De volharding der heiligen. Inleiding over Dordtse Leerregels hoofdstuk 5

Inleiding in een cyclus van vier avonden over de jubilerende Dordtse Leerregels. Georganiseerd door het Klein Convent, bedoeld voor leden van die kerken en andere belangstellenden. Zie op Ode aan de synode voor het program. De liturgie van de bijeenkomst staat onderaan de toespraak.

Broeders en zusters in onze Heer Jezus Christus

1         Volharding in postchristelijk en postkerkelijk Nederland.
Hoe anders is onze samenleving in vergelijking met de samenleving waarin de kerk samenkwam in de synode van Dordrecht (1618/9). Een voorbeeld. Vorig jaar vond de boekpresentatie plaats van Ongelooflijk. Over de verrassende comeback van religie van Yvonne Zonderop. Religie is in. Geloven ‘mag’ weer in Nederland. Het dogmatische verzet waarin men zich afzet tegen een dominant christendom is voorbij. Cijfers laten zien dat telkens minder mensen in God geloven. De groep die gelooft vormt een bont gezelschap. Typerend voor het geestelijke klimaat in ons land vond ik deze opmerkingen rondom de boekpresentatie van Ongelooflijk: ‘religie is van niemand’ en ‘de rol van de kerken is uitgespeeld.’[i] Nog aan het eind van het vorig jaar sprak het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) van Nederland als een bijna postkerkelijk land. Blijven er hier gelovigen en kerken? Of hebben we ons erbij neer te leggen dat kerken elders, zoals in China, zullen bloeien?

Onze maatschappij is postchristelijk en postkerkelijk. Wat betekent dan de volharding der heiligen; het onderwerp waarmee de jubilerende Dordtse Leerregels afsluiten?

In die setting komen we vanavond samen rondom de Dordtse Leerregels. We sluiten vier bijeenkomsten over de canones af. Het gaat vanavond over de volharding van de heiligen. Geloven is immers volhouden (Hebreeën). Wat betekent volhouden in de hierboven geschetste context?

Pastoraal.
Het laatste hoofdstuk van de Leerregels wordt door velen als het mooiste, meest pastorale gezien. Ik bedank mijn collega’s voor de gelegenheid daarover vanavond te mogen spreken. Geloofshelden als David en Petrus worden ons voorgehouden (V.4).[ii] Ook zij waren zondaren (I.1) maar door God gekozen en gekende zondaren. Het evangelie spreekt dan ook over geroepen heiligen (1 Korintiërs 1:2). Gods genade wint het in het leven van de zijnen.

De grote beslissingen zijn gevallen in de eerdere hoofdstukken van de Leerregels. Dat merk je als je hoofdstuk V leest. Het hoofdstuk werkt uit. Het bemoedigt in de strijd. Gelovigen worden aangespoord om hun toevlucht te nemen tot de gekruisigde Christus (V.2). Vandaag wordt wel eens een karikatuur gemaakt van alle geloofszekerheid die gelovigen toen hadden – en/of van de zekerheid die orthodoxe gelovigen vandaag hebben. Lees de Leerregels, zou ik zeggen. Herkenbaar wordt gesproken over twijfel en aanvechting (V.11). Maar vooral klinkt het evangelie. God zal niet toestaan dat gelovigen boven vermogen verzocht worden; de Heilige Geest zal je laten volharden (V.11). Verder wordt – in de lijn van de Catechismus (HC 24) – de zijweg afgesneden van het zorgeloos, achteloos leven (V.12, cf. I.13). Kruisdragen en toegewijd christelijk leven zijn vruchten van Gods uitverkiezing (V.12).[iii]

2         Jezus belichaamt Gods ja.
De volharding van de heiligen krijgt perspectief als je kijkt naar eigen, menselijke wispelturigheid. De apostel Paulus zinspeelt daarop als hij spreekt over een ‘ja’ dat bij ons in de praktijk snel ‘nee’ kan betekenen (2 Korintiërs 1:17). Hoe anders is het evangelie van Jezus Christus. Dat Paulus’ trouw is aan de gelovigen ligt niet aan zijn fanatieke geloof. Om het met de Leerregels te zeggen: het is niet onze eigen verdienste of kracht (V.8). Paulus schrijft:

