Relatievorming anno nu. Pleidooi voor een christelijke, holistische benadering

Achtergrondartikel bij het kortere ‘relatievorming anno nu‘.

Relatie is echt een ding in onze ik-gerichte tijd. Een aardig voorbeeld is de grappige reactie van m’n groenteman toen ik zei dat het zondag in de kerk over relaties zou gaan: ‘o, dán kom ik niet!’ Onderzoek wijst uit dat bijna iedereen op zoek is naar een relatie. Dat is de ene kant. De andere kant is er ook; de verwachting is dat relaties in de toekomst onbestendiger worden dan ze nu al zijn. Wat betekent deze setting voor de christelijke bezinning op relaties?

Dit artikel gaat erover dat christelijke bezinning hard nodig is als het gaat om (het aangaan van) relaties. Deze bezinning heeft van meet af aan de juiste diepte nodig. Wat komt er bijvoorbeeld op ons af in het toenemende verschijnsel ‘contractloos samenwonen’? Welk levensgevoel blijkt daaruit? Verder is het wezenlijk dat deze bezinning breed wordt gevoerd; in ieder geval breder dan het ‘vertrouwde’ patroon, het huwelijk tussen man en vrouw. Hoe gaat de kerk om met het feit dat het aantal singles groeit en hoe verloopt de discussie over homoseksuele relaties?

Ik wil in dit artikel pleiten voor een christelijke, holistische benadering. De vraag die me bezig houdt is de volgende: hoe verhoudt de ik-gerichte mens van vandaag zich tot het aangaan van een relatie? Wat zien we in onze cultuur gebeuren en wat betekent dat voor de christelijke bezinning op dit onderwerp?

Fundamentele verandering
Ad de Bruijne schreef laatst een inspirerende en scherpe column dat raakt aan het onderwerp dat ik hier aan de orde wil stellen. De column heet: “trouwen in VS en Nederland” (Nederlands Dagblad van zaterdag 8 november jl). Om mijn artikel goed te begrijpen helpt het om die column te lezen.[1] De column is te zien als een wake-up call. Het huwelijk verandert in onze tijd fundamenteel van karkater en dat heeft grote gevolgen, zegt De Bruijne.

Onafhankelijk van de positie die denkers en debaters innemen als het over het huwelijk gaat; ze geven allemaal aan dat er in de westerse cultuur sprake is van een historische wending. De Bruijne noemt als voorbeelden het schrappen van de belofte van trouw tot dood en het openstellen van het huwelijk voor mensen van het gelijke geslacht in het Burgerlijk Wetboek. De Bruijne vertelt kort hoe hij getuige was van een publiek debat hierover in de VS (tussen o.a. Girgis, Macedo en de bekende/beruchte bio-ethicus Peter Singer).

Ik las de column niet alleen met interesse omdat ik de vrijdag ervoor net een preek had uitgedraaid dat raakt aan dit onderwerp.[2] Dat deed ik in het kader van ons jaarthema relaties. Ik werd ook geboeid door de lessen die De Bruijne in de column voorhoudt. Enkele lessen komen dan ook terug in dit artikel.

Omdat ik de mening van De Bruijne deel dat bezinning nodig is, wil ik graag een drietal zaken naar aanleiding van deze column noemen. Daarin heb ik instemming bij de column van De Bruijne maar ik heb er ten dele ook kritiek op. De column is in ieder geval een goed uitgangspunt om aan de orde te stellen welke christelijke bezinning nodig is.

1       Publiekelijk – kerkelijk debat
Allereerst is het belangrijk dat er een verschil is tussen de VS en Nederland (of sommige andere West-Europese landen). De Bruijne wijst erop dat de discussie wij hier (Nederland) in kerken over dit onderwerp voeren in de VS nog volop publiek wordt gevoerd. Het gaat me er niet om daar een waardeoordeel aan toe te kennen. Ik vraag me wel af wat dit betekent voor het Nederlandse, interne, kerkelijke debat. Dan denk ik vooral aan het startpunt van het gesprek.

