Jezus het levensbrood

Preek in de veertigdagentijd over Jezus die in de woestijn door de duivel verzocht wordt. Bestaat de duivel; hoe zien wij dat? Is het een soort tover-wedstrijd (‘maak van stenen brood’)? Lezen Matteüs 3:13-4:11, concentratie ligt op Matteüs 4:1-4. Voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst.

Veertigdagentijd
We leven in de veertigdagentijd. Op weg naar Goede Vrijdag en Pasen. Ik vraag me af: is dat voor u/jou een bijzondere tijd? In Duitsland is er – zo las ik – een oproep gedaan om in deze tijd je auto te laten staan. Of in ieder geval: minder te gebruiken. Een mooie, eigentijdse variant van het vasten.

Zomaar kan het zo zijn dat christenen allerlei mooie gevoelens hebben (of dingen organiseren) rondom Kerst maar dat het belangrijkste christelijke feest (1 Korintiërs 15:1-7) er, zeker in vergelijking met Kerst, bekaaid vanaf komt. Maar in een postchristelijke samenleving is het goed dat christenen markeren waar het om gaat. Christus is gestorven om onze zonden en opgewekt om ons leven recht en goed te maken (Romeinen 4:25). Laten we dat schitterende evangelie vasthouden en uitdragen, op welke manier dan ook.

In de erediensten doen we dat door stil te staan bij ‘de veertigdagentijd’ van Jezus zelf. Wat een bemoediging dat Jezus werd verzocht. Hoe vaak heb jij het dat je voelt/denkt: wat moet ik nú doen? Wát is wijsheid? Hóe kom ik hier uit? Wáárom luistert God niet? Hoezo sta ik er alléén voor?

Het evangelie zegt: Jezus is voor dezelfde dilemma’s komen te staan als wij (Hebreeën 4:15). Wij voelen/denken nogal eens: áls God bestaat, dan is Hij ver weg (hemel). Het evangelie zegt: God is in zijn zoon terecht gekomen in onze ‘wetmatigheden’ (Galaten 4:4). Jezus is op dezelfde manier verzocht als wij. Niet anders. Als je daarbij stilstaat en God zo vertrouwt, dan heb je een geweldige tijd naar Goede Vrijdag en Pasen. De Heer weet het; hij kent je, in alles (cf. Psalm 139).

Misschien vraag je je af: wat moest Jezus daar in de woestijn? Aan de ene kant denk ik dat we allemaal herkennen wat daar gebeurt. Je wilt er bijvoorbeeld eens een weekendje tussenuit. Of je gaat op retraite omdat je inspiratie nodig hebt voor je (nieuwe) baan. En als je even los bent van de dagelijkse sleur dan kom je op andere gedachten. Nieuwe perspectieven dienen zich aan. Of je bevraagt jezelf: waarvoor doe ik het eigenlijk? We herkennen de veertigdagen van Jezus in dit opzicht heel goed, denk ik. Het is niet voor niets dat in onze samenleving retraites en kloosterdagen steeds populairder worden. Want in onze cultuur ben je áltijd online. Van alle kanten komen prikkels op je af. Als je je daarvan afschermt in de stilte, gebeurt er iets nieuws. Dat kan naast bevrijdend ook bedreigend zijn. Want je bent alleen met je gedachten en verlangens. Met jezelf. De stilte. Zo staat Jezus veertig dagen los van het volk Israël. Alleen. Jezus wordt verzocht over macht, aanzien, vertrouwen, levensdoel. Wie ben je Jezus; waarvoor doe je het?

Zondebok
Toch is het goed om de verzoeking van Jezus nog iets beter te bezien. De proef hangt samen met Jezus’ doop (3:13-17). Johannes riep het volk op tot boetedoening omdat het koninkrijk van de hemel eraan kwam (3:2). Tot Johannes’ stomme verbazing komt de Heer van dat koninkrijk zélf naar voren om gedoopt te worden. Johannes wil het tegengaan, maar Jezus staat erop (3:14 & 15). Zo maakt Jezus zich gelijk met zondaren die boete doen, zich bekeren. En dan brengt de Geest Jezus in de woestijn (4:1).

Als je bedenkt dat Matteüs zijn evangelie voor Joden schreef, kan dit verzoeking in de woestijn maar een ding betekenen. Boetedoening en woestijn: dat gaat over de verzoendag die God had ingesteld. Symbolisch werden de zonden van Israël op een dier, een bok, gelegd en die werd de woestijn in gestuurd (Leviticus 16). Wég met de zonden. Uit de samenleving, de woestijn in. Zo wordt Jezus de woestijn ingebracht (‘gedreven’ zegt Marcus 1:12).

