Welke plek hebben ouderen in de gemeente van Jezus?

Preek naar aanleiding van Jozua 14. Daar komt een oudere aan het woord. Wat zegt zijn getuigenis ons, gemeente van Jezus? Voorbeeldliturgie onderaan de preek. Preek gehouden op 8 oktober in de Kandelaarkerk.

1       We zijn van de Heer.
Vorig jaar kregen we, Kandelaarkerk, paar keer bezoek. Leerlingen van het Insula-college kwamen naar de kerk. Voor een opdracht op school moesten ze een kerkdienst bezoeken en een verslag schrijven. Na afloop sprak ik een van die jongeren. Die kwam voor het eerst in de kerk. Ik vroeg: wat vond je ervan? De jongere zei: bijzonder! Ik vroeg: wat dan? Al die kinderen en jongeren, was het antwoord. Dat was het eerste dat blijkbaar opviel. Blijkbaar kan de gedachte zijn, als het over de kerk gaat: een paar grijze hoofden en dat is het. De kerk is dan zoiets als: oud, vroeger/verleden. En dan kom je binnen en ontdek je alle leeftijden.

Zou het te maken hebben met deze slogan van eens van Veronica: je bent jong en je wilt wat. En wat je dan wilt is plezier maken, uit je dak gaan, feesten, vrienden maken. Leven! En dat past blijkbaar niet bij je idee dat je over kerk en geloven in God hebt. Zoals een jongere een keer tegen me zei: geloven, daar begin ik mee als ik vijftig ben. Wat hebben we veel jongeren in de kerk, veel kinderen.

Maar er is nog wat anders. Toen die leerling van het Insula-college opmerkte dat het zo bijzonder was dat jongeren er zijn, dacht ik ook: hoe zien wij, gemeenteleden, dat nou? Kijken wij ook allereerst met zulke ogen: zijn wij kerk van jong of oud? Jongeren zeggen wel eens, valt me op, dat ouderen zoveel bepalen in de kerk. Ouderen zeggen het wel eens andersom: waarom nou alweer een jeugddienst, dominee; wij zijn er toch ook? Kijken wij ernaar zoals een buitenstaander er naar kijkt: oud of jong, vroeger of nu? Of zijn we, wie we ook zijn, allereerst van de Heer?

2       Wat geeft God in ouderen?
Aanleiding om te beginnen over leeftijd is de tekst uit Jozua. Het gaat over Kaleb. Hij is vijfentachtig jaar oud. En hij staat te popelen, zit vol energie om te gaan voor de belofte van God! Zie je ‘m al staan: Kaleb, een van de oudjes van het volk, staat daar: strijdlustig. Hij heeft een prima geheugen (vers 7 vv). Wat vooral opvalt: hij is vol vertrouwen op de HEER. Zijn getuigenis spreekt boekdelen. Wat een prachtkerel. Wat geweldig dat de HEER je zo mooi/krachtig maakt!

Vijfenveertig jaar geleden was hij erbij toen Mozes de spionnen erop uit stuurde. Vijfenveertig jaar: dat is een hele generatie. Kaleb hoorde, samen met Jozua, bij de verspieders die in opdracht van Mozes het land Kanaän moesten verkennen, voor het Gods volk het in bezit zou nemen. De verspieders brachten vruchten mee uit het beloofde land (lees dit alles na in het bijbelboek Numeri, hoofdstuk 13&14). Maar… van de twaalf verspieders zagen tien het niet zitten: er zijn daar reuzen. Sterke steden. We komen het land nooit in. Wij stellen niks voor in vergelijk met hen. Die verspieders zaaiden met hun paniek angst en wantrouwen in het volk. Het volk stond toch al heel vaak te dubben als het op vertrouwen aankwam. Het bericht van de verspieders liet hen definitief de verkeerde kant kiezen. Wantrouwen won. Volk zei: waarom zijn we aan deze ellendige reis begonnen? Wat ben jij voor een leider, Mozes!? Het volk wilde een andere leider kiezen en teruggaan naar hun vroegere slavenleven (Egypte).

