Jezus, Heer van de volken. Preek over (delen uit) Ezechiël 25-32

We luisteren verder naar Ezechiël: delen uit de hoofdstukken over Gods oordeel over de volken (hoofdstuk 25-32). We lezen 25:1-7 en 28:1-10 en 28:24-26. Nieuwtestamentisch gezien gaat het hier om Jezus, Heer van de volken. Wat betekenen deze hoofdstukken voor ons? Een opvallend punt: de beschrijving van Tyrus lijkt over (het ontstaan van) de duivel te gaan (Ezechiël 28:11-19). Ik werk dit punt kort uit in voetnoot xiii. Een voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst.

Gemeente van de Heer

1         Bevrijdend recht.
Soms is een voetbalwedstrijd niet eerlijk. De scheidsrechter is bijvoorbeeld een thuisfluiter. Wat is dat irritant voor de uitspelende partij. Je wilt dan nog maar een ding: een eerlijke scheidsrechter zodat het een (echte) wedstrijd wordt.

Ezechiël hoofdstuk 25-32 gaat over een scheidsrechter. Maar dan niet een scheidsrechter voor (alleen maar) voetbal. Maar een scheidsrechter voor alle volken, landen en culturen. Een scheidrechter voor heel de geschiedenis en voor alle mensen.[i] God is die scheidsrechter. Hij zal iedere cultuur en ieder mens oordelen naar zijn/haar daden.

Nu we naar Kerst toeleven en Jezus’ komst in majesteit verwachten[ii] herkennen we in deze goddelijke scheidsrechter onze Heer Jezus Christus (‘alle volken’, Matteüs 25:32).[iii] Jezus komt om alles recht te zetten. Een dag van oordeel en bevrijding. Met het oog op die dag vieren wij vandaag avondmaal.

Ook in zijn oordeel is God betrouwbaar.
Het boek Ezechiël zit knap in elkaar. Hoofdstuk 24 was de laatste aankondiging van de ondergang van Jeruzalem.[iv] En in hoofdstuk 33 staat dat Jeruzalem inderdaad verwoest is. De tussenliggende tijd is een soort adempauze. Een pauze die benut wordt: de volken (heidenen) krijgen, net als Gods eigen volk, met Gods oordeel te maken (Ezechiël 25-32). De voor Ezechiël zo typerende zin ‘je zult weten dat Ik de HEER ben’[v] wordt nu ineens toegepast op de (heidense) volken. God is immers God en Hij is Schepper van heel de aarde.[vi] Niemand staat buiten zijn gezag. Geen mens. Geen land. Geen atheïst. Geen christen. Kijk eens hoe Gods oordeel ter sprake komt in Ezechiël 25-32:

  • Zeven volken worden aangesproken. Het getal van volheid. En net zoveel volken als indertijd in Kanaän woonden en verjaagd moesten worden (Deuteronomium 7, cf. Amos’ profetieën tegen 7 volken).[vii]
  • Precies evenveel verzen zijn er in het eerste deel (25:1 – 28:23) als in het laatste deel van de oordeelsaankondiging (29 – 32 over Egypte).
  • En midden tussen die twee oordeelsaankondigingen in staat de belofte dat God zijn eigen volk zal verlossen en eindeloos geluk zal geven (Ezechiël 28:25 en 26). ‘Ze zullen weten dat Ik de HEER ben’ (28:26) klinkt hier niet als dreigement maar als muziek in de oren.

Zie je dat? Bij oordeel denk je misschien aan willekeur of aan chaotische toestanden. Maar Ezechiël 25-32 is tot in detail geordend. Daar gaat een signaal van uit. God wéét wat Hij doet. Ook als God oordeelt is Hij veilig en betrouwbaar (Psalm 36). En Gods doel is zonneklaar: redding en geluk.[viii]

