Psalm 50 als gids voor een toegewijd en trouw leven

Psalmen worden minder gezongen in de erediensten. Waarom kan de kerk toch niet zonder deze liederen? Een verkenning aan de hand van Psalm 50.

Een leeuw die voor je staat; klaar om je te verscheuren. Zo staat God voor zijn volk in Psalm 50. Dat beeld draagt bepaald niet bij aan de aantrekkelijkheid van de Psalmen. Hooguit accepteer je zo’n beeld misschien als een ‘tegengeluid’ om je in het gareel te houden. Maar wie Psalm 50 leest in het geheel van de Psalmen ontdekt dat het lied geen vreemde eend in de bijt is.

Verveling en twijfel
Het lied begint met de erkenning dat God de God van de goden is. Deze God verschijnt in majesteit, uit Sion. De opening van Psalm 50 brengt je terug naar Psalm 2; de Psalm die samen met Psalm 1 de inleiding op alle Psalmen vormt. Psalm 2 beschrijft in voor ons haast niet voor te stellen concreetheid dat God op een bepaalde plek woont (Sion) en door middel van een bepaalde persoon (zoon/koning) regeert. Psalm 50 pakt de draad van Psalm 2 op door te zeggen dat God in volle majesteit vanaf de Sion komt. God komt als huiveringwekkend rechter. En terwijl heel de wereld getuige is, staat uitgerekend Gods eigen volk in de beklaagdenbank: ‘luister, mijn volk, ik ga spreken, Israël, ik ga tegen je getuigen, ik God, je eigen God’ (vers 7).

Gemeenteleden die Psalm 50 in een preekvoorbereidingsgroep lazen, gaven onder andere dit commentaar: ‘een God die rechtspreekt, aanklaagt en tegen ons getuigt; dat is het beeld dat in Psalm 50 neergezet wordt. Dat is een beeld dat niet meer zo bij ons past.’ De gemeenteleden verwezen daarbij naar twee artikelen uit het Nederlands Dagblad (23 en 29 september 2016). De predikanten Ekris en Visser merkten in die artikelen op dat er bij betrokken gemeenteleden, net onder de oppervlakte, verveling en twijfel leeft. Ja; een rake opmerking van de preekvoorbereidingsgroep! Als er twijfel en verveling is, heeft Psalm 50 weinig kans van slagen.

Hoe is je leven?
Maar dan dreigt er een vicieuze cirkel te ontstaan. Wij kunnen er weinig mee – dus we luisteren niet. Terwijl luisteren nu net aan de orde is (Psalm 50:7). Deze cirkel wordt doorbroken door de vraag of Israël er wat mee kon toen het volk deze profetie kreeg. Natuurlijk niet. Maar God is geen Hollandse polderaar of Midden-oosten onderhandelaar. God verschijnt; in stralend licht, uit Sion – en een laaiend vuur raast voor hem uit. God is immers de God der goden. En wat God zegt is adembenemend.

Op drie verschillende toonsoorten spreekt God. Allereerst snijdt God de vluchtweggetjes af: ‘Ik klaag je niet aan om je offers’ (vers 8). Humoristisch voegt God daaraan toe: ‘wat beweegt in het veld is van mij’ (vers 11). God zit niet te wachten op (extra) offers. Er is blijkbaar wat anders aan de hand. Dat wordt duidelijk in het tweede dat God zegt: ‘Breng God een dankoffer en doe wat je de Allerhoogste belooft. Roep mij aan in tijden van nood’ (vers 14 en 15). Het volk mist toewijding aan en vertrouwen in God. Hun hart is er niet bij (cf. Jesaja 29:13, Matteüs 15:8). Tenslotte spreekt God de mensen aan die kwaad doen. Terwijl ze hebben over Gods geboden leven ze hun eigen leven. Zij vinden God als een alles verslindende leeuw op hun weg.

Koninklijk
Wie de Psalmen leest als een geheel ontdekt iets bijzonders. Psalm 50 brengt je terug bij (de inleidende) Psalm 1. Psalm 1 houdt de gelovigen voor dat zij zich steeds moeten verdiepen in Gods wet. En Psalm 1 eindigt ermee dat de weg van wettelozen vergaat. De ellende van Psalm 50 is dat Gods volk op die doodlopende weg van Psalm 1 terecht is gekomen. Psalm 50 zegt: terug naar Psalm 1! En ga die Psalm leven. Anders wordt de dood van de wetteloze jouw dood.

