Soms moet er juist heibel zijn in de gemeente. Preek Jozua 22

Preek over Jozua 22; een conflict om een altaar. Waar maak je je druk om – zou je zeggen? Tja. Daarover gaat het in de preek. Soms moet er heibel zijn in de kerk om te zien waar het nou werkelijk om gaat. Voorbeeldliturgie: zie onderaan de preek.

1       Rare jongens die gelovigen.
Rare jongens, die Romeinen. Een liefhebber van Asterix en Obelix herkent de uitspraak uit duizenden. De grap van deze uitspraak is dat de Galliërs zelf nogal vaak raar doen. Maar ja; dat ben je zelf. Dat is natuurlijk heel normaal. Maar als je van een afstandje kijkt naar anderen; tja – dat zijn echt rare jongens.

Vandaag wordt er wel eens iets gezegd dat lijkt op de uitspraak in Asterix en Obelix. Rare jongensdie gelovigen. Van de week zag ik Twitter dat iemand zich afvroeg of er nog íemand was die geloofde in een schepping; we weten toch hoe alles is ontstaan? Beter ingelichte mensen vragen wel eens: hoezo ontstaat er een kerkstrijd midden in de oorlog (Vrijmaking, 1944)? Of je zou iets meekrijgen van gedoe in de kerk. Rare jongens, die gelovigen zeggen mensen dan.

Nu ligt het er maar net aan wat er wordt gezegd, wie het zegt en waarom. Soms heb je niet eens de kans om het waarom te achterhalen. Een andere keer hebben buitenstaanders gewoon gelijk – en moeten gelovigen zich anders/beter opstellen.  En weer een andere keer haal je als gelovige je schouders op. Gelovigen zijn net mensen. Zoals je gedoe hebt op je werk, zo heb je dat ook in een kerk. Niets menselijks is ons vreemd. Lekker makkelijk scoren voor wie dat wil.

2       Conflict om een altaar.
We lazen net Jozua 21 en 22. Als je dat leest, komt de vraag op: is dit nu zo’n geval van rare jongens die gelovigen? Of juist niet?Het is een heftig conflict om een altaar. Het moment is bijzonder. Het volk Israël is net in het land Kanaän gekomen. Ze hebben de inwoners gedood en verdreven.[i] De meeste stammen van Israël wonen in Kanaän. Maar twee-en-een-halve stam woont aan de andere kant van de Jordaan. Hoofdstuk 21 eindigt zo:

Zo schonk de HEER Israel het hele land, zoals hij hun voorouders onder ede beloofd had. De Israëlieten namen het in bezit en gingen er wonen. En de HEER gaf hun vrede aan alle grenzen, precies zoals Hij hun voorouders had beloofd…. Hij (de HEER) brak niet een van de beloften die Hij aan Israel had gedaan. Hij deed ze alle gestand.

Wat heeft de HEER veel gegeven. Alles. Echt een moment om dankbaar te zijn. Te genieten. Kijk toch eens wat we gekregen hebben. Relax! Vrede, shalom. Maar een paar zinnen verderop staat Israël alweer klaar om te gaan vechten. Tegen welk volk nou weer? Tegen … elkaar. Burgeroorlog. Alsjeblieft.

Rare jongens, die gelovigen. Denk je: wat een heethoofden! Pietjes precies in de godsdienst, fanaten onder de gelovigen? Want wat maakt het nou uit; altaar zus of zo? Of denk je: gaaf, zo’n hoofdstuk. Prachtig dat de HEER ons door zijn Geest ook Jozua 22 heeft gegeven om naar te luisteren? Mooi te zien hoe de juiste manier van God dienen hen ter harte gaat?

Laten we eerst goed kijken. Natuurlijk is er afstand in tijd en cultuur. Maar wat zit erachter? Je zou het niet zeggen, maar het blijkt om iets heel moois te gaan. Beide kampen willen de HEER dienen zoals Hij dat heeft bevolen. Beide gaat het om de eenheid van het geloof en het bewaren daarvan.

