Jezus is het levende water. Preek Johannes 4

Gemeente van onze Heer Jezus Christus

1         God laat ons niet met rust.
‘Heb je wat te drinken voor me?’
Nee, hè; dat heb ik nou weer – denkt de vrouw. Weer zo’n vent.

Want de vrouw gaat naar de waterput (kranen zoals wij die hebben, waren er toen nog niet) op het moment dat er normaal niemand is. Midden op de dag. Veel te heet om je te bewegen, zeker in de volle zon. Ze zag die man van een afstandje al zitten. Een Jood – zo te zien. Snel water halen. Ik hoop dat die man zich nergens mee bemoeit en me met rust laat. Aan mijn lijf geen polonaise.

‘Heb je wat te drinken voor me?’

Zo begint het gesprek tussen Jezus en de Samaritaanse vrouw. Jezus laat de vrouw níet met rust. Hij zoekt haar. Hij ‘breekt in’ in haar leven. En er gebeurt wat de vrouw nooit had durven dromen. Ze wordt gevonden. Hij weet alles van me zegt ze na afloop (vers 39)! Wat bijzonder dat ze dát zegt. Want dat iemand alles van je weet; dat kan heel bedreigend zijn. Als iemand bijvoorbeeld jouw geheimen verklapt of – wat we vandaag regelmatig horen – foto’s van je verspreid waarover je je ongemakkelijk voelt of die je strikt privé wilt houden; wat een ellende is dat. Maar dat Jezus deze vrouw kent, gaf haar het tegenovergestelde gevoel. Dat was voor haar blijkbaar helemaal o.k. Ze vindt daardoor rust, bevrijding en geluk.

Jezus spreekt haar aan. Hij blijkt haar door-en-door te kennen. Al haar (gebroken) relaties. Haar zoektocht. Haar (religieuze) smoesjes/uitvluchten (vers 20). En Jezus zegt: ik ben het die je zoekt. Ik (vers 26). En de vrouw kan er niet omheen. Wil er niet omheen. Haar leven komt in een ander licht te staan. Deze man, Jezus, is niet de zoveelste in de rij. Hij geeft haar iets. Iets dat haar leven zó vult dat ze nog maar een ding wil: dat andere mensen hem leren kennen (vers 39).

Wat een fantastische ontmoeting. Een ontmoeting die we niet mogen isoleren – alsof het alleen om die vrouw, daar en toen gaat. Dit verhaal is het evangelie in een notendop. God doet steeds zo – zo zegt de evangelist Johannes. God is zo. Het Johannes evangelie begint namelijk op deze manier:

In het begin was het Woord
Het Woord was bij God
Gód was het Woord…
Alles is door dat Woord ontstaan…
Het Woord is mens geworden
(Johannes 1).

Hoor je dat? Het Woord is mens geworden. God laat ons niet met rust. Hij door wie alles in ontstaan, zoekt ons hoogstpersoonlijk op. Dat merkt de Samaritaanse vrouw. Dat hebben miljoenen mensen door de loop van de eeuwen heen ervaren. Dank God voor zijn trouw.

En jij/u? Wat vind je van het verhaal? Herken je je in die vrouw?
Je bent misschien op zoek: wat is de zin van mijn leven? Wat geeft echt geluk: je partner, je werk? Wat is dat voor jou?
Je bent misschien teleurgesteld. Het leven valt tegen. Of de kerk valt tegen. En God!? Wie zegt dat Hij er is!? Aan mijn lijf geen polonaise. De afwerende reactie van de Samaritaanse vrouw is misschien ook jouw levenshouding. Je hebt geleerd je verwachtingen bij te stellen. Misschien tot op een heel laag pitje.

Maar God is trouw. Hij laat ons niet met rust. Hij zoekt ons op in zijn zoon Jezus.

2         Leven met Jezus delen.
Op DV dinsdag 24 januari a.s. start er weer een Alpha-cursus. Die cursus gaat, zou je kunnen zeggen, over het verhaal van Jezus en de Samaritaanse vrouw. Die cursus wil doen wat God in Jezus doet: je niet met rust laten. Je bevragen. In gesprek te gaan over zoveel dingen die je leven kunnen beheersen. De cursus wil je helpen te zien waar het in je leven om gaat. Het gaat over die ene mens die niet de zoveelste in een rij is. Jezus is niet de zoveelste profeet, de zoveelste inspirator. Hij kent jou. Helemaal. En veel mensen hebben ervaren: dat híj me kent; dat is helemaal o.k. Sterker: ik zou niet anders willen.