Contractloos
In de kerkelijke discussie zullen we goed moeten kijken naar wat er in de maatschappij gebeurt. We hebben namelijk niet de ‘luxe’ van het publieke, maatschappelijke debat dat de VS wel heeft. In Nederland is er (uiteraard) geen discussie dat het Burgerlijke Wetboek over het huwelijk of andere relaties spreekt zoals het doet. In ons land zie je wel, ongetwijfeld mede als gevolg van de genoemde ontwikkelingen op relatiegebied, dat telkens meer mensen een relatie aangaan (en daarin ook kinderen krijgen) zonder enige vorm van contract. Waarom zou je ook een nietszeggende, juridische verbintenis als het huwelijk of een samenlevingscontract aangaan?

Interessant in dit verband is de column ‘Nu vechten we ineens voor het huwelijk’ van Raymond van den Boogaard (NRC Handelsblad, 3 november 2014). Van de Boogaard verbaast zich erover dat imam Fawz J. voor de rechter staat omdat hij islamitische huwelijken sloot zonder dat de stellen eerst het ‘boterbriefje’ hadden gehaald. Als het huwelijk weinig tot niets voorstelt en mensen kiezen voor contractloos verbintenissen, is het vreemd dat de deze geestelijke een proces aan z’n broek krijgt. Het gevoel dat hierin wordt verwoord, raakt ook christenen als je er, zoals ik, vanuit gaat dat zij volop in de cultuur leven.

Kerkelijke bezinning
Kerken denken op dit punt al langer na. Dat Ad de Bruijne in zijn column pleit voor een eigen, christelijke huwelijksdefinitie komt niet uit de lucht vallen. Hij is nauw betrokken bij het meer dan interessante rapport ‘Huwelijk en samenwonen’[3] dat op de synode van de GKv in 2014 is besproken. Ook daar gaat het over het belang van zo’n eigen huwelijksdefinitie. Ik ben het ermee eens dat christenen zo’n definitie maken. Tegelijk lijkt mij de weg naar zo’n definitie toe erg belangrijk. Je kunt niet om het levensgevoel van vandaag heen. En juist wat dat betreft vind ik dat goede rapport ‘Huwelijk en samenwonen’ te weinig bieden. Ik maak dit punt duidelijk door het rapport zelf te citeren.

Na een uitgebreid overzicht wordt op den duur een christelijke evaluatie gegeven van de bestaande instituties voor een partnerrelatie. Er staat dan onder meer:

‘daarbij is ons uitgangspunt dat een relatie van liefde en trouw in de bestaande gedifferentieerde en ontwikkelde Westerse samenleving vraagt om een publieke en juridische dimensie. Het is naïef en verraadt een gebrekkig inzicht om te denken dat het zonder kan. Onder meer de opkomst van een samenlevingscontract illustreert dit’ (pg.15).

En als conclusie staat er vervolgens: ‘een samenwoningsrelatie vraagt hoe dan ook om publiekrechtelijke vormgeving (pg.16).’

Contractloze relatie als startpunt
Het gaat mij nu niet om de inhoud van het uitgangspunt of de genoemde conclusie.

Volgens mij slaat het rapport op dit punt een belangrijke stap over. Gezien het feit dat zovelen een relatie aangaan zonder enige vorm van contract of publiekrechtelijke vormgeving zul je op dit punt meer moeten zeggen. Als je dat niet doet, loop  je het risico dat je – wellicht onbedoeld – een levensgevoel op voorhand afwijst terwijl dat gevoel in deze tijd juist goed verklaarbaar is. En vooral is te zeggen dat dat levensgevoel onder deze manier van samenleven ligt; daaraan vooraf gaat. Dit levensgevoel kennen christenen net zo goed.

Dit eerste punt kan ook anders gemaakt worden. Het contractloos aangaan van (allerlei)  relaties is misschien wel de beste illustratie van de verandering ten aanzien van het ‘klassieke huwelijk’. Het maakt heel scherp het spanningspunt van onze tijd op relatiegebied duidelijk: individuele vrijheid én (verlangen naar) relatie. Deze relatievorm moet daarom niet op voorhand afgewezen worden. En mijns inziens ook niet tegengegaan worden door daar een uitgangspunt tegenover te zetten.

