Tussen twijfel en geloof. Preek Hebreeën 5: 8 en 9.

Hieronder de preektekst over Hebreeën 5:8 en 9 d.d. 26/1/2014, met daaronder een voorbeeldliturgie en preeksamenvatting (en vervolg op dit onderwerp, voor wie dat wil). De dienst was voorbereid met en in het bijzonder afgestemd op studenten. Er waren twee getuigenissen in de dienst (die zijn niet hieronder opgenomen).

Gemeente van de gekruisigde Jezus van Nazaret

1 Wat/wie geloof jij?
Geloven. Wie zal zeggen dat het waar is, dat verhaal over God waarmee jij bent opgevoed? Wie zegt dat het waar is dat verhaal dat jij meekreeg waarin juist helemaal geen ruimte was voor God?

De Engelse theoloog Alister McGrath – die zelf als jongvolwassene tot geloof is gekomen – zegt dat onze culturele context van dit moment mede gevormd is door de opkomst van agressieve opvattingen over het fundamenteel irrationele karakter van het geloof.

Een mond vol. Mc Grath bedoelt: koplopers als Richard Dawkins zijn zeer beslist en soms ook snoeihard in hun oordeel dat het onmogelijk is om te geloven dat er ook maar enige betekenis zou zijn te geven aan het universum. En die opvatting zet een toon, vult de (atmo)sfeer, komt in cultuur. Je herkent die instelling ongetwijfeld. Misschien vind je die zelf volstrekt normaal. Hoeft niet alleen te denken aan slogan van nieuwe atheïsten (er is geen God. Geniet van je leven). Net zo goed in de houding van mensen om je heen. ‘Goh, geloof jij nog’? Of: geloof jij echt in een Schepper (bedoeling)?

De andere kant van dit verhaal is er net zo goed. Dat is de cultuurbeweging waarin het (weer) prima is om te geloven. Als je naar Nederland kijkt valt het op: the Passion trekt meer dan 2 miljoen kijkers. De schrijver en columnist Bas Heijne (NRC Handelsblad) hield laatst een inspirerend verhaal dat hij zo eindigde: ‘wanneer wij onszelf en de wereld niet als gegeven beschouwen, maar als iets wat ons is gegeven, kan het ons behoeden voor de waan van de maakbaarheid’ (Huizinga-lezing 2013). Volgens Heijne wíl een mens nu eenmaal betekenis geven aan het leven. Ook die instelling zul je ontgetwijfeld herkennen. O.k.; jij gelooft. Interessant. En, naar gelang de persoon, zul je dan een goed e/o zelfs een heel persoonlijk gesprek kunnen hebben. (e.a. komt samen in het debat a.s. woensdag over de vraag hoe redelijk het is dat God bestaat).

Gemeente, studenten in bijzonder, gasten: wat dat betreft is het een interessante tijd waarin we leven. Ruimte, debat, gesprek(smogelijkheden) over geloof, twijfel, (on)zekerheden genoeg. Je kunt felle tegenstand verwachten, schouderophalen én dat iemand het interessant vindt dat jij gelooft. Net zo goed: niemand, en ik hoop alsjeblieft dat de tijd ook voorbij is dat dat in de kerk zo is (gefronste wenkbrauwen), zal er van opkijken dat je zegt: ik twijfel; de vanzelfsprekendheid ben ik in ieder geval (voorgoed) kwijt. Misschien geloof ik niet meer. En andersom net zo goed: zou er meer zijn tussen hemel en aarde?

Waar sta jij? Kunnen het veilig hebben over ‘cultuur’, ‘sfeer’, maar: wat geloof je? (In) W/wie of wat geloof jij? Valt mij op dat voor bijna niemand die ik hierover spreek geloven, vertrouwen wel/geen God een vanzelfsprekend onderwerp is. Mooi, existentieel; raakt diepere laag van wie je bent.

We luisteren nu naar twee getuigenissen. RJ en R vertellen over een ervaring met God en hoe je in de gemeente de Heer en elkaar dient.

…………………..

Bedankt voor jullie durf en eerlijkheid en bemoedigende verhaal!

