Het loopt God niet uit de hand. Preek Zondag 10 en Genesis 37&45.

Preek over een veelbesproken leerstuk van de kerk; Gods voorziening, Zondag 10 uit de Catechismus. Voorbeeldliturgie onderaan de preek,waaronder de (hedendaagse, bewerkte) tekst van Zondag 10.

Gemeente van Jezus Christus, de gekruisigde

1. Zondag 10 springt eruit.
Arthur Japin beschrijft in zijn boek De overgave hoe een nieuw gestichte kolonie in de VS wordt overvallen door de oorspronkelijk bewoners van dat land, indianen. Moord, mishandeling, verkrachting en ontvoering is het gevolg. Afgrijselijk. De hoofdpersoon van het boek is verdoofd door ellende. Tijdens een eredienst vraagt zij aan de voorganger: ‘zeg mij eens: denkt u dat dergelijk leed door God veroorzaakt wordt of door onszelf’. Waarop voorganger zegt dat alles zich voltrekt volgens Gods plan, en dat dat plan goed is enzovoort.

Na afloop van de dienst (niet goed; had hij moeten doen vόόr zijn antwoord – maar goed, doe het op het moment zelf maar eens beter) vraagt de predikant aan de vrouw waarom zij dat eigenlijk vroeg. De vrouw zegt dat zij dit soort gif helemaal wil uitroeien zodat het zich niet verspreiden kan.

Dat is Zondag 10 uit de Heidelbergse Catechismus. We hebben dat net gelezen. Daar staat: …God regeert zό dat regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, gezondheid en ziekte en alle dingen ons niet bij toeval maar uit zijn vaderhand ons ten deel vallen (antwoord 27).

Alsjeblieft!

Is dit gif dat eruit moet omdat het je alleen maar verder in de ellende duwt? Of is het geneeskracht in alle omstandigheden van het leven? Zondag 10 brengt je bij deze vraag: wie is God? Wie zijn wij voor Hem?

Het goede aanvaarden: o.k. Wie heeft daar een probleem mee? Je dankt God als het goed gaat in je leven, in vriendschappen, op je werk, op school enzovoort. Maar als je overvallen wordt? Als je ernstig mishandeld wordt (boek Japin); dan wat? Doet Gód dat? Wat voor een God doet dat!? Je verliest iemand van wie je houdt; je kind, een van je ouders, een vriend(in). Of je wordt ernstig ziek. Een ander had een jeugd waarin je werd mishandeld of misbruikt. Je verliest je baan: is dat ook God(s hand)?

Ik denk dat als je serieus wilt lezen en tot je door wilt laten dringen wat er staat in Zondag 10 dat het niet anders kan of dit roept wat op, grijpt je aan, doet wat. Welke kant dan ook maar op.

Je merkt dat ook aan reacties op deze leer. Als het bijvoorbeeld gaat over Zondag 8, dat God Drie-enig God is, dan wordt er vaak iets gezegd als: dit is de kern van het geloof. Het is niet te bevatten dat God zo is (blijft lastig) maar zo maakt Hij zich bekend; als Vader, Zoon en Geest. Zondag 9 idem: God is Schepper; in Jezus mijn God en Vader. HC 10 roept veel meer op want gaat over God en míjn leven. Een paar voorbeelden van reacties:

  • Hét boek van Jan Siebelink, Knielen op een bed violen (ook verfilmd) raakt aan dit thema. Zijn diepgelovige vader heeft als levenswerk zijn kas. Hij mag zich niet verzekeren omdat Gods leiding bepaalt wat gebeurt. Als er storm over zijn kas komt en alles vernielt, is hij – en zijn gezin – geruïneerd. Je wordt er niet vrolijk van. Een soort zelfdestructiegeloof.
  • Theologen mopperen erover dat HC 10 als het ware een soort ‘leslokaal’ is. Een interessante theorie maar vooral een die buiten de werkelijkheid staat. Ga maar eens echt léven; dan praat en piep je wel anders.
  • Andere geluiden zijn er ook. Deze leer schenkt ons een onuitsprekelijke troost (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 13).
  • In die lijn spreekt de Catechismus: het gaat erom God te vertrouwen is (antwoord 28). Juist op dit punt hoor je uit de mond van gelovigen indrukwekkende getuigenissen; over hoe God je in diepe dalen niet loslaat.

