Geven maakt gelukkig. Preek Lucas 16

Gemeente van de Heer Jezus Christus

1         De enige afgod met een naam.
Je hebt van die straten – ik ben ze op mijn zwerftochten door Dordt nog niet tegengekomen, maar wie weet – waar met borden staat: kijk uit; zakkenrollers! Dan weet je: even goed op m’n portemonnee letten. Kijk uit want straks is het weg.

Er zijn nogal wat teksten in de Bijbel, Oude en Nieuwe Testament, die je het gevoel kunnen geven dat Gód uit is op je geld. Teksten die, als je liever wilt houden wat je hebt, aanvoelen als zo’n zakkenroller-waarschuwingsbord in de straat.

In het Oude Testament wilde God bijvoorbeeld dat zijn volk de tienden gaf van de opbrengst van de oogst. Kijk maar eens: 10% van je inkomen. Geef jij dat weg? Van je salaris? Van je werk bij de supermarkt, vakantiegeld – noem maar op. Wíl God dat?
In het Nieuwe Testament zegt Paulus: wie rijk wil worden…raakt in een valstrik….de wortel van alle kwaad is de geldzucht (1 Timoteüs 6).
En vandaag in Lucas 16 een verhaal van Jezus waarin de rijke het loodje legt en de arme opgehemeld wordt.

Tjonge. Begin je ‘m al te knijpen? Wij, inwoners van een van de rijkste landen ter wereld? Wat wil de Heer? Wil hij je geld, je portemonnee? Heeft God wat tegen rijke mensen?

Vandaag gaat het over geld, bezit en goede omgang daarmee. Straks (2de punt) wordt duidelijk dat het Jezus gaat om meer dan geld of bezit. En toch is het opvallend, die bijbelse aandacht voor en waarschuwingen op het gebied van geld en goed. Want luister eens goed. Juist geld is de enige macht in het Nieuwe Testament die een naam krijgt: mammon. Daar is wat mee, met dat geld. Er zijn zovéél goden die je dienen kunt:

aanzien (ego),
een lekker leven,
eer,
zelf-bevestiging/ontplooiing,
je geloof of de kerk(elijke traditie),
andere goden dan Jezus;

noem maar op. Hoe expliciet het Nieuwe Testament ook over die afgoden spreekt; nooit krijgen deze goden een naam. Geld wel. De Heer noemt het ‘de valse/onrechtvaardige mammon’ (NBV). ‘Dat ellendige geld’ (BGT). Geef het beest(je) een naam. Zaak dus om goed op te letten. Niet eerst op onze portemonnee. Maar op de Heer die zo over geld en goed spreekt.

2         Betrouwbaar in het kleine.
Lucas 16 lazen we; Jezus toespraak over omgang met geld en goed met als einde de indrukwekkende parabel van de rijke man en de arme Lazarus. Om te beginnen is te zeggen dat dit hoofdstuk bekend is. Ook wel bij mensen die niet (meer) wat met het christelijk geloof hebben. Het hoofdstuk – vooral de parabel – wordt gebruikt door politici of opiniemakers om maatschappelijk onrecht of schrijnend grote sociale tegenstelling aan de kaak te stellen. Dat is op zich prima. Dank de Heer voor alles wat niet-gelovigen en gelovigen doen in de inzet voor een betere, eerlijkere samenleving.

Toch zit er wel een adder(tje) onder het gras als je zo leest. Je ziet op deze manier het belangrijkste over het hoofd. Sterker nog: het zou zelfs kunnen dat je je – ongezegd en terwijl je dit prachtige hoofdstuk gebruikt – verzet tegen de diepste boodschap die klinkt in deze heftige toespraak van de Heer.

Want Jezus toespraak is scherp en hard: vroeg of laat krijgt ieder mens ontslag van dit leven. Jezus beroept zich hierin op bijvoorbeeld een wijsheidspsalm als Psalm 49 (liturgie). Beeldend wordt daar gezegd dat rijk of arm, bloedband, (on)aanzienlijk er eens niet meer toe doet: geen mens redt van de gruwelijke ondergang, de dood. En dan, zegt Jezus, moet íeder mens zich verantwoorden voor de rechter. Dan helpt helemaal niks. Geen geld. Geen positie. Alleen de rechter; hij oordeelt en hij spreekt vrij. Alleen hemelse redding geeft perspectief voor nu (dit leven) én dan (na dit leven).

