Populistische politiek van de ChristenUnie.

Gedachten over een geloofwaardige opstelling van christenen in de maatschappij.

De fractie van de Tweede Kamer van de CU stemde tegen de Oekraïnedeal die Minister President Rutte met een ware Houdini act tot stand heeft gebracht. Op Twitter ging het gisteren helemaal los: hoe kan de CU zich zo laten meesleuren in populistisch vaarwater? Vandaag doet het Nederlands Dagblad er nog een schepje bovenop (ND, 21 december). Oud-minister Van Middelkoop en oud-Europarlementariër Blokland uiten forse kritiek. Zij zeggen: de CU ‘is helemaal de weg kwijt’ en ‘dit is precies de verkeerde knieval naar de populisten.’ Er klinkt zelfs een roep om een extra ledencongres.

Betrouwbaar/trouw
Een reactie kan zijn: de CU is volwassen geworden. Zoals Bolkestein zijn mede VVD-er Rutte c.s. er wel eens van langs geeft, zo gebeurt het nu eindelijk ook in een christelijke partij. Ik meen me te herinneren dat de filosoof Maxim Februari al in 2013 iets dergelijks zei. Dat was zo rond te tijd dat de CU allerlei deals met VVD/PvdA sloot. De CU werd ‘constructieve oppositie’ en hielp het kabinet Rutte ii in het zadel. Precies daarop richt zich een van de kritiekpunten van Van Middelkoop. Door nu geen verantwoordelijkheid te dragen, zo zegt de oud-Minister, komt de zorgvuldige opgebouwde reputatie van ‘constructieve partner’ onder druk (zie hier voor die reactie).

Ik zou dat kritiekpunt iets anders verwoorden. Betrouwbaar/trouw zijn, is een van de belangrijkste pijlers van christelijke aanwezigheid in onze post-christelijke maatschappij. Zie mijn artikel over de toekomst van christelijke politieke partijen waarin ik dat met zoveel woorden benoem.[i] Als je voorop staat op het moment dat Rutte II in het zadel geholpen moet worden, zul je als christelijke partij met dat kabinet ook de rit moeten uitzitten. Of je dat nu goed of slecht uitkomt.

Bindingsangst
In die zin is de opstelling van de CU in de Oekraïnedeal nogal pijnlijk. De politiek van vandaag heeft veel weg van relatievorming anno nu. Wie vandaag trouwt voor de Wet belooft geen blijvende trouw. Echtscheiding en het wisselen van partner is vrij normaal. Blijvende binding is problematisch.[ii] Zo is het ook in de politiek. Rutte II bestaat tot op heden omdat er steeds met diverse partijen deals gesloten konden worden. Het is pijnlijk dat juist de christelijke partner – die aan het begin vooraan stond – het de laatste tijd laat afweten. Op deze manier vertoont de christelijke politieke partner precies het beeld van de relatieonbestendigheid die onze cultuur beheerst. Dat is het tegenbeeld van de relatietrouw waarvan de Bijbel spreekt (Efeze 5). In die zin staat er meer onder druk dan alleen je eigen zorgvuldig opgebouwde imago (Van Middelkoop). Je hebt immers ‘Christus’ op je pet staan. Relatieonbestendigheid is hem wezensvreemd.

Dit kan ook allemaal anders gezegd worden. Als de CU de C niet langer op Christus maar op (onze door het christendom geïnspireerde) Cultuur laat slaan, is het probleem weg. In ieder geval zal ik er dan geen punt van maken als de CU zich als een ‘echte’, volwassen Nederlandse partij opstelt. Maar laat de CU zich dan gewoon bij het CDA aansluiten. En help die partij dan ook met een wijziging van de betekenis van de C naar Cultuur (het CDA zal er geen probleem mee hebben).

Waarom nu pas kritiek op CU?
Wat mij met name te denken geeft, is toch iets anders. Waarom uiten mensen op Twitter nú stevige kritiek op de CU? Waarom bemoeien ‘prominenten’ zich er pas eind anno 2016 mee? De kritiek dat de CU populistisch doet, kon veel eerder geuit worden. Maar toen bleef het bijna altijd stil.

