Belijdenis doen als way of life

Preek over Matteüs 10:32&33 en Filippenzen 1:6. In deze dienst vindt openbare geloofsbelijdenis plaats en wordt tweemaal de heilige doop bediend. Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst.

Gemeente van de Heer

1       Belijd Jezus!
Straks ga jij, …, belijdenis doen van je geloof in God de Vader, Zoon en Heilige Geest. Een moment waar jij, jullie en wíj – de gemeente – naar hebt/hebben uitgezien.

Soms zijn er van die dingen die wil je meemaken. Ze zijn zomaar weer voorbij, maar toch. Vorige week vrijdag, bijvoorbeeld, hebben we thuis de TV aangezet toen meneer Trump president van de VS werd. Normaal kijken we rond die tijd op vrijdagmiddag/avond een film ofzo. Maar nu even niet. Er is zoveel gebeurd in de verkiezingst(r)ijd in de VS. En er hangt spanning in de lucht: wat gaat er gebeuren nu deze man president wordt? Dan moet je toch even kijken. En luisteren. Wat zegt hij? Hoe wordt erop gereageerd? Het is een kort moment. Maar van groot belang.

Als je straks belijdenis gaat doen, is dat net zo. Dat is klein. Even naar voren. Een paar vragen. Een ‘ja’, een lied en een zegen – en het is weer voorbij.

Als we naar onze Heer Jezus luisteren ontdekken we hoe groots dit moment is. De Heer zegt: wie mij erkent (belijdt, Statenvertaling) voor de mensen, erken (belijd) ik bij mijn Vader in de hemel. Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel (Matteüs 10:32 en 33).

Zo groots is belijdenis doen. De hemel luistert mee. Een ‘ja’ dat wordt doorgegeven naar de hoge, heilige God zelf die in Jezus onze Vader is. Jezus geeft dat woord hoogstpersoonlijk door. Hoe belangrijk de belijdenis is, merk je daar aan dat de Heer het ook omdraait. Als je hem níet belijdt, blijft het stil in de hemel. Je naam klinkt daar niet. Een ernstig woord van onze Heer. Hij zet je voor de keuze. Hij is het.

Nu is er een aantal dingen bij deze tekst dat onze aandacht nodig heeft om er beter zicht op te krijgen.

Allereerst: Jezus heeft dit lang geleden gezegd tegen zijn discipelen. We kunnen deze woorden niet zomaar/direct op onszelf toepassen. Het hoort bij een lange toespraak van Jezus waarin hij zegt wat ze moeten doen en wat hen te wachten staat (Matteüs 10:1-42). Voor de discipelen – later de apostelen – brak er een buitengewoon spannende tijd aan. Het evangelie van Jezus’ sterven en opstanding moesten zij de wereld inbrengen (Matteüs 28). Het was cruciaal dat dat gebeurde. Het was de opstartfase van de verspreiding van het goede nieuws. Daarin hadden de apostelen een bijzondere aanstelling en positie gekregen. Het bijzondere van dat moment merk je aan alles in die rede van Jezus. De volgelingen werden voorbereid op tegenstand (vers 19 en verdere). Heftige taferelen van verdeeldheid in gezinnen (vers 21). De discipelen werden ook bemoedigd: de Geest zal je helpen (vers 20). Aan alles merk je: het komt erop aan. In díe situatie ontkennen dat je bij Jezus hoort, is hetzelfde als deserteren uit het leger op het moment dat het oorlog wordt. Dat komt je duur te staan. Het kan je zelfs je leven kosten. In díe situatie uitkomen voor Jezus dat is je leven(staak).

Hoewel we deze tekst niet een-op-een kunnen toepassen op ons leven nu, blijft staan dat het doorklinkt hoe wezenlijk de keuze voor Jezus is. Als het evangelie door de wereld gaat blijkt dat. In het boek Handelingen van de apostelen worden mensen – ongeacht de cultuur waarin ze leven en ongeacht de maatschappelijke positie waarin ze verkeren – bekend gemaakt met Jezus. Allen worden ze uitgenodigd. Er wordt op aangedrongen hem te belijden als Heer. En als mensen, geleid door de Geest, voor Jezus kiezen worden ze gedoopt. Ze krijgen het teken van het burgerschap van de hemel. Hun naam is bekend in de hemel, bij God (straks krijgen we dat te zien bij de bediening van de heilige doop). En deze mensen krijgen dan ook de opdracht om te laten zien wie Jezus is. Van hem te getuigen. Hem te belijden. Op die manier staan alle christenen in de rij van de discipelen die Jezus hier, in Matteüs 10, aanspreekt en voor de keuze stelt. En zo krijgen de woorden van Jezus over het belijden of het ontkennen van zijn naam betekenis, tot op de dag van vandaag.