Gemeente: kijk eens naar jezelf. Je hoort hier twee heel verschillende verhalen. Als jij naar voren komt: wat zeg jij dan? Als je terugkijkt op, pak ‘m beet afgelopen twee jaar, welke ontwikkeling zie je dan bij jezelf? Groeit je vertrouwen? Juist niet? Hoe komt dat? Als je twijfelt: hoe ga je mee om? Eenzaam proces (worsteling)? Als je vertrouwen merkt: zoek je aansluiting bij gelovigen, kerk misschien?

2 Door schade en schande.
Laten we eens met ons (on)geloof/twijfel luisteren naar deel dat we net uit bijbel hebben gelezen. Eerste wat ongetwijfeld opviel: veel, ingewikkeld. H is een van de meest intrigerende en meest diepgravende Bijbelboeken van het NT. Soms vind je in een zin wel meerdere zijsporen, dwarsverbanden. Als schrijver dit als paper had ingeleverd op Universiteit had ‘ie z’n werk vast moeten overdoen wegens teveel ex- en impliciete verbanden i.c.m. (on)uitgesproken vooronderstellingen.

Maar goed: hij wil dan ook geen wetenschappelijk betoog houden. Je merkt aan het taalkleed dat hij spreekt tegen gelovigen. Specifiek: gelovigen die thuiswaren in de wereld van het joodse geloof. Hij verwijst regelmatig naar wat wij nu noemen het OT. ‘Hogepriester’ (4:14), ‘gaven’ en ‘offers’ (5:1), ‘de Zoon’ (4:14): allemaal zeer vertrouwd voor de eerste hoorders/lezers.

Maar het kernthema in dit boek daar is geen woord Frans bij. Dat is ook van alle tijden: volhouden! Ga, sta voor en leef je diepste overtuiging! 4:14 laten we vasthouden aan geloof dat we belijden.

Wat hoorde/las jij? Helpt het om dit te horen, lezen als jij twijfelt of juist wilt gaan geloven? Natuurlijk: je moet door die taal heenluisteren ahw; maar dan? Wat zie/ervaar je dan?

Ik denk dat het best schokkend was voor 1ste lezer/hoorder. Net als voor ons, als je voor eerst ziet/leest. Hebreeën toont geen geloofskampioen. Geen betweter of supergelovige. Geen boven-twijfel-verheven mens. Ook geen God die van boven/buiten toeroept hoe het moet.

Hebreeën toont Jezus. Jezus, die God gelijk is (‘zoon’), heeft moeten lijden (5:8). Moeten leren wat gehoorzamen is; de kern van het geloof van Israel: Hoor, gehoorzaam, Israel: God is uniek/Enige (Deut.6:4). Een hoogleraar Griekse taal- en letterkunde (Groninger D. Holwerda; goed om in deze voor Groningen barre tijden hen wat hoog te houden :)) vertaalde 5:7 en begin 8 zo:

En – dat had men de Geëerbiedigde horen zeggen! – Hij was nog wel diens eigen Zoon! Desondanks heeft Hij veel geleden, en zo ervaren wat gehoorzaamheid voor hem inhield.”

‘Heeft ervaren’. Dit is de kampioen van de christenen. Kijk! Dit is zo belangrijk, gemeente. Het gaat hier om iets heel dieps. Wij laten mogelijkheid open dat God bestaat; maar wie is Hij? Wij zijn misschien christelijk opgevoed maar wat krijg je een vragen en twijfel. Hebreeën stelt hier aan de orde: wat verwacht je en mag je verwachten van God? Weet jij dat van jezelf: wat zou je willen dat God liet zien om je te overtuigen?
Mooi om te horen in getuigenis van net dat God zich juist daar laat voelen waar jij vastloopt. Dat is een ervaring die veel christenen kennen. Maar, eerlijkheid gebiedt dat te zeggen, dat is ook anders: dat geloven is met je kop tegen de muur lopen, geen ervaring hebben ook niet als je zo lang bidt en vraagt. Wat verwacht je, hoop je krijgen, zien of ervaren?

Hebreeën is echt schokkend wat dat betreft. We zien…een ervaringsdeskundige op gebied van leren, volhouden, vragen, zoeken (5: 7 en 8). Tot op het kruis; bij uitstek symbool van het christelijk geloof. Is dat aantrekkelijk!? Wat vind jij?