God is getrouw; ons woord tot u is niet ja en nee geweest. Want de Zoon van God, Jezus Christus, Die onder u gepredikt is door ons, namelijk door mij, Silvanus en Timoteüs, was niet ja en nee, maar is in Hem ja geweest. Immers, zovele beloften van God als er zijn, die zijn in Hem ja en in Hem amen, tot verheerlijking van God door ons. En Hij Die ons met u bevestigt in Christus en ons gezalfd heeft, is God, Die ons ook verzegeld heeft en het onderpand van de Geest in onze harten heeft gegeven.
(2 Korintiërs 1:18-22, Herziene Statenvertaling)

Trinitarisch.
Hoe indrukwekkend klinkt het evangelie. De Nieuwe Bijbelvertaling zegt dat Christus Gods ja ‘belichaamt’. Volharding van de heiligen heeft trinitarische grond en trinitarisch perspectief: God is trouw; God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Precies deze woorden van Paulus klinken in het slothoofdstuk van de Dordtse Leerregels; God is getrouw (V.3, 2 Korintiërs 1:18). Iedere kerkdienst begint zo: Onze hulp is in de naam van de HEER die de hemel en de aarde heeft gemaakt, die het werk van zijn handen niet loslaat maar daar trouw aan is tot in eeuwigheid. Zo wordt Gods naam geprezen. Door ons zegt Paulus erbij. We zijn immers, zoals de Leerregels zeggen, geen stokken en blokken (III/IV.16). God dwingt niet met geweld tegen wil en dank. Hij zoekt ons hart, ons gemeende ‘ja’.

3.        Gods genade en ons hart.
We zetten een volgende stap. Want is niet iedere gelovige het ermee eens dat God trouw is? En moet je in onze tijd (zie boven) veel woorden wijden aan hoe die volharding eruit ziet; kunnen we niet blij zijn als er überhaupt geloof is? Met andere woorden: wat is het specifieke punt van de leer over de volharding?

Een antwoord op die vraag vind je als je ziet dat deze leer geen Dordtse nieuwigheid is. Een van de boeken van kerkvader Augustinus (354-430) – die al over Gods uitverkiezing schreef – heet: Het geschenk van de volharding (De dono perseverantiae). En veelzeggende titel. Niet De volharding of iets dergelijks. Die naam zie je nog wel eens op de boeg van een schip. Of zo heet een sportclub. Doorzetters. Volhouders. Zoiets. Daar weten wij alles van. Augustinus spreekt over een geschenk. God geeft het om te volharden.

Genade op genade.
Het is zaak om goed te kijken. Wat betekent volhouden of volharden? Hoofdstuk V staat niet los van de eerdere hoofdstukken van de Leerregels. Het onderwerp in hoofdstuk V is anders maar de grondtoon is gelijk. In de vorige hoofdstukken ging het erom dat Gods genade vrije genade is. God rechtvaardigt in Christus zondige mensen. Hij kiest in Christus uit (Efeze 1). Niet op grond van onze verdiensten, ons brave gedrag of het feit dat we Gereformeerd of Reformatorisch geboren zijn en ons misschien ons leven lang zo gedragen. Het gaat om Gods eer. Daarom sluit hoofdstuk 1 ook af met de lofzang op Gods naam (I.18, Romeinen 11:33-36). In hoofdstuk V gaat het net zo. Je volhardt niet vanwege je eigen kracht maar omdat de Geest in je werkt.

Anders gezegd: er zit een addertje onder het gras als het gaat om volharding. Je kunt het ermee eens zijn dat God genadig is, (uit)kiest, roept en trouw is. En er vervolgens de nadruk op leggen dat jij in dat spoor leeft. Juist vandaag is dat voor gelovigen een risico. Ik begon niet voor niets met een situatieschets van ons land. Postchristelijk. Postkerkelijk. Multireligieus.

Maar ik niet.
Want ik… – en daar komen mijn ‘verdiensten’ in geloof, kerk en maatschappij.

Dordrecht 1618/9 en de reformatoren Luther en Calvijn.
De Leerregels zeggen dat God verkiest en dat geloven daarom een gave is. Vervolgens belijden ze dat volharden evengoed een gave is (hoofdstuk V). Wie dat laatste niet zegt, gaat onherroepelijk lijken op de Farizeeër uit Jezus’ gelijkenis (Lucas 18:9-14). De Farizeeër buigt terug op zichzelf. Hij komt naar de tempel. Maar hij roemt niet in God. En daarom begint het te stinken.