‘Heb je iets te drinken voor me’? Dat vroeg Jezus. Een gewone vraag. Het wordt een bijzonder gesprek. Jezus zelf blijkt het water te zijn dat deze vrouw nodig had (vers 10). Hoe mooi pakt Jezus het aan. Wat belangrijk om dat evangelie verder te brengen, als volgelingen van Jezus.

Gemeente
Goed; die cursus start binnenkort. Vandaag staan we daarbij stil in de dienst. Bijvoorbeeld hierom. Wij kunnen nog wel eens denken: leuk/mooi, zo’n cursus. Maar niet echt wat voor mij. Mooi dat sommige (enthousiaste) gemeenteleden hiermee bezig zijn. Maar zo is het niet. Deze cursus is een cursus van de gemeente. Want het evangelie dat we geloven, dat we belijden (geloofsbelijdenis), vieren (doop/avondmaal): dat evangelie delen we uit. Dat kan niet van een paar gemeenteleden zijn. Het is de inzet van ons allemaal – zij het op verschillende manieren. Heel mooi, deze zomer, te horen dat we een biddende gemeente zijn. Daarmee begint alle werk in Gods Koninkrijk. Ook het missionaire werk. En behalve het gebed is er nog een roeping.

Daarom een vraag vanmorgen. Ken je iemand die mee kan doen aan deze cursus? Een vriend(in), een collega misschien? Of iemand uit je buurt? Straks in het gebed willen we die vraag ook aan de Heer voorleggen. Misschien brengt hij iemand in onze gedachten – iemand aan wie wij misschien nog niet hadden gedacht. En laten we dan ook bidden voor degene die we in gedachte hebben. God kent hem/haar veel beter dan wij.

Dank
Het is goed om vandaag in het bijzonder bij deze cursus stil te staan. Wat is het mooi dat de cursus weer van start gaat. En dat nog wel bij Staartlicht; het project om in een wijk opnieuw – na ontkerkelijking en verdwijnen van de kerk daar – te starten met het brengen van het evangelie. Dank God, gemeente, dat Hij dit allemaal aan ons geeft: de gelegenheid, het geloof, de moed, het enthousiasme en de daadkracht om met het evangelie aan de slag te gaan en het aan de man/vrouw te brengen! En wat mooi dat zich al diverse deelnemers hebben aangemeld om mee te doen.

….: bedankt voor wat je net hebt verteld over wat je aan de cursus hebt gehad. Het was belangrijk voor je om tot geloof te komen. En over 2 weken hoopt … belijdenis te doen van zijn geloof. Ook in de weg daarheen was de Alpha-curus belangrijk. We danken de Heer en we danken de Heer dat hij jullie een plek geeft in de gemeente. Dat jullie blijvend tot zegen mogen zijn!

Maar…
Er is nog iets waarom het goed is stil te staan bij de start van deze cursus. Dat is dat we eerlijk zijn. Vinden we het belangrijk dat de Alpha-cursus start? Of ben je misschien vooral blij dat een aantal enthousiastelingen dit doet, maar (voor je)zelf….

Misschien zie het helemaal niet zitten om over Jezus te vertellen. Misschien zit je al jaren in de kerk maar over Jezus beginnen; dat vind je misschien veel te ingewikkeld. Of je denkt: weet ik wel genoeg? Geloof ik wel voldoende? Stel je voor dat iemand je allemaal (moeilijke) vragen gaat stellen! Wat als er een moslima op me afkomt en vraagt of onze God en Allah dezelfde zijn? Wat moet ik dan zeggen? Straks geef ik nog een verkeerd antwoord (je pakt snel een theedoek en zegt dat je er alleen bent voor de corvee)…. Ben ik goed genoeg om te getuigen van Jezus?

Een ander zegt misschien: ik laat door mijn christelijke levensstijl zien dat ik bij God hoor. En misschien bedoel je daarmee ook wel een beetje te zeggen dat getuigen over Jezus door van hem te vertellen niet nodig is (voor jou). Weer een ander zegt: laten we eerst maar eens zorgen dat het in de kerk zelf allemaal goed voor elkaar hebben. Of: ik zal in ieder geval bidden voor de Alpha-cursus maar meedoen/getuigen….

