Een vriend in de duisternis. Preek Psalm 88.

In de serie over de Psalmen Psalm 88: een schreeuw uit het graf. Ik kies opnieuw voor de Bijbel in Gewone Taal (BGT). Aan het begin en einde van de Psalm vind ik de Nieuwe Bijbelvertaling veel beter (zie in de preektekst en het preekthema). Maar de BGT sluit in de directe taal zo aan bij dit hartverscheurende lied dat ik toch voor die vertaling kies. Voorbeeldliturgie: zie onderaan.

Gemeente van de Heer Jezus Christus

1         Waarom staat Psalm 88 in de Bijbel?
Vandaag luisteren we verder naar de Psalmen. Die Psalmen; die kunnen er wat van. Roepen, juichen, verwensen, (on)recht, leven en sterven. Álles in Gods licht. Zo komen we vandaag bij Psalm 88. Als je dat leest, word je stil:

Ik ben ziek van ellende,
ik ben al bijna in het land van de dood…
Het is alsof u mij begraven hebt,
in het donker onder de grond…
Mijn vrienden willen me niet meer kennen,
ze schrikken als ze mij zien…
Nergens zie ik licht…
Ik ben ongelukkig. 

Wat een ellende en eindeloos verdriet.
Leegte.
Dood en duister.

Aanhoor alleen al die laatste (!) zin, in de Nieuwe Bijbelvertaling:

Mijn beste vrienden hebt u van mij vervreemd,
mijn enige metgezel is de duisternis.

Zo eindigt het lied. Ik ben alleen. Nou ja: alleen….
Ik heb wel een metgezel/vriend. Dat is… de duisternis.

Je zou naar deze man of vrouw toe willen rennen. Naast haar/hem komen zitten. Tenminste een arm om ‘m heen. Of een bakkie troost. Maar die kans krijg je niet. Moederziel alleen. En zo blíjft het. Er is geen helpen aan.

Psalm 88 roept een vraag op. Waarom heeft God het toegestaan dat dit lied in de Bijbel staat? Als het evangelie in één woord kan worden samengevat dan ongetwijfeld zo: hóóp! Dit lied eindigt met het tegenovergestelde: duisternis.

Het is alsof dit lied je terugbrengt tot vóór de prachtige schepping toen de duisternis (laatste woord Psalm 88) over oervloed lag (Genesis 1:2). Gaat God achter zijn schepping terug!?

Onwillekeurig denk je aan Job als je Psalm 88 leest. Maar ja: die had nog, na het sterven van zijn kinderen en het weglopen van zijn vrouw, zijn vrienden (alhoewel… écht troostten die hem niet!). En Job kreeg een gelukkig levenseinde.

Te denken is ook aan andere Psalmen (6, 22, 32, 42 & 43, 73, 130 e.a.) die in sommige passages sterk aan Psalm 88 doen denken: Gods golven die over je heen klotsen en je kopje onder doen gaan (Psalm 42/3). Maar bij die liederen zit altijd iets van hoop; maar de HEER zal uitkomst geven, dat vertrouwen laat mij leven.

Zo niet Psalm 88. Duisternis. Terug naar oerchaos van voor de schepping. De enige Bijbelgedeelten die zich enigszins kunnen meten met Psalm 88 zijn die van de ‘treurprofeet’ Jeremia. In Jeremia worden de klaagvrouwen geroepen om de verwoesting van Jeruzalem te bezingen (9:16-21). En in Klaagliederen van Jeremia (prachtig op muziek gezet in de lamentationes; een aanrader voor wie treurt) gaat het er soms ook heftig aan toe (hoofdstuk 2). Maar steeds kiert de hoop er tussendoor.

Wat dat betreft is Psalm 88 uniek. Zoals Psalm 51 eruit springt als het gaat om boetedoen, zo springt Psalm 88 eruit als het gaat om het schreeuwen in doodsnood. Psalm 88 is een lang gekrijs. Een langgerekt gehuil. Waarom staat het in de Bijbel?

2         Let op het wonderlijke begin.
Het lied laat merken: deze jammerklacht kan/mag er voor God blijkbaar gewoon zijn. Wat een opluchting dat je naar God toe kan als je depressief bent. Geen hoop meer hebt. Je geliefde aan het verliezen bent of verloor aan de dood. Zelf het graf dichtbij voelt komen. Heerlijk dat je jezelf niet anders of beter hoeft voor te doen dan je bent of je situatie is. Dank God! Dat maakt dit treurige lied hoopvol. Psalm 88 zet de toon voor ons, in die dagen waarin wij niet verder kunnen en vastlopen. Dat is geweldig. En straks meer hierover. 