Misschien ben je er vandaag bij in verband met de belijdenis of de doop en geloof je niet in God. Hoe komen de woorden van Jezus op je af? Ik denk dat Jezus iets vraagt als: waar leef je voor? Waar doe je het voor? Wat zou jouw antwoord zijn op die vraag? Ik hoop dat je deze dienst op een goede manier met ons kunt meemaken en iets ziet van wat ons beweegt, hoop geeft.

Er is nog iets dat goed is om te bedenken bij deze tekst. Als je vandaag belijdenis doet in de kerk, is dat een plechtige gebeurtenis. De Heer heeft voor de precieze invulling van belijdenis doen in zijn gemeente geen aanwijzingen gegeven. De kerk heeft in de loop van de eeuwen verschillende manieren gekend voor het belijdenis doen.

Maar waar het om gaat bij het doen van belijdenis waarover Jezus spreekt is dit: dat je hem steeds erkent, in alle situaties van je leven. Voor de discipelen betekende dat: op het moment dat ze in de synagoge kwamen, voor een koning of gouverneur werden gebracht (zie vers 18 en verdere). Voor ons is dat weer anders. Wij leven in een tijd die het christelijk geloof de rug heeft toegekeerd. We hebben het wel gehad met God. Wij hebben het geloof tot achter de voordeur teruggedrongen. Het is louter een privézaak. En er is ruimte om je geloof te belijden in bijeenkomsten of anderszins (al lijkt de ruimte daarvoor smaller te worden[1]).

Kijk; in die situatie kunnen wij, gelovigen, ons – misschien ongemerkt – gaan gedragen naar wat de meerderheid vindt, wat de sfeer in onze cultuur nu eenmaal is. ‘Ik doe belijdenis in de kerk’ – zeggen we dan. Of: ‘ik kom ervoor uit in God te geloven door zondag naar de kerk te gaan.’ Nou, dat is mooi. Dank de Heer. En iedereen tevreden. Allemaal respect voor elkaar; op z’n westers.

Maar zo is het niet met het evangelie. Dat laat zich niet achter een deur of een (kerk)muur terugdringen. In Matteus 10 merk je nu juist dat Jezus wil dat zijn evangelie overal bekend wordt. Zijn volgelingen zijn zijn belangrijkste instrumenten daarvoor. Als die volgelingen op hun werk zijn – en wel eens een praatje maken met hun collega’s. Als die volgelingen samen komen in de gemeente – en van daaruit plannen bedenken om het evangelie verder te brengen (zie dienst van twee weken geleden), meedoen aan de voedselbank of collecteren voor goede doelen. Door trouw te zijn richting elkaar en andere mensen. In daden en woorden (in onze tijd waarschijnlijk in die volgorde). Het belijden van Jezus is een way of life.

Juist hierom danken we God vandaag. Want zo leven: dat doe jij … allang. Vanmiddag wordt zichtbaar en, in je ‘ja’ hoorbaar hoe je leven geleid is. Dank de Heer. Hij wordt geprezen in jouw ‘ja’ waarvan wij getuigen zijn.

2       God is trouw.
‘Dank de Heer’; dat brengt me naar de brief aan de gemeente te Filippi. Een  brief waar we aan het begin van dit seizoen een paar keer naar hebben geluisterd in het kader van het huisbezoekthema. De dank spat ervan af in die brief. Dat is geen goedkope, makkelijke dank. De gemeente lijdt omdat ze in Jezus gelooft (1:29). Ze strijd ook in en voor dat evangelie (1:27). Zo staan ze precies in een lijn met de eerste discipelen van Jezus (Matteus 10).

Nu staat er iets heel moois in deze brief. Het is een tekst die ik jou en jullie vandaag in het bijzonder wil meegeven:

Ik ben ervan overtuigd dat hij die dit goede werk in u begonnen is, het ook zal voltooien op de dag van Christus Jezus (1:6).