Luther zegt in zijn bekende preek over de Farizeeër en de tollenaar dat de werken van de Farizeeër uitstekend zijn. Het is mooi en veelzeggend dat uitgerekend Luther dat zegt. Ook de Dordtse Leerregels spreken over het God toegewijde leven. Hoe kan het anders? Geloof zonder werken is immers dood (Jacobus 2:26). Maar, zegt Luther erbij: de Farizeeër kent zijn hart niet. Jezus trekt de conclusie dat de Farizeeër met lege handen blijft staan. De tollenaar gaat gerechtvaardigd naar huis.

De Dordtse Leerregels getuigen ervan het hart wél te kennen. Denk aan de allereerste zin van de Leerregels. Daar staat dat alle mensen in Adam hebben gezondigd (I.1). Helemaal in lijn daarmee is hoofdstuk V. Dat hoofdstuk opent ermee dat God ons, wedergeboren door de Geest, verlost van de heerschappij en slavernij van de zonde, maar dat God ons in dit leven niet helemaal van het vlees en het lichaam van de zonde verlost (V.1).[iv] Eerlijk en teer wordt er vervolgens gesproken over grove zonden, het oproepen van Gods toorn – en zelfs het bedroeven van de Heilige Geest (V.5). Maar God zet er, Godzijdank, een rem op. Hij is immers trouw (2 Korintiërs 1:18, V.2). Het door God gerechtvaardigd zijn, raken Gods kinderen niet kwijt (V.6).[v] Gelovigen zijn immers wedergeboren door onvergankelijk zaad van het Woord (1 Petrus 1:23[vi]) en God zal hen vernieuwen door zijn Geest (V.7). Gods is trouw. Hem de eer. Dat is het refrein.

God kiest uit én de Geest laat volharden.
God rechtvaardigt én De Geest vernieuwt.
Houd deze twee bij elkaar.

Calvijn spreekt in zijn Institutie over de volharding. Hij waarschuwt in dat verband voor een dubbele dwaling (2.3.11):

  • volharding is de beloning voor het feit dat de mens Gods genade heeft aangenomen
  • Gods genade werkt niet als enige in ons maar werkt slechts met ons mee.

Hoe arglistig is het hart (Jeremia 17:9). Alsnog buigt een mens zo terug op zichzelf. Zoals de kookreclame het treffend zegt: een beetje van Maggi en een beetje van mezelf. Voor de keuken is dat natuurlijk prima. Maar het evangelie is anders en werkt zo niet. Paulus zegt:

wij worden door Christus rechtvaardig en heilig en verlost,
opdat het zal zijn zoals geschreven staat:
‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen’
(1 Korintiërs 1:30 en 31).

En Jezus wordt grondlegger en voltooier van ons geloof genoemd (Hebreeën 12:2). Jezus is het helemaal. Inderdaad; hij ‘belichaamt’ Gods ja (2 Korintiërs 2:19).

Blijf focussen op Gods genade.
Dordtse Leerregels V is te lezen als een soort omgekeerd commentaar op de passage over de moordenaar aan het kruis (Lucas 23:39-43). Misschien zondigde hij zijn leven lang. Maar op Jezus’ woord is hij welkom in het paradijs. Zoveel kracht heeft en geeft Gods genade. Dordtse Leerregels hoofdstuk V willen ons ervoor bewaren het andersom te doen; Gods genade te kennen en ondertussen (ook) uit een ander vaatje te tappen. Positief gezegd: kijk naar die genadige Heer. Leef in verbondenheid met hem. En blijf zo leven – je hele leven lang.

4.         Een leven lang uit Gods genade leven.
Hoofdstuk V doet een gelovige uitzien naar de Geest en zijn werk. In het spreken over de Geest en zijn werk krijgt ons denken over Gods uitverkiezing dan ook een plek.[vii] Te denken is aan Calvijn die de uitverkiezing behandelt nadat hij spreekt over onze verlosser Christus. Calvijn zegt: ‘Christus is de spiegel waarin we onze verkiezing moeten en ook, zonder gevaar van bedrogen te worden, mogen zien (Institutie 3.24.5).’[viii] Luther spreekt hierover op geheel eigen, indringende wijze: ‘Ik (God) wil u het geheim van Mijn verkiezing heerlijk openbaren. Dit is Mijn Zoon, zie op Hem zoals Hij ligt in de kribbe… en zie hoe Hij hangt aan het kruishout. Zo zie je Mij in het hart. Maar buiten Hem tref je niets dan dood en verdoemenis aan.’[ix]

