Doof de Geest niet uit. Pinksterpreek 1 Tessalonicenzen 5:19

Gemeente van de Heer

Blus het vuur niet.
Met vuur is het altijd oppassen geblazen. Sommige mensen zetten een emmer water gereed als ze gaan BBQ-en. In het bos en op de hei heb je uit te kijken. Zeker als het droog is. Maar als er toch brand ontstaat bel je 112. Stel je voor dat de brandweer arriveert en dat de commandant zegt:

‘Blus het vuur niet!’

De wereld op z’n kop. ‘Commandant’ Paulus zegt dit in het eerste christelijke document; de eerste brief van de apostel aan de Tessalonicenzen. Hij spoort aan het Pinkstervuur niet te blussen. Wat betekent dit?

Je hart gaat branden.
Christenen ervaren Gods Geest als vuur (Handelingen 2). Pinksteren heeft te maken met de jaren die eraan vooraf gaan. Er was iemand gaan optreden met veel gezag. Iemand die grote wonderen deed. Iemand die zo boeiend kon spreken over Gods nieuwe wereld dat je urenlang geboeid bleef luisteren. Hij zei dat hij gekomen was om een vuur te ontsteken (Lucas 12:49). Uit heel zijn optreden werd duidelijk dat hij meer was dan een bijzonder mens of belangrijk profeet. Hij trad op als de Autoriteit; God. Tegelijk was deze persoon een gewoon mens als jij en ik. Nog wel uit een dorp van niks. Hij kon honger krijgen. Had slaap nodig. Huilde. Iemand die je kon vastpakken. Beledigen. Slaan. Negeren. Bespotten. Wie is hij?

Er ontstaat een groep om hem heen. Zij gaan geloven dat hij de langverwachte verlosser is. Maar er komt ook verzet. En dat is sterker. En voor vrienden blijkt het lastig om hem te volgen. De boel escaleert. Deze persoon krijgt de meest vernederende dood. Jezus van Nazaret wordt aan het kruis geslagen. Het vuur van de hoop dat hij de langverwachte redder is, wordt vakkundig gedoofd.

En dan blijft het stil. Een paar leerlingen zijn onderweg. Ze hebben het over Jezus en zijn dood. Geruchten dat hij leeft. Maar dat is onzin. Ineens loopt er iemand met ze mee op. Iemand die de Schriften begint uit te leggen en het heeft over een lijdende Messias die zijn heerlijkheid ingaat. Zo hebben ze er nog nooit naar gekeken. De leerlingen snappen er niks van. Wie is deze vreemdeling? Ondertussen voelen ze wel dat er iets gebeurt. Hun hart begint te branden (Lucas 24:32). Het vuur dat gedoofd werd laait weer op. Als deze vreemdeling met hen eet en het brood breekt herkennen ze hem. Het is Jezus!

Pinkstervuur.
Als Jezus op een dag ten hemel vaart komt het knagende gevoel weer even terug. Het vuur zal toch niet weer doven of een waakvlam worden als Jezus vertrekt? Maar Jezus belooft het tegenovergestelde. Ze zullen kopje onder gaan in de heilige Geest (Handelingen 1:5). Dat gebeurt op Pinksteren. Gods vuur komt op aarde (Handelingen 2:3). Zo is Jezus als Heer aanwezig (Handelingen 2:36) in zijn gemeente en in zijn wereld. Een vuur dat nooit meer dooft.

Normaal gesproken is het altijd oppassen geblazen met vuur. En brand blus je bijna altijd direct. De uitzondering is Pinksteren. Laat dit vuur branden. Blus het niet. Doof de Geest niet uit (1 Tessalonicenzen 5:19).

Jezus en zijn gemeente.
Wat bedoelt Paulus met dit woord? Begin voor een antwoord op die vraag bij Jezus. Hoe reageren mensen op hem? Hoe reageer jij op Jezus? Volg jij hem? Het antwoord op die vraag betekent het vuur harder laten branden of doven.

En kijk vervolgens naar de gemeente van Jezus. Machten staan klaar om die eerste gemeente het zwijgen op te leggen. Van buitenaf wil men het vuur doven. Bedreigender is dat dit ook van binnenuit gebeurt. De eersten zijn Ananias en Saffira (Handelingen 5). Zij zijn meelevende gemeenteleden. Waren er maar meer zoals zij die zoveel geld in het laadje van de kerk inbrachten. Maar wat hun werkelijk interesseert en bezig houdt is iets anders. Zo doven zij het Pinkstervuur. Dat komt met een prijs. Hun verzet kost ze alles.

Pinksteren stelt jou een vraag. Waar wordt jouw hart warmer van? Kijk eens terug naar de afgelopen vijf of tien jaar. Waarvoor heb jij je het vuur uit de sloffen gelopen? Waar je schat is is je hart. Je kunt geen twee heren dienen. Jezus’ ‘commandant’, apostel Paulus waarschuwt je om het Pinkstervuur niet te doven. Ergens anders in het Nieuwe Testament staat het positief: word vervuld van de Geest (Efeze 5:18). En: als je bidt, bid dan in de Geest (Efeze 6:18). En in het algemeen: laat je leiden door de Geest (Galaten 5:16). Het staat er evengoed ook waarschuwend: bedroef Gods heilige Geest niet (Efeze 4:30). En in dit eerste christelijke document staat het er zo: blus/doof de Geest niet uit.  