2         Kerst en de dag van de Heer.
Daarom staat er vanmorgen ook een keurig geordende tafel klaar. Dat is in lijn met de geordende oordeelshoofdstukken Ezechiël 25-32. Wit is het kleed. Keurig gesneden het brood. Stoelen staan netjes naast elkaar. Ik probeer niet te morsen als ik de wijn in de beker schenk. Waarom is dat zo? Omdat wij zo netjes zijn, onbesproken christenen? Omdat wij zo goed mogelijk proberen te leven of beter zijn dan anderen? Alsjeblieft zeg! Natuurlijk; je bent blij en dankbaar als de Geest je helpt om te leven zoals God het wil. Zeker. Maar een van de formulieren zegt waar het op staat bij de avondmaalsviering:

Niet in/om mezelf maar in/om Christus! Met Jezus ben ik gekruisigd en daarom leef ik niet meer maar hij in mij (Galaten 2:19 en 20).

Dat is een mooie samenvatting van Ezechiël 25-32. God is een scheidsrechter die de regels bepaalt. Hij geeft een nieuwe orde. God redt zowel gelovigen (Gods volk) als niet-gelovigen (volken/heidenen) door een oordeel uit te spreken over alle zonden en wonden en vooral door te zeggen dat ALLEEN HIJ eerlijk, trouw en goed is. Kom naar mij met al jullie lasten, zonden en wonden: ik geef rust – zegt de Heer Jezus eeuwen later (Matteüs 11:28-30).[ix] Die uitnodiging klinkt vanmorgen. Kom. Eet en drink. Gedenk en geloof. Het kostbare lichaam en bloed tot vergeving van al onze zonden. Zijn Geest om nieuwe mensen van ons te maken, gereed om God en de naaste lief te hebben.

Bevoorrecht.
Toch kijken we nog iets specifieker. Waarom oordeelt God de volken? Allereerst omdat ze lachen om het lot van Israël (25:3) of Israël slecht behandelen (25:12). Hier klinkt iets moois in door. God laat voelen: Israël blijft – ook al ik haar straf – mijn volk, mijn ‘vrouw’ (Ezechiël 16) – en bemoei je niet met onze relatie.[x] Hier klinkt Gods positieve drive, zijn naijver/jaloezie, in door (cf. Ezechiël 5:13).[xi] God houdt van zijn volk.

Dat mag ons vandaag bemoedigen, gemeente. Heel wat mensen doen vandaag schamper over de kerk of gelovigen omdat we een minderheid zijn. Maar we zijn Gods minderheid. En daarom zijn we waardevol. Wat anderen daar ook van zeggen of denken. Laat je nooit een minderwaardigheidscomplex aanpraten vanwege je geloof in Jezus. Integendeel. Je bent bevoorrecht omdat je Jezus kent.[xii] Dat beseffen we als we avondmaal vieren. We zijn Gods bevrijde kinderen.

Kerst.
En dan is er nog iets waarover God specifiek oordeelt. En dat heeft alles met Kerst te maken. God oordeelt over hoogmoed, grootheidswaanzin en egocentrisme. Het duidelijkst blijkt dat in het oordeel over Tyrus (Ezechiël 28). Die vorst/stad dacht God te zijn.[xiii] Dat is de oerzonde (Genesis 3). Maar wat een misbaksel word je als je zo leeft. Tyrus wordt een afperser die over lijken gaat om maar rijker en rijker te worden. In het met Ezechiël te vergelijken Bijbelboek Openbaring komt ‘Tyrus’ terug in het afschrikwekkende Babel, de tegenpool van de hemelse bruid Jeruzalem (resp. Openbaring 17/18 en 21). We gaan delen uit die hoofdstukken vanmiddag lezen. Tyrus/Babel is geen bruid maar een hoer. Zij staat symbool voor een dwarsdoorsnede van alle zonde en opstand tegen God: moord, seksuele zonden, afgodendienst, onverzadigbare hebzucht en leugen en, ten diepste: haat tegen God(s evangelie) en zijn heiligen en profeten (Openbaring 18:3, 8 en 24). De dag van de HEER (Ezechiël 30:3, cf. Ezechiël 7[xiv]) maakt een einde aan alle menselijke hoogmoed en trots (Jesaja 2:12). Alleen God is hoog verheven.