Op dat moment stonden Jozua en Kaleb op. Dat was dus in een heel spannende situatie. Een situatie vol wantrouwen. Een grimmige sfeer. En zij gaven een getuigenis. Ze zeiden o.a. dit: dat volk daar heeft niemand die hen beschermt (!); wij worden bijgestaan door de HEER. Verzet je niet tegen Hem!

Wauw. Wij zouden zeggen dat die Jozua en Kaleb echte crisismanagers zijn. Vertrouwen uitstralen  – op het moment dat het erop aankomt. Ze zijn vol Godsvertrouwen terwijl zij toch ook echt die reuzen en sterke steden hebben gezien. Maar het volk wilde hen doden: hun getuigenis kostte Jozua en Kaleb bijna de kop. Het was dat de HEER zelf hen toen verdedigde.

(Dat is opvallend, trouwens. Bij een getuigenis denken wij vaak aan mooie, positieve berichten die anderen bemoedigen of stimuleren. Dat is ook wel zo. Maar getuigen komt in de Bijbel vaak op deze manier aan orde: in een situatie van ongeloof zeggen/demonstreren wie God is en wat Hij geeft, ook tegen een mainstream in. Zie bijvoorbeeld Johannes 16:8-11 en diverse keren in het boek Handelingen van de apostelen).

Zo stond Kaleb daar toen. Sterk, ‘jong’, moedig en vol van de Geest. Het ging anders dan hij had gehoopt. Zijn getuigenis bereikte het hart van het volk niet. God oordeelt het volk om hun ongeloof. Alle mensen boven de veertig jaar zullen veertig jaar rondzwerven door woestijn en moeten sterven. Alleen Jozua en Kaleb niet. Zij mogen na veertig jaar het land intrekken. Zij zijn, nog tijdens hun leven op aarde, getuige van de uitkomst van Gods belofte (cf. Lucas 2:25-35). Zij zien dat hun getuigenis van veertig jaar geleden geen fantasie of vlucht vooruit was, maar goede grond had. Zij krijgen ‘gelijk’. Dat wil zeggen: God doet hun recht.

Gemeente: Jozua 14 is een bijzonder Bijbelgedeelte. Niet alleen om wat de HEER in Kaleb doet. Een paar keer wordt bij de verdeling van het aan Gods volk beloofde land om een gunst/bijzonderheid gevraagd. Kaleb is de eerste die dat doet. Waar je misschien zou verwachten dat hij zegt: ik had dus wel ‘gelijk’ (veertig jaar geleden), de rente staat laag: laat ik een huis nemen en genieten van rust, doet hij iets anders. Hij zet zijn leven nog een keer in een extra versnelling. Hij gaat het volk vóór in dit bijzondere verzoek. Kaleb kiest een deel van het land waar die reuzen wonen (waar het volk zo bang voor was). Juist een moeilijk in te nemen gebied. In zijn keuze zegt Kaleb: nu ik al zoveel gekregen heb, wil ik ook dit stuk genade ontvangen, hierin de belofte van de HEER zien. En het boek Jozua vertelt dat de HEER Kaleb hierin zegent (hoofdstuk 15). In deze man Kaleb zie je Psalm 92 waarvan we straks zullen  zingen: ook in hun oude dagen zijn ze jeugdig fris (cf. Psalm 1, de altijd vruchtgevende boom).

Zie je: zijn geloof in de HEER is niet veranderd (vers 12b): als de HEER me bijstaat. Dat was de strekking van zijn getuigenis van vijfenveertig jaar geleden. Dat is zijn adagium van deze dag.

Gemeente: Kaleb staat niet alleen als geloofsgetuige op leeftijd. Er zijn veel voorbeelden:

– Zacharias en Elisabeth. Twee mensen op leeftijd. Geen kinderen. Dat was toen nog ingrijpender dan nu. De Bijbel zegt van hen: zij waren vrome en gelovige mensen die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden (Lucas 1). Zo kijkt de Heer naar hun leven. Zij worden de ouders van Johannes de Doper, wegvoorbereider van de Heer Jezus Zelf. Zij krijgen niet alleen onverwacht een kind, maar laten door hun geloof en kleingeloof aan de buurt/familie zien dat God iets unieks gaat doen.
– (H)Anna, profetes (Lucas 2). Hoogbejaard. Vierentachtig jaar lang weduwe. Vierentachtig jaar! Is dat zo’n oudje waarvan je je afvraagt: wat voor zin heeft zo’n leven op den duur nog? Er staat dit van haar in de Bijbel: ‘ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden.’ Zij mag het kind zien en aan anderen delen dat God nu het geluk gaat brengen dat Hij zolang heeft beloofd. Op hoge leeftijd is zij missionair.