Mijn allereerste (‘echte’) artikel over politiek schreef ik februari 2012. Toen ook in de context waarin de CU een nogal populistisch standpunt innam. Mijn artikel ging over de problematische kanten van het initiatief van de CU om een zogenaamde haatimam, Al-Haddad, te weren.[iii] De opstelling van de CU sloot aan bij de mainstream van dat moment. Even later (augustus 2012) schreef ik een soortgelijk artikel. Toen had ik mijn vragen bij de opstelling van de huidige partijleider Segers: kun je als christen het voortouw nemen bij het kritiek uitoefen op andermans geloof?[iv]

Christelijke verantwoordelijkheid anno nu
Hoe verschillend de situatie ook is bij de bovenstaande voorbeelden; een onderliggend punt is gelijk. Dat is dit: welk signaal geef je als christen af? Je kunt rekenen op applaus als je meegaat in de mainstream van vandaag: angst voor en verzet tegen de opkomende (politieke) islam. En politiek gezien ligt er nu eenmaal de verantwoordelijkheid om een maatschappij zo goed mogelijk leefbaar te maken en te houden. Toch speelt er ook iets anders mee. En dat komt bijna nooit aan bod. Dat is deze vraag: welke roeping hebben christenen ten opzichte van moslims en hoe verhoudt die roeping zich tot eventuele politieke verantwoordelijkheid (van christenen)?

Ik ben bovenstaande artikelen (zie  nooit iii en iv) niet allereerst gaan schrijven vanwege mijn belangstelling in maatschappelijke en politieke kwesties – hoewel dat zeker meespeelt. Voor mij stond en staat voorop dat ik graag in contact kom en in contact wil blijven met niet-gelovige seculiere mensen en met moslims. Met die laatsten alleen al om het feit dat christenen en moslims het geloof delen dat God Schepper en Rechter is[v]; je zou het een goddelijke roeping kunnen noemen. In gesprekken met moslims is me meerdere keren een ergernis opgevallen ten opzichte van standpunten van de CU. Als die ergernis Christus zelf zou betreffen, zou ik er geen punt van maken. Over Jezus gaat het vroeg of laat. En ik ben zelf – hoe zou het anders kunnen? – nooit terughoudend geweest om in de ontmoeting met moslims Christus in het midden te zetten[vi] en/of aan te geven dat de christelijke weg geloofwaardig is, bijvoorbeeld als het gaat om het spannende onderwerp geloof en geweld.[vii]

Maar de ergernis van moslims betrof vaak iets anders dan Jezus. Het gaat erover dat christenen het zich veroorloven kritiek te hebben op anderen (islam/moslims) en zichzelf – niet zelden op vergelijkbare punten – buiten schot houden. Dat roept vragen op over christelijke machtsposities. Op z’n minst, zo heb ik ontdekt, kunnen christenen op die manier een barrière opwerpen ten opzichte van moslims. Is dat de bedoeling?

Druk op Godsdienstvrijheid
Hetzelfde geldt in de verhouding tot de seculiere mede-Nederlander. Ook daar geldt de vraag: welke roeping heb je als christen ten opzichte van de seculiere mede-Nederlander en hoe verhoudt die zich tot politieke verantwoordelijkheid? Ik geef twee voorbeelden.

Welk signaal geef je af als je je als politieke partij verzet tegen de overspelsite Second Love?[viii] Doen christenen het zoveel  beter als het gaat om relatievorming en trouw? Het meest scherp heb ik het gevaar van een bepaalde christelijke politiek-maatschappelijke opstelling onder woorden gebracht in een artikel in 2013. Ik schreef dat artikel naar aanleiding van de oproep van Minister-president Rutte dat predikanten hun gemeenteleden moesten oproepen om hun kinderen te laten inenten. Er werd toen opgemerkt dat MP Rutte het onderscheid tussen kerk en staat in gevaar bracht en dat godsdienstvrijheid onder druk komt te staan. In mijn artikel heb gezegd dat de toenemende druk op de godsdienstvrijheid vooral te wijten is aan christenen die steeds hun kont tegen de krib gooien. Door steeds ‘nee’ te zeggen tegen zaken die volstrekt  normaal zijn in onze maatschappij (afschaffen Zondagswet en de weigerambtenaar e.a.) roep je als gelovige de ellende zelf over je af. Je geeft dan het signaal af in het christelijke verleden te willen blijven leven en dat God blijkbaar terecht (!) is afgeschaft in onze maatschappij. Christelijke politieke partijen hebben, als voortrekkers en ‘blikvangers’, in dit soort zaken bepaald geen onbelangrijke rol. Zie mijn artikel Inenten en een christendom van het verleden (ND, juli 2013) waarin ik deze kritiek onder woorden breng. Ik heb veel enthousiaste reacties gekregen op dat artikel – maar niet iedereen nam me het in dank af.

