Gemeente van de Heer
Bevestiging ambtsdragers
Vandaag hebben we een extra feestelijke dienst omdat zussen en broers gereed staan om bevestigd te worden als diakenen en ouderlingen. Dank daarvoor de Heer. Een paar jaar geleden hadden we een dip. Het werd telkens lastiger om kandidaten diaken en ouderling te vinden. Dat speelt niet alleen bij ons. Dat is landelijk. We hebben onder andere een roepingenzondag gehouden.[i] … hebben toen verteld over hun motivatie en roeping. We zijn er meer met elkaar over gaan spreken. Het zou toch vreemd zijn als we in onze talentvolle gemeente niet voldoende diakenen en ouderlingen konden vinden. Mooi dat jullie gereed staan om de gaven die de Heer jullie geeft in te zetten in zijn gemeente.
Vreemdeling
Wat betekent jullie roeping? Laten we luisteren naar Petrus. Hij geeft advies aan zijn collegae-oudsten. Petrus schrijft vanuit de overtuiging dat hij binnenkort mag delen in Jezus’ heerlijkheid (1 Petrus 5:1). Bedoelt Petrus dat hij verwacht dat Jezus spoedig komt? De eerste christenen hadden die verwachting sterk. Het kan ook over zijn eigen levenseinde gaan. De traditie zegt dat Petrus vanwege zijn geloof in Jezus de marteldood is gestorven. Dan is hij bij Jezus.
Van iemand die ‘er bijna is’ zou je verwachten dat die de touwtjes laat vieren. Relaxed. Einddoel in zicht. Petrus doet anders. Hij zet de punten op de i. Dat begint al bij de inzet van zijn brief. Daar heeft hij het over gelovigen die geheiligd en bestemd zijn om te worden besprenkeld met het bloed van Jezus Christus (1 Petrus 1:2).[ii] Dat verwijst naar de heilige doop en naar het volgen van Jezus, juist in moeite die je ondervindt. Deze inzet stempelt de brief. Petrus spreekt de gelovigen aan als vreemdelingen die ver van huis zijn (1 Petrus 2:11). Hij heeft het over de roeping om te lijden (1 Petrus 2:21). Hij past deze roeping toe op de gemeente in al haar diversiteit.
Naar schapen ruiken
Over deze gemeente zijn de oudsten aangesteld. En wat betekent dat voor wie leiding geeft? Dat hoor je in het eerste advies of de eerste opdracht die Petrus geeft. Dit woord: hoed God kudde waarvoor je de verantwoordelijkheid hebt (1 Petrus 5:2). Wat betekent dit? Wellicht ken je de uitdrukking dat een herder naar zijn schapen ruikt. Zo ‘ruikt’ een ambtsdrager naar de gemeente. Wie in de kerk werkt is niet iemand die achter een bureau plannen ontwikkelt of mensen van een afstand aanstuurt. Hoed God kudde. Petrus gebruikte Bijbelse taal. God is Herder. Daar staat het Oude Testament vol van. De Psalmen (23, 100). Het indrukwekkende hoofdstuk 34 van Ezechiël waarin de profeet fulmineert tegen verkeerd leiderschap.[iii] Ezechiël zegt deze nep-leiders de wacht aan. Hij profeteert dat God in Persoon zijn volk zal weiden. En zo doet God; Jezus zegt dat de mensen naar hém moeten komen met hun lasten; híj wijst de weg naar het goede leven (Matteus 11).[iv] Niet de andere geestelijke leiders maar Jezus is de goede herder (Johannes 10:1-19).
Zussen en broers diakenen en ouderlingen: zorg je dat naar Gods schapen ruikt. Dat zeg ik vandaag ook omdat we een koerswijziging maken. Een die nodig en goed is. We willen gavengericht gemeente-zijn. De eersten die omzien naar gemeenteleden dat zijn gemeenteleden zelf. De kring. Leden in je buurt. Op andere manieren. Ja. Zo zegt de Bijbel dat ook. ‘Elkaar’ is een fundamenteel nieuwtestamentisch woord.[v] Heb elkaar lief. Respecteer elkaar. Vertroost elkaar. Bemoedig/vermaan elkaar. Zo gaat het steeds. De Bijbel denkt niet in bestuurslagen. De Bijbel denkt organisch. De gemeente is een lichaam waarin ieder lid ertoe doet en een functie heeft ten opzichte van het andere lid (1 Korintiërs 12 e.a.). Het punt is dit. Een valkuil zou kunnen zijn dat wie diaken is of ouderling niet meer naar schapen ruikt. Je maakt beleid. Bewaakt processen. Of zoiets. O.k., beleid, processen, organiseren zijn dingen die horen bij Jezus’ gemeente. Maar begin bij het woord van de heilige apostel dat je Gods kudde hoedt. Dat bewaart jou voor zelfoverschatting want het is Góds kudde. Het geeft je vervolgens een duidelijke plek, een temidden van de gemeente. Heel bescheiden spreekt de ‘grote’ Petrus over de leidinggevende als ‘mede’-oudsten. Hij staat niet boven je maar gaat naast je staan. Inzicht gevend.