Dit was er aan de hand: God had gezegd dat je best een plaatselijk altaar mocht bouwen (Exodus 20:24-26 steen/aarde). Maar God had ook gezegd dat Hij door heel het volk op één plek vereerd wilde worden (offercultus, altaren, tempel).

Blijkbaar riep het altaar dat de twee-en-een-halve stam bouwde de idee op dat die stammen een offerplek voor zichzelf wilden beginnen. Dat ze God op hun eigen manier wilden dienen (2de van de 10 geboden). In vers 10 staat dat het om een groot, opvallend altaar gaat. Een ‘kopie’ zegt vers 28. Kopie is een duidelijkere vertaling voor ons dan het woord ‘evenbeeld’ dat de NBG51 heeft van het altaar op de plek die God had aangewezen.[ii] Alsof er een concurrent kwam (dat is wat er daadwerkelijk gebeurt als het volk Israël in tweeën splitst, 1 Koningen 12).

Wie een aanleiding zoekt om gelovigen rare jongens te vinden, kan er in dit hoofdstuk een vinden. Makkelijk scoren. Wie het prettig vindt zelf serieus genomen te worden, een ander neemt zoals hij/zij is en de Bijbel op die manier wil beluisteren, ontdekt dat het om meer gaat dan een stel heethoofden die elkaar naar het leven staan. De vraag is: wat gaat je aan het hart? Wie is God; hoe heb je Hem lief?

3       Toezien op elkaar in het licht van dé geboden.
Er komt nog wat bij. Israël had al van Mozes de opdracht gekregen om toe te zien op elkaar. Als de ene stad ontdekte dat er elders een andere offercultus ontstond – als er andere goden werden aanbeden – moest die stad boeten voor hun afgodendienst. Israël voert dit onderling toezicht nu ook uit. Gods volk luistert naar de opdracht van Mozes. Dat is wel eens anders geweest….

Mooi om te horen is ook hoe Gods volk lessen heeft getrokken uit het eigen verleden. Ze wijzen naar de overtreding van vroeger (afgodendienst Peor, vers 17) en die van recent (overtreding van Achan[iii]). Dit heftige hoofdstuk is in die zin winst: hier staat een volk dat gegroeid is in vertrouwen. Ze stralen dit uit: zo wil de HEER gediend worden – daar willen wij voor gaan want de andere weg loopt, zo hebben we gemerkt, dood. Daar komt bij dat ze eerst het overleg zoeken (vers 13): ze onderzoeken voordat ze hun oordeel definitief maken.

Het is dus niet zomaar een ‘conflict om een altaar’. Het gaat hier om de eerste twee geboden van de wet. Heb de HEER lief en dien Hem alleen, alleen zo zoals Hij het zegt. Die geboden lopen als een rode draad door heel de Bijbel heen.

De twee-en-een-halve stam, aan de andere kant, blijken geen enkele intentie te hebben gehad om op een eigen manier de HEER te dienen. Ook zij willen naar de plek die God heeft gewezen; ze willen geen offers brengen op dit altaar (vers 23 vv). Ze willen niet dat zij in de toekomst buiten de onderlinge verbondenheid komen te staan omdat zij aan de overkant van de Jordaan wonen – en niet in het land Kanaän zelf. Wel apart is dat zij dit blijkbaar geheel op eigen initiatief hebben gedaan, zonder de anderen daarover vooraf te vertellen. Het had een hoop ellende kunnen voorkomen. Misschien lezen we daarom wel deze geschiedenis zodat wij leren in de kerk niet teveel op eigen houtje op te trekken.

Maar hun intentie is goed. Ze denken aan het geloof van hun kinderen. Aan de toekomst van Gods plannen met hen. Het altaar is een getuige van het feit dat ook zij volk van God zijn.

Zo staat het volk van God hier tegenover elkaar. Nee. Ze staan naast elkaar. Ze erkennen de HEER als God. Ze willen Hem vereren zoals Hij dat wil. En dát geeft rust en echte eenheid, vrede. Het hoofdstuk dat dreigend en heftig begint, loopt daarom heel mooi af: De HEER is onze God.