Gemeente als we dit horen dan slaat de schrik ons om het hart. We vluchten. De avondmaalstafel is een nooduitgang; geen luxe-diner. Weg weg van alle zonden. Om te beginnen die van jezelf. En weg van de zonden in en van onze cultuur. De cultuur van het rijke Westen.[xv] De cultuur waarin alles kan en mag zoals ik het wil. Een cultuur waarin we als goden/godinnen beschikken over ons leven en onze dood.[xvi] We vluchten naar hem die precies het tegenovergestelde is en doet van wat Tyrus is en doet. Tyrus dacht God te zijn maar misdroeg zich (Ezechiël 28). Wij rennen naar hem die werkelijk God is en omwille van ons behoud een nederig mens werd (Filippenzen 2, Nicea). Zo verslaat God zonden en geneest Hij wonden. Door die op zich te nemen in zijn lieve zoon, onze Heer Jezus Christus. Jezus is Heer. Heer van de volken. Ezechiël 25-32 wordt vervuld in de lofzang van Maria, de moeder van de Heer Jezus: heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien (Lucas 1:52).

Begin alvast.
De preek is nu bijna uit. Ik begon met voetbal en het verlangen naar een eerlijke scheidsrechter. Want je wilt een echte wedstrijd. Zou er voetbal zijn als Jezus straks terug komt? Wat denk je? Vast wel. Maar als de scheidsrechter komt waar Ezechiël al van profeteert, gaat het om méér. Het gaat om alles. Om het hele leven. Wat een festijn zal het zijn als we bij hem zijn: werk, sport, ontspannen genieten, eerlijke verdeling van rijkdom, goede verhoudingen tussen culturen, schone luchten, aantrekkelijke steden, schitterend platteland, duurzame relaties – noem maar op. Zo zal het zijn.

Begin alvast een beetje zo te leven, gemeente. Dat is de opdracht die bij Ezechiël 25-32 hoort. Doe dat niet in eigen kracht/inzicht. Maar in hem, Jezus, Gastheer van de avondmaalstafel.