Het contractloos aangaan van (allerlei) relaties en het feit dat er een tendens is dat dat populair is, moet het uitgangspunt zijn voor de christelijke bezinning op relatievorming. Een weg naar een eigen huwelijksdefinitie kan alleen slagen als het onderliggende levensgevoel van contractloos samenwonen wordt verwoord als ons eigen levensgevoel.

2       Niet-naïeve onbevangenheid
De belangrijkste les van de cultuurverandering op huwelijksgebied in de column van De Bruijne is onthullend: orthodoxe christenen en conservatieve burgers zelf hebben daar een rol in.

Ik ben er blij mee dat dit expliciet wordt gezegd. Het is volgens mij ook een belangrijke toevoeging aan en correctie op het al genoemde rapport ‘Huwelijk en samenwonen’ uit onze kerken. Daar kwam ik alleen tegen dat christenen, gereformeerden in het bijzonder, deel uitmaken van de cultuur en door de cultuur beïnvloed worden.[4]

Het is belangrijk dat de eigen rol van christenen wordt genoemd. Christenen mopperen nog wel eens op allerlei ontwikkelingen op gebied van relatievorming. Of ze proberen de ontwikkeling op dat gebied te remmen. Maar christenen moeten, al valt dat waarschijnlijk niet mee, op dit gebied eerst leren om zelf in de spiegel te kijken.

De Bruijne zegt het zo in zijn column:

‘wij gingen mee met de cultuur toen het huwelijk van een objectief alomvattend levensverband met een hoger doel veranderde in een romantische diep-emotionele band van twee individuen die samen optrekken om gelukkig te worden. Ook sneden wij met de cultuur mee de band tussen trouwen en kinderen krijgen door. En wij volgden, toen in de cultuur de eigen posities en de verschillende rollen van man en vrouw vervaagden.’

Evenwichtige bezinning
Op dit punt wordt het echt interessant. Dan bedoel ik niet alleen hoe je de veranderingen op relatiegebied moet waarderen (daar hangt natuurlijk nogal wat vanaf). Maar ik denk nu vooral aan iets spiritueels. Onze cultuur verandert wezenlijk inzake het klassieke huwelijk. Dat zeggen zowel voor- en tegenstanders van die ontwikkeling. En daarin hebben christenen, wellicht tot hun eigen schrik, een aandeel in. Wát betekent dat?

Ik geloof dat je op zo’n moment door God wordt stilgezet. En dat dát wezenlijker is dan welke (on)wezenlijke verandering ook. Het valt me op als ik bezig ben met preken over het Oude Testament hoe vaak God zijn volk en zijn kinderen tot de orde roept.[5] Terug naar zijn orde. Nog dieper: naar Hem en het goede leven dat Hij in zijn aanwijzingen geeft. Het is blijkbaar zo makkelijk om mee te lopen met de gewoonte van de cultuur om je heen.

Wij kijken nu terug omdat de wereld snel verandert op huwelijksgebied en beseffen dat we inderdaad hébben meegelopen. Soms zelfs mee voorop hebben gelopen. En het is niet moeilijk om christelijk/conservatief ‘stoer’ te zijn en niet werkelijk bedacht te zijn op wat God aan het doen is. Nu we een spiegel voorgehouden krijgen, beseffen we dat we daar ook niet aan zijn ontsnapt. En misschien nu wel de neiging hebben om op dat spoor door te gaan.

Al deze dingen zullen ongetwijfeld ook wel weer opnieuw gebeuren. Toch worden we duidelijk tot een halt geroepen. Dieper dan we zelf hadden gedacht. Op dat moment is het vooral de kunst om het evenwicht te bewaren in de bezinning die zo hard nodig is. Om niet mee door te slaan met de cultuur mee maar ook niet terug te vallen in de ons zo bekende patronen. Een pas op de plaats is nodig.  Het moet een spade dieper. De horizon moet verbreed worden.

