God wil in en met ons winnen

Preek over Genesis 32. Een verhaal over een nachtelijk gevecht dat Jakob aangaat met ‘iemand’ die sterker is dan Jakob maar hem toch niet kan overwinnen. Een verhaal over de vraag hoe een mens vrede kan vinden. Voorbeeldliturgie onderaan de preek.

1         Vechten met… God?
Wie heeft wel eens gevochten met God? Je hebt vast wel eens gevochten met je broer of met je zus. Of met een vriend of een vriendin. Als je echt wat wilt uitvechten dan is het erop of eronder. Je vecht met alles wat je hebt. Alleen de sterkste wint.

Je hebt vast ook wel eens gevochten op een andere manier. Niet zo dat je met elkaar op de vuist gaat. Maar dat je het gevecht aangaat met woorden, met pesten, met ruzie maken. Als je ruzie hebt in de klas bijvoorbeeld.

Of je hebt op nog een andere manier strijd. Een strijd in jezelf. Je vecht om niet toe te geven aan een verkeerde neiging of gedachte. Je vecht om je geloof in God niet kwijt te raken. Of het gevecht om iets wat je overkomen is plaats te geven, accepteren. De vraag naar zingeving van je leven kan een strijd zijn.

Zo heeft iedereen wel eens gevochten. Of je vecht al jaren en de strijd is nog lang niet gestreden. Er wordt heel wat gevochten: tussen een broer en zus, tussen vrienden en vriendinnen. Tussen buurtgenoten en kerkgangers. Een gevecht in jezelf. Strijd om van alles en nog wat.

Vanmorgen gaat het over een gevecht. Maar niet alleen een gevecht met anderen of jezelf. Maar een gevecht met God.

Ben je dat gevecht wel eens aangegaan? Of vind je dat vreemde vraag. Vechten met God: hoe zou dat kunnen? God is hier toch niet op aarde zoals bij Jakob? Misschien denk je: God wil toch geen gevecht maar vrede? En als je met hem zou vechten, wat heeft dat voor ’n zin? Zou God niet meteen gehakt van je maken?

2         De strijd van het geloof.
Toen Jakob zijn gezin, zijn kudde en al zijn spullen de rivier over had gebracht, bleef hij helemaal alleen over. In het donker van de nacht en helemaal alleen werd hij aangevallen. Door ‘iemand’ (vers 25). Iemand die vreselijk sterk blijkt te zijn. Want Hij raakt Jakobs heup aan (alleen aanraken!) en vanaf dat moment loopt Jakob mank. Iemand die zijn naam niet wil geven (vers 30). Dat betekent: die niet gekend/beheerst kan worden. Iemand die zegt: jij hebt gestreden met God en mensen en je hebt gewonnen. Iemand die Jakob zegent. Waarvan Jakob zegt: Ik heb oog in oog met God gestaan. Jakob vocht met God.

Deze plaats in de bijbel is uniek. Het is een van de hoogtepunten van het Oude Testament. Zoals Abraham op de berg Moria zijn zoon moest offeren – en daarmee op de ‘top’ van leven/geloof kwam (Genesis 22[i]) – zo staat hier Jakobs levensverhaal kort maar krachtig weergeven: gestreden met God en mensen. En: overwinnaar.

Toch blijft het apart. Vechten met God als tegenstander?

Dat vechten/strijden bij geloven hoort, dat is wel helder. In heel de bijbel is vechten en strijd een belangrijk woord en wordt het ook samen met geloven genoemd. Denk bijvoorbeeld aan de woorden van Paulus: strijd de goede strijd (1 Timoteüs 6:12). Namelijk de strijd van het geloof om het eeuwige leven te winnen.
Het doopformulier zegt het. We bidden voor de gedoopte: geef dat … gehoorzaam onder onze enige Leraar, Koning en Hogepriester Jezus Christus zal leven en krachtig tegen de zonde, de duivel en heel zijn rijk zal strijden en overwinnen. Die strijd hoort bij geloof. Wie de strijd van het geloof niet strijd, mag en kan zich geen gelovige noemen.

