‘Onwetende’ goed-doeners. Preek parabel schapen en bokken

Preek gehouden in het kader van het huisbezoekthema: Jezus’ wederkomst. Ik preekte eerder over 1 Petrus 1 (uitzien naar de vreugde van Jezus’ komst). Nu kies ik voor de gelijkenis van de schapen en bokken. Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst.

1       Wederkomst. Wie wacht er op oordeel?
Dit jaar is het huisbezoekthema: de wederkomst van Jezus. Verlang je ernaar, naar dat moment? We kunnen zo bezig zijn met hier-en-nu dat we vergeten dat Jezus komt. Dat is in een klap voorbij als je Matteüs 25 leest. Jezus haalt de mensen uit elkaar. Schapen en bokken. Eeuwig leven en eeuwige straf. Weet je waar jij zult staan als Jezus terugkomt? Weet je het zeker?

Het meest opvallende in de gelijkenis is de verbazing. Hebben wij…..? De pure verbazing is er aan beide kanten; de schapen en de bokken. Er staat (vers 32) dat alle volken voor Jezus gebracht worden. Volken. Want Matteus schrijft voor de Joden. God heeft in Israel en met het geluk dat Hij geeft altijd de volken (wereld) op het oog gehad (Genesis 12:3).

Hij, Jezus, zal scheiden. Niet wij kiezen. Dat doen wij vandaag. Wij kiezen voor een school, opleiding, levenswijze, mobiel – noem maar op. Maar dit gaat om goddelijk onderscheidingsvermogen. Alles wat door elkaar heen leeft en groeit (cf. Matteus 13:24-30), wordt dan in een beweging uit elkaar gehaald: het rotte en het goede, het goede en slechte; wat echt is en wat nep.

Voor we verder gaan, moeten we pas op de plaats maken. Oordeel!? Eeuwige straf!? Wat denkt Jezus wel niet? Wat denken die christenen wel niet, als ze daar vandaag over (durven te) beginnen?

Oordeel en geloof gaan, voor ons gevoel, niet hand in hand. Dat hoort echt bij ‘vroeger’ (de oordelende God). Met pijn en moeite hebben van dat Godsbeeld afstand genomen. Mensen zeggen bijvoorbeeld: ik geloof wel dat er een God of iets is, maar oordeel; nee, dat niet. Of je – christen – ziet God als een die goed is, die je helpt, bij wie het fijn is om te zijn. Oordeel associeer je met afwijzing. Nee; zo kan God niet zijn. Zo is Hij niet.

Mensen gaan in retraite, doen allerlei meditatieoefeningen en ervaren dan iets van totale vrede, een diepe eenheid. Matteüs 25 zet daar een streep door.

Er wordt onderzoek gedaan naar BDE (Bijna Dood Ervaring). Denk aan het bekende en populaire boek van Pim van Lommel, Eindeloos Bewustzijn. Bijna altijd gaat dat over vredige ervaringen. Wees niet bang voor de dood, het komt goed – is de boodschap (trouwens: een klein percentage van BDE is niet vredig maar beangstigend).

2         Bevrijdend recht.
Oordeel haalt uit elkaar, scheidt. Kan dat? Mensen zeggen wel: ‘er is goed er is slecht’. Er zijn nu eenmaal (altijd) twee kanten. Zo zit de realiteit in elkaar. Grijsgebieden zijn er ook. Maar goed en kwaad uit elkaar halen? Hoe zou dat moeten, als het in de realiteit zo diep verweven is.

O.k. Daar zit een terecht punt in. Maar toch ook niet. Stel: je wordt wakker en iemand heeft een kras op je auto gemaakt. Zeg je dan ook: ‘er is goed er is slecht’? Welnee. Je bent in alle staten. ‘Welke … heeft er aan mijn auto gezeten!’ Zo reageren we allemaal. In grote en kleine dingen. Als wij dat doen, zou God, als Hij bestaat, dan ook geen oordeel vellen, hoger, beter, scherper, barmhartiger dan wij?

Het is zaak verder te kijken. Wie doet recht? Laatst stond deze uitspraak van een voormalig ambassadeur in de krant (NRC, 7 sept. jl) over Assad en zijn regime: „De oorlog loopt beetje bij beetje af. Assad heeft gewonnen en hij zal blijven. Misschien zal hij zich nooit hoeven te verantwoorden. Dit is de nieuwe realiteit die we moeten aanvaarden en we kunnen er weinig aan veranderen.” Vatbommen op je eigen mensen. Zoveel geweld en ellende. Je komt ermee weg. We moeten er maar aan wennen. Of toch niet? Komt er een dag van recht?