Maar eerst toch nog iets anders. Misschien is het niet makkelijk om dat andere mee te maken. Omdat het zo bevrijdend is gewoon maar de rauwe klacht te laten staan. Toch wil ik het proberen aan te wijzen. Dit bedoel ik:

Dat begin van Psalm 88!

HEER, mijn God, mijn redder!
vers 2a, Nieuwe Bijbelvertaling
(NBV hier vele, vele malen beter dan BGT die het als een gebed vertaalt: Heer, mijn God, red mij!)

Ik doe mijn handen omhoog naar u
de hele dag roep ik naar u.
(vers 10b&c)

Er is geen enkele aarzeling God te adresseren. En dat heel de dag te doen (elke dag, NBV). En Hem te noemen zoals Hij is: redder. God redt! Dat is geen vraag in Psalm 88. Geen misschientje. Het is een belijdenis. Zo is God. Die belijdenis gaat hand in hand met de klacht. Het een komt niet in mindering op het ander. Het gaat in dit lied steeds hand in hand:

God is redder – ik lig in het massagraf.
God maakt gelukkig – ik ben depressief.
God geneest – ik ben (dood)ziek.
God is een en al licht – ik leef in het donker.

Dit is zo mooi. In alle rauwheid zo teer. Psalm 88 laat de twee werkelijkheden volop aan bod komen en pal naast elkaar staan!

Het volle geloof dat God redder is én de rauwe doodskreet.
Heel de dag uitstrekken naar God én volop erkennen dat het duister drukkend heerst.

Hoe snel gaat het niet zo dat wij kíezen tussen een van beide? Je zit zo in de put dat je niet meer kunt ervaren/geloven dat God je redder is. Toch? Zo gaat dat bij ons, toch? Of we zeggen dan juist andersom: God is goed, hoor (dus houd nu maar je mond). Maar nee. Het is wonderlijker! Ze gaan samen op. God is goed én help mij want ik zit klem!, zegt Psalm 88

Of je hebt zoveel vragen aan Gods adres dat je vindt dat God eerst maar moet bewijzen waarom Hij…(en dan komt wat je dwars zit). Toch? Je bent zo vastgelopen dat eerst de omstandigheden maar eens moeten veranderen voordat jij weer vertrouwen kunt. Toch? Zo werkt het toch? Of christenen zeggen dan andersom: nou, het zal wel goed komen, vraag maar niet naar het waarom en vertrouw maar. Wij kiezen vaak een van twee. De Psalm zet ze beiden naast elkaar.

Je vragen, je verwijten, je tomeloze verdriet en diepe ellende. Roep het uit. EN God redt. Sterker: dat laatste staat voorop. Hoe scherp, wonderlijk en tegendraads is dit lied.

Gemeente; nu we wat vaker de Psalmen aanhoren, ontdekken we een patroon. Psalm 51 is een boetelied in extremis. En dat lied begint met de volle focus op Gods barmhartigheid (zie preek Psalm 51). Psalm 88 is een rouwlied zoals er geen andere is. En het lied begint met de volle focus op God als redder – en zet daar ook in door! Zoals in Psalm 51 een bevrijd mens spreekt (hoe goor ook door zijn zonde) zo schreeuwt hier – je durft het bijna niet te zeggen – een genezen mens (hoe doodsziek ook en bijna in het graf). De paradox van de Psalmen. Wat voor ons gevoel niet samen kan, gaat in de Psalmen, hand in hand.

Dat patroon van de Psalmen ontstaat bij het eerste lied, Psalm 1. Dat lied staat als een geloofsbelijdenis voorop (zie preek Psalm 1): wie zich houdt aan de goede voorschriften van God die kómt uit en die víndt geluk; hoe de weg ook is. Koninklijk leven is het leven dat God wijst, zegt Psalm 1. En dan volgen alle andere Psalmen. Over de koning, over ellende en geluk, over recht en onrecht, over leven en sterven. Die andere Psalmen volgen zodat we steeds beter begrijpen wat Psalm 1 werkelijk zegt en hoe verstrekkend die geloofsbelijdenis is. Psalm 51 onderstreept dat Psalm 1 waar is – ook al (of juist omdat!) was David van het pad van Psalm 1 af. Psalm 88 erkent dat God je tot een altijd vruchtgevende boom maakt (Psalm 1) – al ligt de dichter half in het graf. HEER, God, mijn redder, U legt mij in het graf.