Dat is de strijd van het geloof. Maar in het verhaal van Jakob lijkt het anders. Daar wordt gevochten. Jakob vecht met God. Maar niet zij aan zij in de strijd tegen dezelfde tegenstander maar God is zijn tegenstander. Wat is dat voor een gevecht? Heb je wel eens zo met God gevochten? Of kun je dat gevecht beter uit de weg gaan en het bij mensen houden? Mensen zijn tenminste tastbaar.

2         Survival of the fittest.
Laten we beter luisteren. Het gevecht tussen God en Jakob kun je haast voelen aankomen. Het kan niet uitblijven als je leest over het leven van Jakob (zie de eerdere hoofdstukken in Genesis).

Vanaf het moment van zijn geboorte is Jakob al in een strijd verwikkeld. Want bij zijn geboorte houdt hij de hiel van zijn broer vast. Jakob wil de eerste zijn maar wordt het niet. Esau was de oudste. Jakob de jongste. En de eerste klap is een daalder waard. Die strijd heeft Jakob verloren. Maar hij laat het er niet bij zitten. Jakob aast op de zegen die de oudste toekomt. En als zijn broer op een dag hongerig uit het veld komt, zet hij zijn strijd voort. ‘Jij een kom eten, ik het eerstgeboorterecht.’ Zo slaat Jakob terug. Hij ligt nu boven in het gevecht want hij heeft nu recht op de zegen.

Maar dan dreigt het nog helemaal verkeerd te gaan. Want Isaak wil toch Esau zegenen. Maar samen met zijn moeder voert Jakob een slim plan uit. Ze zijn Isaak en Esau te slim af en Jakob krijgt Gods zegen. En die klap dreunt na. Isaak is bedrogen en ontgoocheld. En Esau is zo kwaad dat hij van plan is om zijn broer een kopje kleiner te maken.
Dat is de strijd van Jakob. Het gevecht om het recht van de oudste. De strijd om de voorrang en Gods zegen. Een strijd met list en bedrog. Een strijd die uiteindelijk ook nog levensgevaarlijk wordt.
Jakob moet maken dat hij wegkomt. Maar ook dan wordt zijn leven er niet beter van. Hij komt aan bij zijn oom Laban en het lijkt eerst goed te gaan. Maar Jakob wordt bedrogen. Hij krijgt in plaats van Rachel Lea als vrouw. Als hij ook nog met Rachel trouwt is de ellende nooit ver weg.
Het gevecht gaat verder in zijn gezin. De twee zussen vechten met elkaar om de liefde van Jakob en om het geschenk van kinderen. ‘Op bovenmenselijke wijze heb ik met mijn zus geworsteld’ zegt Rachel als zij (eindelijk) een kind krijgt. Jakob raakt het gevecht niet kwijt.
En zelf raakt Jakob in die tijd verwikkeld in een strijd met zijn oom Laban. Hij mocht als loon een deel van de kudde van Laban houden maar dat loon wordt elke keer omgewisseld. Al naar gelang de groei van de ene of de andere kudde voorspoediger verliep. En dat duurt net zo lang totdat hij uiteindelijk vertrekt naar het land waar hij vandaan komt: Kanaän. Maar zijn oom trekt hem achterna en ze maken nog een keer flink ruzie voordat ze een verbond met elkaar sluiten.

Als je dat overziet, vraag je je af: waar loopt dat op uit? Hij is de gezegende maar dat zie je er niet aan af als je kijkt naar zijn leven(sloop). De profeet Hosea zegt later dat God Jakobs wangedrag zal vergelden. En de opsomming begint bij Jakobs geboorte (12:3).