Wie doet er recht als jou iets werd afgenomen en je weet dat je dat niet meer terug krijgt? In zoveel gevallen snakt de wereld naar oordeel, eerlijk recht. En als het dan over Christus gaat die recht komt spreken vinden we dat maar zo zo! Hoe vreemd zijn wij. Denk aan de rechtpsalmen (beter woord voor wraakpsalmen).

Ik denk dat we daarom nog een stap verder moeten. Stoot dit stuk af omdat het raar of ondenkbaar is? Of gaat het verder? Word je er domweg bang van omdat het erover gaat dat een ander zegt: zo is het. Zo is het bij jou.

Wat nou als dit waar is? Als er niet alleen ‘iets’ is maar iemand, Jezus. En wat nu als die Jezus niet die lievige Jezus is zoals wij denken dat hij ‘was’. Stel dat Jezus degene is die zoveel gezag en wijsheid heeft. Vers 31: Jezus is omstraald door luister/heerlijkheid, een uitdrukking die (Matteus schrijft voor Joden) slaat op zijn goddelijkheid; zo spreekt het Oude Testament over God.[i] Zo dat hij alle mensen doorgrondt, in een beweging uit elkaar trekt. En dat hij de macht heeft om niet alleen oordeel uit te spreken, maar het ook te voltrekken: zo gebeurt het. ‘Schapen’ ontvangen eeuwig leven. ‘Bokken’ gaan naar eeuwige straf. Wat dan?

Een tijd geleden was ik eens bij een avond over spannende vragen rondom het christelijke geloof (Hetehangijzers, Delft). Een van de aanwezigen zei dat niet te bewijzen was dat God bestaat. Net als andersom. Uit te sluiten dat Hij wel bestaat kan ook niet. En dan? Je zou op die manier ook over het stukje uit Matteüs kunnen nadenken. Wie weet is het zo. Misschien ook niet. Maar wat nou als je zou willen gokken? Zou je er dan niet beter voor kunnen kiezen om ervan uit te gaan dat het zo is dat God bestaat en dat hij recht doet?

Ik vond dat wel een mooi verhaal van die man. Ik begrijp best: er is meer te zeggen. En vanwege angst gaan geloven of puur vanuit een gok dat het op een bepaalde manier zo zou kunnen zijn; dat geloof houdt geen stand. Maar je kunt wel zeggen: loop niet om de keuze heen. Loop niet om Jezus heen. Het getuigenis hier zegt: ieder komt voor hem te staan.

3         Waar zie je Jezus níet?
We kijken verder. Waar valt het links- of rechtsom? Wie zet Jezus neer als bok en als schaap? Misschien denk je gelijk dat hier staat: gelovigen ene kant, ongelovigen andere kant. Of: christenen de schapen. De rest de bokken. Dat staat er niet. Zo denken wordt ons door de apostel Paulus ook verboden (2 Korintiers 5:12 en 13). Er staat hier ook geen ‘categorie’: christenen, moslims, kerkmensen of wat dan ook maar. Sterker nog: ergens anders komt expliciet aan orde dat dit niet zo zal zijn. Elders in Matteüs gaat het ook over het wel/niet binnengaan in het feest van de Heer. Er staat dan dat mensen niet binnen mogen komen maar dat aanvechten door te zeggen: Heer, in uw naam hebben wij geprofeteerd, demonen uitgedreven, vele wonderen verricht etc. (Matteüs 7,22). In uw naam. Het zijn in Jezus gelovenden. Maar Jezus zegt: ik ken jullie niet. De deur blijft dicht.

Het gaat niet om een Israëliet, Nederlander, moslim of christen, kerkganger, atheïst of wat dan ook maar. Zoals scherp mes zo snijdt Jezus recht overal doorheen (cf. Psalm 36, ‘uw oordeel is onpeilbaar diep’).

Waar zit het op vast? Wat je wel hebt gedaan aan een van deze onaanzienlijken, heb je aan mij gedaan (40). Wat je niet hebt gedaan aan een van deze onaanzienlijken, heb je niet aan mij gedaan.

Tja. Dan moet helder worden wie die onaanzienlijken zijn. Is dat het punt? Zij vormen de scheidslijn. In hen, in hoe je hen behandelt, word je geoordeeld of erf je het koninkrijk. Wie zijn dat? De apostelen (in eerste lezing: ja)? De verschoppelingen in de wereld, de armen in onze samenleving (zo lezen wij dat vandaag en dat is correct)? Die gelovige in de gemeente die jou nooit echt opviel maar juist hij/zij blijkt het te zijn? Die categorie mensen – gevangenen, zieken – waar Jezus over heeft; de zeven werken van barmhartigheid zijn hierop gebaseerd? Uiteraard is daar veel over nagedacht.