Christelijk leven.
Toch nog even: waarom alleen deze korte zin? Je zou, zeker bij zo’n scherpe waarschuwing, toch wat toelichting verwachten. Allereerst: de eerste christenen hadden geen boekenkasten of gedrukte Bijbels zoals wij die hebben. Ze hadden ook geen TikTok-filmpjes of andere socials – kanalen waardoor er allerlei troep maar ook veel goeds zoals het evangelie verspreid wordt. Brieven waren indertijd iets bijzonders en boeken kostbaarheden. Hoe verspreid je in die context het evangelie? Door heel kort en krachtig te zeggen waar het op staat. Dan kan iedereen het onthouden en doorgeven. Zo gaat het in deze brief.

Als Paulus zijn dankbaarheid heeft uitgesproken voor de liefde en het sociale leven van de gemeente (1 Tessalonicenzen 1-3) heeft hij het over de betekenis van Jezus’ komst (1 Tessalonicenzen 4 en 5). Dat is het hoofdonderwerp van de brief.[i] En bij de afsluiting geeft hij kort en bondig een paar instructies mee:

  • Heb respect voor het werk van leiders van de kerk
  • Leef in vrede met elkaar
  • Laat iedereen zich inspannen
  • Bemoedig wie dat nodig heeft
  • Doe het goede, in en buiten de gemeente
  • Wees altijd blij
  • Bid altijd
  • Dank God onder alle omstandigheden
  • Doof de Geest niet uit
  • Veracht profetieën niet
  • Behoud wat goed is
  • Vermijd alle kwaad.
    (Zie 1 Tessalonicenzen 5:12-22).

Dit is zo kort. Dit kun je onthouden. Tijdens je werk nog eens opzeggen. Als je aan het hardlopen bent in cadans opsommen. Paulus geeft een schets van het christelijke leven. Een leven dat niet alleen intern gericht is maar net zo goed gaat over je niet-christelijke collega of je vrienden in de klas die God en Jezus niet kennen. Het goede nieuws is voor heel de schepping (Marcus 16:15).

De opdracht om de Geest niet te blussen kun je daarom, denk ik, zien in het geheel van deze korte aanwijzingen. Wie de vrede niet zoekt maar uit is op conflict dooft de Geest. Wie geen respect kan opbrengen voor goede leiding blust het Pinkstervuur. Wie vergeet te bidden dooft de Geest. Enzovoort.

Geest en profetie.
En dan ook iets specifieker. Het niet doven van de Geest wordt gevolgd door het niet verachten van profetieën. Profetie is het concreet toepassen van het evangelie in je leven. Doe je dat? Ben je daarmee bezig, met wat de Heer in jouw leven wil? Kijk, er zijn gelovigen zijn die uit de bocht vliegen met profetieën (zie 2 Tessalonicenzen 2:2vv). Daar kent ieder wel een voorbeeld van. ‘Mijn broer zei…’, ‘een zuster in de kerk zei eens tegen me…’. En dan komt er iets waarvan je denkt: ‘wat moet ik er in vredesnaam mee – en klopt dit wel?’ Van weersomstuit ga je dan denken: ‘aan mijn lijf geen polonaise. Voor mij geen woorden van de Heer. Ik heb gewoon mijn eigen leven.’ Dat is ook een manier om de Geest te kunnen doven. De Geest die jou in vuur en vlam wil zetten om dienstbaar te zijn in Gods koninkrijk. Sta open voor die Geest en laat je door Hem vervullen.

Ik rond de preek af. Jezus heeft een vuur ontstoken op aarde. Een vlam die nooit meer dooft. Jij wordt ingeschakeld bij de voortgang van dat goede nieuws. Dat hoor je in de opdracht die de heilige apostel geeft. Warm je aan de vuurgloed van de Geest en leef zo tot zegen voor de mensen om je heen.


[i] Zie preek Wat betekent Jezus’ komst. Preek 1 Tessalonicenzen 1 in een jeugddienst.

Liturgie

LB 360: 1tm 3 en 6 Kom Schepper Geest

Welkom en afkondigingen kerkenraad

Votum en groet (Sela)
Opwekking 815 Vul dit huis met uw glorie

Gods leefregels
Opwekking 343 Heilige Geest van God

Gebed

Kinderen naar voren
Hemelhoog 231 Ik moet weggaan
Kinderen naar kring

Handelingen 2:1-4 Toen de dag van het Pinksterfeest….
Opwekking 891 Zend mij (luisterlied)
1 Tessalonicenzen 5:12-22 Wij vragen u, broeders en zusters…
Verkondiging
GK 105:1a, 2a, 4v, 5m 9a In vuur en vlam

Geloofsbelijdenis als volgt
GK 123:1 ik geloof in God de Vader
Artikelen over Gods zoon (gelezen door predikant)
GK 123:5 ik geloof in God de Heilige Geest

Dankgebed en voorbede

Collecte en kinderen komen terug

LB 675 Geest van hierboven (beide coupletten)

Zegen
Amen (GK, gezongen)

Verdere ontmoeting

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.