Gemeente: hoe stil word je hier van. Hoe majestueus is dit rouwlied. Op je eigen (bijna)begrafenis Gods reddende kracht erkennen. Dit lied strekt zich uit overheen en vormt als het ware een kring omheen al onze angst, depressie, wantrouwen en onvermogen. Het doet precies wat de heilige apostel later zegt: werp je zorgen op Hem want jullie liggen Hem na aan het hart (1 Petrus 5:7, SV en NBV).

Dank God voor Psalm 88. Dit is misschien wel het meest krachtige geluid van alle Psalmen. Zoals je het soms ook hoort van mensen die diep in de put zitten. Of zichzelf flink in de nesten hebben gewerkt. Dat ze zeggen: en tóch…. Dat is zo ongelooflijk krachtig. Want je hebt geen poot om op te staan. Maar Gód…! Die power straalt je uit Psalm 88 tegemoet. Het lied is als de zogenaamde zwarte gaten in het helaal (als ze tenminste bestaan…): je ziet ze niet maar ze trekken alles naar zich toe. Zo is dit lied. Het lijkt pure wanhoop. En zo ís het ook, in deze Psalm. Maar het cirkelt omheen de enige Redder die er is.

3         De HEER geneest.
Gemeente: de belijdenis voorop ontslaat ons niet van de plicht de Psalm en vooral het einde daarvan serieus te nemen. Wat is er aan de hand? Vanwaar de wanhoop en welke wanhoop is het? De dichter is ziek. Doodsziek. Staat al zowat in het graf. Blijkbaar al heel lang (vers 16). Hoe het precies zit met dit lied weten we niet. Nergens staat zoveel boven een Psalm als hier (is er veel aan gewerkt in de loop van de tijd?). Is het de dichter van Psalm 42? Is het de Heman van 1 Kronieken 2 of 5 (of is dat een en dezelfde)? Is het het leed van de dichter zelf of schrijft hij zijn ‘leerdicht’ (Statenvertaling) om zieken bij te staan? Er is veel onzeker.

Maar dit niet: ziekte – waar het over gaat in dit lied – was in Israël niet zomaar iets. Het volk van God was zijn volk geworden omdat Hij hen had bevrijd uit hun slavenbestaan in Egypte. Die bevrijding ging hand in hand met het ziek maken van de Egyptenaren, in de tien plagen (begin Exodus; zie de film Exodus. Gods and Kings uit 2014). Bevrijding van het slavenbestaan betekent dan ook: geen ziekte maar gezondheid en voorspoed. Israël heeft dat, stap voor stap, moeten leren. Zomaar ben je niet bevrijd. Het meest bekende verhaal over genezing staat direct na de ‘geboorte’ van Israel, de doortocht door de ‘baarmoeder’, het pad doorheen de Rode Zee (Exodus 15). In de woestijn aangekomen kwam het volk bijna om van de dorst en vloog het op een plek aan waar water was. Maar het was bitter, ondrinkbaar water. Het volk kwaad en wantrouwig, natuurlijk: wat is dít!? Precies daar – bij dat wantrouwen – wilde God zijn volk hebben. God gaf Mozes toen de opdracht het water drinkbaar te maken. En God zei vervolgens: als jullie ter harte nemen wat God, de HEER, zegt en al zijn geboden en wetten gehoorzamen (Psalm 1!) dan zal Ik jullie met geen van de kwalen treffen waarmee ik Egypte heb gestraft. IK, DE HEER, BEN HET DIE JULLIE GENEEST (Exodus 15:22-27, zie ook, nog veel scherper, in de slotpreek van Mozes in Deuteronomium 29 en 30 waarin God alle plagen ‘belooft’ aan zijn eígen volk als dat Hem ontrouw zou worden).

Opvallend weinig gaat het in het Oude Testament over dokters, genezers. Als iemand ziek was, kon hij worden uitgesloten van het sociale leven (Leviticus 13 en 14, Psalm 88:9 en 19), waarbij de priester (!) een belangrijke taak had. God geneest.

