Hoe God herder is te midden van zijn volk. Preek Ezechiël 34

Ezechiël 34 is een magistraal hoofdstuk. Het werpt z’n schaduw op veel manieren vooruit. Jezus zegt de goede herder te zijn (Johannes 10); een die Gods oordeel uitspreekt (Matteüs 25:31-46). In vers 25 staat dat God een vredeverbond opricht met zijn volk. Speciale aandacht daarvoor, inclusief een indrukwekkend citaat uit Bavincks Dogmatiek, vind je in voetnoot xi. Onderaan staat een voorbeeldliturgie.

Gemeente van de Heer

1         Een fantastisch (uit)zicht.
Wie wel eens een berg heeft beklommen, weet hoe inspannend dat is. Zeker voor ons Hollanders. Maar ben je eenmaal boven dan vergeet je alle moeite. Wat een uitzicht. Eindeloze verten. Soms nog hijgend en puffend sta je te genieten.

Dit punt hebben wij nu bereikt met het luisteren naar Ezechiël, gemeente. Vorig seizoen was de ‘steile klim’ naar de top. Veel hoofdstukken over Gods oordeel over zijn volk kwamen aan bod. Maar; altijd met perspectief.[i] Want God is, gelukkig, niet zoals wij:

Maakt korte tijd zijn toorn u bang
Zijn liefde duurt uw leven lang
(Psalm 30:3 berijmd)

Maar waar we vorig jaar nog wel eens goed moesten luisteren om dat perspectief te ontdekken; nu straalt het ons met volle kracht tegemoet:

  • God geeft in een goede herder vrede aan zijn volk (hoofdstuk 34);
  • God geeft een nieuwe spirit aan zijn volk (hoofdstuk 36) ;
  • God wekt zijn ‘dode’ volk op; LEVEN zal het (hoofdstuk 37);
  • God vernietigt alle kwaad (hoofdstukken 38 en 39);
  • God maakt alles nieuw (hoofdstukken 40-48).

Gód doet dit. Gemeente: ontvang dit evangelie. Geniet ervan met volle teugen. Al deze verreikende & verrijkende beloften zijn voor jullie. Want in Jezus maakt God waar wat Ezechiël vanuit de verte heeft gezien. Jezus is dé dode die levend werd en ons op Pinksteren zijn Geest gaf (cf. Romeinen 1:1-6). De toekomst is zeker, ja, eindeloos goed (Sela). Ontvang het. Leef het. En deel het uit.

2         Het grote mysterie.
Terug naar Ezechiël 34. Ezechiël was een stomme profeet; God had hem het zwijgen opgelegd (Ezechiël 3:26).[ii] Maar nu, na de verwoesting van Jeruzalem, mag Ezechiël eindelijk weer spreken (Ezechiël 33:22, cf. 3:27). Dat maakt het extra interessant. Waarover gaat de profeet het na 7½ jaar stilzwijgen hebben? Over zijn vrouw die hij verloor (Ezechiël 24)?[iii] Over de honger die hij geleden heeft – om nog maar te zwijgen over zijn doorligplekken (Ezechiël 4)?[iv]

Notinmyname.
Ezechiël kan weer spreken en begint over… leiderschap. Geestelijk leiderschap. In de woorden van toen: herder-zijn (Ezechiël 34).[v] Dáár zat/zit de rotte plek. Bij de leidinggevenden die van alles en nog wat zeggen en doen – tot aan het hooghouden van indrukwekkende tradities en rituelen. Maar #notinmyname – zegt God. Denk hiervoor bijvoorbeeld terug aan:

  • Hoofdstuk 8. De leiders van het volk dienen afgoden. Op deze intrieste manier gaan zij Gods volk voor en leiden ze het volk bij God vandaan.[vi]
  • Hoofdstuk 13. Profeten zijn roeptoeters. Ze zeggen wat mensen willen horen en niet wat God zegt. Zo helpen ze Gods volk de vernieling in.[vii]

En nu is het welletjes. God gaat het rechtzetten. Er komt nieuw leiderschap. Zo komt er voor het volk redding, vrede en welvaart (Ezechiël 34:10, 25 en 29). Na verbondswraak (Ezechiël 20:25&26[viii]) klinkt nu het geluk van een vrede-verbond (Ezechiël 34:25, zie Leviticus 13 en Deuteronomium 28).[ix] Omdat het leiderschap deugt. Omdat er een goede herder is.