….: kijk terug naar wat God al in je leven gaf. Je kreeg al zoveel. Van…. maak(te) van dichtbij mee wat geloven in God betekent. Je kijkt terug en zegt: als ik het vergelijk met de tijd dat we nog in … woonden, dan zie ik dat ik gegroeid ben in m’n geloof. Je volgde de Alpha-cursus. Je had gesprekken met … . Je draaide mee met het veertigdagenproject. Heel mooi wat je van dat project zei. Je zei: op de eerste avond dat we samen kwamen, hadden we gelijk al pittige gesprekken. Maar het kan want je vertrouwt elkaar. Wat gaaf! Juist vertrouwen missen we zo in onze samenleving, nu er zoveel gescholden, gedreigd wordt – en erger. Je hebt gemerkt dat het anders kan, in de gemeente van Jezus.

Maar er is nog wat. De gemeente was in meerder opzichten een instrument van God om te verder te helpen. Een poos geleden zei… op het moment dat we avondmaal vierden in de gemeente: wordt het niet eens tijd dat je mee gaat doen? Tja….! Wordt het niet eens tijd!? Het voelde voor jullie samen ook zo.

Misschien nog wel het mooiste dat …. laatst tegen jullie zei: waarom ga jij, …., wel aan het avondmaal en jij,…., niet? Dank God voor de kinderen in de gemeente! Want leg het maar eens uit. Dat is gelukkig niet meer nodig. Volgende week vieren we DV het heilig avondmaal. En dan vieren  jullie samen. Dank de Heer! Voor wie hij is. Voor alles wat hij geeft.

Kijk steeds terug naar wat hij deed en gaf. Paulus zegt: hij die begonnen is, hij zal het ook voltooien. Wat een schitterend woord. Dat is meer dan een bemoediging. Dit is (en blijft) het fundament van ons geloof. Het is niet een beetje van Maggi en een beetje van mezelf. Gód werkt. Jézus geeft de opdracht (Matteus 10 & 28). De Geest overtuigt en houdt je bij de les. In dat krachtenveld krijgen wij leven. En ontvangen we leven, geloof. Ontvang dat steeds als een kado van God (cf. Efeze 2:10). En natuurlijk: dan belijdt je Jezus steeds. En beloof je ook te vechten tegen je verkeerd-ik. En geef je je gaven in dienst van Gods koninkrijk; in en buiten de gemeente.

Tot slot nog kort iets anders. In de eerste plaats: wat fijn dat jullie,….., er ook zijn met jullie gezinnen, met het oog op de bediening van de heilige doop. Jullie, …, hebben gezegd dat jullie in de afgelopen tijd steun hebben gehad aan de gemeente, ook in praktische ondersteuning. Dank de Heer daarvoor. ….: jullie getuigden in het bezoek dat ik bracht van jullie geloof. In jullie familie maakten jullie vorig jaar een ingrijpende gebeurtenis mee. Jullie geloof in God is daardoor, zo lijkt het wel, alleen maar sterker geworden. Niet alleen wil ik jullie wijzen op deze tekst die getuigt van Gods trouw. Paulus getuigt van die trouw met het oog op de voltooiing. Twee keer in dit stukje staat het vlak na elkaar: de dag van Christus Jezus (vers 6 en 10). Ontvang zo, beide ouderparen, deze dag als een bemoediging. Niet alleen de gemeente is er: om elkaar te helpen, om je gaven te geven. Jezus komt. Hij die zijn discipelen de opdracht gaf om het evangelie de wereld in te brengen (Matteus 10 & 28). Hij die belooft om er steeds bij/voor ons te zijn (Matteus 28:20, slot).

—-
[1] Zie mijn brief Eigen geloofspapieren (NRC Handelsblad, 17 augustus 2016).

Voorbeeldliturgie

Welkom
Votum
Groet
Psalm 100: 1 tm3 http://www.denieuwepsalmberijming.nl/1-berijmingen-psalm100.html?code=215
Gebed
Kinderen naar kring
Lezen Matteüs 10:32 en 33 en Filippenzen 1:1-11
Verkondiging: Belijdenis doen als way of life
1 belijd Jezus!
2 Gods trouw.
Psalm 146: 1 en 4
Kinderen komen terug uit kring
Bediening van de heilige doop
Formulier 1
Na geloofsbelijdenis en gebed:
Zingen dooplied Sela https://www.sela.nl/liederen/76/doop.html
Na de bediening van de heilige doop aan
zingen we De Here zegent jou (kinderopwekking 185)
Na de bediening van de heilige doop aan zingen we Psalm 146:3
Opwekking aan gemeente
Openbare geloofsbelijdenis van ….
Opwekking 733
Zegen
Dankgebed en voorbede
Collecte
GK 70: 1, 2 en 3
Zegen
Feliciteren en verdere ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s