Petrus zegt dat iedereen geïnspireerd wordt door Gods Geest. Wat betekent dit? En hoe verhoudt dit woord zich tot het feit dat er ouderlingen en diakenen zijn – die vandaag bevestigd worden?
Gemeente van de Heer
1 Pinksteren: in Jezus wordt alles nieuw.
Vorige week was het Pinksterfeest. De Geest komt met kracht en vuur in zijn gemeente en in zijn wereld. Ieder wordt uitgenodigd om Jezus te kennen. De gave van en opdracht tot berouw, inkeer en geloof; vruchten van Golgota en Pasen. Wij staan in die Pinkstertraditie. Hoe gereformeerd ook; we zijn een Pinkstergemeente. Dat werd vorige week o.a. duidelijk in de dienst van openbare geloofsbelijdenis.[i] Dank de Heer voor zijn goedheid en trouw.
Vandaag worden de nieuwe ambtsdragers bevestigd. Om goed perspectief te krijgen op al die gaven en bijzondere gebeurtenissen gaan we (nogmaals) luisteren naar Petrus’ toespraak op Pinksteren. We luisteren naar het begin van zijn toespraak, het deel dat we vorige week zondagmorgen oversloegen.[ii]
Toespraak Petrus.
Allereerst valt het op dat Petrus laat zien een volgeling van Jezus te zijn. Hij begint niet met zijn overtuiging of met wat hij ervaren heeft. Hij opent de Schrift. Precies wat Jezus doet op Pasen (Lucas 24:13-36 en 24:45). Uiteraard is die legitimatie van belang omdat hij gaat spreken tot mensen die vertrouwd zijn met Gods stem in de Schrift. Toch valt er veel uit te leggen. Petrus zegt dat de Geest een nieuw licht laat schijnen op de profetieën, te beginnen die van Joel:
Aan het einde der tijden, zegt God,
zal Ik mijn Geest uitgieten over al wat leeft
(Joël 3:1, Handelingen 2:17).
Hoe is dit op te vatten? Bezielde de Geest eerder ook niet al het leven? Zeker wel toch. Hier gaat het vaak over tijdens Pinksteren. Ook in bepaalde kerkelijke discussies. Denk aan de plek van vrouwen in de kerk. In vers 17 en 18 gaat het er immers over dat ‘zonen en dochters profeteren’ dat ‘de Geest uitgegoten is over dienaren en dienaressen’. En dan gaan we discussiëren.
Eindtijd (laatste dagen). Wat betekent dat?
Maar er is iets dat belangrijker is en als eerste aandacht verdient. Een thema dat de andere zaken in het juiste perspectief zet. Petrus begint zijn toespraak bij het centrale thema van Joël. Dat is het thema ‘het einde der tijden’ (laatste dagen).[iii] Alle profeten hebben het over ‘de dag van de HEER’, ook wel ‘de dag’ of ‘die dag’. Er zitten steeds twee kanten aan ‘die dag’; oordeel en bevrijding.
Golgota en Pasen centraal.
Nu de Geest is gekomen valt het kwartje bij Petrus. Hij begrijpt dat de profeten spreken over Golgota en Pasen (cf. 1 Petrus 1:10&11). ‘De dag van de HEER’ heeft een gezicht heeft gekregen. Het is Jezus en die gekruisigd en opgestaan.[iv] Hij maakt alles anders. In Jezus neemt God het heft definitief in handen. Hij schakelt over naar een nieuwe orde. Daarom is er geen onderscheid meer tussen mannen en vrouwen, tussen Joden en Grieken, tussen jongeren en ouderen (Handelingen 2:17- en 18, cf. Handelingen 10:34 en Galaten 3:27). Jezus heeft de ban gebroken. De hemel is geopend (Handelingen 7:56).[v] Iedereen komt recht voor God te staan en wordt in zijn dienst genomen.
