Gebedshuis voor alle volken. Marcus 11:17 en Jesaja 56:7. Week van gebed 2018

Inleiding bestemd voor overleg Evangelisch Contact Dordrecht op donderdag 11 januari 2018 9.00u Kandelaarkerk Dordt.

De praktijk leert dat gebed er makkelijk bij in schiet. We – voorgangers voorop – vertellen misschien prachtige dingen over het gebed. Maar hoe ziet het gebedsleven eruit? De bekende predikant Tim Keller zegt bijvoorbeeld dat hij al jarenlang predikant was voordat hij leerde bidden. Om op het spoor te komen wat gebed is en betekent voor christenen, luisteren we naar het evangelie.

1             Wie is Jezus?
Vanuit een prekenserie over het bijbelboek Marcus werd ik laatst stilgezet bij de fundamentele plek van het gebed.[i] Toen ik gevraagd werd om een korte inleiding te houden met het oog op de week van het gebed moest ik direct aan die tekst uit Marcus denken. Het gaat om het gedeelte dat in de volksmond bekend staat als ‘de tempelreiniging’. We lezen Marcus 11:12-25.

Wat Jezus doet op het tempelplein is spectaculair. Beter gezegd: het vertoont kenmerken van een wonder.[ii] Het aanwezige tempelgezag is als verlamd en durft niet in te grijpen. Zoals de storm Jezus gehoorzaamt (Marcus 4:35-41) zo zijn de mensen op het tempelplein ‘in de ban van Jezus’ onderricht’ (Marcus 11:18). Het wonder is zomaar weer voorbij. Maar de wonderen roepen steeds dezelfde vraag op: wie is Jezus?

Wonder                                                                reactie

Jezus be-heer-st de storm Discipelen: wie is hij toch?
Jezus be-heer-st het tempelplein Geestelijke leiders: wie geeft u hiertoe het recht? Wie denk je wel niet dat je bent!

2             Wat is het punt?
Het optreden van Jezus op het tempelplein ziet eruit als een reinigende orkaan: verkopers worden eruit gegooid, tafels omver gekieperd en niemand mag meer werken (Marcus 11:15 en 16). In het oog van de orkaan staat de Heer Jezus. Hij wijst op de werkelijke betekenis van de tempel(dienst):

‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”. Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt’ (Marcus 11:17).

De vraag is welk punt Jezus hier nu maakt:

  • De Bijbel in Gewone Taal zegt dat de tempel volgens Jezus ‘een huis van dieven’ is geworden. De gedachte komt dan op dat het tempelplein is veranderd in een beurs- of handelsplein. Op z’n Nederlands gaat het dan om het gezegde: de koopman gaat voor de dominee. De boodschap is dan het (werkelijk) religieuze meer aandacht moet hebben.
  • N.T. Wright wijst erop dat Joodse gelovigen in Jezus’ tijd gewelddadige plannen maakten om hun nationalistische vroomheid gestalte te geven en dat de tempel daarin een centrale plek had.[iii] Jezus wijst erop dat de tempel, op deze manier gebruikt (= misbruikt), onder Gods oordeel staat nu de koning, Jezus, komt. Voor zúlk (nationalistisch) gebruik had God de tempel nooit bedoeld.
  • Van Bruggen verwerpt het idee dat Jezus zich hier keert tegen ‘nationalistische rebellen’.[iv] Van Bruggen ziet Jezus’ spreken profetisch: van de buitenkant ziet de tempel er uit als een gebedshuis terwijl de geestelijke leiders daar ondertussen moordplannen beramen ten aanzien van Jezus, de zoon van God. ‘Hun afwijzing van Jezus betekent de sluiting van de tempel’ zegt Van Bruggen.

3             Gebedshuis voor alle volken.
De Bijbel in Gewone Taal zet je hier op het verkeerde been. Er is iets anders aan de hand dan geld of verrijking. Ik zie dit:

  • Centraal in dit gedeelte is de betekenis van het gebed. De tempel is een plek van gebed voor iedereen (11:17). Zo valt het gedeelte van Jezus’ stilzetten van de tempeldienst in het kader van het omliggende stukje: vertrouwend bidden wordt zeker door de Vader verhoord (Marcus 11:22-26 grijpt terug op 11:12-14).
  • Waar gelovigen Gods beloften voor hun kar spannen (zie uitleg Wright) of ongehoorzaam zijn (zie uitleg Van Bruggen) gaat het mis. Gods beloften zijn Góds beloften; gericht op de komst van zijn koninkrijk waarin Hij, in Jezus, koning is. Die beloften worden niet afgedwongen (geweld, zie uitleg N.T. Wright) maar komen ons dankzij Jezus toe als we daar in zijn naam om bidden.
  • Waar de tempel altijd de ontmoetingsplek tussen God en zijn volk was, begint dat met de komst van Jezus te veranderen. Even wordt dat zichtbaar als Jezus de tempeldienst stop zet. Jezus zelf staat daar dan (cf. Matteüs 11:6, Johannes 2:13-22). Iedereen is in zijn ban (11:18). Jezus laat op dat moment – met de woorden van Matteus 5:17 (Bijbel in Gewone Taal) – de echte betekenis van de tempel zien: God laat zich ontmoeten, hoogstpersoonlijk in Jezus.
  • In de tempel (11:17) én buiten de tempel spreekt Jezus over het gebed: verwachtingsvol omdat je bidt tot God en in het besef dat jij, een mens met tekorten, anderen moet vergeven (11:24-26).
  • Gebed door Jezus/in Jezus’ naam is blijkbaar de huisstijl van het koninkrijk. Zo leidt en gidst de Geest je leven (cf. Efeze 6:18[v]), niet gebonden aan een bepaalde plek maar in Jezus’ naam (Johannes 4:24).