Ontaarding
Juist op dit punt vind ik de column van Ad de Bruijne niet sterk. Niet alleen omdat het onduidelijk blijft waar hij heen wil. Maar volgens mij blijft de blikrichting van de column ook te beperkt. Het lijkt vooral te gaan over het ‘klassieke huwelijk’ (zoals we dat kenden) en het verlies daarvan.

Veelzeggend in dit verband is dat De Bruijne spreekt van ‘de bescherming van het Bijbelse huwelijk tegen de ontaarding van het burgerlijk huwelijk’. Als je spreekt van ontaarding neem je stevig positie in. Dan is het niet sterk als je vervolgens nalaat te zeggen wélke positie dat is.

Alle vrijheid voor christenen
Om twee redenen heb ik er bezwaar bij dat De Bruijne niet meer duidelijk is in zijn column en toch een kwalificatie als ontaarding gebruikt.

In de eerste plaats is het merkwaardig dat er negatieve aandacht is voor datgene wat in onze cultuur verloren gaat. De Bruijne zegt zelf[6] dat de diepste les is dat het christelijk huwelijk anno nu bepaald niet zo is zoals God dat wil. Dan helpt het christenen alleen maar als daar geen formele/burgerlijke steun meer voor is! Christenen worden nu als het ware vanzelf in de armen van God(s woord) gedreven. Ze moeten zich bezinnen en (opnieuw) naar de Heer gaan luisteren. Prachtig.

Verder hebben christenen in het Westen alle (burgerlijke) vrijheid om dat ook te doen; om een relatie aan te gaan zoals God dat wil. Dank God voor die ruimte! Laten kerken serieus werk maken van een goede aandacht daarvoor. Dat is veel wezenlijker dan een negatief signaal afgeven ten opzichte van een cultuur (waarin christenen leven en die zij zelf mede hebben veroorzaakt).

Onbevangen
Ik wil hiermee geen goedkope omdenk-truc toepassen. Mijn tweede bezwaar bij het gebruik van het woord ontaarding is namelijk dat het de vraag is hoe die kwalificatie bedoeld is. Het woord kan gόed functioneren in het verband van de column van De Bruijne. Dan past het in de context van de oproep aan christenen om niet naïef te zijn. Ik neem aan dat het zo bedoeld is. In dat geval is het prima en terecht.

Maar de kwalificatie ontaarding kan ook anders opgevat worden. En het zal niet de eerste keer zijn dat het zo functioneert. Namelijk als een signaal om ver weg willen blijven van ontwikkelingen in de cultuur die, in dit geval, gevolgen hebben voor het huwelijk. Dat zou niet alleen onrecht doen aan alle waarde die ook aan die ontwikkeling toe te kennen is (en die doorwerkt in andere vormen van relaties dan het ‘klassieke huwelijk’).

Het effect van een woord als ontaarding is dan vooral dat christenen daarin een signaal opvangen. Dit signaal: blijf vooral weg bij alle genoemde cultuurontwikkelingen en gedraag je anders. Christelijk betekent in dat geval: anders en tegen de (heersende) cultuur. Christenen verliezen op die manier een stuk niet-naïeve onbevangenheid. Doordat ‘de wereld’ zo wezenlijk verandert, trekken christenen en kerken zich terug. Het lijkt me geen denkbeeldig risico voor christenen. Christenen vallen – zij het hopelijk op een betere manier – terug op de hun bekende posities. Het gaat dan alleen over het huwelijk (al dan niet in bijbelse zin). Van andere vormen van relaties en bijbehorende lastige dilemma’s kun je je dan afzijdig houden.

De Bruijne doet dit niet in zijn column. [7] En in veel andere bijdrages laat hij steeds weer merken oog te hebben voor waardevolle kenmerken van ontwikkelingen in onze westerse cultuur.

