De geloofsbelijdenis van Boromir

Korte overdenking met het oog op avondmaalsviering. Tekst: Johannes 1:1-18. Voorbeeldliturgie onderaan de preek.

Gemeente van de Heer

Ken je de film The lord of the Rings (In de ban van de ring)? Vanmorgen staan we stil bij een persoon uit die film: Boromir. Boromir is de oudste zoon van de Stadhouder van het koninkrijk Gondor. Eens zal hij zijn vader als Stadhouder opvolgen. Als Boromir hoort van de ring en de geweldige kracht die de ring geeft, wil hij – net als ieder ander trouwens – die ring hebben. Zo, denkt Boromir, kan hij ervoor zorgen dat het koninkrijk Gondor niet ten onder gaat. Zo kan hij Stadhouder worden.

Nu heeft Boromir een probleem. Er loopt iemand rond, een zekere Stapper. Al ziet hij er, eerlijk gezegd, niet zo uit: er wordt gezegd dat hij aanspraak maakt op de koninklijke troon. Als koning is die Stapper dus méér dan de Stadhouder. Gondor, de Stadhouder en dus ook Boromir zelf, zou de koning moeten erkennen en gehoorzamen. Maar Boromir denkt daar anders over. Hij denkt aan zijn eigen koninkrijk, Gondor. Aan zijn eigen toekomstperspectief. Hij wil Stadhouder worden. Die Stapper en zijn pretenties kunnen de pot op. Bovendien: die Stapper stelt niks voor. Hij ziet er niet uit als een koning. De claim op de troon kan Stapper toch nooit waarmaken, denkt Boromir. Hij doet dan ook een uiterste poging om de ring te bemachtigen.

Maar dan gaat het fout. De vijand komt eraan. Boromir wordt dodelijk getroffen door hun pijlen. Stapper schiet Boromir te hulp. Hij doet wat hij kan. Maar voor Boromir komt de hulp helaas te laat. Stapper en Boromir kunnen nog net een paar woorden wisselen voordat Boromir sterft.

Opvallende woorden. Boromir geeft toe dat hij zo zwak en stom was om de ring te willen pakken. Hij ziet nu in dat Stapper beter en sterker is dan hij. En Stapper troost Boromir. Stervend spreekt Boromir zijn laatste woorden uit:

‘I would have followed you my brother, my captain. My king.’
Ik had je gevolgd, mijn broer, mijn kapitein/voorganger. Mijn koning!

Eindelijk!

Eindelijk zegt Boromir hoe het is. Stapper – ook al zie je het nog niet – is koning. Ook Boromirs koning. Als je deze scene ziet, denk je: had Boromir nou maar eerder erkend dat Stapper koning is. Dan hadden ze samen zoveel kunnen doen/betekenen. Voor het koninkrijk Gondor. Maar nog veel meer.

Maar vooral denk je: gelukkig. (Net) op tijd ziet Boromir in hoe het zit. En erkent hij het. Voordat hij sterft.

Het verhaal van Boromir en Stapper is het verhaal van het evangelie. Jezus wil erkend worden als koning. Dat hebben we de afgelopen weken ontdekt in het luisteren naar Marcus.[i] Jezus is de koning in wie Gods koninkrijk komt. Hij is ‘de zoon’ (van God, Marcus 12:6). Hij is de munt die ons schatplichtig maakt aan God (Marcus 12:17).

Maar, mensen, wat een verzet tegen deze koning! Mensen willen hem maar niet erkennen. Ze hebben zo hun eigen koninkrijkjes.  Ze denken aan hun eigen leven. Aan hun eigen belangen, ook als ze met Jezus meelopen. Jezus’ volgelingen (bek)vechten bijvoorbeeld over wie van hen de belangrijkste is. De geestelijk leiders zien, net als Boromir, hun posities bedreigd. Ze willen hem opruimen. Aan alle kanten wordt Jezus’ koningschap aangevochten. Hij is in die zin net als Stapper; zijn koningschap wordt niet erkend.

Het gebeurt dan ook zoals Jezus had gezegd (Marcus 12:7): de koning wordt aan de kant gezet. Jezus wordt gekruisigd. Pas na Jezus’ dood komen sommigen tot inkeer. Zij leren dan te zeggen wat Boromir als laatste woorden zei: mijn Heer, mijn God (Johannes 20:28)! Onze koning.

Met het oog op het avondmaal vanmorgen lezen we uit Johannes. Zo wisselen we voor een keer af. Juist om scherper te zien. Want in Marcus zit het evangelie als ware als een geweldige schat verborgen. Je moet goed luisteren. En soms diep graven om het te ontdekken. Bij Johannes ligt dat anders. Daar wordt de schat meteen onthuld en in volle glans getoond.

Johannes schreef zijn evangelie het laatst, nadat de andere evangeliën er al waren en rondgingen onder christenen. Johannes begínt, om het zo te zeggen, met de belijdenis van Boromir:

  • Gód was het Woord zegt Johannes 1c. ‘Het Woord was God’ is veel te voorzichtig vertaald[ii];
  • Gód – die het Woord was (1c) – is mens geworden (1:14);
  • De enige Zoon, die zelf God is, heeft ons God – die niemand ooit heeft gezien – leren kennen (1:18).

Alsjeblieft!

Aan alle kanten straalt hier het ‘grote mysterie van het geloof’ (1 Timoteüs 3:16). Mocht je ooit op een onbewoond eiland terecht komen of in de gevangenis vanwege je geloof en geen Bijbel hebben, probeer je dan dit stukje te herinneren. Meer (evangelie) heb je niet nodig.

Nu wij vanmorgen avondmaal vieren, doen wij mee met Johannes. We beginnen de week met de erkenning dat Jezus koning is. In ons dagelijks leven lijkt het vaak meer op hoe Marcus het zegt: het is zoeken, soms met een lampje, naar de goddelijke Heer. Maar vanmorgen doen we het anders. We beginnen met het stralende geheim. We besluiten we verstandiger te zijn dan Boromir die het pas op het einde van zijn leven erkende; mijn koning. Wij zeggen het nu. We leven van de dood van de koning. Dat is avondmaal vieren. We zoeken het in hem. Hij is de gastheer van de tafel en de koning in hemel en op aarde (Matteüs 28:18).

Daarom vanmorgen ook een woord voor jullie, jongeren. Zou je mee willen vieren? We hebben het daar wel eens over op catechisatie. En er zijn best dingen die je ervan af kunnen houden. Wil je je verbinden aan een/de(ze) gemeente? Ben je zelf al zover? Zou je niet eerst meer levenservaring moeten hebben? Of je staat niet echt stil bij het evangelie.

Ben je als Boromir; het duurde bij hem heel lang voordat hij ‘belijdenis deed’ (mijn koning!). Wil je eerst zelf dingen op orde krijgen? Ben je als de discipelen die nog vooral met andere dingen bezig waren? Kijk vanmorgen naar wat er gebeurt. Ook als je belijdenis doet (hebt gedaan) zul je dit soort vragen blijven houden. Geloven is een proces, soms zelfs een hele strijd. Maar het avondmaal zegt waar het om gaat in het evangelie. Wij kunnen er nog niet uit zijn. Boromir verzette zich zowat z’n hele leven tegen die ene zin. Maar het evangelie zegt: hoe dat ook allemaal is: Jezus ís koning. Erken hem. Belijd het: mijn koning!

—–
[i] Deze preek hoort – is de ‘vreemde eend’ – bij een serie preken over Marcus (2017/2018). Hier vind je een korte inleiding op die serie en een overzicht daarvan.
[ii] Zie een preek hierover.

Voorbeeldliturgie

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s