Herder in de buurt
Beginnen bij Gods kudde is essentieel. Toen ik voor het eerst bevestigd werd als predikant bedacht ik wat ik zou gaan doen. Het is wennen als je start. Zeker als je dat voor het eerst doet. En een eindje fietsen op het Groninger Hogeland is natuurlijk erg aantrekkelijk. Ik ging op bezoek. Bij iemand op heel hoge leeftijd. Ik dacht – hoe dom kun je zijn – dat oude broeders en zusters al met anderhalve been in de hemel staan en daarom een-en-al geloofszekerheid zijn. Ik zal dat bezoek nooit vergeten. Dat gemeentelid vertelde me over verlies. Een repeterende breuk van verlies aan een vreselijke ziekte van zoveel mensen van wie zij hield. En nu had haar achterkleinkind die ziekte. Een puber voor wie het leven nog moest beginnen. Waarom neemt God mij niet!? riep ze vertwijfeld uit. Ik stond met een mond vol tanden. Ik begon toen, een beetje, te begrijpen wat Petrus bedoelt dat het begint bij Gods kudde. Deze zuster is van de Heer, in al haar vertwijfeling. Het gaat erom met de Psalmen biddend je levensweg te gaan. Dat je er daarin voor elkaar bent. Gods stem gaat verstaan. Als je naar Gods schapen ruikt is de Herder nooit ver uit de buurt. En daar gaat het om.
Jezus’ liefde
Petrus’ oproep om Gods kudde te hoeden is geen ‘mensgerichte’ aanpak. Je herkent Petrus zelf. Hoe zijn leven was en is. We hebben daarvan gelezen in Johannes 21. Petrus hield van zijn Heer maar liet hem op het beslissende moment in de steek.[vi] Na Pasen zoekt Jezus hem op. Persoonlijk (Lucas 24:34). Maar ook in de groep van discipelen (Johannes 21). Zoals Petrus Jezus driemaal verloochende zo vraagt Jezus drie keer of Petrus van hem houdt. Wat een moment is dat geweest. Dat gaat door merg en been van ieder die daar bij was. Om te beginnen bij Petrus. Als Petrus zijn liefde aan Jezus verklaart – wat meer is dan een ‘warm gevoel’; het gaat om de erkenning dat Jezus Heer is – krijgt Petrus de opdracht die hij later in zijn brief doorgeeft: hoed mijn schapen.
Hoor je? Achter de opdracht voor Jezus’ kudde te zorgen gaat de liefde voor Jezus schuil. Nog beter gezegd: de liefde van Jezus. De liefde voor zijn apostelen. Zijn mensen. Zijn gemeente. Zijn wereld. Liefde die ook het falen en de tekorten ziet. Liefde die je roept om in alles naar de Heer te gaan.
Gebed, Schriftlezen, geloofsgesprek zijn de basis van je werk. Diakenen en ouderlingen: Jezus roept je. Houd van hem. Met je hart, je ziel en de inzet bij dit werk. Gemeente, doe dit net zo op de plek waar God je in en buiten de gemeente roept.
[i] Zie preek Roepingszondag. Preek Matteüs 18 en 2 Timoteüs 2.
[ii] Zie preek Op één lijn met Christus. Preek 1 Petrus 1:2.
[iii] Zie Hoe God Herder is te midden van zijn volk. Preek Ezechiël 34.
[iv] Preek Welke rust Jezus geeft. Preek Matteus 11.
[v] Zie preek Zonder jou geen gemeente van Jezus. Preek Efeze 2.
[vi] Zie Gezien en gered. Preek verloochening van Petrus.
Liturgie
Welkom en afkondigingen kerkenraad
Votum (GK) en
Groet
Amen (GK)
DNP Psalm 100: 1 tm 3 Juich, heel de aarde…
Gods leefregels
GK Psalm 86:4 Leer mij naar uw wil te handelen…
Gebed
Kinderen naar voren
Opwekking Kids 180 Je mag er zijn
Kinderen naar kring
Johannes 21:15-19 Toen ze gegeten hadden… (svp kort introduceren. Het is een van de ontmoetingen tussen de opgestane Jezus en zijn leerlingen)
1 Petrus 5:1-4 Ik doe een beroep…
Verkondiging
Opwekking 891 Zend mij
Bevestiging ambtsdragers (svp formulier en bijbehoren vragen beamen)’
DNP Psalm 134:1 en 2 Kom, trouwe dienaars…
…. vertelt over de Alphacursus
Dankgebed en voorbede
Collecte en kinderen komen terug
Opwekking 378 Ik wil jou van harte dienen
Zegen
Amen (GK)
Verdere ontmoeting