We komen samen als kerken van het zogenaamde Klein Convent te Dordrecht. Er zijn drie bijdragen over Pasen naar aanleiding van 1 Korintiers 15. Hieronder mijn bijdrage.
Broeders en zusters in de Heer Jezus Christus
Apostel Pauls zegt:
Ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb… dat uw fundament is…. Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, dat Hij is begraven, dat Hij op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat en dat Hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf
(1 Korintiërs 15:3-5)
Naar aanleiding van deze fundamentele beginverzen van 1 Korintiërs 15 wil ik bij drie dingen stilstaan.
1 Pasen zet alles in een ander licht.
Het is opvallend dat pas in hoofdstuk 15 van de 1 Korintiërsbrief het fundament aan de orde komt.[i] Vergelijk 1 Korintiërs met Galaten en het verschil valt op. In Galaten valt Paulus met de deur in huis. In het allereerste vers van die brief noemt Paulus zich apostel van Jezus Christus en God, de Vader, die Hem (Christus) uit de dood heeft opgewekt (Galaten 1:1).[ii] En in vers 4 van datzelfde hoofdstuk spreekt Paulus erover dat Christus zich heeft gegeven voor onze zonden (Galaten 1:4). Waarom heeft Paulus het in 1 Korintiërs zo laat over het fundament van het geloof; Christus’ dood en opstanding? Wie een huis bouwt doet het andersom. Je zet eerst het fundament neer. Dan komt de rest.
Relativerend is te zeggen dat het fundament van het evangelie in deze brief al genoemd is. Paulus verkondigt alleen de gekruisigde Heer en heeft het zelfs over ‘de Heer der heerlijkheid gekruisigd’ (1 Korintiërs 2:1-8). Dat wil zeggen: in Jezus is God zelf mens geworden en aan de schandpaal genageld.
Geroepen.
Maar toch. Daarvoor is het al over verdeeldheid en zelfs scheuringen gegaan (1 Korintiërs 1:10vv). Wie verder leest in de brief schrikt. Partijschappen, borstklopperij, egotripperij, rechtszaken tegen elkaar aanspannen, seksuele zonden, een gemankeerde avondmaalsviering – alsjeblieft. Je snapt waarom deze gelovigen niet alleen heiligen worden genoemd maar ook geroepen heiligen (1 Korintiërs 1:2).
Opnieuw lezen.
Door al deze zonden en wonden te benoemen en daarin op te roepen tot bekering werkt de heilige apostel langzaam maar zeker toe naar het fundament.
Als het fundament is dat Jezus gestorven is voor onze zonden dan betekent dat het einde van de misstanden in de gemeente. Zo valt 1 Korintiërs 15 op z’n plaats. Dit hoofdstuk is geen informatie of een handige kapstok om de leer van de kerk helder te hebben. Dit hoofdstuk dwingt je de brief opnieuw te lezen
- de eigenwijze gemeente (1 Korintiërs 1) wordt geconfronteerd met Gods wijsheid als basis van nieuw leven.
- In plaats van allerlei mooie woorden (1 Korintiërs 4:20) gaat het om de reddende kracht.
- De oude manier van leven waarin je zelf heer en meester bent bestaat niet meer; doe de oude desem weg en wees als nieuw deeg… omdat ons Paaslam, Christus, is geslacht (1 Korintiërs 5:7).
- In plaats van verdeeldheid en ego-gedrag geeft Paulus liefdeshoofdstuk 1 Korintiërs 13 als voorbeeld. Uit liefde heeft God immers zijn enige Zoon gegeven (Johannes 3:16).[iii] Zo is er afgerekend met alle zonden en wonden en is de dood verslagen (1 Korintiërs 15).
1 Korintiërs is te zien als een voorjaarsschoonmaak. Alles wordt onder handen genomen. Als alles van de vloer is wordt die eerst geboend. Vervolgens komt alles als nieuw op z’n plek te staan. De goede orde is die van 1 Korintiërs 15. In het geheel van de Korintiërsbrief is dit hoofdstuk te zien als een oproep om de Heer te volgen, je kruis op je te nemen en te sterven aan je zondige ik.
