De aangifte van Jezus van N.

Kwetsen, beledigen; het lijkt haast een gewoonte in onze samenleving. In de serie van Marcus zien we hoe Jezus zwijgt als hij vals beschuldigd en zelfs mishandeld wordt. Hij spreekt alleen als het om zijn identiteit gaat. Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst.

1         Die ene schat!
We leven in de belangrijkste week van het jaar. Richting Goede Vrijdag en Pasen. De vraag waar het allemaal om gaat in het evangelie van Marcus wordt gesteld, door de belangrijkste geestelijk leider: ‘bent u de Messias, de zoon van de Gezegende?’ (Marcus 15:61). Wij luisteren ernaar aan het begin van de Stille Week. Stilte voor de storm; de storm van Golgota.

Het gaat vanmorgen over de vraag die het hele evangelie lang aan de orde is: wie is Jezus? Luister maar:

  • ‘Jij bent mijn geliefde zoon’ – zegt God tegen Jezus, helemaal aan het begin van het evangelie van Marcus (1:11).
  • Sterker nog: de eerste zin van Marcus zegt waar het op staat: ‘Het begin van het evangelie van Jezus Christus, de zoon van God’ (1:1).
  • De eerste mens die Jezus (h)erkent is bezeten: ‘ik weet wel wie je bent, de heilige van God’ (1:24). Juist de demonen weten met wie ze te dealen hebben.
    Maar Jezus legt hem streng het zwijgen op (1:25). (zie ook 3:11 en 5:7)
  • ‘Alleen God kan zonden vergeven; Jezus spreekt godslasterlijke taal’, zeggen de religieuze leiders even later (2:7). Jezus zegt dat hij als mensenzoon die
    volmacht heeft (2:10).
  • De volgelingen stellen de vraag ‘wie is hij toch’ als Jezus de storm op het meer beheerst (4:41).
  • Maar zij beginnen het antwoord te geven: U bent de Messias (8:29) belijdt Petrus. Maar ook dan (cf.1:25) mag níemand dat publiek zeggen (8:30). Het is
    geheim.

En nu die vraag: bént u de Messias, zoon van de Gezegende?

Wij hebben in het luisteren naar Marcus de draad opgepakt in hoofdstuk 10. Telkens weer gaat het om de vraag naar Jezus’ identiteit. Wat was een van de geestelijk leiders er dichtbij toen hij vroeg naar Jezus’ uitleg van het grootste gebod (12:28). Nog één stap; heb niet alleen God lief maar houd evenveel van… mij – zei Jezus! Maar Jezus (ant)woord bracht de geestelijk leider in zo’n heftig conflict dat hij de vraag naar de richting van die ene stap niet eens durfde te stellen (12:34c). Hier komt die vraag in alle helderheid op tafel (15:61).

Marcus laat voelen: het evangelie is een geheim. Een schat diep verborgen in de grond. En vandaag is het niet anders met die schat. Zomaar kun je twintig jaar of langer in de kerk zitten en die schat tóch missen. Je kent de Bijbel. Je kent de ‘regels’ over hoe je je hoort te gedragen. Je kent de geboden van God en doet daarvoor je best. Je weet dat je niet perfect bent (zondaar). Je kent de standpunten van de kerk. Een ander hecht misschien waarde aan de (joods)christelijke traditie. Je laat je inspireren door de mooie Bijbelse verhalen; verhalen die onze cultuur zo lang hebben beïnvloed. En wat is het allemaal interessant.

Maar die schat.
Dat ene, grote mysterie van het geloof (1 Timoteüs 3:16)!
Die schat wordt hier, publiek voor heel geestelijk Israël, uit de doeken gedaan. En toch ook zo uit de doeken gedaan dat van ons geloof gevraagd wordt.