Zo komt Jakob terug in Kanaän. En dan komt er een vernauwing of juist uitvergroting van heel z’n leven. Eerst ziet hij een leger van engelen. Zoals hij zag toen hij Kanaän verliet (Betel, Genesis 28. Deze twee gedeeltes horen bij elkaar). Maar Jakob krijgt opnieuw met zijn broer te maken. Jakob moet zijn list en bedrog onder ogen gaan zien. Want Esau blijkt van zijn komst op de hoogte te zijn en komt hem tegemoet met vierhonderd man. Dat is niet minder dan een leger. Genoeg om Jakob en zijn hele gezin en al hun eigendom aan te vallen en te vernietigen.

En dan krijgt Jakob het benauwd. Hij kan geen kant meer op. En dan gebeurt er iets wonderlijks. Die Jakob die altijd het gevecht is aangegaan, die altijd wel een middel wist om toch te krijgen wat hij wilde – die Jakob zegt:

  • ‘ik ben uw trouw en goede geschenken niet waard’ (vers 11).
  • ‘Ik smeek U’ (vers 12). Jakob en smeken?
  • ‘Ú hebt toch gezegd… (vers 13).’

Zie je wat er gebeurt? Waar Jakob zichzelf neerzet ten opzichte van God?
Jakob krijgt eindelijk zicht op God. Dit is een draai in zijn leven.

Er is een reclame van een opleiding die zegt: ‘die stok dat zijn wij, de lat die bepaal jij.’ Bedoeld wordt: wij helpen je om je ambitie waar te maken. Ja; zo zien wij dat. Zo leven wij. Wat kan ik, wat wil ik, wie ben ik, hoe ver kan ik gaan? En dat is natuurlijk essentieel. Maar is het alles? Jakob leert anders te kijken. ‘U hebt gezegd.’ Jakob wordt stilgezet. Zo kan het bij ons ook gaan. Dat je dan gaat beseffen: waar doe ik het voor? Op dat moment sta je voor God. Geef de strijd op en weet dat Ik God ben (Psalm 46[ii]).

Nog steeds is Jakob niet zeker. Hij stuurt een lading kado’s in de richting van zijn broer. Geiten, bokken, schapen, rammen, kamelen, koeien, stieren, ezels (van kleinere naar grotere waarde). Een voor een moeten ze – zo hoopt Jakob – als een golf de toorn van zijn broer breken. Misschien zal hij zo zijn leven kunnen redden.

4         Als ik U(w zegen) niet heb…
Maar er gebeurt wat anders. Jakobs leven wordt gered. Maar op een andere manier. Want als hij zijn gezin en al zijn eigendom aan de overkant heeft neergezet en hij alleen is overgebleven, wordt hij – midden in de nacht – aangevallen. Hij moet vechten tot aan het begin van de nieuwe dag. In dat gevecht wordt zijn leven gered. Krijgt hij zijn leven als nieuw terug.

Want Jakob vecht met die ‘iemand’. En die iemand kan hem niet verslaan. Maar als de man dat merkt, raakt hij in het gevecht Jakobs heup aan – en die wordt meteen ontwricht. De man met bovenmenselijke kracht wil vertrekken omdat de nieuwe dag begint. Maar Jakob houdt vast. Ondanks de klap die hem is toegebracht laat hij niet los. Hosea zegt later: onder tranen smeekte hij hem om een gunst. Het gevecht waarin de man niet kon winnen, verandert van karakter. Het is geen gevecht meer om te winnen – om de sterkste/slimste te zijn – zoals het tot dan toe altijd was bij Jakob. Het wordt een gevecht om gezegend te mogen worden. Ik laat je niet gaan behalve wanneer je me zegent. Een worsteling om de zegen van God te ontvangen.

Met wie had Jakob al die jaren strijd? Met zijn vader? Zijn broer Esau om het recht van eerstgeboorte? Met wie heeft hij gevochten? Met Laban en de ruzie in zijn eigen huis? God zegt: je hebt gevochten met God en mensen. Die volgorde. Jakob heeft in al die strijd vooral met God gevochten. God had gezegd, voor zijn geboorte, hoe het in zijn leven zou zijn. Nu erkent Jakob dat (vers 13).