Van belang is nu te zeggen dat het zonder niet-naïeve onbevangenheid niet zal gaan. Het zou niet eerlijk zijn omdat christenen zelf een aandeel hebben in de huidige ontwikkelingen ten aanzien van het klassieke huwelijk. Een bepaalde onbevangenheid is ook nodig voor een evenwichtige beoordeling van die ontwikkeling.

Ik vat dit tweede punt samen: er voltrekt zich een wezenlijke verandering in de westerse cultuur; zichtbaar in de wezenlijke verandering van het klassieke huwelijk. Het meest wezenlijke is dat christenen door God tot bezinning worden gebracht. Een niet-naïeve onbevangenheid is daarbij nodig. Bezinning moet plaatsvinden op een evenwichtige en veelkleurigere manier.

3       Het ‘ik’ en het aangaan van relatie.
Mijn derde punt betreft de noodzakelijke verdieping en verbreding van het onderwerp. Hierboven ging het er al over dat het risico van beperking op de loer ligt; dat christenen zich terugtrekken in de hun bekende patronen. Het gaat dan over huwelijksrelatie tussen man en vrouw. Voor dit gevaar is al meer dan eens gewaarschuwd.

Onderliggend punt bij dit onderwerp is dat onze cultuur uitgaat van het individu. Wie ben ik zelf? Hoe kan ik mezelf ontplooien? Daarover kan veel (goeds, minder goeds en slechts) gezegd worden. Waar het me in dit verband om gaat is dat dit levensgevoel gevolgen voor íedere relatie die wel/niet wordt aangegaan. Aandacht voor de trouw-relatie tussen en man en een vrouw, zoals de Bijbel daarover spreekt, is dus volkomen terecht. Maar wie dat als blikrichting neemt, beperkt zich op voorhand.

De bezinning gaat een spade dieper: hoe gaat het ‘ik’ wel of geen relatie aan? Hoe werkt ons hierboven beschreven levensgevoel van individuele vrijheid en het verlangen naar een relatie door? De bezinning gaat over een bredere horizon: wélke relaties worden er in het ik-tijdperk aangegaan?

Kortom: zeker is de trouwrelatie tussen man en vrouw een belangrijk onderwerp van bezinning. Maar de niet-naïeve houding is net zo goed nodig op andere terreinen. Voor de bezinning die nu op het bord van de kerken ligt, denk ik dan aan drie dingen.

Aan (het groeiende aantal) singles in de maatschappij en in kerk. In de tweede plaats de bezinning rondom homoseksualiteit. En in de derde plaats diegenen die trouwden en het niet volhielden in hun huwelijk.[8] Hierover is uiteraard heel veel te zeggen. Ik ga er maar heel kort op in. Ik besef dat daarin een risico schuilt; het gaat over diverse en persoonlijke aangelegenheden. Toch wil ik de weg kort bewandelen omdat onder deze diversiteit steeds vragen uit onze tijd op ons afkomen.

Correctie
Te zeggen is dat onze tijd een correctie is ten opzichte van de idee dat het huwelijk tussen man en vrouw fundamenteel is. De christelijke bezinning op homoseksualiteit en single zijn, brengt je al snel bij diepere bijbelse noties uit. Namelijk dat het God allereerste gaat om de relatie met Hem. Dat Jezus het huwelijk relativeert (Mat.19 en 22). Dat we ons ineens herinneren dat Paulus zegt dat hij wilde dat alle christenen waren als hij; single.

Onze tijd schudt ons wat dat betreft wakker. Geen ‘huisje, boompje, beestje’; mannetje, vrouwtje, gezinnetje. Het is winst dat diepe, bijbelse noties in onze tijd veel duidelijker voor het voetlicht komen. Je bent allereerst mens die gericht is op de heerlijkheid van God. Het verdere is uiteraard van groot belang. En je kunt God al helemaal niet ‘gebruiken’ om aardse relaties te relativeren of daarin onder te presteren. Maar toch.