Jezus geeft antwoord op de vraag of hij de Messias is. En wat voor een antwoord. Niet een simpel ja. Jezus zegt – zo moet het toen hebben geklonken – dat nú, in hem, al Gods woorden uitkomen en de nieuwe wereld op komst is:

Ja
dat ben ik
u zult de mensenzoon aan de rechterhand van de Machtige zien zitten
en hem zien komen op de wolken van de hemel
(Marcus 14:62).

Probeer je het moment voor te stellen.

Een gevangene. Hij kan geen kant op. Eindelijk hebben ze hem. Frustraties en woede van de afgelopen tijd ballen samen. Straks gaan ze hem bespotten en folteren. Je voelt: die heeft niet lang meer. Medelijden komt bij je op. Of je haalt je schouders op over Jezus’ pretenties; dat komt ervan als je zoveel praatjes hebt.

Ondertussen spreekt Jezus over zijn goddelijkheid (rechterhand van de Machtige) en majesteit (komst op de wolken, zie Daniël 7:13).

Jézus is de verborgen schat.

2         In wat hij niet doet, zie je wie Jezus (wel) is.
Voordat we verder luisteren naar dit antwoord van Jezus, eerst nog wat anders. We lezen hier dat Jezus vals wordt beschuldig (14:55-59). We lezen dat Jezus wordt mishandeld (14:65).

We lezen dit in de week van de gemeenteraadsverkiezingen 2018. Je hoeft de TV maar aan te zetten en het gaat over een belediging van de een aan het adres van de ander. Kranten staan bol van aangifte wegens smaad en discriminatie. Nieuwsapps berichten over tal van incidenten. Het is niet echt een hoopgevend en inspirerend beeld. Wie niet (een ander) kwetst lijkt er vandaag niet bij te horen. Is dat vrijheid? Gelukkig; we danken de Heer voor zo ontzettend velen die niet meedoen in dit soort spreken en doen. Al diegenen die zich met toewijding inzetten voor de publieke zaak, zonder anderen weg te zetten of erger.

Waar het me om gaat is dit. Vanuit ons perspectief anno 2018 verbazen we ons extra over Jezus. Als hij vals beschuldigd wordt, houdt hij zijn mond. Die dag nam de politie geen aangifte op van ene Jezus van N. En het gaat hier niet over Jezus’ reputatie. Het gaat over zijn léven. Dat staat op het spel. Als hij geslagen wordt, scheldt of slaat hij niet terug. De rechtbank ontving die dag geen procedureverzoek van diezelfde Jezus van N. In dit alles zwijgt en (ver)draagt Jezus.[i]

Sommigen zeggen: wat een watje, die Jezus. Alleen al daarom willen mensen – diep in hun hart – niks met hem te maken hebben. Wat heb je (uiteindelijk) aan Jezus? Zou Jezus wel mee kunnen komen in onze harde (kwets)maatschappij?

Maar vergis je niet in Jezus. Toen hij op het tempelplein kwam, veegde hij dat schoon (11:15-17). Toen hem daarop werd gevraagd wie hij wel niet dacht dat hij was (11:28), antwoordde hij uiteindelijk in een gelijkenis die zijn tegenstanders het bloed deed stollen (12:1-12). Juist in (Gods)woorden liet hij zijn tegenstanders steeds, ook op de meest lastige vragen, alle hoeken van het veld zien (12:13-34). Hij zegde de imponerende tempel de wacht aan (12:41-13:2). Had Jezus vandaag geleefd en rondgewandeld hebben; hij zou gesproken en gehandeld hebben. Op het journaal zijn gekomen; gevreesd en geliefd. Ook dan hadden wij een manier gevonden om van hem af te komen. Vast niet door hem te kruisigen. Zo onbeschaafd zijn wij niet. Echt niet. Maar uitgerangeerd hádden we hem. En ook dan zou Jezus het hebben laten gebeuren en had hij gezwegen. Behalve, dan, op die ene vraag; de vraag naar zijn identiteit.