Het is daarom niet een hoofdstuk om maar eens een maatschappijbetoog te houden maar een heel benauwend hoofdstuk. Dat wordt alléén anders, en dan ook hélemaal anders, als je heel goed luistert. De kern van dit hoofdstuk zit in het einde. Bij die ‘iemand die opstaat uit de dood’ (16:31). Ineens begint het te blinken. De dood, dat grote beest, wordt overwonnen! Dat is bevrijdend, dat is nieuw. Dat is vervulling van Psalm 49 (‘God koopt mij vrij van de macht van het dodenrijk’, vers 16). Dat is bevrijding van oordeel dat ieder mens wacht.

Je moet dit hoofdstuk, zoals vaker bij de parabelen van Jezus, daarom ook van achteren naar voren lezen. In die merkwaardige opmerking dat zelfs iemand die uit de dood opstaat niet wordt geloofd, profeteert Jezus over zichzelf.

Jézus is de uitkomst van Mozes en de profeten (16:29, cf. Joh.5:39). Voor een echt beter leven is redding nodig; de dood en opstanding van Jezus (16:31). Jezus is de losprijs voor velen (Matteus 20:28, Marcus 10:45). Jézus is het.

Precies zoals Jezus het hier zegt, gebeurt het later ook. Zelfs een leeg graf (Matteus 28:11-15) en een nieuw-begeisterde-gemeente (Handelingen 2) overtuigen de wereld niet. Het hemelse leven is naar hier gekomen. Redding en oordeel hebben te maken met luisteren naar Jezus. Laat jezelf los en kom naar de redder van je lichaam en ziel.

En ga dan nog eens luisteren naar dit hoofdstuk. Vanuit Jezus’ dood en opstanding. In hem wordt alles anders. Kijk maar:

Wij zeggen/voelen altijd: álles draait om geld, de economie. Kom je aan iemands geld…. Berg je. Als de cijfers van de economie goed zijn (CPB), veert heel de maatschappij weer op. Dan groeit vertrouwen. Dan wordt iedereen vrolijk en durven we te besteden. Economie is de reus van vandaag.
Jezus zegt het precies andersom: als jij te vertrouwen bent met ‘kleine dingen’… (16:10, BGT). Dát is geld. Het kleine in betrouwbare of onbetrouwbare handen. Vanuit de dood en opstanding van Jezus is geld en bezit klein. Groot is voor Jezus: het geheim van het Koninkrijk. Jezus zelf.

Kijk mee met de orde van Jezus. Als jij goed kunt omgaan met het kleine kan God jou ook het grote, ‘werkelijk belangrijke dingen’ (16:11 NBV) toevertrouwen. Hoor je dat: God wil dat jij zijn betrouwbare mens wordt. In alles. In relaties, in geld, je inzet. Dat is het punt. Dat is grootst.

In het licht van Jezus wordt alles anders. Kijk maar:

Wij zeggen, als het gaat over geld en goed: ‘de graaicultuur’ moet worden aangepakt want die bezorgt ons alle malaise. En dan de bankierscultuur voorop,  ‘het (hele) systeem’ – en misschien ikzelf als consument ook een beetje –  moeten worden veranderd. Het is waar: doe vooral wat je kunt doen, te beginnen bij jezelf. Natuurlijk.

Maar Jezus begint helemaal aan de andere kant. Hij begint bij catechisatie, bij godsdienstonderwijs: wíe dien je? Je kunt geen twee goden dienen (16:13). Je zult altijd de ene meer voorrang verlenen ten opzichte van de ander.

Hoor je dat? Jezus stelt je een levensvraag. Jezus is geen zakkenroller maar een hartendief. Hij geeft en vraagt een hartekeuze. Kies eerst voor de enige, echte God die we kennen in Jezus. Hij geeft vertrouwen. Kijk dan naar je portemonnee, de economie, je hart, je zakgeld, enzovoort.

Er zit wederkerigheid in dit hoofdstuk. God wil dat wij Hem vertrouwen; zijn grootste kado; Zijn zoon. Dan kan ons, op onze beurt, veel worden toevertrouwd: kleine dingen zoals geld en goed en heel grote dingen; de geheimen van het Koninkrijk van de hemel.

3         Het geluk van geven.
Nu zeg je wellicht; ja en amen, maar hoeveel moet/mag ik nu betalen? En moet/mag het aan de kerk of net zo goed of zelfs beter aan andere (goede) doelen?

Je hebt gelijk. Het evangelie wordt altijd concreet. Dat zit ook prachtig in dit hoofdstuk. Er staat dat de Farizeeën hun neus voor Jezus ophalen (de NBV is hier toch mooier dan BGT die zegt ‘lachten hem uit’). Waarom worden ze nijdig? Omdat zij geldzuchtig waren (16:14). Ai.