Wie langer naar Marcus luistert, ontdekt dat het zo op z’n plek valt. Bidden is zwak. Zeker ten opzichte van geweld om een doel te bereiken zoals nationalistische gelovigen dat toen wilden. Bidden is net zo goed zwak in onze tijd waarin God is verdwenen en wij zelf zoveel, zo niet alles kunnen. Maar in het koninkrijk worden álle waarden omgekeerd. Het zwakke wordt tot kracht. Dat gebeurt aan de lopende band: kinderen (die toen niets voorstelden) worden genodigd (Marcus 10:15), posities zijn niet relevant (10:45), alleen God maakt iets mogelijk (10:27), Jezus zelf dwingt zijn koningschap niet af als alles daarvoor gereed is (11:1-11).[vi]

In deze lijn past het Schriftcitaat uit Jesaja 56: de tempel heet gebedshuis voor alle volken te zijn (Jesaja 56:7, Marcus 11:17). Álle volken worden genodigd (Jesaja 56:3). De tempel kan geen nationaal symbool van Gods volk zijn. Gehandicapten worden met name genoemd en welkom geheten (Jesaja 56:4). Daarom heeft Jezus een dienende houding ten opzichte van blinden (Marcus 10:51). Zelfs de dieren doen mee in Gods feest (Jesaja 56:9).

In de tijd van ballingschap straalt Jesaja’s profetie uit: Gód gaat dit doen. Gód alleen brengt dit geluk, deze nieuwe wereld. De herders (geestelijke leiders) worden in Jesaja al de wacht aangezegd (Jesaja 56:10). Jezus doet in Marcus 11 wat dat betreft niets nieuws.

4             Bidden als way of life.
Laatst liepen we in de Kalverstraat mee in de eindeloze shop-stroom. Ik kon me uit die stroom ontworstelen om de Nicolaas-parochie binnen te lopen. Ik zag daar dit:

Gebedshuis voor alle volken (Jesaja 56:7 en Marcus 11:17), St. Nicolaas-parochie Kalverstraat te Amsterdam

Tot op vandaag gaat het evangelie van Jezus verder en vindt het geloof. Gebed is de manier waarop Gods koninkrijk komt: je leert op te kijken. Te verwachten van God. Prachtig dat een van de leerboeken van onze kerken het gebed het belangrijkste noemt bij het leven van een door Jezus bevrijd mens (Catechismus Zondag 45). Zoals de wonderen steeds de vraag opriepen wie Jezus is (identiteit) zo bidden wij in Jezus’ naam. Het gaat niet om een moment maar om een levenshouding (1 Tessalonicenzen 5:17). God verhoort wie in Jezus tot Hem komt (Marcus 11:24). Gelovigen moeten leren wat dat betekent. Zeker als ze niet krijgen wat zij willen (2 Korintiërs 12:1-10).

Wij, voorgangers van verschillende denominaties, zijn vanmorgen samen in Jezus’ naam. Zo bidden we. Rondom de gebedsweek start er opnieuw een Alphacursus; verschillende van ons werken daarin samen. Laat dat onze way of life zijn, tot eer van de Heer en met het oog op het goede voor onze omgeving.


Deze inleiding hoort bij een serie preken over Marcus (2017/2018). Hier vind je een korte inleiding op die serie en een overzicht daarvan.

[i] Zie preek Jezus zegent de kinderen (Marcus 10:15), het gekibbel onder Jezus’ discipelen over de beste posities (10:32-45), Jezus wordt als koning Jeruzalem binnengehaald (11:1-11) en Jezus wijst op de werkelijke betekenis van de tempel (11:12-25).
[ii] Regisseur Paul Verhoeven (Jezus van Nazaret, 2008) meent dat de ‘tempelreiniging’ maar heel kort duurde anders hadden de autoriteiten zeker ingegrepen. Maar het oudste evangelie laat dit gedeelte zien als kenmerkend voor Jezus optreden: zo doet Jezus in veel andere situaties, bij wonderen, ook. Voor Verhoevens visie op dit gedeelte: zie mijn preek over dit gedeelte (de laatste preek bij noot i).
[iii] Volgens N.T. Wright werd het woord dat hier staat in Jezus’ dagen niet gebruikt voor ‘dief’ of ‘rover’ maar voor revolutionairen.
[iv] Net als Wright ontkent Van  Bruggen (in  Commentaar op het Nieuwe Testament) dat Jezus zich hier keert tegen handelaren (die zich willen verrijken); Van Bruggens argument is dat Jezus’ leer zich richt tot het hele volk.
[v] Zie een preek over de tekst dat je je laat leiden door de Geest.
[vi] Zie preken hierover bij noot i.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

w

Connecting to %s