Ik zelf zal herder zijn – zegt God.
Gemeente, let nu op. Het wordt oogverblindend mooi. We staan, zoals gezegd, op de bergtop van het profetenboek. Verkeerd leiderschap heeft daar geen plek. Dat wordt afgestraft en afgeschaft door God (Ezechiël 34:7-10). En straks kort meer daarover. Maar eerst en vooral concentratie op het belangrijkste. Hoe krijgt het volk dan leiders die wél goed zijn/doen? Wélk leiderschap geeft de redding, de vrede en het geluk waarvan Ezechiël profeteert?

Ik ben in eerste instantie geneigd de kern van hoofdstuk 34 te zien in vers 11. Daar staat iets spectaculairs. God vervangt niet het ene bestuur voor het andere – zoals wij doen als een bedrijf niet goed loopt. Wat God gaat doen is rigoureus anders. Wezenlijk anders:

Ik zelf zal naar mijn schapen omzien en zelf voor ze zorgen
(Ezechiël 34:11)[x]

En in de verzen 12-16 zegt God met hoeveel zorg en toewijding Hij dat gaat doen te midden van de kudde (vers 12 Statenvertaling). Hier gaat een vergezicht open!

God zal het zelf gaan doen. En niet vanaf de controleroom maar midden tussen de mensen/kudde in.

Ergens in het Oude Testament zit een kantelpunt. Dan wordt er niet meer teruggekeken op een manier die ons allemaal zo eigen is; ‘ach die goede, oude gouden tijd’ (schepping, paradijs, landinname, koning David enzovoort). Natuurlijk zijn al die mooie dingen niet vergeten. Hoe zou God het werk van zijn handen kunnen loslaten! Maar de gelovigen leren vooral vooruit te kijken. De verwachting leeft van Gods (eigen) komst.[xi] Zijn reddende komst. Dat Hij zelf orde op zaken zal stellen. Het vroegere zal eindeloos beter zijn. Zo eindigt dit hoofdstuk hoopvol:

Ik ben bij hen…. Jullie zijn mijn schapen, de schapen die ik weid; jullie zijn mensen en ik ben jullie God – zo spreekt God, de HEER.
(Ezechiël 34:31, cf. Psalm 100, liturgie).[xii]

Opluchting klinkt. Niet een mens – hoe goed ook. Niet een zoveelste wereldverbeteraar – hoe interessant ook. Alles en ieder wordt rigoureus aan de kant geschoven. De ruimte wordt geopend.[xiii] God. Hij gaat nieuwmaken.

Mysterie.
En dan, gemeente. Blijf luisteren. Beter is het niet één vers als kern aan te wijzen maar twee. Twee verzen die alles met elkaar te maken hebben. Want er valt iets op dat minstens even spectaculair is als wat er in vers 11 (en 12) staat.

Hoezeer God zichzelf ook als herder positioneert, zichzelf (expliciet) herder noemen doet Hij niet.[xiv] Nadat God spreekt over herderschap en alle aandacht naar zichzelf toetrekt… stelt Hij iemand als herder aan. Er komt een ‘andere herder, David, mijn dienaar… hij zal hun herder zijn’ (Ezechiël 34:23). In deze ‘David’ zal God vrede, welvaart en geluk geven.

God spreekt hier met kracht: Ik zal een herder laten opstaan.[xv] Een (een enige) herder.[xvi] Met diezelfde kracht had Mozes aangekondigd dat er een profeet zou opstaan – naar hem zal het volk luisteren (Deuteronomium 18:18). En zo zal God straks heel zijn volk laten opstaan (uit de dood, Ezechiël 37).