Hoe is dat voor jou? Met wie heb je strijd? Waar vind jij houvast in je leven? Waarover voer je een gevecht met anderen of met jezelf? Hoe ga je daarin te werk? Iemand zei eens tegen me: ‘ik heb eens iets ondraaglijks te verwerken gekregen. Een ingrijpend verlies van iemand die ze niet kon missen. Een nacht lang heb ik daarover met God geworsteld. Daarna heeft God me iedere dag gegeven wat ik nodig had. Jaren lang.’

Je zegt misschien: ik vecht met … over …. (noem maar op). Daar staat God verder eigenlijk buiten. Ondertussen maakt God duidelijk dat Hij alleen vrede kan geven. De weg wijst. Misschien voer je een innerlijke strijd. Niemand die het ziet of weet. Maar God weet het. Hij kent je (Psalm 139). Neem Hem in vertrouwen. Bid. Doe dat iedere dag.

God zegt tegen Jakob: jij hebt gestreden met God en mens. God plaats zichzelf op de voorgrond. Niet ergens achteraan of ergens buiten. Kijk jij zo? Ik denk dat God ons dat hier duidelijk wil maken. Ik ben het, Jakob. Ik heb gezegd ‘de oudste zal de jongste dienen’. Jezus zegt: volg mij. Doe dat. Dat is de koninklijke weg. Hou ermee op dat steeds in twijfel te trekken.

5         Het geheim van God.
Nog een stap. Boven de stukjes tekst staat: ‘Jakob oog in oog met Esau’ (NBV) of ‘Jakobs worsteling’. Dat is het ook. Maar toch. Jakob zocht die ‘iemand’ niet op maar die ‘iemand’ hem. Het is Gods worsteling met Jakob. Gods worsteling om Jakob zo ver te krijgen dat hij zou zeggen: ‘uw zegen is te groot voor mij. U hebt gezegd….’ Het is Gods gevecht met Jakob om hem zover te krijgen dat hij zegt: als ik U laat gaan dan ben ik alles kwijt (Psalm 16). Het is Gods worsteling om u, jou mij bij Hem te krijgen. U bent mijn leven, mijn geluk.

Zo worstelt God met Jakob. Is dat niet Gods worsteling met ieder mens? God wil je zover brengen dat je Hem van harte erkent. God vecht voor wat Hij waard is om dat te bereiken. Wij hebben wel eens het beeld: God is God, Hij doet wat Hij wil. Ook in mijn leven. Maar in de Dordtse Leerregels belijden we dat mensen geen betonblokken zijn. God wil je hart. Je instemming.

Het eerste wat je dan moet zeggen is dit: God staat er in dat gevecht niet best voor. Bij Jakob niet maar net zo goed bij jou en mij. God kon Jakob niet overwinnen. Jakob had veel te veel van zichzelf wat strijdig was met God – en daarmee hield hij God tegen. God kon er niet tegenop.

Vind je dat vreemd? God is toch veel sterker dan een mens? En dat lijkt ook zo. Want Hij raakt Jakob maar even aan en zijn heup is ontwricht. Toch staat er: hij kon het niet winnen. Net zoals God het op een andere manier niet kon ‘winnen’ van Abraham toen die voor Sodom en Gomorra pleitte (Genesis 18). Steeds ‘moet’ God met Abraham mee. Aan het eind heb je zelfs het idee dat God maar snel vertrekt want als Abraham nog verder had gepleit….

Maar bij Jakob lukt het God niet om te winnen op een andere manier. Jakob blijft de BV Jakob. Als je dat vreemd vindt moet je maar eens naar jezelf kijken. Zie je God in jouw leven vechten? Op welke punten kan Hij je niet aan? Het is wel heel makkelijk om te zeggen dat God de sterkste is en verder gewoon door te gaan met … je verkeerde gedrag, je verkeerde woorden en gewoonte – met het steeds weer weigeren jezelf uit handen te geven. En maar zeggen dat God de sterkste is. Ondertussen overwint Hij jou niet.