Het evangelie van Jezus raakt.
Jezus raakt je in je hart. Mensen beginnen óf te honen óf te geloven.
Jézus maakt en is het verschil.
Mensen halen hun neus op of trekken hun portemonnee.
Jezus raakt je. In je hart. In je portemonnee.
Hij raakt je in de manier waarop je in relaties leeft.
Het evangelie raakt je in je manier van nadenken en je manier van Bijbellezen.
Het evangelie raakt je in je denken over het inzetten van je gaven die je krijgt.

En dat doet, naast dat het prachtig is, ook altijd zeer. Daar zit altijd iets in van wat de bijbel bekering noemt. Nieuw worden. De ellende van de rijke man (NB: anoniem ‘de rijke man’; tegenover de met name genoemde Lazarus! Bij ons is het precies andersom: talloze namelozen verdrinken in de Middellandse zee in hun vluchtpoging naar een beter leven – maar bij God zijn zij bekend!) is niet dat hij rijk is. Hij liet zich niet raken door de arme Lazarus en door het concrete woord van zijn God (uit het Oude Testament) over die arme Lazarus. Hij is zijn eigen middelpunt.

Dat is dan ook de meest simpele, bijbelse oproep van vanmorgen: geef zo dat het je raakt. Dat het zeer doet; kan ik dit wel missen?

Het Oude Testament kende tabellen, tienden. Het Nieuwe Testament gaat veel verder. Laat je niet beheersen door geldzucht (Hebreeën 13:5). Dat is het niveau van Jezus uit Lucas 16: wie dien je; wie is je heer? Geven is een levenshouding: geven maakt gelukkiger dan ontvangen (Handelingen 20:35). We zien daarin Jezus zelf. Hij werd arm om ons rijk te maken (2 Korintiërs 8:9).

De houding waarin geven boven ontvangen staat, heb je niet van de ene op de andere dag. Helemaal eigen zal die ons ook niet worden. Maar we beginnen wel. Om te beginnen leer je dat door hierover thuis, in je studentenhuis, gezin, in de wijk concreet te maken. ik ben benieuwd: gebeurt dat in de gemeente? Doen jullie dat thuis?

Als er weer geld nodig is, kun je heel makkelijk denken: nu de vluchtelingenhulp elders of hier, maar een tijdje geleden was er ook al een noodoproep. Ja. Alweer. Laat je raken. En natuurlijk: als het een keer niet kan, kan het een keer niet. Er is geen wet dan de wet van de liefde. Bespreek het met elkaar. Wat heb je? Wat krijg je? Wat geeft en vraagt de Heer van je? Een levenshouding dat geven gelukkiger maakt dat ontvangen, dat kunnen we elkaar alleen leren door open en eerlijk het gesprek aangaan. Dat je leert om je genoeg van de Heer te krijgen (GK 110).

Ga daarom vooral geen (grote) discussies aan of je voor de kerk moet geven of voor een ander doel. In de lijn van Efeze (vorige zondagen) kun je zeggen: het goede leven begint in de gemeente van Jezus. Hier is te zien dat mensen het aan niets ontbreekt (Psalm 23). Zo was het in Handelingen waar de eerste gemeenteleden elkaar gaven wat nodig was. Zo bloeide de samenleving van Jezus op. Daar zie je een glimp van wat de nieuwe samenleving is als Jezus terugkomt in de onderlinge zorg die zo rijk is dat de gemeente ook naar buiten toe overhoudt en wil geven. Zo begin je in de gemeente iets te zien van het grote geheim; dat Jezus alle machten heeft overwonnen. De macht van de (zonde)dood. De macht van geld; de mammon, ‘dat ellendige geld’.

Jezus is Heer.

—–

Welkom
Votum
Groet
GK 133: 1a, 2v, 3m 4en5a
10 woorden
Opwekking 192 (Ik kom Uw heiligdom binnen)
Gebed
Lezen Lucas 16
Psalm 49: 3, 4 en 5
Verkondiging: geven maakt gelukkiger dan ontvangen
1. De enige afgod met een naam.
2. Betrouwbaar in het kleine.
3. Het geluk van geven.
GK 110: 1a, 2v, 3a, 4m en 5a
Dankgebed en voorbede, afgesloten met
GK 158
Collecte
Psalm 148: 4 en 5
Zegen
Verdere ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s