Dit evangelie was nodig en is nodig voor Christus’ kerk. Het houdt je een spiegel voor. Er is een nieuwe dag begonnen.
Goede Vrijdag en Pasen centraal.
Als je er zo naar kijkt is er geen tegenstelling tussen 1 Korintiërs en Galaten. De overeenkomst is helder. Het gaat erom dat er een nieuw tijdperk is begonnen met Christus’ komst (Galaten 3:25 en 1 Korintiërs 7:29-31). Het oude is voorbij en Gods nieuwe schepping is begonnen (1 Korintiërs 5:7 en Galaten 6:14). Zet je vizier op scherp. Laten Goede Vrijdag en Pasen centraal staan in de kerk.
2 Naar de Schriften.
In de tweede plaats wil ik stilstaan bij de plek van de Schriften. Zowel Jezus’ dood als zijn opstanding zijn ‘naar de Schriften’ zegt Paulus. De kerk heeft dit gezien als wezenlijk. Het is terecht gekomen in de geloofsbelijdenis van Nicea.
Wie in de kerk is opgegroeid kijkt misschien niet zo op van deze zinnen. Je leert de Schriften al lezen met het oog op Christus. Je denkt mogelijk aan de geschiedenis van de Emmaüsgangers (Lucas 24:13-35).[iv] De Heer loopt met hen op en geeft hen een veeg uit de pan omdat ze niet geloven in alles wat de profeten over het lijden en de heerlijkheid van de messias gezegd hebben (cf. Lucas 24:45-48). Weer een ander denkt wellicht aan de wonderlijke opmerking bij het Paasevangelie van Johannes. Van een discipel wordt gezegd dat hij – geconfronteerd met het open graf en de opgerolde lijkdoeken – geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat Hij uit de dood moest opstaan (Johannes 20:8 en 9).[v]
Saulus’ en Paulus’ lezen van de Schriften.
Maar vergeet niet dat de brieven aan de evangeliën voorafgaan. 1 Korintiërs is een van de eerste christelijke documenten. Paulus is een Schriftgeleerde, een fanatieke Farizeeër (Galaten 1:13 en 14).[vi] Hoe las hij de Schriften?
Voor Saulus kon Jezus van Nazaret onmogelijk de messias zijn. Want wie aan een paal sterft is door God vervloekt. Dát zeggen de Schriften (Deuteronomium 21 en 27). Mogelijk heeft Saulus bij zijn vervolging van de mensen van ‘de Weg’ (christenen) deze Schriftteksten voor ogen gehad. Na zijn ontmoeting met de levende Heer wordt alles anders. Het dringt tot hem door waar de Schriften op uitlopen. Als geen ander heeft Paulus dit doordacht. Golgota gaat inderdaad over vervloeking. Maar dan zo:
Christus heeft ons vrijgekocht van de vloek van de wet door voor ons vervloekt te worden, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt’
(Galaten 3:13).[vii]
Achter het ‘naar de Schriften’ gaat bekering schuil. Het is niet een optelsom van een aantal teksten met een logische uitkomst. Redding door Golgota is Gods wijsheid die dwaasheid is voor weldenkende mensen en Gods kracht die aanstootgevend is voor diepgelovigen (1 Korintiërs 1:18-25). Christenen geloven niet in een boek. Het gaat in het geloof ten diepste om de ontmoeting met de Levende zelf. Zoek hem en leef – zegt het evangelie.
3 Apologetiek en Pasen.
Als derde, tot slot, een paar woorden over de verdediging van het geloof; apologetiek. 1 Korintiërs 15 heeft een bijzondere plek bij het onderstrepen van de echtheid van Jezus’ opstanding. Er zijn getuigen van de opstanding van de Heer. Ze worden met name genoemd. Kefas. Jakobus. Paulus zelf. Maar ook in het algemeen: alle apostelen. En maar liefst vijfhonderd broeders en zusters tegelijk van wie de meesten nog leven als Paulus dit schrijft. Alleen wie zeker is van z’n zaak durft het zo te zeggen, relatief kort na Pasen.