Denk hierbij aan het evangelie van Johannes. De Heer spreekt daar over het geheim van (de werking van) de Geest. Jezus vergelijkt geestelijk leven met de ongrijpbare en toch aanwezige en werkzame wind (Johannes 3).[x] De Heer zegt in dat evangelie: Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen (Johannes 6:37). Evengoed zegt de Heer: Wie mijn geboden kent en zich eraan houdt, heeft mij lief. Wie mij liefheeft zal de liefde van mijn Vader en mij ontvangen, en ik zal mij aan hem bekend maken (Johannes 14:21). Maak geen systeem van de Geest en zijn werk. En zet het geheim van het geloof niet in een menselijk (denk)kader. De Geest is immers Heer en maakt levend (Nicea).

Eigen pelagianisme.
Het risico van systeemdenken of het terugbuigen op onszelf blijft aanwezig. Wij blijven immers zondige mensen (Leerregels V.1). De remonstrantse theoloog E.P. Meijering wijst erop dat in ons allen de hoogmoed leeft dat we best op eigen krachten kunnen doen wat God van ons vraagt, als we maar willen. Meijering zegt dat we een leven lang nodig hebben om te leren leven uit Gods onverdiende genade: ‘men moet in zijn eigen pelagianisme zijn vastgelopen om de betekenis van de augustiniaans-reformatorische zonde- en genadeleer te beseffen.’ [xi]

In dit citaat licht bijzondere waarde van het slothoofdstuk van de Dordtse Leerregels op. Iedere tijd moet er opnieuw doorheen. Bij Augustinus, de Reformatie, Dordrecht 1618/9 en in onze tijd. Vandaag staat Dordt 1618/9 onder kritiek. Zowel buiten als in de kerk.[xii] Je kunt de hedendaagse positie van de Leerregels vergelijken met de positie van de Remonstranten bij de Dordtse synode; de beklaagdenbank. Nu is het waar dat belijdenisgeschriften niet op hetzelfde niveau als de Schrift staan (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 7). Vanuit een gelovige, geloofsinhoudelijke houding is kritiek daarop mogelijk.[xiii]

Maar het makkelijke afrekenen met Dordt zoals dat vandaag gebeurt laat iets anders zien. Hedendaagse christenen zijn beïnvloed door de tijdgeest waarin ze leven; een van positiviteit en maakbaarheid in een maatschappij waarin God is afgeschaft. Christenen ervaren geloven als een optie. Een van de vele. Het wonder dat God geloof geeft (God kiest uit), sneeuwt onder. Hetzelfde geldt dan helemaal voor de volharding. Blijvende, noodzakelijke aandacht voor het steeds vernieuwende, aan de zonde en genade ontdekkende werk van de Geest is in die setting niet nodig.[xiv] Veel meer denken christen in wereldse termen waarin het erom gaat hoe ‘(ook) jij het verschil maakt.’[xv] De Geest en zijn werk worden vooral betrokken op het leveren van positieve bijdragen zoals een aantrekkelijke(re) kerk, een betere maatschappij en de komst van Gods koninkrijk. Zo slecht hebben wij het niet met onszelf getroffen. We zijn niet zo slecht als de tollenaar maar we willen ons vooral niet herkennen in de toegewijde Farizeeër (Lucas 18:9-14).

Vanuit dit perspectief laat je de Leerregels inderdaad liever dicht. Want ze zijn confronterend en bedreigend. Tot op het irritante af. Zelfs volharding is een gave. Maar zo zetten de Leerregels de gelovigen juist met beide benen op de grond. Gods grond.

God alle eer.
Ik rond af. Volhouden is een gave. Laten we zo kijken naar onze tijd. Als die postchristelijk en postkerkelijk is, dan wordt de gave van volharding extra onderstreept. Zou God een ander doel hebben met onze tijd dan dat zijn kinderen zich realiseren dat Hij trouw is (V.3, 2 Korintiërs 1:18)? Laten gelovigen doen wat de Leerregels zeggen en hun toevlucht nemen tot de gekruisigde Christus (V.2). Zoals Calvijn het zich schitterend afvraagt: wat willen we nog meer (Institutie 3.24.6)?[xvi]

Vier avonden zijn we als leden van kerken van verschillende signatuur samengekomen om God te prijzen en naar zijn evangelie te luisteren. Fijn dat dat in geloofsverbondenheid in de Heer kan gebeuren. Laten we samen hartelijk instemmen met de slotregel van de Leerregels:

Deze enige God, Vader, Zoon en Heilige Geest, zij eer en heerlijkheid in eeuwigheid. Amen (V.15).


