Als ‘nood leert bidden’ niet meer opgaat. Overdenking over Matteüs 6:9-18 bidstond Klein Convent te Dordrecht

Vanavond komen we samen, als kerken van het zgn. Klein Convent. We komen samen in de Juliankerk (Gereformeerde Gemeente) om te bidden. Helaas konden er geen gemeenteleden uitgenodigd worden. Je kunt de bijeenkomst zien en eraan meedoen via het YouTube kanaal van de Julianakerk. Elk gebed wordt voorafgegaan door een overdenking. Hieronder de mijne.

De Koning geeft orders voor de strijd.
We luisteren vanavond naar drie gedeeltes uit de Bergrede. Als we ervan uitgaan dat Matteüs zijn evangelie schrijft voor joodse gelovigen dan vallen er twee dingen op.

1/ Het begin van de Bergrede doet denken aan het moment waarop God in het Oude Testament zijn wet gaf. Net als Mozes gaat de Heer ‘de berg op’ en heeft ‘zijn leerlingen om zich heen’ (Matteüs 5:1). Is onze Heer een soort nieuwe Mozes – een van de zovelen in de rij van alle profeten? Luister. Voor zijn geboorte zegt een engel al dat Jezus Christus ‘zijn volk zal bevrijden van hun zonden’ (Matteüs 1:21). Jezus Christus is Heer van het volk (Israël). Het verschil tussen Mozes en Jezus Christus wordt helemaal duidelijk tijdens een ander moment op de berg; de ‘berg van de verheerlijking’, waar Mozes samen met Elia aanwezig is (Matteüs 17:1-8).[i] Gods stem klinkt: Jezus Christus is Gods geliefde Zoon. In Hem verschijnt God zelf op het toneel (Matteüs 9:33[ii], cf. 1:23). Eerst heeft God door profeten – zoals Mozes – gesproken en in de laatste dagen door zijn Zoon (zie Hebreeën 1:1vv). In de Bergrede spreekt Gods Zoon, de Koning van het hemelse Koninkrijk (Matteüs 4:17).[iii]

2/ We weten (uit Bijbelse en buiten-Bijbelse bronnen) dat er in de eerste eeuw van onze jaartelling grote verwachting leefde onder Gods volk. Zou God zijn volk verlossen, zoals bij de Exodus en ballingschap? Diverse personen waren opgestaan en kregen volgelingen – maar telkens liep het op teleurstelling uit (Handelingen 5:33vv). Aanleiding voor een bidstond zoals bij ons was er genoeg in die tijd. En nu is daar Gods Zoon. De Koning zelf. Wat zijn zijn orders? Leert Hij om te vechten, het zwaard op te pakken? Dat zou je kunnen zeggen (Matteüs 10:34).[iv] Dan moet je het wel goed zien. Het is een geestelijke strijd. Het belangrijkste wapen in de strijd is het gebed. Zo is het Onze Vader te zien (Matteüs 6:9-13, cf. Efeze 6).

Het gebed begint ermee dat Gods naam geheiligd wordt en zijn koninkrijk komt. Vergeving van eigen schuld en vergeving van onderlinge tekorten nemen een belangrijke plek in in dat gebed (6:12,14&15, cf. 1:21 en 18:21-35[v]). Vooral de grond van het gebed valt op. Een bidder wordt niet verhoord vanwege het gebed (vele woorden) maar omdat God weet wat we nodig hebben. Nee, niet ‘God’. Onze Heer zegt: ‘jullie Vader’ weet wat je nodig hebt. Zo leert Hij ons te bidden (6:8&9). Dat is bijzonder. In dit gebed zie je de contouren van Gods Koninkrijk.

Direct na het Onze Vader keert de Heer zich tegen een uiterlijke godsdienst. Wie bidt en vast moet dat van harte doen, voor God, je Vader; anders heb je je (menselijke) loon al te pakken (6:16-19). Het woord geveinsden (Statenvertaling) of huichelaar kennen we allemaal; toneelspeler. Je doet het voor de bühne. Voor het applaus. Aardse goedkeuring. Dit woord past bij de tijd van het evangelie. Nu God zelf in Jezus Christus op het toneel verschenen is gaan de maskers af. God zal over ieder een rechtvaardig oordeel vellen (Handelingen 17:31).