[i] De idee dat het in het Oude Testament alleen maar gaat om het geheel (en het individu niet gezien wordt) klopt niet. Zie bijvoorbeeld een preek over Ezechiël 18 (over de vraag wie voor wat schuldig is) en zie het indrukwekkende Ezechiël 33.
[ii] Kerst kijkt niet terug maar vooral vooruit, zie Jezus komt eraan (preek Advent) en Edward Snowden voorspelt Jezus’ komst.
[iii] Er ligt een mooi verband tussen Ezechiël en Matteüs: in Ezechiël 34 wordt geprofeteerd over een goede herder die de schapen  van de bokken scheidt. Jezus komt hierop terug in zijn beroemde parabel in Matteüs 25. Zie ook een preek over Matteüs 11:20-30. In dat gedeelte wordt Matteüs 25 voorbereid.
[iv] Zie Hoe de wereld op haar einde loopt. Preek Ezechiël 24.
[v] Zie inleidende preek Hoe indrukwekkend is God en zie KNOWN. Inleiding op de prekenserie over Ezechiël.
[vi] Dit punt is en van de belangrijkste onderliggende onderwerpen van heel Ezechiël. Men dacht God te kunnen opsluiten (tempel) of te verbinden aan een plek of volk. Daarom opent Ezechiël met Gods majesteitelijke verschijning IN BABEL (en niet, zoals men toen zou verwachten, in Jeruzalem). Zie preek over hoofdstuk 8 (afgoden) en hoofdstuk 11 (Gods vertrek uit de tempel) en hoofdstuk 1 (Gods majesteit in Babel).
[vii] Hier klinkt in door dat Gods verlossingsplan vernieuwd moet worden. Dat werd al duidelijk in de hervertelling van Gods volk Israël in Ezechiël 15, 16 en 20 zie preek Ezechiël 15 en preek Ezechiël 16 en Hoe God ons een spiegel voorhoudt (preek Ezechiël 20).
Voor het oordeel over de volken in Kanaän zie Laat het oordeel aan God. Over geloof en geweld (2015). En zie Gods oordeel over de volken in Kanaän (themadienst).
[viii] In Jeremia (die net als Jesaja en andere profeten, zoals Amos) Gods oordeel over de volken uitspreekt blijkt duidelijk dat God zelfs de redding van de volk voor ogen heeft!
[ix] Zie De rust die Jezus geeft. Preek Matteüs 11:28-30.
[x] Zie Over geperverteerde seks en een gelukkig getrouwd stel. Preek Ezechiël 16.
[xi] Zie Profetie next level. Preek Ezechiël 4. Gods jaloezie blijkt ook uit Ezechiël 16 (zie bovenstaande voetnoot) en hierin dat God trouw is in vloek en zegen (preek Ezechiël 20:25 en 26).
[xii] Zie Over de bijzondere positie en opdracht die God je geeft. Preek 1 Petrus 2.
[xiii] Ezechiël 28:11-19 is intrigerend. Het vraagt een aparte preek om daarbij stil te staan. Die preek houd ik (nu) niet. Heel kort het volgende: de verwijzingen gaan over Eden (paradijs), krachten (Cherubs) en kostbare stenen (zoals Gods priester die ook droeg, zie Exodus 28). Gaat dit over (het ontstaan van) de duivel? Je zou het haast denken – en die gedachte is niet vreemd. Toch denk ik van niet; nergens spreekt de Bijbel over het ontstaan van het kwaad/duivel om ons daarover uitleg te geven. Het kwaad in een indringer (Chr. Wright) – een kracht die hier niet hoort. Ik ben met een aantal uitleggers van mening dat eerder te denken is dat in Ezechiël 28 de kernzonde (God willen zijn) ter sprake komt als een zonde die (blijkbaar) voor ieder mens en voor iedere generatie/cultuur op de loer ligt. Je kunt niet zeggen: ‘tja, Adam/Eva hebben gezondigd’ of ’het is de schuld van de duivel.’ Allen hebben gezondigd en missen daardoor Gods heerlijkheid (Romeinen 3:23). Die werkelijkheid komt nadrukkelijk aan de orde in Ezechiël. Denk aan de hervertelling van Gods volk in de hoofdstukken 15, 16 en 20. Wil je verder met dit punt dan verwijs ik je naar:

[xiv] Zie De dag van de HEER komt eraan. Preek Ezechiël 7.
[xv] Zie Geven maakt gelukkig. Preek over Lucas 16. En zie Jezus zoekt echt durfinvesteerders. Artikel over economie en geloof (OnderWeg, 2015).
[xvi] Zie onder Veranderende cultuur in Homoseksualiteit en de kerk (blogpost XXL 2018) en zie Sterven en levensperspectief. Achtergronden bij het euthanasiebeleid in Nederland (De Reformatie 2014). En zie mijn korte brief in NRC over de zelfgekozen, publiek gemaakte dood van een echtpaar.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum en groet
Psalm 65: 1 en 2 https://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-65
Matteüs 22:37-40 (wet)
PvN 130 Uit de diepten
Gebed
Kinderen naar voren
Laat ons met elkander (opw. 25)
Kinderen naar kring
Ezechiël 25:1-7 en 28:1-10 en 28:24-26
Verkondiging Jezus: Heer van de volken.
GK 68:3 (U, die als Heer der heerlijkheid verrees tot heil der volken)
Viering heilig avondmaal (tafel). Als volgt:
Lezing evangelie (Matteüs 26:26-29)
Belijdenis Nicea
Opwekking 737 (Sela, Aan uw tafel), diakenen maken tafel gereed
Opwekking, nodiging en viering
GK 73 (Ik zag de hemel nieuw en nieuw de aarde) als afsluiting van de tafels
• Verzen 1 t/m 3 (na tafel 1)
• Verzen 4 en 5 (na tafel 2)
• Verzen 6 en 7 (na tafel 3)
Lofprijzing, dankgebed en voorbede
Kinderen komen terug en
Collecte
LB 439: 1 en 3 Verwacht de komst des Heren (Advent, in lijn van Ezechiël 25 en 28)
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.