Het punt is: in wat Jezus niet doet, zie je wie hij (wel) is. Alle accent komt te liggen op zijn woorden dat hij de Messias is, zichtbaar met goddelijke kracht (14:62). Dat antwoord springt eruit.

Ik denk dat we daarom vandaag ook zo naar dit stukje moeten luisteren. Jezus was niet, zoals sommigen zeggen, een criticus; een die een (maatschappelijk of geestelijk) tekort aan de kaak stelde. En daarom aan de kant werd gezet.

Hij legt een nieuwe orde neer (Marcus 13). Een leefwijze, gebaseerd op wie hij is. Wordt de wereld beter van kwetsen, haten, vergelden, terugslaan? Jezus zet hier een nieuwe maatstaf. Een die heelt, geneest en hoop geeft. En hij zelf is, door te (ver)dragen, de heelmeester. Wat een kracht, wat een liefde, wat een recht.

Daarom zegt het Nieuwe Testament in deze lijn ook:

Zeg geen slechte, negatieve dingen over mensen.
Maar zeg, als het nodig is, dingen die het geloof van anderen sterker maken. Zeg iets dat mensen goed doet
(Efeze 4:29, Bijbel in Gewone Taal).

Waarom spreekt een christen zo? Omdat Jezus zweeg toen tegen hem een lastcampagne begon (Marcus 14). Daar begint iets nieuws. Een nieuwe manier van leven. Ook in je spreken. Hoe spreek jij? Volg jij Jezus in je spreken?

Omdat Jezus in zijn zwijgen een nieuwe orde legt, zegt het Nieuwe Testament:

Leef als mensen die bij God horen…want jullie weten waar God blij mee is
Laat altijd zien dat je respect hebt voor de ander

Als mensen je in moeilijkheden brengen, bid dan voor hen.
Vraag God niet om hen te straffen maar bid voor hen

Als iemand je kwaad doet, doe hem/haat dan geen kwaad terug
Doe je uiterste best om in vrede met iedereen te leven

Gedraag je verstandig tegenover ongelovigen
Gebruik de tijd die God je met hen geeft, goed
Zorg dat alles wat je tegen hen zegt vriendelijk en interessant is
En geef duidelijk  antwoord aan iedereen die je iets vraagt
(delen uit Romeinen 12 en Kolossenzen 4, Bijbel in Gewone Taal).

Dit is niet normaal. Dit zijn wij niet gewend. Dit is nieuw.
En het is nieuw vanwege Jezus. (Om)dat hij tegenover de geestelijk leiders staat en (ver)draagt. Zo zet hij de toon.

Volg hem, gemeente. In het leven in de gemeente. Op je werk. In de maatschappij. Op school. Als je sport. Waar je ook bent. Wie je ook bent. Zo breng jij het goede nieuws weer een stapje verder.

Dit betekent niet dat je alles over je kant moet laten gaan. Zeker niet. Zoals Jezus geen watje was zo zijn christenen geen doetjes. Ook dat mag vandaag bekend zijn en bekend worden. Maar leef tot eer van de Heer. Het nieuwe dat hij brengt; dat voorop.

3         Jezus, de mensenzoon.
Terug naar de kern. Wat wil men nou? Is men bang voor politieke onrust, veroorzaakt door Jezus’ optreden; en daarmee ook bang voor eigen positie?[ii] Een ding is duidelijk: ze willen van Jezus af. Hij moet dood. De oplopende spanning – die vriend en vijand hebben gevoeld – die in Marcus zit, ontploft hier. Hoe men zover komt dat Jezus eraan gaat; dat doet er niet toe. Men probeert Jezus met valse getuigen te veroordelen. Dat lukt niet (15:29). Dan vraagt de hoogste geestelijk leider hij de messias is, Gods zoon is (Gezegende als een eerbiedige uitdrukking van God). De Psalmen gaan open (Psalm 2). Een mens die dit met ‘ja’ beantwoord maakt zich in de ogen van gelovigen schuldig aan godslastering (15:64). Al wordt de wet van doodstraf voor godslastering (Leviticus 24) niet meer zo gebruikt; er is nu een (geestelijke) grond om van Jezus af te komen. En Jezus is, onder andere door te zwijgen op de andere ‘beschuldigingen’, waar hij wezen wil. Hij is Heer. Heer en meester van deze situatie.