Al deze uitleggen zijn op grond van andere Bijbelteksten te ondersteunen. En dat maakt al dat je voelt dat het om meer gaat. Dit stuk is het laatste wat Jezus zegt voor zijn gevangenneming en kruisiging. De bekende Matthäus-Passion begint precies daar waar de gelijkenis van de schapen en de bokken ophoudt:

da Jesus seine Rede (namelijk over de schapen en bokken) volendet hatte, sprach er zu seine Jungern….

En dan komt de passie. Jezus gevangen genomen. Gevangen (Matteus 25:43)!

Hij wordt geoordeeld door de geestelijke leiders. Veroordeeld, onschuldig (27:11-26), door de wereldlijke rechter. Jezus – hij die oordeelt, Matteüs 25:31-46 – zelf veroordeeld! Uitgekleed. Jezus de naakte die gekleed moet worden (Matteus 25:36)! Wie luistert naar Jezus’ laatste woorden, ziet vooral dat hij die zelf gaat omzetten in daden. Hij is de verrassing van de parabel. Jezus draait het om: in wie zou je mij níet zien? Hij is mens geworden, slaaf om ons te redden. Allen gelijk geworden. Zelfs tot dat afzichtelijke kruis. Als we toch wisten dat de Heer die deelt in Gods luister gekruisigd werd (cf. 1 Korintiërs 2:8, zie verwijzing onderaan de preek)! Met die ogen wil Jezus dat we om ons heen kijken.

Een diepe ondertoon zit in deze gelijkenis verstopt. Gospelzanger Keeth Green haalt het excuus er heel mooi uit in zijn lied over Matteus 25: ‘Heer, hadden we geweten dat u het was… dan hadden we zeker gekomen en geholpen.’ Maar dat is het punt. Wie gelooft dat de Heer die deelt in Gods luister (cf. Matteüs 25:31) aan het kruis hing….: waar vind je hem níet?

De tekst gaat open als je die leest door Jezus’ ogen. Waar denk je aan als je om geld wordt gevraagd? Wie of wat heb je voor ogen als verzoening nodig is? Wat doe je als je ziet hoeveel onrecht er in de wereld is?

Wie van deze tekst maakt ‘het gaat erom wat je met je geloof doet’ heeft gelijk. Denk aan Jacobus: laat uit je daden zien dat je gelooft. Dat is niet ‘rooms’ (werkheilig; alsof de RKK dat zou beweren). Wat is het, zeker vandaag, belangrijk om een goede diaconale gemeente te zijn. Te laten merken dat Jezus ons beweegt anderen lief te hebben.Toch is er meer. Het geheim zit in Jezus en het volgen van hem. Dat je hem ziet in wat je doet. In hoe je dat doet. Het gaat er in dit stuk niet om dat wij alsnog laten zien echt wel te voldoen aan de norm die Jezus stelt. Het is en blijft de verrassing: deed ik…!? Ik wist van niks!

‘Onwetende’ goed-doeners; dat wil Jezus van ons maken. Ik?
Geen calculerende, op safespelende allesweters. ‘Het verbaast me niks’

Ik sluit de preek af. Wij zeggen vaak: ‘geloof is persoonlijk’. Dan bedoelen we: voor mezelf. Matteus 25 laat zien hoe persoonlijk het is om te geloven. Ieder mens komt voor Jezus te staan.

Krijg je een schuldgevoel als je dit leest? Word je bang? Ik hoop dat het duidelijk is geworden waar het om gaat. Jezus die ons transformeren wil. Zoek het niet in de optelsom van goede/minder goede of slechte dingen. Schud dit verhaal ook niet van je af.

Laten we het verhaal nemen zoals Matteus het ons geeft: als laatste woord voor de daad waarin Jezus zich gaf tot op het kruis. Zelfs zijn scherpe oordeel onthoudt Jezus ons niet. De rechter van straks is je redder van nu. Zo horen wij het. Zo vieren wij avondmaal. Genade om nieuw te worden ontvangen wij vandaag. Eet om te worden als hij.
——–

[i] Zie Heer der heerlijkheid gekruisigd, lezing VGSD (2015).
Zie Hel van veraf en dichtbij (OnderWeg 2015) over de vraag of spreken over eeuwige straf nog wel van deze tijd is.

Voorbeeldliturgie
LvdK 304, GK 118: 1 en 3 (God is getrouw)
Gebed
Kinderen naar kring
Lezen Matteus 25:31-46
Verkondiging
Psalm 36: 1 en 2
Nicea
Viering heilig avondmaal
Formulier 4
Gebed
Tijdens de gaande viering zingen we
GK 125: 1 tm 6
Dankgebed en voorbede
Kinderen komen terug
Collecte
LB 769 (eens als de bazuinen): 1a,2v,3m,4v,5m en 6a
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s