Ook interessant aan onze tijd is dat de vraag naar de betekenis van gemeente-zijn sterker in het licht komt te staan. Tegenwoordig heet de kerk een nutsbedrijf te zijn. Ze stelt in de ogen van velen weinig/niets meer voor. Daarbij is echter altijd het verleden de bepalende factor (invloed, macht en maatschappelijke betekenis van de kerk in het verleden van Nederland). Juist in de kerk hoor je dat Jezus het is; voor állen. En, zeker met vallen en opstaan, zie je dat gelovigen elkaar helpen, bemoedigen en steunen; ongeacht je status, seksuele oriëntatie of wat dan ook maar.

Verder helpen singles en homo’s ons om onszelf en onze tijd beter te begrijpen. Bij veranderingen in het búrgerlijke huwelijk kun je nog focussen op het bíjbelse huwelijk. Voor singles en homo’s ligt dat anders. Alleen al de grote hoeveelheid literatuur over homoseksualiteit maakt duidelijk dat je niet zomaar kunt spreken van ‘een bijbelse’ duiding. Dat geldt nog meer als je de oprechte zoektocht van hetero’s en vooral van homo’s zelf ziet. Integere en toegewijde christenen geven verschillende antwoorden als het gaat om de vraag hoe je de Bijbel op leest als het gaat over homoseksualiteit en homoseksuele relaties.

En rondom singles geldt iets dergelijks; zij het op een andere manier. Ik bedoel daarmee het volgende. Hoewel het aantal singles groot is en naar verwachting zal toenemen, is er in de kerk sprake van een taboe of van ongemak.[9] Dat gaat dan zowel om de gemeente/kerkenraad als ook om singles zelf (zie voetnoot 9 voor meer).

Het is alsof we met nieuwe ogen moeten gaan lezen, ons bezinnen. Onze tijd stelt een soort van vraag waarmee je niet zomaar naar de Bijbel kunt gaan om daarop een antwoord te vinden.

Spanning
Uiteraard roept deze tijd spanning op. Het lijkt soms wel alsof je concrete reactie op homoseksualiteit je orthodoxheid bevestigt of ontkent. Gelukkig is het debat hier in Nederland niet (vaak) zo gepolariseerd als in de VS.[10] Vaak merk je dat ook tegenstanders van homoseksuele relaties aangeven dat ze zouden willen dat de Bijbel er toch ruimte voor zou laten (gun-faktor). Of dat men in dat geval zegt niet te begrijpen waarom de Bijbel op dit punt niet anders is – zonder daarmee af te doen aan hun overtuiging dát de Bijbel op dit punt zulke relaties afwijst.

Onder veel orthodoxe christenen lijkt de acceptatie te groeien dat ook homoseksuele broers en zussen een (seksuele) relatie kunnen hebben. Veel kerkelijke overtuiging in dezelfde setting leert het anders. Is het meer dan een kwestie van tijd voordat christenen en (orthodoxe) kerken de richting inslaan van de acceptatie van gehele gelijkheid tussen homo’s en hetero’s?

Uitdaging
Het is en blijft voor een christen van belang om z’n verhouding tot de bijbel en z’n eigen traditie te verwoorden. In die laatste is het aangaan van homoseksuele relaties (tot op vrij recent) afgewezen.

Het is ook de vraag welk levensgevoel er achter de ‘voor-argumenten’ schuil kunnen gaan. Zo hoor je nog wel eens dat het toch onmogelijk is dat homo’s geluk kan worden ontzegd (het geluk dat getrouwde hetero’s wel zouden hebben). Behalve de realiteit van het (heteroseksuele) huwelijk dat het huwelijk nu bepaald geen sprookje is[11], is het de vraag wat hiermee bedoeld is. Dit argument lijkt zich af te spelen op het niveau van het huwelijk als vervulling van je geluksideaal (‘romantisch’ huwelijk; zie hierboven). Het is – ben ik met De  Bruijne eens – in onze tijd nu juist van belang dat deze invulling van relaties wordt ontmaskerd als onbijbels. Er bestaat dan wel een zeker recht op dit punt voor homo’s; waarom zou hen ontzegd worden wat hetero’s zich wel lange tijd hebben toegeëigend?