Dit is belangrijk. Begin niet bij ‘de plek van de man of de vrouw in de kerk’ want dan begin je scheef. Begin ook niet bij ‘de jongere’ of ‘de oudere’ in de gemeente is of wil en wat dat betekent voor je gemeente want dan is je startpunt niet goed. Begin bij Jezus. En kijk allemaal naar hem. Dan geeft de Geest wat nodig is. En dan word je net als Petrus getuige van wie Jezus is en wat hij doet, ieder met de gave die de Geest hem/haar geeft.
Barensweeën.
Petrus spreekt over de eindtijd die begonnen is. Het is goed om kort bij dit bijzondere woord stil te staan. Bij spannende gelegenheden hoor je christenen nog wel eens beginnen over de eindtijd en de tekenen daarvan. Bij Corona en de Corona-maatregelen gebeurde dat bijvoorbeeld. En als er spanning is in het Midden-Oosten en dan met name rondom of in Israël hoor je christenen wel eens zeggen dat de eindtijd aanbreekt of snel aanbreken zal. Allerlei Bijbelteksten worden daarbij genoemd.
Ja, het kan stormen in je leven en in Gods wereld. De Bijbel noemt dat (barens)weeën. Probeer te midden van die spanning niet te vergeten wat God doet en belooft.
Petrus zegt in Pinkstertoespraak dat de eindtijd begonnen is. Dat is voor ons tweeduizend jaar geleden! God heeft de meest beslissende stap gezet in Jezus. En Gods koninkrijk is niet te vatten in onze tijdsmetingen (2 Petrus 3:8), of dat nou 2020 (Corona) of nu is met zoveel gruwelijk geweld in Israël en Gaza, al helemaal sinds oktober 2023.
Daar komt wat bij. Als het gaat over het Midden-Oosten en Israël is het ook zaak om naar Pinksteren en het Bijbelboek Handelingen te kijken. Bij die ‘eindtijd’ gaat het in de Bijbel niet over één volk (Israël) of één gebied. Het onderscheid valt juist weg dankzij Jezus. Vorige week hebben we erbij stilgestaan hoe moeilijk het voor Petrus was om dat te leren en dat nog wel eens terugviel in zijn oude manier van denken waarbij het om Gods volk Israël ging.[vi] Laat dat voor ons ook een les zijn. Zonder dat je Gods bijzondere weg met Israël kunt of mag uitgummen – en ook daarom is het zaak meer dan alert te blijven als het om antisemitisme gaat – is het duidelijk dat het God om alle landen, culturen en volken gaat.[vii] Op Pinksteren realiseer je je dat Jezus ‘Heer van de volken’[viii] is. Heer van de kosmos. Heer van alles en allen. Wij belijden zijn komst in majesteit en zijn rijk zonder einde (Nicea). Leef met hem en richt je op zijn komst. En als je moeite, verdriet of spanning ervaart doe dan dit: zing en bid de Psalmen. Die liederen zijn bedoeld voor crisistijd en geven je wat je nodig hebt om Gods mens in zijn wereld te zijn.[ix]
2 Dien de Heer met de gaven die je krijgt.
Goed, even op een rij waar het tot nu toe over ging:
- als Petrus vervuld wordt met de Geest doet hij de Bijbel open (cf. Lucas 24:45). Jezus is de vervulling van de profeten.
- ‘De dag van de HEER’ (eindtijd) breek in Jezus aan en
- zijn eindeloze geluk is bestemd voor alle volken.
En dan nu verder. Wat betekent dit stukje voor ons?
Heer centraal.