Gemeente: als we naar deze voorbeelden kijken, zien we gelijk dat het om meer gaat dan: goede fysieke, mentale gesteldheid, geluk in voorspoed (dingen die we zo duidelijk bij Kaleb zien). (H)Anna, bijvoorbeeld, heeft veel niet. Maar zij is trouw. Zacharia en Elisabeth: hoeveel Joden zouden er zo niet meer zijn geweest toen? Hadden zij Johannes niet gehad, dan hadden wij nooit van hen gehoord. Hoeveel ouderen zijn er nu die vast op God vertrouwen en die wij niet bij naam kennen maar die wel door Hem gekend zijn? En ook als je niet zo zeker bent van je geloof of wel eens twijfelt aan Gods weg met je leven: God blijft trouw.

Daarom wil ik twee dingen naar voren halen uit deze tekst van Kaleb:

A/ Als wij naar Kaleb kijken, denken we: hij is oud. Mooi hoor, dan nog geloven. Maar zie je dat het daar niet om gaat? Kaleb had blijkbaar al zoveel vertrouwen dat hij op zijn veertigste tegen heel volk durfde in te gaan met getuigenis. Zijn leven was al een leven met de HEER. Hoe is dat met jou? Hoe is je leven met de Heer vandaag? Dat is de vraag. Deze week hadden we het op catechisatie over die vraag. Wie is Jezus voor je?

Je merkt bijvoorbeeld dat je in een geloofsdip zit of je vindt een aantal dingen die met geloof in Jezus Christus te maken hebben niet aantrekkelijk. Dat kan. En dan? Je kunt wachten tot je daaruit komt of in leeftijd komt dat geloofsleven stabieler is. Dat mag je hopen. Maar ik heb nog nooit gehoord van een oudere dat het geloof hem/haar is komen aanwaaien (alhoewel: de Geest…). Waar het om gaat: blijf volharden in je geloof. Blijf je richten op de Heer. Dan zul je merken dat het Hem niet gaat om jaren of ervaring. De Kaleb van vijfentachtig kon die prachtkerel zijn omdat de HEER hem veel eerder al zijn Geest gaf en omdat Kaleb daarvan ook heeft getuigd. Alleen zo kon hij het ook veertig jaar in de woestijn, in de ‘geloofsdip’ van Israël, volhouden. Geef het niet op! Blijf naar de kerk komen. Bezoek je kring en geef jezelf. Hier ontvang je Gods genade en merk je dat geloven bij niemand vanzelf gaat maar dat de HEER, als wij Hem vragen, ons wel verder wil helpen.

B/ Ouderen in gemeente. U bent met veel in onze gemeente. Vandaag staan we stil bij de bijzondere positie die u in gemeente hebt. U hebt veel gekregen om te laten zien van de HEER. Het valt me op dat ouderen in onze gemeente het getuigenis van Kaleb ook in de mond nemen. Een van u zei bijvoorbeeld wel eens, toen we het over iets hadden wat niet makkelijk was in uw leven: als we het geloof in de Heer niet hadden gehad…. De Heer helpt je. Alleen op Hem kun je echt terugvallen. Uit uw mond klinkt dat heel indringend. Er klinkt levenservaring en geloofservaring in door. Laat dat getuigenis blijven klinken in onze gemeente.

