en vast geloof (22).
• Laten we belijden…. Nee: zonder wankelen blijven belijden (23).
• Elkaar bemoedigen… Nee: het gaat om de concrete eredienst (25).

En al deze aanmoedigingen krijgen de diepste grond in vers 26 waarin het gaat over de plek van zonde in je leven. Die moet eruit. En dat eindigt in vers 31 waarin staat dat het huiveringwekkend is om te vallen in de handen van de levende God.

Voel je hoe scherp dit allemaal is? Nu zou je kunnen zeggen dat deze stijl typisch hoort bij de Hebreeënbrief. Want hoewel we veel dingen niet zeker weten van en rondom deze brief, is wel helder dat het een aanmoedigingsbrief is. De gelovigen dreigden het geloof in Jezus in te wisselen voor een geloof dat hun leven comfortabeler zou maken. Maar daarmee zouden ze álles verliezen – zegt Hebreeën steeds. En dan past het om te zeggen: laten we dit, laten we dat.

Inderdaad kun je dat zo zeggen. Deze stijl (van aansporingen) past bij deze brief, vanwege deze situatie van de lezers. Tegelijk kun je het verschil niet zo groot maken. Want íedere brief in het Nieuwe Testament begint ermee met te zeggen hoe verheven en dichtbij God in Jezus en maakt dan áltijd deze beweging: laten wij dus (of: jullie horen daarom)….

Gemeente: het is zaak goed te luisteren. Geloven kunnen wij nog wel eens zo opvatten: God heeft veel voor ons gedaan, nu moeten wij wat terug doen. Daarom al die aanwijzingen. Maar zo staat het er niet. Beter is het om het zo te zien: Jezus de is laatste, definitieve uitnodiging van God (hoofdstuk 1:1 e.v.). Alle zonden zijn aan de kant geschoven. Alle onrecht is gedragen. Alle onzuiverheid is weg. Alle twijfel heeft Jezus ervaren. De toegang tot God is helemaal vrij. Daarom wordt heel het leven nieuw. Laat dan ook alles in zijn licht en onder zijn heerschappij komen.

Jezus is de laatste, definitieve uitnodiging van God. Daar zit het punt. Deze week zag ik een tweet van een moslim voorbij komen. Die ging hier precies over. De tweet zei dat de islam een bouwsteen is die de boodschap van de voorafgaande profeten vervolmaakt. En dat de profeet (Mohammed) zegt dat alle profeten zijn broeders zijn. Dat klinkt heel hartelijk. En vriendelijk naar andere gelovigen. Maar het haalt precies onderuit wat de Bijbel vertelt: Jezus is Gods definitieve uitnodiging. We verwachten geen andere profeet maar we verwachten Jezus, als rechter. Daarom: houd je belijdenis vast, doe je zonden weg, blijf samenkomen, enzovoort. God heeft zich volledig uitgesproken.

2 Toezien op elkaar.
Zo lezen we vers 24. Laten we opmerkzaam blijven en elkaar ertoe aansporen lied te hebben en goed te doen (NBV). Laten we op elkander acht geven om elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken (NBG’51).

Zo. Wat vind je daarvan? In onze tijd staat het ik centraal. Wie ben ik? Hoe kan ik mezelf zijn, mezelf ontwikkelen. Hoe klinkt dit dan? Let op elkaar. Vuur elkaar aan. Klinkt dit als bemoeizucht? Of, nog een stapje verder: in de gaten (ge)houden (worden)?

Gemeente: er zijn 2 dingen van belang om dit goed te (kunnen) zien. Allereerst is dat dit. In heel de Bijbel staat de samenvatting van de 10 woorden centraal. De liefde tot God en de liefde tot de ander. Beide worden alleen en compleet waargemaakt in Jezus. Het kan niet anders of wie christen is zal op God gericht zijn en daarin/daarmee evengoed op zijn/haar naaste. Zo staat het hier ook. Misschien maakt onze ik-gerichte tijd deze opdracht om gericht te zijn op elkaar inderdaad wel lastiger: maar nergens en nooit komt die gezindheid vanzelf bij een mens op. Ook hierin wordt allereerst geloof gevraagd in hem in wie we Gods definitieve uitnodiging ontvangen; Jezus. Om zijn gezindheid/’zin’ te krijgen en het belang van anderen te zien en te willen dienen (Fil.2). Het zou past echt verbazingwekkend en onbijbels zijn als hier alleen aansporingen zouden staan die gaan over het leven met God. Natuurlijk niet. Nader tot God en let erop dat anderen dat ook doen. Zo lezen we dit.

Het tweede om dit goed te lezen is dit: de richting is zo mooi. Er staat dat we moeten toezien op de ander om ‘lief te hebben en goed te doen’. Hé. Valt jou ook iets op?

Als het bij ons gaat om toezicht op anderen gaat het er altijd om dat we zo het kwade willen zien en aanpakken en indammen. Als je bijvoorbeeld een wijk binnenloopt waar staat er cameratoezicht is, heeft dat alles te maken met het tegengaan en bestrijden van verkeerd, crimineel gedrag. Als je niet uitkijkt gaat het in de gemeente van Jezus net zo. Hoe snel zie je niet wat de ander verkeerd doet? Of wat eraan ontbreekt. Of anders (beter) moet. Hebreeën zegt: de bedoeling van God (wet) wordt vervuld als je erop let dat de ander goed doet, lief heeft. Dat is niet een een of andere positivistische instelling die naïef is voor wat verkeerd is of kan gaan. Het heeft te maken met Gods doel met die ander. Volgt hij/zij Jezus werkelijk?

Gemeente: doe je dit? Kijk jij zo naar je broer en zus in de Heer? Is dit je instelling?

Dat betekent niet dat je geen conflicten hebt. Of brave vrede hebt in de gemeente. Maar wel dat je steeds bereid bent om de ander en jezelf en je onderlinge verhouding in het licht van Jezus te zetten. En dat de blikrichting altijd is: wint Jezus? Groeit het geloof(svertrouwen)? Als iemand van jou merkt – en die houding merk je! – dat dat je houding is, dan kun je juist veel van elkaar hebben. Dan ben je niet bang om dicht bij elkaar te komen. Dan zal gesprek steeds opbouwend zijn aan de dienst van Gods Koninkrijk.

Gemeente: we gaan een mooie en belangrijke week in. We wagen het met Jezus. En we gaan samen op reis. Mag de Heer ons daarin zo zegenen dat we op onze beurt telkens meer tot zegen zijn.


Welkom
Votum
Groet
Psalm 93: 1 t/m 3
Gebed
Wie is als Hij (opw. 638)
Kinderen groep 3 t/m 5 naar kring
Lezen: Hebreeën 10: 19 – 39
Psalm 56: 3 en 4 (niet door angst laten leiden, Hebreeën)
Verkondiging naar aanleiding van Hebreeën 10:24
Thema: je bent elkaars coach
1. De definitieve uitnodiging (vanaf vers 19).
2. Toezien op elkaar (vers 24).
GKB 167: 1 t/m 3 (canon)
Viering heilig avondmaal (gaande)
Formulier 5
Nicea (staande)
LB 358: 1 (voorafgaand) en 2 t/m 6 tijdens de viering
Dankgebed en voorbede
Kinderen komen terug
Collecte
LB 300: 1a, 2v, 3m, 4v, 5m en 6a
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s