Nee, misschien. Wij zoeken wellicht iemand die erboven staat (Messi; topvoetballer: die staat boven ons geklungel met de bal).
Aan andere kant: wat is dit gaaf. God geeft geen oplossing. Geen antwoordenboek of open trukendoos. Niet het advies om zus of zo vaak te bidden o.i.d. God geeft zichzelf in Jezus (Zoon). Tot in al onze misère.

Jezus is de weg gegaan. Hij ging door de pijn van het leven heen.
Hij ís verhoord (5:7). Hoe? Pas na zijn dood; opstanding. Dat trouwe, gehoorzame leven keurde God goed: opstanding. Zó is Jezus de weg geworden.

Door schade en schande. De schade van het alleen worden gelaten, onbegrip tot en met kring van intimi. En de schande van het kruis; de vernedering van die tijd: fysiek en mentaal.

3 Uitdaging.
Hoe ga jij om met je vertrouwen of gebrek daaraan? Hoe ga jij om met twijfel – als die toeslaat? Wat het christelijk geloof zo aantrekkelijk maakt is dat God zo intiem met ons is geworden. Zou Jezus jouw worsteling niet kunnen volgen? Als Jezus is zoals Hebreeën zegt dat hij is: zak dan maar eens flink door de bodem van je zekerheden heen. Daar zul je wel meer van Jezus ontdekken dat je tot nu toe deed.

Gemeente: onze interessant tijd zet ons er ook voor. Laten we niet halfslachtig ‘eigenlijk’ wel of niet geloven. Maar werk van je twijfel. Twijfel dapper. Maak werk van je geloof; geef jezelf helemaal.

Wat me wel eens opvalt aan christenen is dat zij twijfel beschouwen als een ding wat er ‘eigenlijk’ niet bij hoort. Je besteedt er dan maar niet zoveel aandacht aan (hoop dat overgaat, ‘beter’ wordt). Of het wordt jouw worsteling om ermee verder te komen. Natuurlijk heb je het volste recht om dat te doen. Hebreeën toont echter een totaal ander beeld. God gelooft in jou; daarvoor ben ik de weg gegaan zegt de Heer. ‘Dank U, Heer, maar ik ben er nog niet helemaal uit; met dat gereformeerde (was Jezus gereformeerd of zou ‘ie evangelisch zijn geweest?), met m’n seksualiteit (welke geaardheid heb ik), met het doel van m’n leven, of ik wel zin heb om te gaan voor de diepe overtuiging in mijn leven. Als u nou even in die bijbel blijft zitten dan roep ik u wel als ik zover ben, o.k.’?

Hebreeën toont Jezus. ‘Hou vast aan het geloof dat we belijden. De hogepriester die wij hebben is er een die met onze zwakheden kan meevoelen, juist omdat hij, net als wij, in elk opzicht op de proef is gesteld…’(4:15). ALTIJD geldt: ben je nu de weg kwijt of gaat het nu eigenlijk pas echt beginnen? Ben jij de weg kwijt of trekt Jezus jou op het spoor dat hij zelf ging – de weg naar winst door volhouden, trouw en volharding? Steeds heb je die keuze.

Zou Jezus de weg niet aanwijzen als je merkt dat er meer is tussen hemel en aarde? Wat mij opvalt aan mensen die die overtuiging hebben, is dat het dan wel een hele stap is om in Jezus te geloven. Om bij die aparte groep te gaan horen van gelovigen, de kerk. Gaaf om in dat tweede getuigenis te horen hoe je door concreet met elkaar op te trekken, echte verbondenheid merkt (ongeacht of je overal uitkomt of niet). Hoe klinkt dat?