Het zo één op één koppelen van ziekte en oordeel van God zoals het hier in de Psalm staat, hoort thuis bij het geloof van Israël. De dichter zegt niet: tjonge, ik ben doodziek….o ja: God, help mij (mocht u bestaan). Zo zouden wij, westerse mensen, kunnen bidden. Psalm 88 zegt (zie ook Psalm 42):

Het is alsof u mij begraven hebt
Uw woede is een zware last voor mij
Uw woede houdt mij gevangen
Waarom verbergt u zich voor mij?
Uw woede maakt me wanhopig
U maakt me doodsbang
U vernietigt mij.

Gemeente: teer dit, toch? Kom alsjeblieft niet met (die gedachten) van: o, als ik ziek, depressief of stervende ben of mijn geliefde verloor… dan heeft God zeker dit of dat tegen mij – alsof het jouw (persoonlijke) fout is of alsof God een (af)straffende God zou zijn. Dan ga je er een constructie van maken. Dat doet de Psalm niet. De Psalm strekt zich met alle (on)macht en uit het graf uit naar de Levende:

U, U!
U, Redder. U, GENEESHEER (Exodus 15)!

HEER, God, mijn redder….de hele dag roep ik naar u
(vers 2a en 10c).

En zo moeten we het lied nauwkeurig aanhoren. Het staat in dat deel van de Psalmen waarin het gaat over de teloorgang; de verwoesting van Jeruzalem en de tempel, het einde van de dynastie van David (vanaf Psalm 73). Dat was voor de gelovigen van toen een veel grotere schok dan 9/11 was voor onze cultuur. Psalm 88 zegt op persoonlijk niveau wat Psalm 89 klaagt op het niveau van het volk (precies andersom aan de volgorde van de eveneens aan elkaar verbonden Psalmen 50 en 51; zie die preken voor de uitleg).

Psalm 88 zegt: ik sta in het graf. De Geneesheer maakt mij ziek. Ik erken mijn zonden en fouten. Maar ik zoek het bij de enige Redder. Psalm 89 doet het net zo: de dynastie van David had God eeuwigheid beloofd (vers 4 en 5), maar nu laat God de boel naar de knoppen gaan (Ű, U, U; Psalm 89 vers 41, 43 en 45)! De Psalmen 88 en 89 kennen dezelfde spanning. Een diepe geestelijke, persoonlijke en gezamenlijke crisis. Maar het is vooral de crisis van/voor God. Want de bevrijding van zijn volk (Exodus) en daarmee van de wereld (Genesis 12:3) staat op het spel. Daarom zijn deze liederen zo heftig. In het graf spreekt niemand van uw liefde (Psalm 88:13). Precies! Hoe gaat de lof op Gods naam nu door!? Hoe kan het goed komen met de wereld als het koningshuis en de tempel vernietigd worden (Psalm 89)!?

Kijk, gemeente! Kijk goed.
Want dan komt Psalm 90. Het enige lied van Mozes (! Exodus 15):

wij komen om door uw toorn, door uw woede bezwijken wij….
U hebt onze zonden vóór u geleid….
KEER U TOT ONS HEER – HOE LANG NOG?
ONTFERM U OVER UW DIENAREN.
Vervul ons in de morgen met uw liefde
Laat ons van blijdschap juichen, al onze dagen.

En dan Psalm 91. Het lied van het grootste vertrouwen. Psalm 88 op de kop:

God bevrijdt je van de dodelijke ziekte, de pest en de plaag hoef je niet te vrezen…JOU ZAL NIETS OVERKOMEN.

Gemeente: hoor je? Al deze schitterende liederen kunnen er alleen maar zijn omdat Psalm 88 er is. Dat is het zwaargewicht dat de rest (Psalm 90 en 91) tevoorschijn roept, omhoog doet schieten. Ons gevoel dat Psalm 88/89 lastig/moeilijk zijn en Psalm 90/91 prachtig, klopt niet. Ze horen bij elkaar. Ze dansen, zingen en roepen om elkaar heen.

