Vol vertrouwen bidden. Jezus laat de werkelijke betekenis van de tempel zien

Lezing: Marcus 11:12-28 over Jezus die de tempelorde ontregelt, de ‘tempelreiniging’. Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst. Preek in een serie over Marcus.

Gemeente van de Heer

Even is alles anders
Vorige week was het raak. Het sneeuwde een dag. Nederland wordt dan gelijk ontregeld. Filerecord verbroken. Kun je wel naar school 🤔? Reizigers slapen (nou ja) op veldbedden op Schiphol.

Sneeuw heeft ook een ander effect. Je kijkt eens om je heen. Wat ziet alles er anders uit. Omdat de kerkenraadsvergadering was afgelast (code rood) gingen wij bijvoorbeeld een eindje wandelen. Het is net alsof het een andere stad is:

          

Je kunt het stukje uit Marcus 11 dat we net lazen vergelijken met de effecten van sneeuwval in ons land. Jezus ontregelt de tempeldienst. Alles staat even stil. Hij kiepert de tafels van de handelaren om. Niemand mag weer wat dragen op het tempelplein (11:16). De boel komt on hold.

Even ziet de tempel, de ontmoetingsplek tussen God en zijn volk, er anders uit. En dan ga je, net als bij sneeuw, beter kijken. Want als de handelaars zwijgen en de gebruikelijke taferelen ontbreken: wat zie of hoor je dán?

Marcus schrijft dat precies op. Het hele volk was in de ban van Jezus’ onderricht (11:18). Zoals je met andere ogen naar je eigen vertrouwde omgeving kijkt als het begint te sneeuwen; zo gebeurde het toen. De zo bekende tempeldienst valt stil. Jezus straalt. Alsof de mensen door hem betoverd zijn.

Opvallend, dit moment. Zeker als je je realiseert dat Jezus het moment waarop de mensen in zijn ban zijn niet gebruikt om te shinen voor/op zichzelf. Dat doen mensen maar al te graag. Heb jij (eindelijk) de aandacht? Nou dan zul je eens even iets laten zien. Zodat mensen ‘o’ en ‘a’ van je zeggen. Jezus doet dat niet. Als de mensen in de ban van hem zijn, verlegt hij hun aandacht. Jezus begint te spreken over de werkelijke functie die God aan de tempel had toebedeeld (Jesaja 56). Jezus wijst op de transformerende kracht van het gebed (11:17). Hij laat de echte betekenis (naar Matteüs 5:17, Bijbel in Gewone Taal) van de tempel zien.

Een kort moment. Zomaar weer voorbij. Zoals sneeuw voor de zon verdwijnt. Zo is het moment waarop Jezus de tempelorde ontregelt ook maar weer na een tijdje voorbij en zullen de gebruikelijke taferelen ongetwijfeld weer plaats hebben gevonden. Maar het moment was er wel. En mensen hebben het gezien. Zo indrukwekkend dat alle evangelisten het hebben opgeschreven (Johannes aan het begin van Jezus’ optreden; de andere evangelisten vlak voor Jezus’ dood). Matteüs vermeldt bijvoorbeeld dat er op dat moment allerlei zieken naar hem toekwamen (Matteüs 21:14). Zij werden genezen. Dat suggereert dat het langer dan alleen maar een heel kort moment was. Lucas vermeldt dat Jezus dagelijks in de tempel leerde (Lucas 19:47).

Wie is Jezus?
De vraag is: wat zegt het evangelie ons hier? Er zijn mensen die menen dat de zogenaamde tempelreiniging het begin is van Jezus’ zelfstandige optreden, los van Johannes de Doper (ze volgen dan het evangelie van Johannes; daarin staat dit verhaal aan het begín van Jezus’ optreden).[i] Wat je daar ook van vindt; blijkbaar – daarin ben je het wel eens – gebeurt hier iets opvallends. Wij lezen er misschien te makkelijk overheen.

Want waarom grijpt niemand van de ordebewakers (tempelpolitie) in? Stel dat vandaag zoiets in de kerk zou gebeuren. Iemand komt binnenlopen. Slaat de vleugel aan gort. Gooit de beamer naar beneden. Fulmineert tegen de prominente plek van de kansel. Hoe ver zou zo’n figuur komen? De ouderling van dienst, de koster en/of een paar gemeenteleden zouden toch wel ingrijpen?