Gemeente: wat bevrijdend, dit. Want die zondebok; die kennen wij maar al te goed. Zeker omdat we gestempeld zijn door wat wel de joods-christelijke traditie genoemd wordt.
‘Het zijn de bankiers’ – zeggen we als het misgaat met de economie.
‘Het komt door diegenen die uit een andere cultuur komen’- zeggen we als we onzeker zijn over onze identiteit.
‘Jij bent begonnen’ – zeggen we als we ruzie hebben.
‘Ik ben ook zo slecht’ – zeggen we als we ons schuldig voelen.
We hebben allemaal zondebokken.

En dan komt de veertigdagentijd. Het evangelie zegt: het is Jézus. God wijst de gedoopte Jezus aan als zijn zoon (3:17). En de Geest van God maakt hem tot de zondebok en speelbal van de duivel. En Jezus loopt niet weg. Hij draagt. Hij verdraagt. En hij wint (4:12)! Gemeente: kijk naar hem. Leef dicht bij hem. En prijs de naam van de Heer, de enige naam die redt (Handelingen 4:12).

Duivel
Voordat we naar het eerste kijken waarin Jezus verzocht werd, is het goed te kijken naar de duivel. Ik zal in dit deel van de preek een paar stukjes herhalen van de preek van Hemelvaart[i], ook omdat veel jongeren toen op kamp waren (zonder wifi; dus dienst gemist J) en het wel belangrijk is om in de kerk soms eens stil te staan bij de duivel.

Vandaag gelooft bijna niemand dat de duivel bestaan. Logisch. Want God is afgeschaft in onze cultuur. Dus waarom zou de duivel er dan wel zijn?

Ondertussen profiteert de duivel daar het meeste van. Want zijn beste truc is dat hij mensen laat geloven dat hij niet bestaat. Toch valt het op dat onze cultuur wel degelijk oog heeft voor onzichtbare krachten. Er worden bijvoorbeeld regelmatig paranormale beurzen georganiseerd. Er zijn satans- of heksenbijeenkomsten in delen van (‘verlicht’) Europa. Mensen uit andere dan westerse culturen die zich tot Jezus bekeren, spreken regelmatig van negatieve, geestelijke krachten die hen proberen tegen te houden of hen kwaad willen doen. Soms tot op het fysieke toe.
Maar je kunt ook aan iets anders denken als het over de duivel of kwade krachten gaat. Onze cultuur wordt bijvoorbeeld geconfronteerd met ontwrichtende krachten in aanslagplegers (IS-terroristen). En we spreken wel over een ideologische/spirituele leegte in onze westerse cultuur en dat daar bedreigende kanten aan zitten omdat leegte negatieve krachten kan oproepen.

Kortom; als je het hebt over kwade krachten of de duivel, is onze cultuur dubbel. Een directe reactie op de vraag of de duivel bestaat, zal misschien ‘nee’ zijn. Maar dat er meer is tussen hemel en aarde, of dat er bepaalde ontwrichtende krachten zijn; daar zullen velen ‘ja’ op zeggen.

De Bijbel zegt eenvoudigweg dat de duivel er is. Maar nu moeten we goed opletten, gemeente. Want de duivel heeft niet één truc (ons laten geloven dat hij niet bestaat). De duivel is veel geniepiger. De duivel heeft minstens twee trucs – en die trucs hebben met elkaar te maken. Zijn tweede truc is namelijk dat wij, als we ontdekken dat de duivel bestaat, veel te veel ontzag voor hem hebben. Sommige christenen spreken of denken zo over de kwade machten en duivel dat het erop lijkt dat er twee heren/heersers zijn die min of meer aan elkaar gelijk zijn. Alsof de duivel een soort van de gelijke van Jezus zou zijn – en zij met elkaar een hele strijd moeten voeren wie de winnaar is. De goede tegen de slechte of zoiets.

Wat heeft de duivel een plezier als je ook maar een beetje zo begint te denken. Want zo begint hij op hetzelfde niveau te komen als Jezus; je kijkt zo hoog tegen hem op. En precies dat (die eer krijgen; zie de eerste twee geboden van de wet) is zijn doel!

Maar, God zij dank: zo is het niet. De duivel is een schepsel. Een hoge engel die in opstand kwam. Jezus is Heer. Jezus is ‘God uit God, licht uit licht… geboren, niet geschapen’ (geloofsbelijdenis Nicea). Dat is het geheim van het evangelie. Geen uitvinding van de kerk uit de 4de eeuw, zoals sommigen zeggen. Matteüs duidt dat geheim al aan als hij zegt dat in de Jezus HEER zelf naar zijn volk komt (Jesaja 40 geciteerd in Matteüs 3:3).