Gemeente, op dit punt aangekomen krijgen we hoogtevrees/diepteangst. Hier wordt het heet onder de voeten. We schouwen hier ‘het grote mysterie van het geloof’ (1 Timoteüs 3:16). Hier komt bij elkaar wat niet bij elkaar kan:

  • Nadrukkelijk worden mensen aan de kant geschoven in Ezechiël 34. En toch komt er door Gods kracht een ‘David’.
  • God gaat aan het werk – in deze dienaar. In hem is God ‘midden in’ zijn volk aanwezig (Ezechiël 34:12).

Gemeente, woorden schieten tekort. Net als ons bevattingsvermogen. God en zijn herder. Nee. God in zijn herder (‘David’). Dit gaat over Kerst: ‘Immanuel, Gód met ons’ stamelen we met evangelist Matteüs; Jezus krijgt Davids troon (Matteüs 1:1 & 23, Lukas 1:32&33).[xvii] Gód was het mensgeworden Woord (waardoor alles is geschapen) – horen we, tot onze stomme verbazing, Johannes zeggen (Johannes 1:1).[xviii] Zo lezen we Ezechiël 34:

  • In Jezus is God de goede herder (Ezechiël 34:11-16, Johannes 10);
  • Jezus heeft medelijden met het volk omdat ze zonder herder zijn: kom tot mij, ik geef rust (Matteüs 11:28-30, Ezechiël 34:11-22)[xix];
  • Jezus is de rechter van de schapen en de bokken (Ezechiël 34:17-22, Matteüs 25:31-46[xx]);
  • Het verbond dat God sluit ligt vast in Jezus’ bloed (Ezechiël 34:25, Matteüs 26:28);
  • Zoals Ezechiël 34 eindigt met Gods belofte dat Hij bij zijn volk zal zijn, zo eindigt het evangelie van Matteüs met Jezus’ belofte dat hij met ons is tot de voleinding van de wereld (Matteüs 28:20).

En ga zo maar door.

Gemeente aanschouw en geloof dit mysterie. Niet voor niets hebben we ‘de berg’ bewandeld tot aan de top. De beloning is het zicht op Gods grootste geheimen. Ja, het zicht tot recht in Gods hart. Bewaar dit mysterie als een schat in je hart. In de Sixtijnse kapel in Rome is een afbeelding te zien van Ezechiël. Met een ruk draait hij zijn hoofd naar rechts. Hij kijkt op van zijn boekrol. Hij kijkt uit. Wie verwacht hij? Eeuwen later zegt Jezus:

‘Vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen maar ze kregen het niet te horen’
(Matteüs 13:17, cf. 1 Petrus 1:10-12).

En tegen de ‘ongelovige’ God-belijder Tomas zegt Jezus dat gelukkig zijn wie hem niet zien en toch geloven (Johannes 20:28 en 29). Dat gaat over jou en mij.

3         Leef met Jezus.
Tot slot is in het licht van de twee kernzinnen van dit hoofdstuk nog te kijken naar vers 12:

Ik zal mijn schapen redden… op een dag van donkere wolken

Bijzonder. Dat klinkt heel bevrijdend en, tegelijk, heel dreigend. Zonder twijfel gaat dit over ‘de dag van de HEER’ (Ezechiël 7).[xxi] Blijkbaar is er dan oordeel en redding hand in hand.

De herder gedood.
Als je verder leest in het Oude Testament begin je beter te begrijpen hoe deze twee samenkomen. De herder-figuur komt terug. Maar dan anders. Schokkend anders. De herder is dan niet degene die oordeelt (Ezechiël 34:17). Zacharia profeteert dat de herder zal worden gedood (Zacharia 13:7). De zoekende, genezende en reddende herder uit Ezechiël 34 is de (af)geslachte herder (Matteüs 26:31). De rechtsprekende herder uit Ezechiël 34 is de ter dood veroordeelde herder. Dat gebeurt op de dag van ‘donkere wolken’ en ‘te midden van’ de kudde. Dat is Golgota. Christus en die gekruisigd. In de duisternis lijdt Jezus (Ezechiël 34:12, Matteüs 27:45, Psalm 88[xxii]). ‘Te midden van’ spotters en zondaars. Zo geneest en leidt hij ons![xxiii] Als een herder gaat hij ons voor naar Gods koninkrijk. Overheen de (zonde)dood – een barrière die geen mens (Ezechiël 34:31b) nemen kan.