Tot slot nog drie dingen. Soms hoor je ineens om je heen: ik twijfel. En dan hoor je het weer. En dan van iemand van wie jij het niet verwachtte. Wat doe je? Het is zo persoonlijk dat het niet goed lukt om daar in algemeen wat van te zeggen. Drie zaken aanstippen daarin:

a/ Rationele twijfel. Een van de voorbeelden die jullie noemden is: je hoort inzichten die je niet kende en die blazen je omver. O.k; net zo goed plaatsen die je voor een keuze! Je hoort bijvoorbeeld van een studiegenoot dat Paulus de uitvinder van het christelijk geloof is. Je hebt geen weerwoord. Altijd is de vraag: en dan!? Er is eindeloos veel gedebatteerd over zo’n soort vraag. Belangrijkste is: wat kies je op dat moment. Je kunt zeggen: dan ben ik voor lapje gehouden. Maar dat is wel erg kort door de bocht. Net zo goed kun je zeggen: o.k. dan ga ik nu echt starten met geloofsonderwijs. Onderricht 2.0. Catechese was om tot Christus te komen. Nu ga je voor hem staan (Hebreeën)! Lees op dit punt bijvoorbeeld eens: what Saint Paul really said (N.T. Wright, 1997) of prof. Van Bruggen: Paulus, pionier voor de Messias van Israël (CNT, 2001).

b/ emotionele/existentiële twijfel. Het valt me op dat het vaak ervaringen zijn die je diep laten twijfelen. Ervaringen van er alleen voorstaan als het erop aan komt. Of diep verdriet (dood). Mensen die ineens door de mand vallen. Dit is iets om uiterst serieus te nemen. Hier ligt een diepe grond om los te komen van God en, tegelijk, om hem beter/echt te leren kennen. Ook dan word je ervoor gezet. Wat kies je? Welk verhaal is geloofwaardig?
Het getuigenis van RJ raakt hier ook aan. De diepste motieven om te geloven of niet liggen op dit vlak. Een schitterend boek hierover is dat van Spufford. Juist door ervaringen (Hebreeën; Jezus is ervaringsdeskundige!), goed te luisteren en te kijken naar het leven, keerde hij zich naar Christus. Geen vastgeklamp aan ‘rotsvaste’ overtuigingen, maar het verhaal van ervaringen die wijzen op doodlopen, de grote ‘verklootfactor’ van de mens en het daar zo ontzettend op ingaande verhaal van het evangelie. Geloof heeft z’n eigen motieven.

In beide gevallen (a en b) merk ik nog al eens dat er een luik dicht gaat. ‘Nu zoek ik het zelf uit’. Dat kan. Prima. Zeker voor een tijd. Maar als je daarmee wilt zeggen dat jij eruit wilt komen, zit je nog steeds naast de Hogepriester uit Hebreeën 4 en 5. Hij liep vast. Zo liep hij met je mee. Zo loopt hij mee. Ik ben het. Open je hart voor hem! Ook dat is een keuze! Een heel diepe keuze.

C Christus in het midden. Nogal vaak hoor je dat twijfel gaat over zaken als ‘betrouwbaarheid van de Bijbel’, de ‘waarde van je opvoeding (gedrag, zondaginvulling, seksualiteit enz.). Allemaal belangrijke dingen. Bijzonder is het wel dat Jezus hierin soms zo marginaal, minimaal is. ‘waar is God’ heet het dan.

Onvoorstelbaar! Ongelooflijk! Christenen presteren het om de schat, Christus, links te laten liggen. Je komt erachter dat Jezus een soort sluitstuk van je geloof was/is. Bizar. Zie je twijfel dan als een groot geschenk van God: hij toont je om wie het werkelijk gaat. Hij roept jou. Hij richt je hart en hoofd op hem die zich gaf in de superhogepriester die ons in alles gelijk is geworden.

———————————————————————————————–

Zie de handout Hebreeën 5: 8 en 9 (met vervolgmogelijkheden).

Welkom
Votum
Groet
Opw. 488
PvN 23
Gebed
Lezing: Hebreeën 4:14-5:10
Opw. 268: hij kwam bij ons heel gewoon
Verkondiging: Tussen twijfel en geloof
1 interessante tijd (twee getuigenissen)
2 door schade en schande
3 uitdaging
opw. 687 Heer, wijs mij (Sela)
Opw. 347 Ik geloof
Dankgebed en voorbede
Begonnen met PvN 6 (luisterlied)
Collecte
Opw. 430 Heer, ik prijs
Zegen
Verdere ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s