There is a crack in everything zong de pas overleden Leonard Cohen (Anthem). Psalm 88 laat zien hoe diep de barst is. Het is de oerchaos van voor de schepping. Gods bevrijde kinderen; in hen zit die crack. De heilige tempel heiligt niet genoeg. De koning kan zijn volk niet redden. Ziekte wint het. Ieder mens sterft. Zekerheden laten het afweten. Góds kinderen kunnen soms zo in de knoop zitten dat ze niet weten/ervaren dat God van ze houdt. Christenen kunnen het gevoel kwijt zijn dat ze bij de gemeente horen. De fantastische westerse democratie komt zwaar onder druk – gaan we het redden? Ons vrije, mega-rijke Europa heeft de twijfelachtige eer de meeste grensdoden op haar naam te hebben staan (oversteek vanuit Noord-Afrika). Jouw oprecht goed bedoelde actie kan toch een hoop ellende veroorzaken en schade veroorzaken. De apostel Johannes, de apostel van de liefde (!), zegt waar het op staat: de wereld en alles wat bij haar hoort gaat voorbij (1 Johannes 2:17). We zitten op doodlopend spoor. Dat zag de apostel toen hij aan de voet van het kruis stond. De boel is verrot. De rechtvaardige redt het niet.

Zo lezen we Psalm 88. Aanhoor het lied niet als een persoonlijk gebed alleen. Beperk het niet tot ziekte. Ik ben in nood. De wereld is in nood. Is er een redder? Waar dan? Wie dan!? Mijn enige vriend is de duisternis. Dit (be)klemmend slot is een schreeuw om antwoord. Nee. Om optreden. Het kan alleen beter worden door de redder (Psalm 88:2) zélf. Keer u tot ons, HEER (Psalm 90:13a).

4         Mijn enige vriend is hij die hangt in de duisternis.
Gemeente: zo leven we naar Kerst, de komst van Gods zoon. Wij hebben het vaak over vergeving van zonden als het gaat om Jezus’ komst. Als we ons dan maar met de Psalmen realiseren dat daarmee het héle leven wordt bedoeld. Jesaja zegt het schitterend; helend, genezend. Hij gaat als het ware in op Psalm 88 als hij laat zien wie Jezus is:

Gods dienaar heeft pijn gehad, hij heeft voor ons geleden (Psalm 88)
Hij heeft onze ziektes (Psalm 88) en onze pijn (Psalm 88) gedragen.
Wij dachten dat God zijn dienaar liet lijden (Psalm 88) om hem te straffen
Maar God heeft hem gestraft voor ons.
Gods dienaar is mishandeld (Psalm 88) voor onze fouten, hij is gedood (Psalm 88) voor onze zonde.
Want wij luisterden niet naar God, we leken wel verdwaalde schapen (Psalm 88/9)
en Gods dienaar moest onze schuld dragen.
Omdat hij gestraft werd (Psalm 88), hebben wij nu vrede (Psalm 91)
omdat hij geslagen is (Psalm 88), zijn wij genezen (1 Petrus 2:24/25).
Hij moest zijn leven geven om de schuld van de mensen te dragen
(Jesaja 53, BGT).

Hoor je? Álles heel. Hoor je? Golgota: zó geneest God (Exodus 15/Psalm 88). Midden op de dag werd het duister toen Jezus aan het kruis hing. Mijn enige vriend is… hij die hangt in het duister (Psalm 88 in Jezus’ licht). De zoon van God kwam niet ‘half’ of bijna in het graf (Psalm 88). We belijdenis: hij heeft geleden, is gestorven en begraven (Nicea, apostolische geloofsbelijdenis). Een geloofsbelijdenis die je naar adem laat happen; Gód aanwezig in het graf (Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 19)?! Jezus is in de spanning/spagaat terecht gekomen die Psalm 88 bezingt (zie hierboven). Hij bleef vertrouwend leven én hield het uit bij ons, in het duister. 

We zijn gevonden.

Gemeente; we hebben daarom Psalm 88 niet te schrappen maar hoog te houden. Je zult dit lied misschien niet dagelijks lezen. Tegelijk: iedereen weet waar dit lied over gaat. Op Facebook kwam er gelijk reactie toen ik een link plaatste naar Psalm 88 en zei dat ik daarover ging preken: zo kan het dus zijn. Of: zo is het (voor mij).

Bid dit lied als je in de klem komt. Sla het ook niet over als het allemaal o.k. is. Schrijf je ‘eigen’ Psalm 88 als jammerklacht aan Gods adres als onheil, onrecht, ziekte of dood je treft. Houd je niet in. Bid met alles wat in je is; alsof je leven ervan afhangt! Maak een schrift waarin je je gebed uitschrijft of uitschreeuwt naar God. Vraag iemand om je te helpen je ellende voor God neer te leggen. Want dat is niet makkelijk! Wie bidt in de lijn van Psalm 88 legt heel het leven, juist met die grote kwetsuren, voor God neer. Dat moet je leren. Dat gaat niet van de ene op de andere dag. We gaan straks alvast oefenen met Gereformeerd Kerkboek gezang 150:

Heer Jezus, duizend vragen, teveel om mee te dragen…
Waarheen, waarom, waartoe?
O, God dit is geen leven….