Leef in zijn naam.
Gemeente, op deze adembenemende manier wordt Ezechiël 34 vervuld. Wat een magistraal hoofdstuk is dit. Het hele evangelie dient zich aan. Niet voor niets krijgt dit hoofdstuk een prominente plek in de kerk. Dit hoofdstuk gaat over:

  • Jezus’ komst in de wereld en zijn wederkomst in majesteit. Ezechiël 34 leert ons Kerst te vieren met het oog op Jezus’ wederkomst.[xxiv]
  • De herders in de kerk, de ambtsdragers (1 Petrus 5:1 vv[xxv]). Laat, broers en zussen, Jezus zien. Er is geen andere naam. Wees daarin zuiver, bewaar het grote mysterie van het geloof in een goed geweten (bevestigingsformulier).
  • Ons allemaal. We zijn immers gedoopt in de Geest en zo tot Jezus’ profetessen en profeten (zondag 12 Catechismus) gemaakt. Houd het evangelie niet voor jezelf. Leef het. Desnoods: vertel erover.

Maar evengoed gaat dit evangelie over de wereld. Gods wereld. Wat een verlangen klinkt er vandaag wereldwijd naar goede, sterke, betrouwbare leiders. Soms is dat verlangen terecht. Soms is het eng. Het probleem is dat wij dat leiderschap bij mensen zoeken. Het evangelie van Ezechiël zegt: het is Jezus.

Leef met hem. Leef voor hem. Dat is de weg van de vrede, welvaart en geluk.


Zie KNOWN. Introductie preken over Ezechiël.

 

[i] Heel duidelijk wordt Gods perspectief in zijn oordeel bijvoorbeeld in het meest trieste hoofdstuk 11 (Gods vertrek uit de tempel en Jeruzalem). Zie Hoe God bij mensen woont. Preek Ezechiël 11.
[ii] Zie Profetie next level. Preek Ezechiël 3 en 4.
[iii] Zie Hoe de wereld op haar einde loopt. Preek Ezechiël 24.
[iv] Ezechiël werd op rantsoen gezet en moest een ongemakkelijk mime-spel uitvoeren. Zie de preek Profetie next level. (voetnoot ii)
[v] Voor Gods volk was dit een bekend beeld (Psalm 23: de HEER is mijn herder). Maar net zo goed (en al eerder) in de omliggende culturen. Agamemnon (inname Troje) wordt bijvoorbeeld herder van de mensen genoemd (Hummel) en Hammurabi e.a. in Babylon en Assyrië noemen zichzelf herder (Chr. Wright. Zie Numeri 27:17).
[vi] Zie Het gunstige vestigingsklimaat van het afgodenbedrijf. Preek Ezechiël 8.
[vii] Zie Gods oordeel over fakenews. Preek Ezechiël 11. Zie ook Hoe God trouw is in vloek en zegen. Preek Ezechiël 20:25 en 26. In dat hoofdstuk wordt pijnlijk duidelijk hoe God toch werkt in deze nep-profeten; maar dan op zijn manier. Op Gods oordeel over nep-profeten volgt Gods her-vertelling van de geschiedenis van Gods volk; zo ziet en zegt God het. Dat zit geen nep-gehalte in; het is waar(heid). Zie de hoofdstukken 15, 16 en 20. Zie bij de inleiding op Ezechiël voor de link naar die preken.
[viii] Zie Hoe God trouw is in vloek en zegen. Preek Ezechiël 20:25 en 26 (zie noot vii).
[ix] Vrede-verbond; zie voetnoot xi hieronder.
[x] ‘The false shepperds now disappear completely, and in their place Yaweh’s activity is mentioned’ (Hummel). Ik zal – is het refrein bij de aartsvader Abraham (Genesis 15) en Jakob (Genesis 28). Zie voor dit punt een (enigszins gedateerde) themadienst over de sacramenten; ze wijzen naar wat God in Jezus is en doet. Zie ook voetnoot xi (laatste stuk over Gods vrederaad).
[xi] Zie De mens is voor een tijd een plaats van God. In Psalm 90 spreekt Mozes de hoge woorden dat alleen Gods bekering tot ons zoden aan de dijk zet. Dit is in het kader van het debacle van het koningshuis van David. Zie ook preek over Psalm 97, de jubel om de komst van Rechter. En zie een preek over God en lijden (2de preek) naar aanleiding van Jesaja 40 waarin God zegt dat Hij eraan komt – dwars door de woestijn van ellende.