Volgens mij allereerst een bemoediging. Een voorbeeld. Na de belijdenisdienst van vorige week sprak ik met een aantal gasten die de dienst bezochten. Wat me opviel is dat ze het geheel van de dienst aansprekend vonden en daardoor geraakt waren. De verschillende getuigenissen van jullie die belijdenis deden, de liederen en de muziek, het persoonlijke karakter van de dienst en het evangelie dat in alle facetten van de dienst doorklinkt. Een zuster zei tegen me: ‘de Here staat hier centraal; het gaat echt om Hem.’ Dat vond ik het mooiste om te horen. Dat betekent volgens mij: jullie, gemeente, zijn die mensen op wie de Pinkstergeest is uitgegoten, zoals Petrus het zegt. In alle diversiteit en met alle gaven gericht op die ene Heer. Vrouwen en mannen doen mee. Ouderen die getuigen van Gods trouw. De jongeren die getuigen van God. Het vuur van Pinksteren laat zich niet doven. Het vindt z’n weg en heeft ons bereikt zodat wij het op onze beurt weer verder brengen – tot de dag van Jezus.
Gavengericht.
Wat dat betreft hebben we met het gavengericht gemeente-zijn een heel wezenlijk jaarthema aan de orde. De Geest heeft de leiding. De Geest deelt gaven uit. Aan wie Hij wil. Wat Hij wil. De setting – hoe we ons opstellen, wat onze gewoonte/cultuur is – is dienstbaar aan het telkens meer tot z’n recht laten komen van die gaven. Ik heb het idee: we zijn goed op weg en/maar het zou me ook niet verbazen als er op heel wat punten groei ontstaat op de weg van het gavengericht gemeente-zijn. Laat de Pinkstergeest werken. Waaien. Om te beginnen in je eigen leven. In de gemeente. In Gods wereld.
Ieder doet mee.
Wat betekent dan dat de Geest iedereen zal bezielen? Vaak wordt gezegd dat het in het Oude Testament maar mondjesmaat was. Enkelingen die door de Geest waren aangesteld (profeet, koning, priester). Daar zit iets in. Maar het is niet de kern. Het betreft vooral het werk ‘geen onderscheid’ van de Geest waar het hier om gaat. Ieder doet mee. Diegenen van wie je het niet verwacht worden genoemd: Handelingen 2:17b en 18 zeggen:
Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren,
jongeren zullen visioenen zien
en oude mensen dromen dromen.
Ja, over al mijn dienaren en dienaressen
zal Ik in die tijd mijn Geest uitgieten
zodat ze zullen profeteren
Altijd bestaande grenzen worden doorbroken. Tot slaafgemaakten die lid waren van Jezus’ kerk delen in de Geest. Vrouwen die een ondergeschikte positie hadden ten opzichte van mannen krijgen de Geest en worden profetessen. En in een setting waarbij ouderen het gezag hadden is het optreden van jongeren even veelzeggend. Ouderen die het wel gezien hebben en door levenservaring weten hoe alles zit worden meegenomen in onverwachte vergezichten. En waar het Joodse volk geroepen was priester te zijn (Exodus 19:6) worden niet-Joden nu net zo goed met die naam aangeduid (1 Petrus 2:9). God is in Jezus en door de Geest bezig om alles voor te bereiden op zijn komst waarin heel zijn schepping en al zijn mensen dienstbaar zullen zijn aan zijn glorie.
Het is begonnen voor wie gelooft; zonder onderscheid, zonder aanzien des persoons.
De plek van ouderlingen en diakenen.
Misschien denk je: mooi, maar niet zo slim op dit aan de orde te stellen tijdens een dienst waarin ambtsdragers bevestigd worden. Je zou zelf kunnen denken: als de Geest aan allen is gegeven; wat doet de kerk dan nog met ouderlingen en diakenen? Iedereen is ambtsdrager. Belangrijker: Geestdrager.
Je hebt in zoverre gelijk dat ik in tegenstelling tot de vorige jaren niet een ‘aparte’ tekst heb uitgekozen om bij de dienst van diakenen en ouderlingen stil te staan (en die zijn er genoeg). Het is vooral zaak om hier met enige nuance en ontspanning naar te kijken. Het is de apostel Petrus die zegt dat allen Geestdrager zijn (hij is en blijft die apostel). Allen zijn Geestdrager en toch is het zaak om, als er gedoe komt, gelovigen voor bepaalde leidinggevende taken aan te stellen (Handelingen 6). Als er nieuwe gemeentes ontstaan is er altijd sprake van ouderlingen en diakenen. Het is niet of-of maar en-en. Ieder ontvangt de Geest. Ieder krijgt een bepaalde plek.