Verantwoordelijkheden, roeping én grenzen  
De opstelling van de CU inzake de Oekraïnedeal is bij sommigen blijkbaar in het verkeerde keelgat geschoten. Maar een congres daarover houden lijkt me niet zinvol. Ik denk dat het reëler en zinniger is om meer helderheid te krijgen in een onderliggende vraag: waar liggen anno nu de verantwoordelijkheden, roeping én grenzen van christenen in onze maatschappij?

Frame
Deze vraag heb ik aan de orde gesteld in het artikel politiek en kerk; hoe stellen christenen zich op (ND, oktober 2013). Ik ben er daarna voorlopig mee gestopt over dit soort zaken  te schrijven. Nadat ik eens een artikel aan Arie Slob toestuurde en daarover met Segers in gesprek ging[ix] kreeg ik niet de indruk dat deze vragen prioriteit hebben binnen de CU. En trekken aan een dood paard is niet een van mijn hobby’s. Ik ben bang dat er op dit punt sprake is van een heel sterke frame. Welke christen herkent niet de dillema’s die ik tot nu toe heb benoemd? Toch heb ik niet zelden nogal afwerende reacties ervaren bij het aan de orde stellen van broodnodige vragen.[x]

Aan de ene kant kun je zeggen: er is het een en ander veranderd in de houding van christelijke partijen (waaronder de CU). Dat is waar. De praktijk van vandaag bewijst evengoed het tegendeel. En de wal zal het schip vanzelf keren. Zeker. Hoe dan ook: de discussie van vandaag bevestigt hoe noodzakelijk het is dat christenen niet een bepaalde casus bespreken (opstelling in de Oekraïnedeal). Het zal moeten gaan over de vetgedrukte vraag hierboven. En die vraag moet besproken worden los van belangen, zoals bijvoorbeeld een bepaald partijbelang. Wie zich in een post-christelijk land afficheert met Christus, kan zich niet tot z’n partij beperken – hoe duidelijk je daar ook ‘Christus’ op zet.

Geloof is geen ruil- of drukmiddel
Recent schreef ik een blog over verandering in onze (GKv) kerken; een verandering die je waarneemt in zoveel kerken.[xi] De directe aanleiding voor die blog is het feit dat onze synode voor de 2de keer op rij een rapport krijgt dat pleit voor het openstellen van vrouwen in alle ambten. Ik heb in die blog gezegd dat een gesprek over dat onderwerp alleen zin heeft als je ook eerlijk kijkt naar ‘de verandering ónder die verandering’. Anders gezegd: christenen moeten leren zich in zoveel zaken anders op te stellen. Als een van de voorbeelden gaf ik de opstelling van christenen in de politiek: hoe stel je je op in een land waarin God weg is en in een tijd van (opnieuw) opkomende nationalisme/patriottisme (zie noot xi)?

In recente artikelen van me over de opstelling van christenen in de maatschappij en politiek kun je zien dat ik deels dezelfde opvatting huldig als in 2012 maar ook veranderd ben. Wat gelijk is gebleven is de overtuiging dat christenen in de politiek verwijzen naar de Goede. De verandering is zo kort samen te vatten: geloof kan niet als ruil- of drukmiddel worden ingezet. Zie voor die opvatting: Alternatief voor Europese leegte (NRC Next en Handelsblad, juni 2016). En in We zijn het grote verhaal kwijt (ND, 30 juni, naar aanleiding van Brexit) zeg ik iets soortgelijks als in ‘Alternatief voor Europese leegte’. In dat artikel neem ik een zeker populisme waar bij Gert-Jan Segers en doe ik het voorstel om je als christen constructief aan te sluiten bij verhalen van anderen. Ik benadruk daarmee de realiteit. Christenen zijn een minderheid en politieke missiedrang heeft, zo wijst het verleden uit, vooral voor ellende gezorgd.