Voor Ezechiël is te denken aan hoofdstuk 1: God zelf (heerlijkheid van de HEER!) verschijnt – nota bene in Babel. Zie Hoe indrukwekkend is God (inleidende preek 1). Maar zie ook Hoe God bij mensen woont. God belooft daar – vóór zijn oordeel uit! Zie voetnoot i – door zijn Geest in zijn mensen te willen wonen. Dat is een stap – nee, een eindeloze sprong – vóóruit.

‘Niet terugkijken’ betekent niet dat het oude er niet toe doet. Juist in dit stuk valt het op hoe trouw God is. Het verbond dat God sluit (34:25, cf. 16:60-63) wordt het verbond van vrede genoemd. Een opvallend en veelzeggend woord. Voor het eerst komt dit verbond met zoveel woorden voor in Numeri 25:12 als Phinechas het verzet tegen afgodendienst en overspel aanvoert. Veelzeggend want in Ezechiël is overspel (preek hoofdstuk 16) en afgodendienst (preek hoofdstuk 8) precies Gods verwijt aan zijn volk. Het is nauwelijks in beeld te brengen om hoeveel het gaat bij dit vredeverbond. Het verwijst naar het verbond met Noach omdat het gaat om heel de schepping die nieuw wordt (zie ook Jesaja 11:1-9 en Hosea 2:20); de beloofde zegen doet paradijslijk aan en werpt z’n schaduw vooruit naar de leven-gevende rivier (Ezechiël 47/Genesis 2); zoals de vloek eerder de aarde/het land trof (Ezechiel 15:8, Zie preek Ezechiel 15) zo is er nu zegen. Het verbond verwijst naar David; hij mag weer op zijn troon (2 Samuel 7:12-16, cf. Lucas 1:32 en 33). God is trouw en laat het werk van zijn handen niet los.

In de Gereformeerde Dogmatiek wordt er gesproken over verschillende verbonden (werkverbond, genadeverbond, Noachitisch verbond, Sinaïverbond). Zie hoofdstuk 8.4 van de Christelijke Dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi voor een korte bespreking. In het kader van Ezechiël 34:25 denk ik aan het zogenaamde pactum salutis (vrederaad) ‘een verbond van de drie Personen in het Goddelijk wezen zelf’ (Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek deel III hoofdstuk vii). Het werk van God de Vader, Zoon en Heilige Geest manifesteert zich duidelijk in Ezechiël. Zie deze preek en andere preken uit dit Bijbelboek. Bavinck zegt dat de leer over de vrederaad ‘niet van scholastieke spitsvondigheid vrij’ was. Een citaat van Bavinck (uit het genoemde deel en hoofdstuk) is in het verband van (deze preek over) Ezechiël te mooi om te laten liggen:

‘… voorts legt dit pactum salutis (vrederaad, jmh) ook een verband tusschen het eeuwige werk Gods ter zaligheid en datgene, wat Hij daartoe doet in den tijd. Het verbond der genade, dat in den tijd wordt geopenbaard, hangt niet in de lucht maar rust op een eeuwigen, onveranderlijken grondslag. Het ligt vast in den raad en in het verbond van God drieëenig, en is daarvan de onfeilbaar volgende toepassing en uitvoering. Ja, in het verbond der genade, dat in den tijd door God met menschen opgericht wordt, is de mens niet de handelende en actief optredende. Maar het is wederom God drieëenig, die het werk der herschepping, na het ontworpen te hebben, tot stand brengt (vetgedrukt door jmh). Het is niet zoo, dat God eerst zijn verbond met Adam en Noach, met Abraham en Israël opricht en eindelijk eerst met Christus. Maar het verbond der genade ligt van eeuwigheid gereed in het pactum salutis der drie personen (vetgedrukt door jmh) en wordt van stonde aan na de val door Hem gerealiseerd. Christus begint niet eerst te werken met en na zijne vleeschwording , en de Heilige Geest vangt zijn arbeid niet aan met zijne uitstorting op den Pinksterdag. Maar gelijk de schepping een trinitarisch werk is, zoo is ook de herschepping van het eerste oogenblik af een werk der drie personen geweest (vetgedruk door jmh).’

[xii] Zie Gods schapenkoppen zijn we. Preek Psalm 100.
[xiii] Zo gaat het ook bij de proef van Abraham (Genesis 22) als God op het laatste moment ingrijpt. Abraham mag niet doen wat God zelf zal gaan doen. Zie God heeft zijn eigen zoon niet gespaard. Preek Genesis 22.
[xiv] Meest dichtbij komt het in vers 12: ‘zoals een herder’ en in het vervolg waarin God zegt zijn schapen te zullen weiden.
[xv] Zo vertaalt Hummel (I will raise up) en ook het Bijbelcommentaar doet dat.
[xvi] Een/enige: dat is tegenover een veelvoud aan verkeerde herders/leiders. Maar vooral wijst het vooruit naar het ‘één’ dat in hoofdstuk 37:16-24 maar liefst elf keer voorkomt. ‘Ik ben de goede herder’ en daarom moet Gods volk een zijn (Johannes 17, Efeze 4, Filippenzen 2 enzovoort)
[xvii] Voor het trinitarische karakter van Matteüs zie de preek Weinig verhullende (taal van) Jezus van Kafarnaüm (m.n. voetnoot ii van die preek).
[xviii] Zie Advent. Jezus komt eraan. Preek Johannes :1-3.
[xix] Zie Welke rust Jezus geeft. Preek Matteüs 11:28-30.
[xx] Zie Onwetende goed-doeners. Preek over de parabel van de schapen en bokken uit Matteüs 25.
[xxi] Zie De dag van de HEER komt eraan. Preek Ezechiël 7.
[xxii] Zie Een vriend in de duisternis. Preek Psalm 88.
[xxiii] Zie een preek over de wonderlijke Psalm 110 over de priester-koning. Ook daar staat dat God heerst ‘te midden van’ (zijn vijanden). Zie ook Wereldwijd bant God oorlogen uit, preek Psalm 46.
[xxiv] De dag van ‘duistere wolken’ gaat ook over Jezus’ wederkomst. Zie een preek over het eschatologische Marcus 13
[xxv] Zie Jezus volgen in leiden en lijden en Dank God voor alle gaven in de gemeente. Twee preken over 1 Petrus 5 inzake de gaven van ambtsdragers en gemeente.

Voorbeeldliturgie
124: 1 en 3 (= votum) Heel Israël getuige blij van geest
Groet
GK 132:1a,2v,4m 5&6a Dank U voor deze nieuwe morgen
10 verbondswoorden
Opwekking 687 Heer wijs mij uw weg
gebed
Kinderen naar voren
Micha 4 (feest met koning Jezus)
Kinderlied
Kinderen naar kring
Lezen Ezechiël 34
Psalm 100 (Ezechiël 34:31) alle verzen https://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-100
Verkondiging Hoe God herder is te midden van zijn volk.
Opwekking 595 Licht van de wereld https://www.opwekking.nl/uitgaven/opwekkingsliederen/286-quotes/1068-opwekking-595
Dankgebed en voorbede afgesloten door
Onze Vader (Elly en Rikkert)
Kinderen komen terug en
Collecte
LB 444:2, 4 en 5 (De duisternis gaat wijken, Advent)
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.