In zijn brief brengt Petrus dit mooi onder woorden als hij de oudsten/leidinggevenden toespreekt. De Bijbel in Gewone Taal zegt dan:
Leiders van de kerk, luister
(1 Petrus 5:1 Bijbel in Gewone Taal).
Deze vertaling zit ernaast.[x] Die doet wat heel wat mensen vandaag ook doen als ze spreken over ‘kerkleiders’ of ‘prominenten’ van kerkverband x of y of ‘de baas’ van die-en-die kerk. Zo is het niet. Petrus zegt iets anders. Hij zegt:
Ik doe een beroep op de oudsten onder u
(1 Petrus 5:1 Nieuwe Bijbelvertaling).
Dit is de lijn van Pinksterfeest. De oudsten/leidinggevenden horen bij de gemeente. Ze krijgen hun plek vanuit het midden van de gemeente.
Ouderlingen en diakenen; neem zo je plek in in de gemeente. Je komt terecht in het spanningsveld van de Geest. Enerzijds is de kerk geen democratie. Ambtsdragers letten erop dat de kerk kerk blijf; ‘van de Heer’. Dat betekent dat je bezig bent met het heilig evangelie zoals de apostelen het ons hebben doorgegeven. Anderzijds heb je erop te letten dat de gaven die de Geest aan allen geeft groeien en bloeien. En dat die zaken die die groei in de weg staan worden gesnoeid en/of aan de kant gezet. Neem zo je plek in in Jezus’ dienst en leef tot een zegen voor zijn gemeente.
Gave.
Ik rond de preek af. De Pinkstergeest komt met kracht en in vuur. Ieder wordt door die Geest geïnspireerd. Ontdek welke plek de Geest je geeft. Welke gaven Hij je geeft en zet die in in Gods koninkrijk.
======================================
[i] Zie Een gebed in de brief van dankbaarheid. Preek Filippenzen 1:9-11 in dienst met openbare geloofsbelijdenis.
[ii] Zie De Geest komt met kracht en vuur. Pinksterpreek Handelingen 2:36.
[iii] Zie De dag van de HEER komt eraan. Preek Ezechiël 7 en zie tweede inleidende preek Hosea 1.
[iv] Zie preek Ezechiël 37 op Goede Vrijdag.
[v] Zie preek Hemelvaart Handelingen 7:56.
[vi] Zie Pinksterpreek bij voetnoot ii hierboven.
[vii] Zie preek God zaait het land in met mensen. Hosea 2.
[viii] Zie preek (delen) Ezechiël 25-32 Jezus. Heer van de volken.
[ix] Zie bidden met de Korachieten. Korte inleiding over preken over de Psalmen 42-49.
[x] Zie Dank God voor alle gaven. Preek 1 Petrus 5.
Liturgie
Welkom en afkondiging kerkenraad
Votum GK en
groet
Amen (GK)
LB 218:1a, 2m, 3v en 4&5a Dank U
Gods geboden
GK Psalm 50:7 en 11
Terugblik op het jeugdseizoen
Opw. 44 Geprezen zij
Gebed
Kinderen naar voren
Hemelhoog 503 God kent jou
Kinderen naar kring
Lezen Handelingen 2:14-21 (lezer: enige introductie is nodig. Het is Pinksteren. De Geest is uitgestort Petrus spreekt zijn volksgenoten toe)
Verkondiging van het evangelie
LB 686:1tm3 De Geest des Heren…
Bevestiging ambtsdragers
DNP Psalm 134:1 en 2
Dankgebed en voorbede
Collecte
LB 971 alle verzen (Zing een nieuw lied)
Zegen
Amen (GK)
Verdere ontmoeting
==== einde ====