Ik denk dat we dat we vooral eerlijk onder ogen moeten zien dat HC 10 snoeihard op onze tijd(sgeest) botst. Een frontale botsing. Maakbaarheid staat bij ons centraal. Je facelift jezelf totdat je bent wie jij wilt zijn. Je kiest het abonnement, de relatie én het leven dat bij jou past. En binnenkort, zeggen sommigen, worden we allemaal 140+ jaar oud. We kunnen (zowat) alles. Zondag 10 brengt ons in een andere sfeer, tijd en cultuur. Hier staat, doodleuk: God regeert. In álles. Alsjeblieft. Is het achterhaald? Geloof jij dit?

Kortom: er is wat met deze leer. Het laat je niet snel koud of onberoerd. Nou; dat is interessant, natuurlijk, als het zo knettert. Laten we verder zoeken.

2. Waarover gaat het (tussenstap)?
Genoeg nu voor de inleiding. Eerst naar u/jou. We kunnen alleen zinvol verder gaan als duidelijk wordt waar het in HC 10 over gaat.

Daarom eerst een vraag: waarover gaat HC 10 volgens u/jou? Wat is kern? Formuleer dat eens. Bedenk dat eerst voor jezelf en deel dat vervolgens met je buurman/vrouw.

  •  Gesprek –

Wie voelt zijn/haar samenvatting rechtgedaan in iets als: ‘God regeertleidt mijn leven’? Of: ‘God is de voorzienige God’. Dekt zo’n soort uitspraak je samenvatting?

Het is zaak om het scherp te krijgen: de HC zegt dat niet. De bovenstaande samenvatting (‘God regeert/leidt’) is als het ware spreken met één woord. De HC spreekt met twee woorden: God onderhoudt en regeert ieder/alles (antwoord 27) en Hij is te vertrouwen (antwoord 28; dat vertrouwen zit in antwoord 27: Gods vaderhand, zie HC 9).

Die twee dingen samen; daar gaat het om in HC 10. Gods regering is een goede regering. ‘Het loopt Hem nooit uit de hand’ (hedendaagse tekst HC 10). God is een almachtig God (HC 9) die te vertrouwen is in de weg die Hij met ieder en alles gaat. De combinatie tussen die twee maakt dat we het hier hebben over een belijdenis die voor ons niet te bevatten is. Almacht en goed: ik denk dat wij ons daar, uit onszelf, niets bij kunnen voorstellen. Als mensen echt almacht, absoluut gezag, willen of hebben – dan gaat het fout. Denk aan conflicten in bijvoorbeeld Syrië die daarover gaan. Dictators zijn gruwelijke mensen en hebben onder hun prachtige paleizen martelkamers staan. En dan nog: echt almachtig is niemand. Je imperium stort in, vroeg of laat. Je wordt weggebombardeerd. Of, in een democratische setting: weggestemd. Andersom geldt het ook: goede mensen – je kent er waarschijnlijk zeker een paar: welke invloed hebben die? Wie is zo goed dat heel land echt goed kan maken, einde kan maken aan alle ellende verdriet: recht doen aan leven van alle mensen?

Wat wij belijden is dit: Een is almachtig én vertrouwenswaardig. Dat is God. Onze God en Vader in Jezus. De Nederlandse Geloofsbelijdenis (artikel 13) spreekt over Gods voorzienigheid en slaat spijker op kop als ze zegt dat Gods macht en goedheid (NB: die twee samen) ons begrip zó ver te boven gaan….

Daar gaat het vanmorgen over. De catechismus legt niet uit hoe God in elkaar zit. En geeft ook geen antwoord op onze moeilijke, persoonlijke vragen. De belijdenis wijst wel een weg. Leert je op te kijken. Vol te houden. Wijst de plek waar je je vragen en pijn neer kunt leggen. Christus. In Christus. Zó, in Jezus, is God almachtig en goed. Niets kan ons scheiden van zijn liefde (Romeinen 8).

3. Het loopt God niet uit de hand.
Waar is God? Hoe werkt en leidt God? Laten we Jozef als voorbeeld nemen voor deze vraag. Is het je opgevallen bij de lezing  van Genesis 37? Hoe vaak wordt God genoemd? Niet een keer. Alsof God andere kant opkijkt.

Iedereen doet iets:
Jakob
de broers van Jozef,
Jozef zelf,
handelaren die Jozef voor een koopje meenemen.

God is er niet. Afwezig.

Punt.

Tja. Zo gaat het ook vaak in ons leven, nietwaar? Mensen doen van alles en nog wat. Erg gebeurt je iets. Fraais of heel verkeerd. God? Nee.