Zo kan het dus ook! Winst uit een kritiek moment. Vrede, na een dreigend onderling conflict. Reken maar dat daar wat vanuit gaat.

4       Alleen (in) Christus.
Gemeente: wat zien wij in dit hoofdstuk? Hoe horen we hierin de Heer spreken? Ik wil er na het voorgaande nog twee dingen uithalen voor ons.

Wat je hier ziet is mooi, omdat hier – in kinderschoenen – een echte gemeente van God staat. Een gemeente zoals de Bijbel daarover spreekt in het Nieuwe Testament. Dat wil zeggen: voorop staat de liefde voor de HEER, de liefde voor de eerste twee geboden; in dat licht is in onderlinge verbondenheid te leven.

De specifieke situatie van Jozua 22 – kopie van het altaar maar niet om op te offeren – komt niet voor in de voorschriften van Mozes. Maar als duidelijk wordt dat er geen ontrouw en/of ongehoorzaamheid in spel is, dan kom je er toch samen uit. Dan heerst de vrede van God.

Telkens verder is God gegaan in het bekendmaken van zichzelf: in Christus vinden wij al Gods schatten aan wijsheid en inzicht (Kolossenzen 2:3). Voor sommige vragen die vandaag op ons afkomen, hebben we niet altijd een klip en klaar antwoord. De Bijbel is geen antwoordenboek. De Bijbel leert ons Hem kennen die ons de eerste twee geboden gaf. En wel op de meest wonderlijke manier; Golgota – de HEER die ons gelijk werd in Jezus; Jezus die ons roept hem te volgen. We vertrouwen erop dat de Heer ons ook nu op deze Weg gids als we Bijbellezen, bidden om de Geest, en verbonden zijn met gelovigen die ons voorgingen (credo). Wat Gods wil is in veel concrete situaties; onderzoek dat op die manier (Efeze 5:10).

Een ander iets betreft de intentie. De intentie van beide kampen uit Jozua 22 blijkt goed. En dus? Volgens mij zeggen wij dat wel eens of gebruiken wij dat in discussies: als je intenties goed/christelijk zijn, dan is het o.k. Nou: wat gaaf als je intenties goed zijn! Dank de Heer. En toch.

Laat ik een situatie nemen uit het Nieuwe Testament. De apostel Petrus (!) zat met niet-Joden (heidenen) aan tafel, het teken van verbondenheid. Dat dat o.k. was, had Petrus moet leren. Hij kreeg een bijzondere openbaring van de Geest (Handelingen 10). Maar op een gegeven moment, als bepaalde andere groep gelovigen binnenkomt, trekt Petrus zich van de tafel terug. Vast bedoeld om die andere gelovigen die naar binnen kwamen gelopen niet voor het hoofd te storen. Was zijn intentie goed? Ik denk het. Toch ontstond er toen trammelant. Paulus wijst Petrus en plein public hard terecht (Galaten 2:14): ‘jij bent een Jood maar je leeft als een heiden’. Lekker dan. ‘Je  bent een christen maar je gedraagt je alsof je Christus niet kent’. Het zou je gezegd worden.

En let goed op. Het gaat er Paulus om dat Petrus’ handelwijze de vrijheid die God ons in Christus geeft onder druk zette. Dus niet wat wij er wel eens van maken: wie er gelijk heeft, wie de beste ideeën (over de liturgie of wat ook maar) heeft of wie zich fatsoenlijk (wat dat ook maar is) gedraagt. De brief van Paulus waarin hij dit incident tussen Paulus en hem beschrijft gaat maar om een ding: dat er geen ander is die redt, heelt en geneest dan Jezus (Galaten 3:1). Deze Jezus geeft vrijheid; niet om te misbruiken maar door elkaar te dienen in liefde (5:1 – een vers zelfs nog aangehaald in de meest recente Schoo-lezing), en zo groeit de vrucht van de Geest (5:13 vv). Zó gaat het daar, in Galaten, om de eerste twee geboden van God waarover het in Jozua 22 gaat.