Kerk-zijn, christen-zijn = missionair zijn
Gemeente: al deze dingen zijn er. Bedenkingen, aarzelingen, andere dingen die (ook) nodig zijn. Noem maar op. Toch denk ik dat het vandaag nodig is scherp zicht te krijgen. Dat kunnen we doen door het helemaal om te draaien en de volgende vraag te stellen: wat nou als we een kerk zouden zijn die dit niet doet? Wat als wij christenen zijn die er niet (intentioneel) op uit zijn om het evangelie verder te vertellen door een getuigenis, een introductiecursus christelijk geloof of door op een andere manier het evangelie verder vertellen? Is zo’n kerk een ‘mindere kerk’? Moet je zeggen dat zulke christenen ‘iets missen’? Nee. Zo kun je dat niet zeggen. Zo’n kerk is geen kerk. Zulke christenen zijn geen christenen.

Of klinkt dat te hard? Te radicaal?

Kijk nog eens goed naar het verhaal van Jezus en de Samaritaanse vrouw. Kijk eens met de ogen van Jezus. Wat doet hij? Wat is zijn intentie? Johannes schrijft het prachtig op. Jezus en de discipelen zijn op doorreis. Ze zijn moe (vers 6). Het is lunchtijd. De discipelen gaan erop uit om een Samaritaanse pizza te scoren (vers 8). En gewapend met een goede lunch komen de discipelen terug: je moet eten, Jezus; denk aan jezelf, zorg voor jezelf (vers 31). En dan zegt de Heer: ik heb eten dat jullie niet kennen (vers 32). Huh? Wat bedoelt Jezus? Hemels voedsel; een soort astronautenvoedsel avant la lettre?

Mijn eten is de wil te doen van hem die mij heeft gezonden zegt Jezus (vers 34). En dan gelijk erachteraan: kijk om je heen: de velden zijn rijp voor de oogst (vers 35).

Zo kijkt Jezus. Zo leeft Jezus. Zo is Jezus. Jezus zoekt deze vrouw. ‘Heb je wat te drinken voor me’? Hij ontdekt haar aan haar eigen ‘dorst’, de zinloosheid van haar bestaan. En zo kijkt Jezus om zich heen: iedereen smacht ernaar gevonden te worden. Wat is het fantastisch helemaal gekend én, tegelijk, bemind te worden. Dat doet Jezus. Daartoe roept hij zijn volgelingen, ons. Het gaat niet om een cursus op zich. Het gaat om een way of life. Zoals Augustinus (354-430) het schitterend verwoord: we zijn naar U (God) toe gemaakt en onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U. Die onrust laat Jezus voelen aan die Samaritaanse vrouw. Jezus spoort zijn leerlingen aan de mensen te wijzen op die onrust en hen daarin op de weg naar God te leiden.

Kijk, gemeente: wij leven in een samenleving die God de rug heeft toegekeerd. Geloven mag: maar dat is privé en achter je voordeur (zie het onderzoek deze week over religiestress). En wat doet dat met ons? Zijn wij misschien zo gewend aan het leven in onze samenleving dat wij (on)bewust die norm hebben overgenomen; dat wij niet met passie en overtuiging getuigen van hem die het licht van de wereld is? Dat we ons in een hoekje laten drukken – en onze mond maar houden over het levende Woord? Dat we geloven maar dan ‘op zondag’, of ‘in de kerk’ of in ons ‘eigen leven’? Dan stellen we ons op zoals de wereld dat van ons verwacht. Maar het goede nieuws van Jezus moet verder. De harten en de levens van alle mensen bereiken. Dat zegt het evangelie van Johannes. De Samaritaanse vrouw doet dat als eerste na haar ontmoeting: zeggen wie Jezus is.

Én én. Het gaat om geloofsgroei.
En natuurlijk: in de gemeente moet er ook van alles en nog wat gebeuren. Ja. In pastoraat, onderling omzien, goed omgaan met conflicten, goede liturgie, solide financiën, geven voor voedselbank, gemeente-van-kringen zijn. En ga maar door.

Maar speel het een niet tegen het ander uit. Het is én én. Sterker nog: hoe meer we zullen getuigen van Jezus, anderen op het evangelie wijzen – des te meer zullen we gemeente worden. Zien waar het op aan komt. Liefde van de Heer ontvangen en geven. Elkaar in dat licht willen zien. Het gaat om geloofsgroei.