Maar wacht.

Die droom over dat knielen en aanbidden (37:5 vv): waar komt die vandaan? En dan die ‘iemand’ (vers 15). Die ‘iemand’ wijst Jozef de weg naar zijn broers. Ik denk dat Jozef later nog vaak aan die ‘iemand’ heeft teruggedacht. Was hij die maar nooit tegengekomen. Dan was hij niet bij zijn broers uitgekomen en dan was… (ga maar door). Wie is die ‘iemand’? Wat doet die daar in the middle of nowhere? En Jozef eindigt deze ellendige reis vlakbij… de farao (droom over macht!). Kleine dingen in al dat verkeerds. Ze zijn er wel. Net als die momenten waarin Jozef merkt dat God hem helpt. Het is er wel. Maar klein. Verborgen.

Gemeente: hier moeten we even stoppen. Vanaf dit moment tot aan de uitkomst van Jozefs dromen gaan er minstens 13 jaar voorbij. 13 jaar! Allemaal jaren in de volle ontwikkeling van zijn leven (17-30 jr.). Als jij in je examenjaar zit, naar een opleiding gaat, rijbewijs haalt, gaat studeren, je eerste baan krijgt, een relatie aangaat, misschien trouwt – noem maar op. Een supertijd! Al die tijd leefde Jozef een miserabel leven. Als een slaaf ver weg van huis en familie. Zonder enig uitzicht op een beter leven. De kans dat we nooit iets van hem hadden gehoord en geweten omdat hij een anoniem leven leefde en een anonieme dood stierf was vele malen groter dan dat het afliep zoals het afliep. Een paar keer wordt gezegd (je moet eigenlijk thuis heel geschiedenis lezen): ‘de HEER hielp Jozef’. Maar die 13 jaar brengen Jozef uiteindelijk alleen maar dieper in de put. Tot in een onverwacht moment van totale verhoging als Jozef terecht komt in de positie van onderkoning.

Als de Catechismus zegt: God stuurt alle dingen als een Vader dan hebben we goed op te letten. Hoe spreek je daarover? Hoe was dat bij Jozef? Had Jozef dat gezegd, denk je in de put? Hoe zou hij erbij hebben gestaan toen hij na zijn betere positie bij Potifar weer helemaal onder moest beginnen in de gevangenis? De film over Jozef (in de serie the Bible) legt Jozef de woorden van Psalm 22 in de mond als hij in Egypte aankomt: mijn God, mijn God waarom hebt U mij verlaten? Als je dan, in die situatie, Zondag 10 onder z’n neus duwt, smijt hij het je in je gezicht terug. En terecht.

God regeert als een die mij in Christus heeft geaccepteerd. Dat is een diepe belijdenis. Maar wij kunnen dit als een dooddoener gebruiken. Of een kant zo benadrukken dat we zicht op God kwijtraken. Gaat dat ook in de kerk niet zomaar mis als je in allerlei moeilijke situaties terecht komt?

Ik hoorde eens dat een oude vrouw, ergens in de 90, een heel jong familielid verloor. ‘Stil maar’, werd er tegen haar gezegd. ‘God bestuurt dit ook en Hij heeft kleintjes nodig in de hemel’. Dan heb je je Catechismus goed geleerd maar je zegt iets heel ergs. Je spant God voor de kar van andermans pijn. Wil je dat alsjeblieft nooit doen? Of, als je dat deed: daar nog eens op terug komen? Je bewijst je broeder/zuster het tegenovergestelde van liefde. Of vind je het misschien zelf zo bedreigend dat je maar íets zegt – om de pijn maar niet te voelen? Hou dan liever je mond. Zo begonnen de vrienden van Job ook. In stilte zaten ze eerst bij hem. Dat was goed. Het ging mis toen ze begonnen te spreken en verklaringen zochten voor het onheil dat Job trof.

De andere kant is er ook. Gelovigen zeggen: ‘vraag maar niet “waarom”, daar krijg je toch geen antwoord op’. Weer een open deur. Je hebt misschien nog gelijk ook dat er geen antwoord komt. Toch klopt het niet wat je zegt. Want ben je als mens juist niet gemaakt om te willen weten en in relatie tot God te staan in je vraag? De Psalmen gaan ons voor: U verlaat mij; waarom mijn God (Psalm 22)!? U verstoot mij; waarom (Psalm 88)? Waarom hebt U (!?) de dynastie van David verloren laten gaan (Psalm 89)? Terwijl er zoveel oorzaken aan te wijzen zijn, zeggen de gelovigen steeds: U!