Laat ook je intentie in het licht zetten van Gods zoon. Zo ver gaat het evangelie. En laten we elkaar liefdevol en trouw helpen om dat te doen. Begin dus met de vraag naar Christus.

Ik rond de preek af. Rare jongens die gelovigen. Misschien zijn we dat wel. Soms moet er heibel worden gemaakt. Als het maar heibel is die gaat om de vraag of  Christus in het midden staat. Vroeg of laat zal die vraag in de gemeente leiden tot vrede. Geen vrede van een poldermodel of consensus zonder meer. Maar de vrede dat God laat merken dat we op de goede weg zijn.

====
[i] Ik ga in deze preek niet in op dit onderwerp. Zie daarvoor hieronder.
[ii] Waarom wil God op die ene, specifieke plek vereerd worden? Zie bijvoorbeeld de preek The return of the king, preek Psalm 2 over de Sion en de koning.
[iii] Zie preek over Achan en zijn overtreding (Jozua 7): Alleen God is echt (zichzelf).

In het boek Jozua staan heftige en bijzondere gebeurtenissen. (Hoe) klinkt daarin het evangelie? Ik hield over dit boek een paar preken:

Jozua 7: alleen God blijkt echt (zichzelf) te zijn.
Jozua 14: welke plek hebben ouderen in de gemeente?
Jozua 20: de gemeente van Jezus als vluchtplaats.
Jozua 22: soms moet er juist heibel zijn in de gemeente.

In twee artikelen ging ik uitgebreider in op passages in Jozua die vandaag veel oproepen omdat het over geweld gaat. Naar aanleiding van de uitzending van Pauw over geweld in de heilige boeken schreef ik Christen-populisme helpt niet (december 2016). En na de aanslag op  Charlie Hebdo besprak ik met mijn collega geestelijke, imam Karrat, over geweldsteksten in de Bijbel en Koran; dat laatste deed de imam. Zie Laat het oordeel aan God.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
Opw. 638 Prijs Adonai, http://www.songteksten.nl/songteksten/65548/opwekking/prijs-adonai.htm
Psalm 92: 1 en 7
Gebed
Kinderen naar kring
Jozua 21:43-22:34
Verkondiging Soms moet er heibel zijn in de gemeente.
1 Rare jongens, die gelovigen
2 Conflict om een altaar
3 Toezien op elkaar in het licht van dé geboden
4 Alleen (in) Christus
GK 71 (canon)
Nicea
GK 92: 2 en 3
Dankgebed en voorbede
Kinderen komen terug
Collecte
GK 147: 1, 3 en 4
zegen

One thought on “Soms moet er juist heibel zijn in de gemeente. Preek Jozua 22

  1. Verrassend Matthijs, leren van lang geleden, vertrouwen, vallen, opstaan, samen onderweg!
    Wat zal de wereld mooi zijn op die dag,
    Als Jezus weer zal komen op de wolken,
    Als al wat leeft, de natiën, de volken,
    Zich voor Hem zullen buigen vol ontzag.

    Wat zal de wereld mooi zijn op die dag,
    Als God Zijn tent zal opslaan bij de mensen,
    Als volken niet gescheiden meer door grenzen,
    Zich zullen scharen onder Christus’ vlag.

    Wat zal de wereld mooi zijn op die dag,
    Als heel de schepping zal gezuiverd wezen
    Als d`aarde zal vernieuwd zijn en genezen,
    Van al ons kwaad, van heel ons wangedrag.

    Wat zal de wereld mooi zijn op die dag
    Als God Zijn volk met heerlijkheid zal kronen
    En in het nieuw Jeruzalem doet wonen
    Wat zal de wereld mooi zijn op die dag. 

    tot die tijd luisteren naar Zijn woorden (door jou gebracht) en oefenen!
    Dag hoor Marleen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s