Christelijke opstelling anno nu
Ik deel niet de standpunten van christenen die menen van je niet (meer) aan politiek moet doen. Het belang van die gedachte onderstreep ik wel. Ik doe dat omdat onze tijd zich laat vergelijken met de tijd waarin het christendom opkwam in Europa. Expliciet werd toen wel gezegd dat mensen die aan politiek doen niet welkom zijn in de kerk (zie mijn artikel hierboven: ‘Kerk en politiek; hoe stellen christenen zich op?). Ik realiseer me dat de tijd van toen niet zomaar met de onze te vergelijken is – al zijn er zeker parallellen. Ik denk dat christenen vandaag ervaren hoe smal de marges zijn. En dat het ongemak dat gevoeld wordt met bepaalde opstelling van christelijke partijen vooral daarmee te maken heeft.

In ‘Alternatief voor Europese leegte’ (zie hierboven) wijs ik op de goede inzet van lokale christelijke politici. Dat is een ding wat me vaker is opgevallen. Hoe ik dat precies moet duiden weet ik niet. Heb je als lokaal politicus minder/anders te dealen met dilemma’s zoals ik die hierboven schets inzake landelijke politiek? Of sta je dichter bij de praktijk – waarin de soep niet zo heet wordt gegeten als die wordt opgediend?

Verder zou je nog kunnen zeggen dat een bepaalde mate van populisme nu eenmaal hoort bij de tijd waarin we leven en dat je er in die zin als christen-politicus niet aan ontsnapt – en dat dat niet erg is. Ik ben dan ook zeker niet louter kritisch. De buitengewoon goede kwaliteiten van christen-politici zijn geweldig. En hun inzet voor bijvoorbeeld de kwetsbaren en gemarginaliseerden in de samenleving is voorbeeldig. In die zin blijf ik onderstrepen wat ik in mijn artikel (zie noot i) heb gezegd: verwijzen naar de Goede is en blijft een zegen.

Afsluitend zeg ik wel: het is meer dan hoog nodig als christenen om de tafel te gaan. Het gesprek over verantwoordelijkheid, roeping en grenzen van christenen in de maatschappij mag niet langer laag op de prioriteitenlijst blijven staan. Als dat toch gebeurt, snijden christenen zich lelijker in eigen vingers/lichaam dan wenselijk is.

Dordrecht, 21 december 2016.

Zie hier voor andere artikelen over politiek.

[i] Verwijzen naar de Goede. Toekomst christelijke partijen in Nederland (De Reformatie, 2012). Op een aantal punten ben ik wel anders gaan denken: zie verderop in deze blog; bij andere, meer recente verwijzingen.
[ii] Zie mijn artikel in OnderWeg (2015) over Relatievorming anno nu.
[iii] Zie Wijzen op het recht is niet altijd verstandig voor een christen-politicus (ND, februari 2012).
[iv] Zie Neem geen voortouw bij kritiek op andermans geloof (ND, augustus 2012).
[v] Zie Laat het oordeel aan God. In gesprek met imam Karrat na de aanslagen in Parijs.
[vi][vi] Zie Vier het grote mysterie van het geloof met ons mee (Goede Vrijdag en de islam, ND, 2013).
[vii] Zie God en geweld (2015, samengevat in een brief in NRC Handelsblad, zie onderaan deze blog).
[viii] Zie SGP en Second Love; herschikking christenen dringend nodig (Reformatorisch Dagblad, 2013)
[ix] Zie voor hier het artikel aan Arie Slob (begin 2013 toegestuurd, in september voorzien van een inleiding) en hier voor mijn aandeel in het gesprek met Gert-Jan Segers (2013).
[x] Zie bijvoorbeeld hier; een column van Segers waarin hij kritiekpunten van m’n collega Visser en mij pareert op een manier die er precies langsgaat (ND, oktober 2013).
[xi] Zie ‘Bijbelse’ vrouwelijke ambtsdragers. Gedachten bij het deputatenrapport.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s