Dat Jezus zo is, merk je prachtig aan het evangeliestuk van de verzoeking in de woestijn. Alhoewel de verleiding reëel is(Hebreeën 4:15), weerstaat Jezus de duivel met een enkel woord. Jezus verjaagt hem ook zo (4:10, zie ook Matteüs 16:23).

Beproever
Zo kijken we naar de aanduiding die de duivel hier krijgt. De beproever (de Bijbel in Gewone Taal mist helaas deze subtiele aanduiding van de duivel). Geniepig gaat hij te werk. Denk niet dat de duivel pas komt na de veertig dagen. Hij is er al die tijd. Hij wacht zijn kans af. De duivel begint als Jezus het niet meer uithoudt van de honger. ‘Als jij de zoon van God bent, zeg dan tegen die steen dat het een brood wordt’. Wat sluw. Want geen woord van de duivel is onwaar (wat in dit geval juist niet wil zeggen dat het wél waar is). Sterker nog: twee keer hoor je in de woorden van de duivel een echo van wat nog maar net geleden klonk als goddelijke woorden. Jezus ís de zoon van God (3:17). Fijn toch; die erkenning? En Johannes hád gezegd dat het goddelijk werk is om stenen te veranderen in datgene wat God welgevallig is (3:9). Laat het maar zien!

Gemeente: als we goed naar onze Heer blijven kijken, zien we meteen waarvan we bevrijd worden. We moeten niet focussen op de duivel maar op datgene wat hij ons wil laten geloven; een half evangelie, een lookalike christelijk geloof, een echo-evangelie; dáárvan bevrijdt Jezus ons. Dat wat erop lijkt, is het niet. En dat is het dan ook helemaal niet. Vooral leert deze geschiedenis ons hoe belangrijk het is om elke dag het gebed van de Heer te bidden:

Leid ons niet verzoeking maar
verlos ons van de boze (Matteus 6:13).

Christelijk leven ís leven in verzoeking. Wat kunnen het er veel zijn. Wat kan het zwaar zijn. Maar: kijk op! Verlos ons, leert Jezus ons bidden. Dát hebben we nodig. Hem hebben we nodig die niet in de woestijn kwam om zichzélf te bewijzen (‘maak toch brood als je honger hebt; je bent toch Gods zoon’?) maar om óns te verlossen en bij te staan. Jezus verlost van onze zonden en van onze neiging de fout bij een ander neer te leggen; Jézus is de zondebok geworden. En Jezus verlost ons door ons niet los te laten als wij wél bezwijken in verzoeking. Zo leert Jezus ons het een volgende beter te doen door naar hém te kijken. Hij is de ster van dit verhaal.

Moet je bang zijn voor de duivel? Nou; we moeten hem niet onderschatten. Jezus leert ons om ons in het gebed tegen hem te wapenen (cf. Efeze 6:10 e.v.). Je zou de duivel kunnen vergelijking met de Balrog (Lord of the Rings). Gandalf houdt hem tegen met zijn staf en zijn woord. Maar terwijl de Balrog naar beneden valt, de diepte in, let Gandalf even niet op en pakt de Balrog hem nog net beet – en trekt hem mee de diepte in. Zo is het vandaag ook. Jezus heeft de duivel met Gods woord weerstaan. En veel meer: hem verslagen op Golgota. Jezus heeft alle macht (Matteüs 28:16 e.v.). Maar als wij niet steeds naar Jezus kijken en dicht bij hem leven, is de strik van de duivel zomaar te sterk (Efeze 4:27, 1 Petrus 5). Achteraf sla je je dan voor je kop. Het recept is: blijf dicht bij Jezus en geloof in zijn goddelijke kracht.

Levensbrood
Tot slot nog aandacht voor het woord waarmee Jezus de duivel weerstaat. Misschien denk je: hoe kan dit nou een punt zijn? Wat maakt het nou uit!? Het kan wat absurd overkomen; een achteraf-plek (woestijn) en is het een toverwedstrijd (brood-uit-stenen-maken) ofzo? Het kan voor ons westerse mensen allemaal wat vreemd aandoen.

Laten we nog even goed luisteren. We hebben net gezien dat de duivel echoot (4:3) wat er net is gezegd: God kan uit stenen gelovigen mensen maken (3:9) en God had gezegd dat de gedoopte Jezus zijn zoon is (3:16). Dáár begint de duivel over. Ben jij echt de zoon, Jezus? Toe dan; even een kleine demonstratie a.u.b. Als Jezus Gods zoon is, dan gaan voor de duivel alle alarmbellen af. Als het koninkrijk van de hemel eraan komt (3:2) dan is het paniek in het rijk van de duivel. Als de duivel de kóning van dat rijk te pakken krijgt; dan is zijn truc die hij bij Adam en Eva inzette voltooid – en kan niets hem meer bedreigen. Wie de evangeliën doorleest, valt het op: hoe vaak komt de duivel daar wel niet in voor. In kwade geesten. Maar ook in de woorden en daden van de volgelingen van Jezus (Matteüs 16, Lucas 22).