En Jezus komt in het hart van het Joodse geloof; de tempel(cultus). Hij doet ineens alsof hij daar de baas is. Dat is levensgevaarlijk. Marcus vermeldt dat direct (vers 18). Wie doet nu zoiets? Vandaag zouden wij zo’n actie al snel als barbaars afdoen. Een soort Beeldenstorm avant la lettre.

En toch. Het punt is: deze gebeurtenis is zo indrukwekkend, vragenoproepend en bijzonder dat je daardoor bijna iets anders zou missen. Iets dat minstens even wezenlijk is. Als je goed en langer naar Marcus luistert – zoals wij in de afgelopen weken – dan valt er iets op. Een wonderlijk patroon.

Jezus was al eerder naar de tempel gekomen, vertelt Marcus (11:1-11. Zie de preek daarover). Hij werd daar ingehaald als koning. Maar – wonderlijk – ; Jezus kijkt om zich heen en…. vertrekt (11:11).
En dan komt Jezus terug. Hij heeft honger en zoekt iets te eten bij een vijgenboom. Jezus spreekt een vloek uit over die boom als die zonder vrucht blijkt te zijn (11:14). En als ze terugkomen uit de tempel blijkt dat die vijgenboom inderdaad verdord is. Petrus herinnert zich de vloek die Jezus over de boom uitsprak (11:21). Jezus geeft dan onderwijs over de kracht van het gebed. Opvallend. Precies dat onderwerp – gebed – zet Jezus centraal als hij in de tempel orde op zaken stelt. Want Jezus’ toespraak in de tempel is:

Staat er niet geschreven: ‘mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn’ (Jesaja 56). Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt (Marcus 11:17).

Blijkbaar is het een geheel. Met als kern: veel verwachten van God. Waarbij het gebed een centrale positie inneemt. Wie goed naar Marcus luistert ontdekt in dat onderwijs op het tempelplein en even later aan zijn discipelen (het patroon van) Jezus’ eigen leven. Kijk maar:

  • alles klaar is om koning te worden, ziet Jezus ervan af (11:11). Hij wacht op het moment dat hem het koningschap gegeven wordt.
  • het volk in zijn ban is (11:18) spreekt Jezus over de werkelijke functie van de tempel (11:17). Jezus stelt zich in dienst van de werkelijke bedoeling van Gods profeten (Jesaja 56:7 maar zie vooral heel die tekstomgeving).
  • zijn discipelen verbaast zijn over de kracht van Jezus woorden, begint Jezus niet te zeggen hoe bijzonder hij wel niet is. Hij wijst hen op het bidden in vertrouwen; ga ervan uit dat je het al gekregen hebt (11:21-24)!

Jezus zegt: verwacht het niet van een gebouw maar van God. Verwacht het niet van jezelf maar denk groot van God. Bid God! In die tempel; daar is die voor! Buiten die tempel (hé; waarom zou Jezus dat zeggen?). God geeft wat nodig is. Hij (ver)hoort. Hij stelt orde op zaken (in en buiten de tempel). Zo krijg je kracht voor je leven.

En dat Jezus zo doet, dat is nou werkelijk fascinerend aan Jezus! Wie is hij toch? Iemand die met zoveel gezag optreedt – en toch geen enkele aanstalten maakt om dat gezag voor zichzelf te gebruiken.

Wie is Jezus? Die vraag is aan de orde. De schriftgeleerden en oudsten stellen hem die vraag. Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? Wie heeft u het recht gegeven zo te handelen (11:28). Wij zouden zeggen dat ze vragen/zeggen: wie denk je wel niet dat je bent!? Een vraag die Jezus beantwoordt met een wedervraag (11:29). Blijkbaar geeft Jezus zijn identiteit niet zomaar prijs. Hoewel vol genade is Jezus niet goedkoop. Jezus wil dat we met hem meekijken. Als hij onderwijs geeft over de tempel. Als hij spreekt over het gebed. Als hij daarin ook vertelt over zichzelf (Marcus 10:45). Jezus is als een schat die verborgen is. Zoek hem. Hij is het waard.

De structuur van Jezus’ rijk
Gemeente; nu we langer luisteren naar Marcus ontdekken een patroon. Hier leert Jezus onze kracht te zoeken in het (zwakke) gebed.