Een goede beschouwing moet ook gaan over denklijnen die homoseksualiteit zien als een vorm die past bij een decadente samenleving die over z’n toppunt heen is.[12] Een samenleving die afscheid nam van God. Waarmee de vraag even hard blijft staan wat dit betekent voor Gods kinderen in die samenleving; zij mogen zich zonder meer in heel hun leven door God geaccepteerd weten. En, naar analogie van Kolossenzen 3, weten dat er in Christus geen sprake is van hetero- of homoseksueel.

Ook wat dit betreft is het boek van Verscheurd van Justin Lee (noot 10) interessant. Het boek heeft binnen en buiten de VS heel wat losgemaakt en helpt daarom goed om te begrijpen wat er gebeurt in de discussie over homoseksualiteit. De oppositie tegen homoseksualiteit die Lee beschrijft is zo absurd dat ieder (niet)homo gelijk denkt dat het aan alle homo’s vrij staat om hun leven in te vullen als zij dat willen. Want wat een oneerlijke, merkwaardige en pijnlijke afwijzing. Andersom geldt het net zo goed: de ‘bijbelse’ onderbouwing van Lee is zo marginaal dat iedereen die zich afvraagt of homo’s wel (seksuele) relaties mogen aangaan, genoeg stof vindt in dit boek om daar op z’n minst stevige vraagtekens bij te stellen. Hoe inzichtgevend en sympathiek ook; juist dit boek laat zien dat er meer nodig is voor een goed vervolg op de bezinning.

Holistische benadering
Dit bovenstaande kan samengevat worden in het pleidooi voor een christelijke, holistische benadering. Iedereen voelt dat relatiepatronen wezenlijk van karakter veranderen. Dat is onze tijd. Als dat zo is, zal de christelijke bezinning daarop nog wezenlijker moeten zijn. Het kan dan niet gaan over alleen maar een (bekend) relatieaspect.

Er is meer nodig dan een zoveelste boek over het huwelijk, een nieuwe denklijn over homoseksualiteit of een themaweekend over single-zijn. Een integrale, christelijke bezinning op de verhouding van het ‘ik’ tot relatie ligt op de kerkelijke tafel.

Ook hierin vind ik dat de column van Ad de Bruijne een waardevolle bijdrage levert. Hij brengt in dat christenen zelf (mede) verantwoordelijk te zijn voor het huidige klimaat waarin het huwelijken wezenlijk van karakter is veranderd.

Eenzelfde iets is te zeggen voor het grotere geheel; de cultuur waarin wij leven, de ik-gerichte tijd. Die is gestempeld en diepgaand beïnvloed door het christelijke geloof. Dat is een extra stimulans om de uitdagingen en problematiek die op ons afkomt christelijk te beantwoorden.

Gescheiden
Een laatste aandachtspunt betreft christenen die het niet volhielden in hun huwelijk. Wie trouwt legt een belofte af voor het leven; voor God en de gemeente. Dat is allereerst je eigen verantwoordelijkheid. Wat nu als je het niet volhield? In onze kerken is hier op synodaal niveau regelmatig over nagedacht.

Ook op dit punt moet de realiteit onder ogen worden gezien. Idealen van ongetrouwd blijven of scheiding van tafel en bed staan onder druk. Relaties gaan kapot omdat een van beiden al (lang) een ander heeft, waarbij het soms nauwelijks te zien is of/in hoeverre dat een gevolg van een slechte relatie. En de idee om vervolgens, zeker als je op jonge leeftijd geschieden bent, voor de rest alleen door het leven te moeten, wordt veelal niet als serieuze optie overwogen. De realiteit laat ook zien, in de kerken van de GKv in ieder geval, dat het bepaald niet zichtbaar wordt dat het aantal echtscheidingen afneemt. In de huwelijksgespreksgroep voor stellen die gaan trouwen, worden deze uitgangspunten wel besproken. Maar dat betreft dan stellen die helemaal aan het begin van de rit staan. Alleen al dat gesprek levert interessante gezichtspunten op.