Jezus’ ‘dat ben ik’ bevestigt dat hij de vervulling van de Psalmen is.

Toch gaat Jezus niet zonder meer mee in de vraag. Jezus gebruikt voor zichzelf niet de uitdrukking ‘Gods zoon’ (hogepriester). Jezus spreekt over zichzelf zoals hij dat steeds in Marcus doet; de mensenzoon.[iii] Dat klinkt hier extra veelzeggend. ‘De mensenzoon’; daarmee geeft Jezus antwoord op een idee dat bij de hogepriester leeft maar dat hij niet eens aan de orde stelt. De joden verwachtten de messias. Natuurlijk. Maar niet zó; niet in deze mens uit Nazaret. Eenvoudig. Een die omgaat met zondaars. Die Jan-en-alleman-mensen tot zijn volgelingen maakt. Die Gods tempel (of was het nou hún tempel?) profetisch onder vuur neemt. Die werkt op sabbat. Hoe kan zo’n iemand, in ’s hemelsnaam, de messias zijn!?

Door te zeggen ‘de mensenzoon’ bevestigt Jezus: je indruk van mijn nederigheid is correct. Ik kom om zondaren te redden. Ik identificeer me met hen. Ik kijk door harten heen en zie de rotzooi daarin; in ieders hart (7:17-23). Ik, de messias, kom niet om gediend te worden maar om te dienen (10:45). Dit antwoord neemt voorschot op Golgota. Jezus is de gekruisigde koning. De gekruisigde messias.

Zo staat Gods zoon hier. Hij noemt zichzelf niet zo. Hij wil dat mensen hem, juist in die nederige positie, leren erkennen. Het is alsof Jezus zegt: zoek de schat. Zoek! Ik ben die schat; zoek mij en leef (cf. Amos 5:4).

Tegelijk gaat er niets af van zijn majesteit. Hij is de mensenzoon die Daniël al heeft gezien (7:13). Een eeuwig koning (Psalm 110. En Nicea; zijn rijk zal geen einde hebben). Die als Majesteit komt (om te oordelen de levenden en de doden, Nicea). We moeten dus zo naar dit stukje kijken. Het gaat hier toch om de aangifte van Jezus van N. In hem zegt God: Ik geef me aan. Hier sta Ik voor het gerecht. Ik lever me uit. Ik neem de schuld op me. Neem mij. Oordeel mij.

Wij kunnen de geestelijk leiders van toen wegzetten. Zij geloofden er helemaal niets van, van die Jezus. Voor hun was het geen vraag of Jezus de messias was. Al blijkt, voor wie goed luistert naar Marcus, dat ze iets van het grote geheim hebben gevoeld! Maar hier vinden ze een reden om hem, via de het heersende gezag van de Romeinen (kruisdood), op te ruimen. De perfecte oplossing. Nu zullen we zien wie er macht heeft. Wie er de baas is. Wie het laatst lacht, lacht het hardst.

Maar we moeten niet naar die geestelijk leider kijken. We moeten kijken naar Jezus. En naar onszelf. We worden geportretteerd in Petrus. Terwijl Jezus het vonnis godslastering (‘vloek’) te horen krijgt, vloekt Petrus op de binnenplaats (14:71). Uit zelfbehoud. Uit doodsangst. Dezelfde angst die zijn meester ervaren heeft (14:32-42).