In de eerste plaats is die groei: wat heb je er zelf veel aan om het evangelie te vertéllen. Dat doet wat met je. Op catechisatie  vraag ik het steeds aan jullie: start eerst zelf met het onderwerp waar we mee bezig gaan die avond. Dan moet je gaan uitleggen: wat is eigenlijk ‘kerk’? Wat betekent het dat God eerst voor jou kiest en niet andersom (uitverkiezing)? Laatst hadden we het er tijdens belijdeniscatechese over: zeg eens kort en krachtig tegen iemand wie Jezus is. Dat is nog niet eens zo makkelijk! Maar als je daarmee bezig bent, ontdek je wat je zelf al hebt gekregen. En dat uitdelen aan iemand die de Heer niet kent, dat is het mooiste wat er is.

In de tweede plaats is geloofsgroei: wat hebben we nieuwkomers en het gesprek met buitenstaanders hard nodig. Zelfs als iemand zich niet eens tot Jezus en zijn gemeente. Maar een nieuwkomer of iemand waarmee je in gesprek bent over het geloof kan je wel (on)bedoeld ontzettend de waarheid vertellen of aan het denken zetten. Ik hoorde bijvoorbeeld eens van iemand die zich tot Jezus bekeerde en lid werd van de gemeente. Hij ontmoette daar een man die al jaren lid was van de kerk; een man die nogal veel bezig was met heel goed voor zijn auto te zorgen en steeds weer lette op de nieuwste modellen. Hij besteedde er nogal wat tijd/aandacht aan. Toen zei die net tot Jezus bekeerde man: wat ben je daar toch druk mee; ik was dat ook maar nu ik Jezus ken staat dat echt niet meer op nr. één. Tja. Daar stond de christen die al zo lang christen was. Hij ging nadenken: hoe ben ik eigenlijk bezig; wie is Jezus voor mij in alles waar ik me mee bezig houd?

Je ziet hetzelfde eigenlijk gebeuren in Johannes 4. De discipelen krijgen van Jezus de Samaritaanse vrouw als voorbeeld. Zij doet wat de discipelen pas veel later gaan doen: volop getuigen van Jezus. In rap tempo verandert deze vrouw van scepticus tot discipel. Wie is nu eigenlijk de echte discipel – vraag je je af als je Johannes 4 leest.

Jezus is erbij.
Je hebt misschien nog (meer) te leren/vertrouwen als het gaat om het getuigen van Jezus. Maar herinneren wij ons allereerst de belofte van de Heer zelf. Hij zei tegen zijn discipelen: wees niet bang wat je moet zeggen; de Geest zal je de woorden in de mond leggen (Matteüs 10:19 en 20). Dat woord kun je niet helemaal direct op jezelf toepassen. Het is allereerst voor de discipelen bedoeld. Hun taak was ontzaglijk groot: zij moesten de wereld in, als eerste, om te getuigen van de opgestane Heer. En deze belofte van Jezus sluit al helemaal niet uit dat jij je goed moet voorbereiden; dat je moet bedenken wat de situatie is waarin je spreekt en wie de persoon is die je voor je hebt. Maar juist in de missionaire setting is dit de ervaring van christenen: Jezus is erbij! Vertrouw op hem. Hij zal je niet in de steek laten. Want het is zijn evangelie. En wij zijn van hem. Laten we ons in die overtuiging inzetten voor dit mooie werk.

—–
voorbeeldliturgie

Welkom
Votum
Groet
Psalm 67: 1 en 2 (alle landen erkennen God)

GK 176b (10 woorden)
Gebed

Kinderen naar voren (Johannes 3:1-21 (Nicodemus komt bij Jezus))
Is je deur nog op slot (Opwekkingsbundel voor kids 4; op toonhoogte 429)
Kinderen naar kring

Lezen Johannes 4: 1-42
Wat heb je aan de Alpha cursus? Chris vertelt over zijn ervaring.

Verkondiging Jezus is het levende water

GK 158 (eerst in Nederlands dan in het Engels)

Introductie Alpha-cursus door Bertine
Dankzegging, voorbede en gebed en stil gebed (bidden voor degene die je op het oog hebt voor de cursus en/of laat de Heer ons iemand te binnen brengen voor de cursus)

Kinderen komen terug en vertellen

Collecte
Opwekking 334 – Heer, uw licht en uw liefde schijnen
Zegen

2 thoughts on “Jezus is het levende water. Preek Johannes 4

  1. Hallo Matthijs, je bent moeilijk te volgen …

    Ik heb een nieuw e-mailadres, waar kan ik dit aanpassen zodat ik je blogs/preken blijf ontvangen?

    Jaap Hoogerduijn

    > Op 15 januari 2017 om 8:21 schreef Matthijs Haak

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s