Dat zingen wij, nieuwtestamentische gemeente. Zo leren we in onze zonden en wonden op te kijken naar onze Heer Jezus, onze trouw vriend in het duister:

Heer Jezus, al die vragen, U hebt ze meegedragen
die last, was dát uw kruis?
(GK 150)

5         De genezende kracht van de gemeente van Jezus.
Nu zijn we er nog niet helemaal. De preekvoorbereidingsgroep zei: wat wil de dichter nu precies? Dat is een heel goede vraag. Hierboven ging het er al over: vanuit Exodus 15 en doorlezend in de Psalmen wil de dichter dat de redder zelf reddend optreedt. Toch maak je je er dan misschien nog iets te makkelijk vanaf. Dat wil zeggen: die redding gaat even hard over jezelf, het leven zoals God het geeft aan ons, aan jou en mij – in alle concreetheid.

Want Psalm 88 valt echt op. De Psalmen (Oude Testament) zijn niet zo prekerig over leven na de dood. Het is er wél (Psalm 16, 49, 73). Wat te denken van dat fantastische lied Psalm 139 waarin staat dat voor God het duister (laatste woord Psalm 88) een en al licht is (vers 11 en 12)! Dat weet de dichter van Psalm 88 heus ook wel. Hij is niet gek. Maar Psalm 88 zegt: nee. Nee. Ik sta met anderhalf been in het graf en dát laat ik God weten. God moet mij redden! Alle accent komt zo op het leven te liggen. De lof op Gods naam moet door. Hier. In zijn leven. Jouw leven. Ons leven. Psalm 88 lijkt daarin op Abraham. God vertelt hem eens dat Hij Sodom en Gomorra gaat verwoesten (Genesis 18). Dan zou je denken: tja, als God dat zegt…. Zo niet Abraham. Hij gaat voor God staan en zegt: U bent toch de rechter over heel de aarde en kunt het toch niet maken om iedereen over één kam te scheren. Wow. En God luistert! Die God kent de dichter van Psalm 88.

En zo komt dat klemmende slot met volle kracht op óns af. Want er komt geen antwoord. Het blijft stil. En dat maakt dat jij moet gaan nadenken. Dat wij ons moeten bezinnen. Op wie stel jij je vertrouwen? Tot wie richt jij je als je helemaal klem komt te zitten, helemaal in het duister? Wat doe jij met jouw zonden en (levens)wonden? Heb jij iemand als het donker wordt in je leven? Dit lied is nog niet uit!

Kijk gemeente: Psalm 88 richt zich zo naar ons. En laten wij dan eens even goed kijken. In onze cultuur is God weg. Hij is geschiedenis, ‘afgeschaft’. Wij roepen Hem niet aan als er iets tegen zit. Hooguit ter verantwoording als ons iets niet zint. In die zin is het in onze cultuur ‘duister’. En, tegelijk!, zit onze cultuur zo ontzettend vol van alles wat met God te maken heeft. Wat dat betreft leven we in een bijzondere en interessante tijd. En ligt er een bijzondere opdracht bij christenen om te laten zien wie God is, wat de Psalmen betekenen.

Ik denk bijvoorbeeld aan de film In de ban van de ring. De hoofdrolspeler Frodo moet een zowat onmogelijk taak verrichten, een pad gaan dat door veel moeilijkheden gaat. Een symbool voor hoe je levensweg soms kan zijn. Op den duur wordt het Frodo allemaal te veel. Hij kan echt niet meer. Totaal uitgeput zegt hij (het meest ingrijpende moment van de film):

(No, Sam,) I can’t recall the taste of food.
Nor the sound of water.
Or the touch of grass.
I’m naked in the dark.

Dat is precies Psalm 88! En íedereen in onze cultuur ziet dit: gelovig, atheïst, iets-ist, moslim, christen, jong, oud. En je herkent állemaal: ja, zo kan het soms zijn! We lezen allemaal A.F.Th. van der Heijden of zien de film Tonio over het steeds maar terugkomend verdriet over de dood van zijn zoon.