Zo gaat het naar Golgota. Ook dit draagt Jezus, deze vloek (zie Galaten 3:13 en Marcus 12:17). Er moet een weg komen om jou te bevrijden van de drang om steeds voor jezelf op te komen. Om je vroom voor te doen. Je moet Jezus gaan erkennen als de mensenzoon die je reddend dient. Het stukje van Petrus wordt in onze cultuur neergezet als de erkenning van schuld (Erbarme dich, Matthaüs Passion). En zo is het ook. Toch proef je hier ook iets anders. Doordat Jezus ook dit draagt en ‘zwijgt’ ten opzichte van Petrus, ontstaat er echt iets nieuws. De tranen van Petrus komen uit een gebroken hart (Psalm 51). God zal dat hart niet verwachten. Welke God springt er voor Petrus in de bres? Het wordt een klein beetje Pasen, al beseft Petrus dat zelf nog niet. Jezus moet in hem leven. Een nieuwe Petrus moet opstaan. Zover is het nog niet. Maar de oude Petrus is het wel aan het begeven.

Zo leven ook u, jij en ik de Stille Week tegemoet.


Deze preek hoort bij een serie preken over Marcus (2017/2018). Hier vind je een korte inleiding op die serie en een overzicht daarvan. Deze preek vormt een tweeluik met een brief van me in NRC over kwesten als mainstream.
[i] Petrus heeft, juist omdat hij toen zo dichtbij én veraf (Marcus 14:54 en 66-72) van Jezus was dit aspect extra goed begrepen. In zijn brief komt hij expliciet op dit stukje terug, zie 1 Petrus 2:18-25 en een preek daarover. (Hoe wordt Petrus, de eerste volgeling, hier geportretteerd! Het ‘slapen’ van de discipelen (Marcus 14:32-42 en de overdenking daarover in deze Marcusserie) komt hier op een dieptepunt. Ik ga aan dit aspect, hoe wezenlijk ook, in deze preek grotendeels voorbij. Zie: de leeuw van Juda en de tijger in mij, naar aanleiding van de film The life of Pi).
[ii] Zo legt N.T. Wright dit gedeelte nadrukkelijk uit; het gaat z.i. om Jezus’ opmerkingen over/rondom de tempel (hoofdstuk 11-13) waaruit zijn Koninklijke aspiraties blijken. Zie de preken over die teksten voor meer. Zo spreken ligt geheel in de lijn van het denken van Wright. Wright gaat eraan voorbij dat er een directe link ligt tussen dit gedeelte in Marcus en Marcus 3:6 (de tempel is dan in Marcus alleen nog maar terzijde ter sprake geweest in 2:25 & 26) en 12:13-17 waar dezelfde combinatie van geestelijk leiders hem wil opruimen. Denk ook aan de link tussen 2:6 en de grond voor Jezus’ doodsvonnis in 14:64 (blasfemie, godslastering).
[iii] Zie 2:10 en 28, 8:31, 9:9, 10:33 en 45, 13:26. In de gelijkenis (verborgen) gaat het om ‘de zoon’ (12:6); zo ook in het onderscheid ten opzichte van ‘de Vader’, 13:32. Zie ook bij punt 1 (bij de opsommingtekens): ánderen (zie ook nog 15:39) spreken over Góds zoon (of zoon van de Verhevene/heilige Gods). Het is blijkbaar de bedoeling dat een mens zelf tot dit (geloofs)inzicht komt; de ‘schat’ vindt.

Voorbeeldliturgie
Votum
groet
Psalm 2: 1 en 2 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-2
GK 176b (de wet)
gebed
Kinderen naar voren
Johannes 12:12-19 (Jezus trekt als koning Jeruzalem binnen)
kinderlied
Kinderen naar kring
Lezen Marcus 14:53-72
LB 558: 1a, 5v, 6m en 10a
Verkondiging
LB 575: 2 en 4
Dankgebed en voorbede, afgesloten door
GK 181d Onze Vader (hebben we eerder gezongen)
Kinderen komen terug
Collecte
Meer dan rijkdom, http://www.songteksten.nl/songteksten/82873/opwekking/meer-dan-rijkdom.htm
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.