Herinner je nog dat de mensen de kinderen bij Jezus vandaan wilden houden maar dat Jezus hen nodigt (10:13-16)? Bij Jezus is het andersom: wie niet meetelt, is welkom bij hem. Dat patroon.
De rijke jongeling wordt zonder pardon de wacht aangezegd: rijken kunnen het Godsrijk niet binnenkomen (10:23). Alom paniek! Maar Jezus zegt dat het binnengaan alleen Góds mogelijkheid is (10:27). Dat patroon.
En Jezus’ eigen volgelingen kibbelen onderling over de vraag welke positie zij wel niet zouden mogen/moeten innemen (10:32-41). Maar Jezus zegt dat ze moeten kijken naar hem: de koning die komt om te dienen (10:45). Dat patroon.
En als er dan gehandicapten de toegang tot Jezus wordt ontzegd, staat Jezus weer gereed om het tegenovergestelde te doen: wat kan ik voor jullie betekenen (10:51)?

Zo staat Jezus in de tempel. In lijn met al zijn eerdere optreden en speken. Hij reinigt dat tempelplein niet – zoals het in de volksmond heet. Hij zet de cultus stil. Hij, de koning zelf, vraagt aandacht voor de structuur van het Koninkrijk.

Dat is niet de handel van dieren en munten en/om de zaak maar zo zuiver mogelijk voor elkaar te krijgen.
Dat is niet het nationalisme. Wíj zijn Gods volk (eigen volk eerst); wíj hebben de tempel. Wíj zijn christenen (gelovigen, gereformeerden).
Dat is niet het behoud van de eigen (geestelijke) positie (11:18 de religieuze leiders waren bang hun invloed kwijt te raken aan Jezus). Kijk mij!

Jezus heeft, blijkens zijn toespraak (Marcus 11:17), de profetie van Jesaja in zijn hoofd.

Daarin worden álle volken genodigd (Jesaja 56:3). De tempel kan geen nationaal symbool van Gods volk zijn. Zoals de kerk geen plek kan zijn van mensen die het voor elkaar hebben.
Gehandicapten met name genoemd en welkom geheten (Jesaja 56:4). Daarom heeft Jezus een dienende houding ten opzichte van blinden (Marcus 10:51).
De tempel heet gebedshuis voor alle volken te zijn (Jesaja 56:7).
Zelfs de dieren doen mee in Gods feest (56:9; PvdD!).

Heel Jesaja’s profetie straalt uit: Gód gaat dit doen. Gód alleen brengt dit geluk, deze nieuwe wereld. De herders (geestelijke leiders) worden in Jesaja al de wacht aangezegd (Jesaja 56:10. Jezus doet in Marcus 11 wat dat betreft niets nieuws als hij de geestelijk leiders de wacht aanzegt). Jezus wijst op de structuur van Gods rijk: verwacht het van Gód. Bid! Vertrouw Hem. Geen wonder dat er verderop in het Nieuwe Testament vaker van die ‘zwakke’ opdrachten staan. Als je bidt; laat je dan leiden door de heilige Geest (Efeze 6:18 zie preek daarover, Judas vers 20). Niet alleen bidden (verwachten van God). Maar zelfs in dat gebed: je laten leiden. De Geest van Jezus doet het eigenlijke werk.

Zo staat Jezus op het tempelplein. Hij straalt. Hij is het levende, mensgeworden (profeten)woord van God (Johannes 1). Hij zet de boel on hold zodat men kan zien dat hij zelf de tempel is.

Gebed is voortaan niet gekoppeld aan een plaats (tempel) maar aan het Godsvertrouwen dat Jezus zelf geeft (Marcus 11:22-24, zie Johannes 4:23); het vertrouwen dat Jezus lééft. Ieder die dan toch nog vasthoudt aan iets anders, leeft vruchteloos en staat onder Jezus’ oordeel. Zo blijkt uit de vervloeking van de vijgenboom en het ‘schoongeveegde’ tempelplein (Marcus 11). Het Godsrijk komt echt. En het komt nu. Geloof in Jezus!

Jezus volgen
Nu zijn we er bijna. Toch nog een detail dat met de koning en de structuur van zijn rijk te maken heeft. Vers 25 spreekt van de onderlinge vergeving van tekorten. Dat is een woord dat je hier niet verwacht. Wie moet wie iets vergeven? Het staat er niet. Herinnert Jezus zijn volgelingen aan hun onderlinge gekibbel (10:41)? Is het met het oog op de toekomst, als er tussen de apostelen en in de jonge christelijke kerken spanning ontstaat? Heeft Jezus het hier over onze ruzies?