Zie De relevantie van de Dordtse Leerregels. Artikel in OnderWeg. En zie een artikel in de krant op basis van deze toespraak.

[i] Zie De Geest, de kerk en de verhoogde Jezus. Korte inleiding op een paar Catechismuspreken.
[ii] De cijfers verwijzing naar de indeling van de Dordtse Leerregels. Eerst in Romeinse cijfers het hoofdstuk. Daarna de paragraaf.
[iii] V.12 spreekt van ‘bron’. Het woord dat ik gebruik (vrucht) komt van de Catechismus.
[iv] Zie preek over het nieuwe leven in Christus.
[v] Datse van de genade der aen-neminghe, ende van den staet der rechtvaerdichmakinghe uytvallen (zie de hertaling (2018) van Verboom, pagina 92, noot 91).
[vi] Vaker spreekt Petrus van dat Woord. Zeker gereformeerde christenen kunnen dan snel aan de Bijbel denken. Maar het eerst en vooral Christus. Zie preek 1 Petrus 2.
[vii] Zie De relevantie van de Dordtse Leerregels. Artikel OnderWeg.
[viii] Vertaling van dr. C.A. De Niet.
[ix] Zie deze lezing van prof.dr. A. de Reuver voor het gevonden citaat (d.d. 1 juni 2005).
[x] Zie Op een nieuwe manier geboren worden. Preek Johannes 3:3.
[xi] Citaat gevonden in het genoemde boek van Van den Brink.
[xii] Ik weet niet hoe dit zit voor de kleine gereformeerde kerken (CGK, GKv, NGK). Het zou me niet verbazen als voor de laatste twee, mutatis mutandis, geldt wat een onderzoek (IKON, 2010) onder predikanten binnen de PKN laat zien; een meerderheid staat niet achter de Dordtse Leerregels.
[xiii] Dr. G. van den Brink (Dordt in context, 2018) plaats, na waardering voor de Leerregels, ook kritische kanttekening. Het is te betreuren dat Dordt niet meer aansluiting zocht bij de Catechismus. Dr. Verboom (via Van den Brink) wijst er bijvoorbeeld op dat de Leerregels een ander kerkbegrip hebben dan de Catechismus. Bij de Catechismus ben je uitverkoren omdat je bij de kerk hoort (HC 21) terwijl het bij de Leerregels andersom is. Daardoor verschuift het accent naar het persoonlijk geestelijk leven, wat juist hoort bij de tijdgeest van individualisme (pagina 100 en 101 van Van den Brink). Daarbij loopt persoonlijk en gelovig spreken soms samen met een filosofische verhandeling/wereldbeeld buiten de geloofsrelatie om (101/102 Van den Brink). Ik volg deze kritiek wel. Vandaar dat ik in de lezing nadruk leg op Luther en Calvijn en in dat licht de waarde van de Leerregels laat zien.
[xiv] Zie Discussie over doopvragen is teken van secularisatie.
[xv] Zie Christus en cultuur (OnderWeg 2015) en Christenvervolging in Nederland (OnderWeg 2015).
[xvi] Van hen die Christus met de kennis van Zijn naam verlicht en in de schoot van Zijn kerk opneemt, wordt namelijk gezegd dat ze in Zijn trouwe hoede en zorg opgenomen worden. En van allen die Hij ontvangt, heet het dat zij door de Vader aan Hem overgegeven en toevertrouwd worden met de bedoeling hen tot het eeuwige leven onder Zijn hoede te houden. Wat willen we nog meer? (Vertaling Dr. C. A. De Niet).

Liturgie
Welkom door broeder Aaike Kamsteeg
Zingen Psalm 147 vers 1 en 5 (berijming 1773)
Gebed
Lezing 2 Korintiërs 1:12-24 Herziene Statenvertaling
Zingen Alle roem is uitgesloten (oorspronkelijke tekst. Vers 1).
Lezen Dordtse Leerregels hoofdstuk 5 de artikelen 1, 2, 3, 6,7 en de eerste alinea van 15 in de hertaling van dr. W. Verboom (2018)
Zingen Alle roem is uitgesloten vers 5 (oorspronkelijke tekst, over het werk van de Geest)
Inleiding De volharding der heiligen
Gebed
Zingen Psalm 150 uit Liedboek (1973)
koffie en ontmoeting

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.