Ander voorbeeld: u, ouderen, laat merken dat oud(er)-zijn geen garantie is voor een vanzelfsprekend geloofsleven. Ook uw geloof wordt beproefd. Ook uw keuze voor de Heer is iets dat steeds om vernieuwing en verdieping vraagt. Als je dat eerlijk zegt tegen een nieuwe generatie doet dat goed. Het hangt niet van ons (sterke) geloof af. een prachtig verhaal daarvan hoorde ik twee jaar geleden. Een jongere was bij een kringbijeenkomst geweest. Hij vond het zo verrassend te horen dat een oudere verteld had van zijn twijfel. Dat klinkt misschien gek. Of  ‘zwak’ (twijfel). Maar door eerlijk te zijn over jezelf, help je elkaar om je vertrouwen te zoeken in God. En dat is sterk.

3       Gemeente zijn.
Ingaan op de leeftijd en vitaliteit van Kaleb brengt ons bij onze vitale Heer. Hij maakt zijn beloften waar. Stilstaan bij de leeftijd van Kaleb brengt ons bij elkaar: we zien wat/hoe de Heer in ons werkt. Het gaat daarom steeds om de christelijke verbondenheid, de kerk. Niet centraal moeten we zetten: leeftijd, ras, voorkeur in liturgie, maatschappelijke positie, de jaren dat je gelooft of naar de kerk gaat. Zo gebeurt dat misschien in de maatschappij. In de gemeente staat centraal wie we in Christus zijn. Zo helpen we elkaar verder op zijn weg.

Kaleb doet dat op mooie manier, die geloofsoverdracht. Je moet maar eens verder lezen in Jozua 15:13-19. Kalen belooft degene die een stad inneemt te mogen trouwen met zijn dochter (zo uithuwelijk is iets dat bij die tijd/cultuur hoorde). Maar Kaleb doet méér dan een stad in bezit nemen en zijn dochter uithuwelijken. De man die dit doet, wordt namelijk zijn schoonzoon. Ze zullen elkaar vaak tegenkomen. Ze zullen elkaars enthousiasme en vertrouwen in de Heer herkennen. Ongetwijfeld leidt dat naast een familieband tot een geloofsband. Zit daar niet de geloofsoverdracht in? En Kalebs dochter heeft hetzelfde bloed als haar vader: zij is – in lijn van haar vader – de tweede die vraagt om een specifiek erfdeel. En zij krijgt het. Zo vader, zo (schoon)zoon. Zo vader, zo dochter.

Zo zijn wij samen kerk. Ook in kerk wordt gesproken over generatieverschil, ouderen en jongeren. En natuurlijk: dat verschil is er. Toch is er de roeping om samen die ene Heer te zien en hem te dienen. Ouderen, jongeren: loof de HEER (Psalm 148).

—–

Voorbeeldliturgie: zie hieronder.

In het boek Jozua staan heftige en bijzondere gebeurtenissen. (Hoe) klinkt daarin het evangelie? Ik hield over dit boek een paar preken:
Jozua 7: alleen God blijkt echt (zichzelf) te zijn.
Jozua 14: welke plek hebben ouderen in de gemeente?
Jozua 20: de gemeente van Jezus als vluchtplaats.
Jozua 22: soms moet er juist heibel zijn in de gemeente.

In twee artikelen ging ik uitgebreider in op passages in Jozua die vandaag veel oproepen omdat het over geweld gaat. Naar aanleiding van de uitzending van Pauw over geweld in de heilige boeken schreef ik Christen-populisme helpt niet (december 2016). En na de aanslag op  Charlie Hebdo besprak ik met mijn collega geestelijke, imam Karrat, over geweldsteksten in de Bijbel en Koran; dat laatste deed de imam. Zie Laat het oordeel aan God.

Over de plek van kinderen in de gemeente, zie de preek Jezus zegent de kinderen.

Liturgie:
Welkom
Votum
groet
ps.93: 1,2 en 3
10 woorden
LB 405: 1a, 2v, 3m en 4a (heilig, heilig)
Kids (Lucas 17:11-19, Tien melaatsen worden rein) twee afbeeldingen: 1 ziek 2 gezond
Zingen: Kom aan boord Kinderen naar kring
Gebed om verlichting met de Heilige Geest
Lezen en tekst: Jozua 14:1-15
Psalm 92:1,5,7&8
Verkondiging: Een gemeente van ouderen en jongeren.
Ps.148:1, 4 en 5
Dankgebed en voorbede
Kinderen komen terug
Collecte
LB 103c: 1, 3 en 5
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s