U! Je hebt met Gód te maken! Als je dat afpakt of daarbij wegloopt, dan doe je het allerergste. Iedere troost en ieder (ant)woord is dan krom en vooral leeg want het gaat over alles behalve… over God.

Of sommige gelovigen zeggen dat God in sommige dingen ook machteloos staat; Hij lijdt in die zin met ons mee. Dat klinkt mooi. En daar zit ook echt iets van troost in. Dat is waar. Maar toch vooral niet. Als dat alles is, dan is er ook niet wat anders te hopen. Dan moet je het maar accepteren zoals het is. Durf en kun je niet geloven dat God zó groot is dat Hij zelfs in slechte dagen en kwaad op een voor ons verborgen manier niet loslaat maar verder werkt/gaat?

Terug naar de geschiedenis van Jozef. Als we belijden dat geen ding ons bij toeval overkomt maar uit Gods hand afkomstig is, is het belangrijk om te zien hoe. Niet zomaar eenduidig, één op één. De Bijbel leert ons dat de verhouding tussen mensen en God grondig verpest is (Genesis 3). De wereld die goed – zeer goed – was (Genesis 1), is door de verbroken relatie met God in disharmonie en onbalans geraakt. In die wereld heeft de duivel macht, leeft de zonde volop, is de dood gekomen, en is de kracht van het kwaad aanwezig. Op die manier spreekt de Catechismus ook. Voor zondag 8 en 9 gaat het over het falen van mensen (Zondag 3) op ingeven van de duivel (Zondag 4). (NB: in die volgorde; eerst de mens dan de duivel. Geef de duivel of ‘de zonde’ niet te snel de schuld!). Zo ook in Zondag 52 over de vijand die ons constant bedreigt en beduvelt: de duivel, de tegen God gerichte wereld en onze zondige ik-gerichtheid. En de Bijbel en de Catechismus leren dat God eens het kwaad definitief de deur zal wijzen en elke traan zal drogen. In deze gebroken werkelijkheid is troost niet alleen toekomstmuziek.

En toch, zegt de Bijbel.
En toch!

Toch stuurt God rechte koers – door alle dingen heen. God zal zijn kinderen leiden. Dwars daardoorheen. Hij bewaart. Ondanks onze zonde en mijn stomme blunders – die ik ook echt stomme blunders moet (blijven) noemen en niet mag infrutselen in Gods (goede) leiding. Ondanks en soms dwars door het boze – dat we toch steeds als boze/kwaad moeten benoemen, ontmaskeren, bestrijden en ontvluchten en niet tot Gods leiding mogen bombarderen. God leidt ondanks de vernietigende afbraakkracht van de dood – die we als vijand zullen moeten blijven zien en ons er niet vanaf maken door te zeggen dat de dood ‘er nu eenmaal bij hoort’ (1 Korintiërs 15).

God is groter en sterker, wonderlijker. Dat de Schepper (HC 9) het werk van zijn handen niet loslaat maar daaraan trouw is tot in eeuwigheid is een cruciale belijdenis. Iedere eredienst begint daarmee. Zonder dit geloof beland je, vroeg of laat, in wanhoop en een doodlopende weg. De belijdenis zet ons neer waar we horen te staan en te leven: voor God. Met onze vragen en onzekerheden. Met onze pijn en onze dank. In diepdonkere dagen en op die dag dat je niet ophouden te danken. Geen ander dan Hij, onze God en Vader in Christus.

God kan het kwade toelaten (Job), je leven beproeven, afzijdig blijven, het voor je gevoel allemaal op z’n beloop laten, zonde straffen, niet ingrijpen als het kwaad toeslaat of als mensen hun verkeerde gang kunnen (blijven) gaan.

De Nederlandse Geloofsbelijdenis maakt duidelijk dat de kerk in de belijdenis van Gods leiding een koers uitzet waarbij de weg door 2 dingen wordt begrensd. Het kwaad en de ellende kunnen we God niet in de schoenen schuiven en toch laat God dat soms wel toe, hoezeer de oorzaak van dat kwaad ook bij mensen, zondig gedrag of satanisch geweld ligt.