Vind je het vreemd dat God Jakob niet kon overwinnen? Kijk nog eens verder in de bijbel hoe God de strijd aanbindt met het volk Israël – de nakomelingen van Jakob. Wanneer is het God gelukt hen zover te krijgen dat ze God volledig erkenden? Wanneer is het doel dat Hij met hen voor ogen stond werkelijkheid geworden? Hosea somt het in korte tijd op (hoofdstuk 12). God is zijn volk en hun mentaliteit zat. De Psalmen zijn een reflectie van die worsteling. De worsteling dat Gods volk Hém als koning erkent.[iii] Zelfs toen God zelf op aarde kwam in zijn zoon Jezus Christus is het niet anders. Jezus bracht Gods rijk op aarde, maar Hij werd aan de kant gezet en gedood. Denk aan de gelijkenis van de wijngaard – over het ongeloof in Gods profeten en de zoon – in Marcus 12.[iv] Zie de gebedsworsteling in Romeinen 9-11 om het behoud van Israël (!). In het gevecht God en mens – hoe vreemd dat misschien ook klinkt – staat God er niet goed voor. Toen niet en nog steeds niet.

Waar komt dat door? Dat is een groot geheim. Het zit in de manier waarop God wil overwinnen. Natuurlijk is God sterker. Want Hij raakt maar aan en Jakob gaat voor de rest van zijn leven mank. En God zal overwinnen – over ieder mens. ‘Iedere tong zal belijden: Jezus is Heer’ (Filippenzen 2). Maar God wil niet overwinnen niet zoals wij dat willen; door een ander neer te sabelen, door een walk-over met 10-0.

God wil ons overwinnen in en met in ons.

Dat is Gods strijd, zijn ‘belang’. Zijn wil je zover brengen dat je de verhouding tussen Hem en jezelf gaat zien en (be)leven zoals die is. Zo klinken de woorden van Jakob als een belijdenis. ‘Uw goedheid is zo groot; die ben ik uit mijzelf niet waard. U geeft die omdat U dat belooft. U bent de grond waarop ik sta’ (GK 161).

Zo ging God de strijd aan met Jakob. Kijk eens hoe God dat doet. Jakob leek overwinnaar want God kon hem niet aan. Maar ondertussen, in dat gevecht, krijgt God Jakob precies daar gekregen waar Hij hem hebben wilde. Jakob wil niet langer bedrieger zijn. Hij wilde geen zegen meer stelen. Hij wilde onder Gods zegen leven. Zo krijgt hij een nieuw leven. Een nieuwe naam. Jakob wordt Israël. Dat betekent: God heeft de overhand. God zegeviert. Wie is er nu Overwinnaar? Welke God gaat zo om met zijn dienaren en kinderen? Dat is Hij die we kennen in Jezus. Die zelf de strijd is aangegaan en zo onze harten won. Dat zwakke moment heeft God gebruikt om zijn kracht te tonen. Want op Golgota overwon God al onze zonde, onze onheilige strijd en schuld.

Jezus wint.
Zo heeft God de overhand.
Leef het nieuwe leven in hem.

——
[i] Zie een preek over die tekst.
[ii] Zie een preek over die Psalm.
[iii] Zie een prekenserie over de Psalmen.
[iv] Zie Niemand is zo gek als God. Preek Marcus 12:1-12.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
PvN 84 Wat houd ik van uw huis
GK 176b (tien woorden)
gebed van verootmoediging en om opening van het Woord
GK 177:2
lezing 1: Genesis 32:2-33
2: Hosea 12:3-15
verkondiging God wil in en met ons overwinnen.
1. Vechten met… God!?
2. De strijd van het geloof.
3. Survival of the fittest.
4. Als ik U(w zegen) niet heb
5. Gods geheim.
Psalm 46: 1, 3 en 4
dankgebed en voorbede
Onze Vader, https://www.songteksten.nl/songteksten/77869/opwekking/onze-vader-in-de-hemel.htm
collecte
LB 1010 Geef vrede Heer (alle verzen)
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.