En als onze maag dan in de knoop zit, wat dan!? En dan!? Wat doe jij dan? Wat doen wij dan? Als je zegt: kijk, dát zegt de Bijbel…, dan zegt iedereen in onze cultuur: rot op (met je Bijbel en je God). Maar….als wij het nou eens laten zíen! Dat de klacht van het duister er volop mag zijn, dat je daarin volop geaccepteerd wordt? Wat is dán de reactie?

In de film In de ban van de ring gaat het zo verder: Frodo wordt door zijn beste vriend, Sam, omhoog gesjord. De tocht moet verder! Die vriend realiseert zich goed dat hij niet de taak van Frodo kan overnemen. Maar hij kan hem wel een eind dragen. En dat doet hij.

Kijk: dat is het evangelie in een notendop. Draag elkaars lasten – zo vervul je de wet van Jezus (Galaten 6:2). Gemeente: de Psalm 88 komt op die manier op óns af. Is er een plek? Zijn wij zo gemeente dat gemeenteleden en mensen van buiten – die Psalm 88 heel goed snappen – zien dat er ergens een plek is; om te rouwen en toe te geven dat de wereld op een doodlopend spoor zit? Gód is weg in onze cultuur. De gemeente van Jezus niet! Zijn wij een plek waar het niet geeft dat je (even) de hoop helemaal opgeeft? Waar je tevoorschijn mag en durft te komen met je levenswonden? Een plek waar het veilig genoeg is om je levenspijn volop uit te schreeuwen? Door het beklemmende, open einde komt die vraag op ons af.

Gemeente: hierin zijn we op weg. Hoe bemoedigend te zien hoeveel onderlinge zorg, meeleven er is. Toch denk ik ook: het belangrijkste waar we vandaag voorstaan is het bezig zijn met het vormen van kringen. Niet als een simpeler oplossing. Want hoe dichterbij je bij elkaar komt, hoe moeilijker – en mooier! – het wordt. Maar onze vragen, onze pijn en wanhoop: ze zíjn gedragen! En hoe hard is het soms nodig dat aan elkaar te laten merken. 

Geve onze lieve Heer die in het duister hing het ons om in zijn kracht gemeente te zijn van Psalm 88. We hebben een vriend in het duister. Jezus. We hebben elkaar, in hem. Zo zegene God ons allen.


Voorbeeldliturgie

Welkom
Votum
groet
GK 132:1a, 2m,3v,4m,5v en 6a
10 woorden
Nieuw leven voor God
(Romeinen 12, BGT, gelezen door voorganger, svp niet beamen)
LB 675:1
gebed
Kinderen naar voren
Ruth  Ruth / Mattheüs 1:5
GK 85:1
Kinderen naar kring

Lezen Psalm 88 in Bijbel in Gewone Taal (BGT)
PvN 88 (luisterlied) tekst op de beamer

Verkondiging Mijn enige vriend is de duisternis

  1. Waarom staat dit lied in de Bijbel?
  2. Let op het wonderlijke begin.
  3. De HEER geneest.
  4. Mijn enige vriend is hij die hangt in de duisternis.
  5. De genezende kracht van de gemeente van Jezus.

GK 150: 1 t/m 4

Dankgebed en voorbede, afgesloten met
GK 174: 3

Kinderen komen terug uit kring en vertellen

LB 482: 1 en 3 (‘wie wonen in het diepste donker’, gekozen ivm Adventstij. Dit Kerstlied, in Jezus vervult Psalm 88)

Zegenbede van St. Patrick  

De Heer zij vóór u, om u de juiste weg te wijzen.
De Heer zij áchter u, om u in de armen te sluiten en om u te beschermen voor gevaar.
De Heer zij ónder u, om u op te vangen als u dreigt te vallen.
De Heer zij ín u, om u te troosten wanneer u verdriet hebt.
De Heer zij óm u héén, als een beschermende muur, als anderen over u heen vallen.
De Heer zij bóven u, om u te zegenen.
Zó zegene u de almachtige God,- vandaag, morgen, en tot in eeuwigheid.

Gezongen amen

One thought on “Een vriend in de duisternis. Preek Psalm 88.

  1. Amen, wonderlijk getroost en gekalmeerd. Het is goed. De duisternis mag er zijn. God is er ook. Bevestiging. Want, al zie ik geen toevluchtsoord. Geen mens die naar mij hoort. Ben ik o Heer ten einde raad, ik vertrouw op U, alleen op U. U bent mijn schuilplaats, al wat ik heb bent U. Licht in de nacht.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s