  • God heeft Jozef niet verkocht. Dat deden zijn broers. Toch zegt de Bijbel (Jozef!) dat God hem vooruit heeft gestuurd (Genesis 45:5, 7 en 8. 3x! Zie ook Psalm 105:17).
  • God is niet degene die zegt ‘nu zal Ik eens die van je afpakken om je verdriet te bezorgen’. Toch zegt de Bijbel ook dat God al je dagen al kent nog voordat er nog een begon (Psalm 139).
  • God is het niet die onrecht aandoet of je iemand of iets afpakt om je dwars te zitten. Toch zegt Jezus dat er geen mus dood neervalt zonder God de Vader (Matteus 10:29) en dat wij, mensen, bij God nog veel hoger aangeschreven staan – zo zelfs dat God de haren van je hoofd telt.
  • God is niet de God van geweld, terreur en onheil; Hij geeft ons vredekoning Jezus. Toch zegt Amos dat er geen onheil in de stad geschiedt zonder toedoen van de HEER (3:6).

‘Het loopt God niet uit de hand’. Dat is mooi gezegd. Daarin hoor je ook hoe weinig we soms maar kunnen zeggen. Het is een ‘negatieve’ zin. Zomaar aanwijzen hoe het allemaal zit, is dwaasheid. De Nederlandse Geloofsbelijdenis zet de toon. Die belijdenis zegt dat we, bij zulke moeilijke zaken, er genoegen mee nemen leerlingen van Jezus te zijn. Misschien is dat voor ons, christenen in een maakbare samenleving, knap lastig. Zijn wij misschien eerder dan onze voorouders geneigd om God in de beklaagdenbank te zetten, op een nette of grove manier. Maar we zijn leerlingen van Jezus. Hij is de Weg van alle tijden.

Volg mij – zegt de Heer. Neem je kruis op – volg mij. Zoek je geluk en zekerheid in mij. Kom naar mij: mijn last is licht en mijn juk is zacht. Zo volgen we. En zo helpen we elkaar. En leren we op te zien naar Jezus.

4. Opkijken naar Jezus.
Ik wil uit het voorgaande 2 dingen halen voor onze omgang met God en elkaar.

4.1 Houd de realiteit voor ogen. (Genesis 37-45, Genesis 3,  HC 10).
We weten niet of weinig van hoe Jozef reageerde op zijn tegenslag. Wat we wel weten is wat het een mens doet om (zoveel) ellende over zich heen te krijgen. Als christenen geloven dat God zich in het diepst geopenbaard heeft toen Hij zichzelf gaf in het uitzichtloze kruis, dan betekent dat dat juist een christen oog heeft voor gebrokenheid en ellende. Juist dat je dat ziet en zodanig benoemt, daarin laat je iets zien van de overtuiging dat niets of kan scheiden van de liefde van God in Jezus (Romeinen 8). Bagatelliseer niet. Bid liever met en voor elkaar de klaagpsalmen. Geef geen antwoord op een vraag waarop wij geen antwoord kunnen geven. Blijf er ook, soms is dat heel moeilijk,op wijzen dat Gods belofte open staat dat Hij ons troosten zal. Misschien niet zoals jozef in dit leven. Misschien wel. Maar kijk op. En ga elkaar daarin voor.

4.2 Je houding: mens voor God.
Opvallend hoe Jozef er in heel die geschiedenis staat. Bij Potifar zet hij zich in (niet in de contramine). Jozef gaat niet in op verleiding van Potifars vrouw om seks met haar te hebben. Daartoe had hij – zeker voor zijn gevoel – vast en zeker wel het ‘recht’. In de gevangenis staat hij klaar voor anderen. Als het moment komt van zijn verhoging is hij gereed. Frank en vrij – niet verongelijkt – staat hij voor Farao.  ‘Dromen uitleggen is Gods zaak’ zegt hij. Dit was z’n kans om zélf hogerop te komen. Hij had zijn voorwaarden voor de droomuitleg kunnen stellen. ‘Geef me een creditcard, hand de vrouw van Potifar op (door haar zat ik in de bak) etcetera. Maar Jozef wijst op God! Bij de ontmoeting met zijn broers precies zo. Jozef zegt: ‘jullie hebben mij niet gestuurd maar God’ (3x)! Hij had ze toen af kunnen maken. Maar vergeving wint het van woede/gelijk (Romeinen 12; laat het oordeel aan God). Later zegt jozef het nog scherper, alsof hij het in 1ste instantie nog omuitgebalanceerd zegt: ‘jullie hadden kwaad tegen mij in de zin maar God heeft dat ten goede gekeerd’ (Genesis 50:20). Hoe mooi, sterk en wonderlijk is dit.