Ook is te denken aan het verband tussen Psalm 50 en 51. Koning David deelt in de malaise van Psalm 50. Ook zijn hart was niet toegewijd. David overtrad alle geboden van God door overspel te plegen, te liegen en bedriegen en door te (laten) vermoorden. Maar hij komt van zijn troon en belijdt schuld. Dan bidt David dit gebed: ‘U wilt van mij geen offerdieren…Het offer voor God is een gebroken geest’ (Psalm 51:18 en 19). Zo gaat de koning in Psalm 51 het volk van Psalm 50 vóór. Ons aan God toegewijde leven; dat is het offer dat Hij van ons vraagt (cf. Psalm 40:7-9, Romeinen 12:1).

Vanuit Psalm 50 en 51 valt het extra op dat Gods belangrijke koning in de inleidende Psalm 1 ontbreekt. En dat verderop in de Psalmen de HEER zelf koning wordt genoemd (Psalm 93 en verdere). Om menselijke aanzien en macht moet het niet gaan (Psalm 146:3). God neemt zondaars zoals jij en ik in dienst. Dankzij Jezus leven zij een koninklijk leven (Catechismus Zondag 12). De pure verbazing dat heilige God, de God der goden, de rechter van hemel en aarde (Psalm 50:1-6) dat doet, komt je uit de Psalmen tegemoet.

Avondmaal
Ria Borkent heeft in het Paasoratorium Het lam dat ons doet leven van Dirk Zwart eens prachtig gedicht: ‘waar hamerslagen galmen, vervullen zich de Psalmen’ (cf. Lucas 24:44). Jezus’ kruisdood vervult Psalm 50 indrukwekkend. Want spottend vraagt God aan zijn volk of Hij soms bokkenbloed drinkt of stierenvlees eet. En ironisch zegt God daarbij: ‘Breng mijn getrouwen… die zich met offers aan mij verbinden vóór mij’ (Psalm 50:4 en 5). Hier ligt de kern van Psalm 50. Wie verbindt zich aan wie? Wie geeft wie te eten? Wie is er (ge)trouw? De nieuwtestamentische gemeente gelooft dat God zo trouw is dat Hij mens werd in Jezus (Johannes 1). Eten en drinken van Jezus’ lichaam en bloed is het enige medicijn tegen een niet-toegewijd hart (Johannes 6). Zo redt God (Psalm 50:15b).

OnderWeg, 5 augustus 2017

—–
De basis voor dit artikel is een prekenserie uit het afgelopen seizoen over de Psalmen, in de volgorde zoals ze in dit jaar aan de orde zijn gekomen:

Guided tour door het Koninkrijk. Psalm 1 (eerste inleiding op de Psalmen).
The return of the king. Psalm 2 (tweede inleiding op de Psalmen).
Toegewijd en trouw leven. Psalm 50.
God is de goede rechter. Psalm 51.
Een vriend in de duisternis. Psalm 88 (klacht uit het graf).
De mens is voor een tijd een plaats van God. Psalm 90 (oudejaarsdienst).
Dank de heilige Heer uit het diepst van je hart. Psalm 103 (in een trouwdienst).
De HEER is Koning. Psalm 93.
Vrij! Preek Psalm 139 (jeugddienst).
Mijn God, waarom verlaat U mij? Psalm 22 (rond de lijdenstijd).
Alle eer aan God. Psalm 115.
Overstelpende liefdestrouw. Psalm 117.

DV volgen er meer preken over de Psalmen. Ze staan dan op mijn blog onder de categorie preken.

Wereldwijd bant God oorlogen uit. Psalm 46 (Rotterdam-Delfshaven, nazomer 2014).

Bij rouwdiensten of bij andere bijzondere gelegenheden kregen Psalmen ook een plek (tweemaal Psalm 73, eenmal Psalm 146). Ik verwijs daar in dit verband niet naar vanwege de specifieke situatie waarin de Psalmen toen aan de orde kwamen. Ze zijn wel te vinden op mijn blog.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s