Vooral in het antwoord van Jezus valt het op wat er aan de hand is. Jezus grijpt steeds terug op de preek (Deuteronomium) van de grootste profeet van het Oude Testament, Mozes. Jezus wil geen brood maken voor zichzelf. Jezus zegt: een mens leeft van alles wat uit Gods mond komt. God voorziet. Abraham heeft dat moeten leren (Abraham proef in Genesis 22, zie preek daarover). Israël moest dat leren, toen ze door de woestijn trokken – waar geen eten was (Deuteronomium 8, Jezus citeert dat woord). Toen het volk het land in kwam en volken moest aanvallen die veel sterker waren dan zij. Steeds weer: vertrouw je God? Dat is het punt.

En jij? Wat doe jij – als je de weg niet (meer) ziet? Als wantrouwen het wint? Als je onrecht wordt gedaan? Als angst je om het hart slaat?

Daar staat Jezus. Alleen. Bijna dood van de honger. Kijk naar die stenen – zegt de beproever. Denk aan je afkomst, je identiteit (Gods zoon). Toe! Hoe snel gaat het niet precies zo zoals de duivel het hier voorstelt. In ons leven. Daarvoor kunnen wij zelfs allerlei Bijbelteksten gebruiken. Of rechten ontlenen aan de aan ons gegeven genade.

Jezus staat in de woestijn. En Jezus kijkt op. Hij is de echte zoon van Abraham. Jezus is de Israëliet die in de woestijn alles van God verwacht (Deuteronomium). Jezus is Adam en Eva die – wat iemand anders ook zegt – dicht bij het gebod van God blijft. Jezus is de zondebok die de last van de zonde op geen enkele manier verlicht – maar die draagt. Achter deze woestijn van de veertigdagen doemt een woestijn op die eindeloos heter, droger, woester en onoverkomelijk uitputtender is. Golgotha. De leegte van het door God vervloekte bestaan (Genesis 3, Romeinen 8). Jezus’ honger en dorst om dat bestaan recht te zetten (Matteüs 5:6) is groter dan zijn honger naar brood op dat moment. Jezus gelooft dat God er zelfs op Golgotha in zal voorzien (Johannes 19:30, Psalm 22). En daarom slaat de zoon van Abram, de zoon van God niet de zijweg in van het maken van brood. Jezus wil zelf brood worden – brood dat eeuwig leven geeft (Johannes 6:30-40). Inderdaad: hij is de zoon; hij in wie de HEER zelf komt (3:18 en 3:3).

Het is slikken voor de duivel. Zijn rijk staat op barsten. Het is feest in de hemel omdat op aarde voor het eerst helemaal (honger naar) het recht van God leeft en heerst. De schepping gaat niet verloren. De Schepper blijft haar trouw en komt haar, in zijn zoon Jezus, persoonlijk tegemoet.

De preek is nu bijna af. Ik begon met de veertigdagentijd. Duitsers (sommigen, neem ik aan) laten hun auto staan. Is het voor jou een bijzondere tijd? Protestanten worden hier en daar wat Rooms-katholieker, ook in de bewustwording van het belang van het je houden aan het kerkelijk jaar. Vandaag is het evangelie van Jezus’ honger naar recht je voorgehouden.

Gelukkig ben je als je van die honger de smaak te pakken krijgt.

[i] Zie hier voor die preek over 1 Petrus 3:22 en 5:8 en zie ook hier voor mijn artikel over het hoofdstuk over de zonde en de duivel uit de meest recente Nederlandse dogmatiek (de Christelijke Dogmatiek).

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
PvN 84
Nieuw leven in Christus (Romeinen 12 BGT)
LB 834 (Vernieuw Gij mij): 1 tm 3
Gebed
Kinderen naar voren (Marcus 14:12-25 Jezus viert Pesach)
Zingen GK 45
Kinderen naar kring
Lezen: Matteus 3:13-4:11
Verkondiging Jezus is het brood dat leven geeft
1. Veertigdagentijd
2. Zondebok
3. Duivel
4. Beproever
5. Levensbrood
LvdK 442 (Jezus ga ons voor): 1a, 2m, 3v en 4a
Dankgebed en voorbede afgesloten door
GK 37: 7 en 8
Kinderen komen terug en vertellen
Collecte
Psalm 33: 3 en 6 uit de nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/1-berijmingen-psalm33.html?code=2173&category_id=1
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s