Jozef blijft mens voor God!
Rechtop.
Nooit was hij een slaaf;
Jozef was steeds een bevrijd (Galaten 5:1) mens, leefde steeds al een koninklijk leven; als ‘slaaf’ bij Potifar, in de gevangenis en toen hij voor Farao stond.

Dat kun je alleen doen als je hoopt. Als je die God kent die doden opwekt, die (eens) een rechtvaardig oordeel zal uitspreken. Mijn tijd komt – heeft Jozef gedacht. En die tijd kwam. Eerder dan hij dacht. Hij zal de verhalen van zijn opa hebben gehoord. Van Abraham die meemaakte dat hij Isaak als het ware uit de dood terugkreeg (zie preek Genesis 22).

Gemeente: spiegel jezelf eens aan hem. Blijf jij zo voor God leven? Zo rechtop in tijden van moeite en zorg? In prachtige dagen waarop alles vanzelf en goed lijkt te gaan? En let op: dat deed Jozef toen hij 17 was.

De Catechismus wijst die weg aan. De weg van Jozef. De Weg, Jezus. Je weet niet hoe je leven zal zijn. De Catechismus zet in bij het leven van iedere dag. Ontvang zijn zegen in je werk, in je relaties, je eten en drinken, in je gezondheid, het alledaagse. Houd Hem voor ogen. Laat Hem niet los op die donkere dag. Als het licht aan het einde van tunnel niet zichtbaar is. En misschien ook wel nooit komt (Psalm 88). Het loopt God niet uit de hand.

Ik rond af. Ik begon met een verhaal van De Overgave. Over gif dat eruit moet omdat het het leven verzuurt. Ik sluit af met een ander verhaal dat iemand eens vertelde. Aan het einde van de wereldgeschiedenis, zo gaat het verhaal, lopen de mensen allemaal te hoop onder Gods troon. De meest heftige verwijten klinken. Woedende vuisten en dreigementen klinken. God wordt ter verantwoording geroepen:

waar was U in mijn lijden, mijn pijn,
waarom moest ik dit ondergaan, waarom….
waarom!?

God zwijgt, zo zegt het verhaal. Dan staat Hij op. Iedereen wordt stil. God zegt: ‘loop maar mee, Ik zal antwoord geven op al jullie vragen en verwijten’. God loopt met hen naar een ruimte met groot gordijn. ‘Kijk’, zegt God. Hij trekt het gordijn weg. Daar staat

de gekruisigde met doornen gekroonde Jezus
hij lééft.

Zo is God erbij.

Hem loopt het niet uit de hand.


Zie hier voor een bespreking van het hoofdstuk over het geschonden bestaan, de zonde en de duivel van De Christelijke Dogmatiek.

Voorbeeldliturgie:

Welkom
Groet
Psalm 40: 1 en 2
Romeinen 12 (BGT)
GK 157 alle verzen
Gebed
kinderen naar voren. Jozef, de droom van de schenker en bakker
GK 4:3
Kinderen naar kring
lezing Genesis 37:5-36  en  45:1-11
Psalm 105: 5 en 8
Zondag 10. Graag deze versie:
ZONDAG 10 (hedendaagse versie, 2001/2007. Met een paar bewerking van mij, jmh).

  1. Wat betekent het woord voorzienigheid?

Dat is Gods allesomvattende kracht waarmee Hij alles bestuurt. Daardoor komen bijvoorbeeld eten en drinken, gezondheid en ziekte, rijkdom en armoede, voorspoed en tegenspoed niet toevallig, maar uit zijn vaderhand in ons leven.

  1. Waarom is het belangrijk om te weten dat God alles gemaakt heeft en bestuurt?

Daardoor zijn we in tegenspoed geduldig en daardoor zijn we in voorspoed dankbaar. Daardoor hebben we een rotsvast vertrouwen op God. Hij houdt als een Vader van ons, en het loopt Hem nooit uit de hand. Niets kan ons scheiden van Zijn liefde voor ons in Jezus Christus.

Verkondiging: Het loopt God niet uit de hand

  1. Zondag 10 springt eruit
  2. Waar gaat het over?
  3. Het loopt God niet de hand: Jozef.
  4. (Op)kijken naar Jezus.

Zingen: Stil, mijn ziel wees stil (Opw. 717)

Dankgebed en voorbede afgesloten met
GK 123:1

Kinderen terug

Collecte
GK 71 (canon, 3 groepen)
Zegen

Korte presentatie …..

Verdere ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s