Verdediging.
Over apologetiek wordt verschillend gedacht.[viii] De Heer zelf verdedigde zich niet toen hij voor Pilatus stond. En Gods manier om zichzelf in Jezus te geven in de verafschuwde kruisdood[ix] noemt Paulus dwaasheid voor diegenen die God willen narekenen. De berichten over Pasen zelf in de evangeliën maken duidelijk dat er een cesuur ligt tussen Goede Vrijdag en Pasen (Johannes 20:17 e.a.). Wat betekent in dit geval ‘verdediging’ of ‘bewijs’?
Toch is er ruimte voor apologetiek. En ik denk dat het in onze post-truth-samenleving ook belangrijk is. We danken de Geest voor al die getuigen. Hoe bijzonder is het wat ons in veelvoud door de evangeliën en brieven heen naar ons is toegekomen. Christenen zijn uitstekend gedocumenteerd.[x]
Menswording.
Een aansprekend voorbeeld vind ik het boek The resurrection of God incarnate (2003/2010) van Richard Swinburne, emeritus hoogleraar godsdienstfilosofie van Oxford en apologeet.[xi] Nauwgezet gaat Swinburne na welke alternatieven er zouden kunnen zijn voor de opstanding van de Heer. Denk bijvoorbeeld aan grafroof – een gedachte die bij de sommige van de eerste leerlingen blijkbaar opkwam (Johannes 20:15). Swinburne bespreekt en weerlegt al deze alternatieven. Als een detective gaat hij te werk. Moet je niet concluderen dat het – hoe onwaarschijnlijk het jou misschien ook lijkt – waar is wat de evangeliën en de brieven ons in koor zeggen; Jezus leeft?
De manier van werken van Swinburne spreekt me aan. De Bijbel kan ons zoeken en vragen aan. Er zit een kracht in die groter is dan wij. Ik moet ook denken aan een woord van de Heer zelf. Tegen Pilatus heeft hij gezegd dat ieder die de waarheid is toegedaan, naar hem luistert (Johannes 18:37). Zoek waarheid en je vindt het onvoorstelbare evangelie van redding door Golgota en Pasen.
De titel van Swinburnes boek zegt het goed. Het gaat niet om een profeet of influencer die iets wonderlijks of zeer uitzonderlijks heeft gedaan. God is mens geworden. Zoals Paulus zegt: de Heer der heerlijkheid is gekruisigd (1 Korintiërs 2:8). Deze Heer heeft de dood overwonnen. Het is Pasen geworden.
De Heer is waarlijk opgestaan.
U zij de glorie, opgestane Heer.
[i] Zie preek 1 Korintiërs 15 (met verwijzing naar preken die daaraan vooraf gingen).
[ii] Zie Geroepen tot vrijheid. Inleiding prekenserie Galaten.
[iii] Zie preek Zo lief had God de wereld. Preek Johannes 3:16.
[iv] Zie Gaandeweg oog krijgen voor de Levende. Preek Lucas 24.
[v] Zie Paaspreek Johannes 20:1-10.
[vi] Zie Geen heilige zonder verleden en geen zondaar zonder toekomst. Preek Galaten 1:13vv.
[vii] Zie preek Goede Vrijdag Jezus voor ons tot vloek geworden. Preek Galaten 3:13 en 14.
[viii] Zie mijn artikel Verdedig je geloof. Artikel in het blad OnderWeg.
[ix] Zie preek Goede Vrijdag uit Lucas over de vraag het kruis in die tijd en cultuur.
[x] Zie bijvoorbeeld Eenvoudig christelijk van Tom Wright.
[xi] Ik gebruikte zijn boek voor een apologetische preek over Pasen.