Naast persoonlijke verantwoordelijkheid is er meer te zeggen. Het is ook de sfeer waarin huwelijken werden aangegaan die verdisconteerd moet worden als gehuwden uit elkaar gaan. Dit moet meespelen in de manier waarop schuld en falen ter sprake komt en de manier waarop het gesprek wordt gevoerd over het wel/geen aangaan van een nieuwe relatie.

————————–
Deze blog ligt mede ten grondslag aan een aantal artikelen dat ik in 2015 en 2016 in OnderWeg (NGK, GKv) schreef:

  1.  Samenwonen dwingt kerken tot bezinning (OnderWeg, 7 februari 2015) en Klaag niet over samenwonen en teloorgang huwelijk (Nederlands Dagblad, 14 maart 2015).
  2. Homo’s en lesbiennes op een inclusieve manier welkom heten (OnderWeg, 27 juni 2015).
  3. Christus en cultuur (OnderWeg, 12 december 2015). Hoe verhouden christenen zich tot de cultuur waarin zij leven?
  4. Van een gezinnetjeskerk naar een singletjeskerk (OnderWeg, 6 februari 2016)?

[1] Zie hier voor de column. Ik noem van die column alleen datgene wat voor deze blog van belang is.

[2] Zie https://jmhaak.com/2014/11/09/hoe-gaan-christenen-een-relatie-aan-preek-genesis-2-en-efeze-5/.

[3] Huwelijk en Samenlevingsvormen. Bijlage bij de rapporten van Deputaten Huwelijk en Echtscheiding en Deputaten Relatie Kerk en Overheid. Zie onder <a href=”http://www.synode.gkv.nl/download/1516. De inbreng van De Bruijne is duidelijk op te merken in dit rapport.

[4] Ik heb die opmerking in het rapport in ieder geval niet kunnen vinden. Wel deze zin: ‘in de eerste plaats moeten christenen zich realiseren dat zij zelf onder dezelfde invloeden leven als anderen. Vooral gereformeerden, die vanouds openstonden naar de cultuur, ervaren onder de impact van externe relaties en media een vergelijkbare betekenisverschuiving bij relatievorming en seksualiteit en volgen in hun praktijk op enige afstand vaak onwillekeurig de cultuur’ (pg.14).

[5] Zie bijvoorbeeld de preek over 1 Samuel 19: is dát mijn koning? https://jmhaak.com/2014/09/28/is-dat-nou-een-koning-preek-1-samuel-19/.

[6] Zie het wat langere citaat dat hierboven van de column wordt gegeven.

[7] De Bruijne toont in zijn column begrip voor diverse standpunten, waaronder ook het pleidooi voor homo’s om te trouwen. Hij eindigt zijn column door te zeggen dat het vooral van belang is dat kerken met hun eigen huwelijksdefinitie komen en daarnaar leven. Het genoemde rapport in onze kerken – zie noot 2 – is eenduidig en expliciet in de vraag hoe het huwelijk in Bijbelse zin eruit ziet (onder 5, vanaf pg.10).

[8] Aan transgenders is hier ook te denken. Ik ga daar nu aan voorbij.

[9] Zie m’n preek https://jmhaak.com/2014/03/06/single-in-de-kerk-preek-genesis-2-en-marcus-12/ en de verwijzing naar gesprekspunten en literatuur daaronder.

[10] Zie hierover het boek Verscheurd van Justin Lee.

[11] Zie https://jmhaak.com/2012/11/24/partner-voor-permanent-geluk/.

[12] Te denken is aan de afnemende betekenis van de VS op het wereldtoneel en de marginalere positie die de westerse landen innemen nu de invloedsfeer verschuift naar het Oosten en Zuid-Amerika.

One thought on “Relatievorming anno nu. Pleidooi voor een christelijke, holistische benadering

  1. Pingback: Van gezinnetjeskerk naar singletjeskerk? - Onderweg

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s