Misschien verdwijnt het probleem als we naar dit woord luisteren in de lijn van wat we eerder hebben gehoord. God is op weg naar iets nieuws. En dat kost Hem alles. Het Godsrijk is in aantocht. Maar het komt in de wonderlijke koning die zijn leven geeft (Marcus 10:45). Zo legt God de basis. Met nadruk staat er dat ‘de Vader in de hemel’ ons vergeeft. Het slaat op de hoge prijs die Hij betaalt. Het lijden en sterven van zijn zoon. Nog een keer (zie boven) ontdekken we: Jezus is vol genade maar het evangelie is niet goedkoop. In hem ligt de kracht om ons goed te verhouden tot elkaar.

Ook hierin straalt Jezus. Alles on hold. Zelf on hold op Golgota. Hij is de hogepriester die vergeving en genezing schenkt. Verwacht zijn komst. Zie uit naar deze koning.

—–

Deze preek hoort bij een serie preken over Marcus (2017/2018). Hier vind je een korte inleiding op die serie en een overzicht daarvan.

Voorbeeldliturgie: zie onder.

[i] De bekende regisseur Paul Verhoeven heeft deze mening (in zijn boek Jezus van Nazaret, 2008). Verhoeven is bekend van zijn films (Zwartboek e.a.). Minder bekend is waarschijnlijk dat Verhoeven gefascineerd is door Jezus. Verhoeven lijkt wel wat op de mensen die in de ban van Jezus zijn (Marcus 11:18)! Verhoeven wil al lang een film over Jezus maken. de openingsscene is zelfs al bekend, zo verklapt de regisseur ons. Volgens Verhoeven was het stukje dat we net lazen het moment waarop Jezus zich losmaakte van zijn ‘mentor’ Johannes de Doper. Johannes had al een radicale boodschap gebracht: je moet je laten dopen om niet ten onder te gaan in het komende oordeel van God, de Dies Irae. Maar, zegt Verhoeven: Jezus gaat nog veel verder. Jezus zoekt de stad op, de autoriteiten in Jeruzalem (i.t.t. Johannes die achteraf, bij de Jordaan, werkt). Jezus’ boodschap zou zijn geweest: ‘iedereen die in de Tempel werkte, leviet, priester of hogepriester…: jullie zijn overbodig geworden, God heeft geen boodschap meer aan jullie’ (Verhoeven in Jezus van Nazaret). Verhoeven denkt dat de hele actie maar een paar minuten duurde want anders zou Jezus zeker door de autoriteiten zijn opgepakt. Het succes van deze actie was zo groot dat Jezus, volgens Verhoeven, los komt van zijn mentor Johannes. Jezus komt erachter dat hij zelf succesvol kan zijn.

Daarom zie je op de voorpagina van Verhoevens boek ook een ets van Rembrandt van Rijn over de zogenaamde tempelreiniging. Het begin dus van een zelfstandig profetenbestaan van Jezus, deze actie in de tempel. Voor de constructie van Verhoeven is het nodig het Johannes-evangelie als uitgangspunt te nemen. Want de andere evangelisten hebben de ‘tempelreiniging’ juist aan het einde van hun evangelie opgenomen. Ik blijf hier, voor dit moment, even weg bij de vraag hoe dat dan zit met het tijdstip van die ‘tempelreiniging’. Wel opvallend dat juist het Johannes evangelie dat vaak onder kritiek staat voor Verhoeven juist uitgangspunt is van zijn constructie over het leven van Jezus. In deze preek wil ik luisteren naar Marcus (en Johannes, bijvoorbeeld hfst.1 en 4), de profetie die Jezus aanhaalt (Jesaja 56) en zo op het spoor komen waar deze episode over gaat. Als je dat doet, ontdek je een portret van Jezus dat overeenkomt met de manier waarop álle evangeliën Jezus beschrijven.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
Psalm 145: 1 en 3
Tien woorden
Psalm 50: 7 en 11
Gebed
Kinderen naar voren, Jona 3
Lied: Je mag er zijn
Kinderen naar kring
Lezing Marcus 11:12-33
Verkondiging Vol vertrouwen bidden. Jezus laat de echte betekenis van de tempel zien.
Gebed, begonnen door
GK 37: 1 en 3 (Onze Vader)
Afgesloten met
GK 37: 6,7 en 8
Kinderen komen terug
Collecte
GK 70: 1 tm 3
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.