Aanhoudend gebed.
Hoe passen we dit Bijbeldeel toe op onszelf en onze tijd?

God geeft zichzelf.
Laten de woorden van de Heer ons allereerst bemoedigen, broeders en zusters. Onze Vader weet wat we nodig hebben. We hebben Hem nodig – onze Verlosser in Christus. Hij is als een schat verborgen in het Onze Vader.

Dat wordt helemaal helder uit het evangelie van Lukas. Direct na het Onze Vader zegt de Heer dit: Welke vader onder u zal aan zijn zoon, als hij hem om een brood vraagt, een steen geven…? Als u die slecht bent, uw kinderen goede gaven weet te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven aan hen die tot Hem bidden (Lukas 11:11-13, Statenvertaling)? We krijgen Gods Geest. Dit vertrouwen geeft de Drie-Ene God ons; God de Vader, Zoon en Heilige Geest.

Juist een tijd van onzekerheid en moeite leert je op Hem terug te vallen. Onze Vader weet wat we nodig hebben. In een pandemie. Als blijkt dat er minder begrip is voor de (minderheids)positie van gelovigen.[vi] Als je zonden je aanklagen of je jezelf afvraagt hoe oprecht je geloof is (1 Johannes 3:20).

Volhardend gebed.
Dan nog een toepassing naar aanleiding van het vasten. Dat de Heer zich keert tegen toneelspelers (6:16) betekent niet dat Hij tegen de praktijk van het vasten is. Deze praktijk is bedoeld om het gebed kracht bij te zetten. Om je ten volle te concentreren op God alleen – die ons voedsel is (Matteüs 4:4[vii]).

Waarvoor bidden we? Kijk eerst naar jezelf. In Corona-tijd kun je moedeloos worden. De fut verliezen. Denken dat het er allemaal niet zoveel meer toe doet. Of geïmponeerd raken van wat wij, mensen, allemaal aan oplossingen of mogelijkheden om alles onder controle te houden hebben. De Heer leert ons te bidden: leid ons niet in verzoeking maar verlos ons van de boze (6:13). Bidden we dat voor onszelf. Kijk op naar je Verlosser en blijf trouw in het dienen van Hem en het liefhebben van je naaste.

Kijken we om ons heen dan bidden we voor al onze naasten. De uitdrukking ‘nood leert bidden’ lijkt niet (meer) op te gaan in onze tijd. De meeste Nederlanders geloven niet in God. Corona brengt blijkbaar niet op andere gedachten. Hooguit wordt erkend dat de samenleving niet zo maakbaar is dat we dachten.[viii] Laten wij volhardend bidden en ons blijven inzetten, onze maatschappij ten goede (Matteüs 5:16).

Bidden we vooral voor een nieuwe generatie gelovigen; kinderen, jongeren en jongvolwassenen in de gemeente. De marges voor het geloof worden – naar de mensen gesproken – krapper. Dat leert ons des te meer op te zien naar Onze Vader. Hij weet wat nodig is. Dank Hem voor zoveel vrijheid die er is om te geloven en te getuigen.

Onze Vader kent ons bij naam. Vertrouwen we op de belofte van de Heer dat onze gebeden verhoord zullen worden.


[i] Zie preek over de verheelijking op de berg.
[ii] Zie Zelfs de dood wordt een halt toegeroepen. Preek slotdeel Matteüs 9.
[iii] Zie preek Matteüs 4:17.
[iv] Zie preek over het zwaard dat Jezus brengt.
[v] Zie preek Matteüs 1:21 en preek over vergeving van zonden uit Matteüs 18.
[vi] Zie mijn brief in NRC over tolerantie minderheden (2021). Daar hoort natuurlijk bij dat gelovigen goed nadenken over wat wijs en verstandig is, zie preek tweede deel Handelingen 19 (oproer Efeze).
[vii] Zie preek over tweede verzoeking in de woestijn.
[viii] Scherp verwoord door Ilja Pfeijffer in Gecontroleerd Sonnet. Zie preek Psalm 42/3.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.