‘Let een beetje op elkaar.’ Preek Matteüs 18:15-20 over onderling toezicht.

‘Let een beetje op elkaar’ zei minister-president Rutte, afgelopen maart. Jezus spreekt over onderling toezicht. Wat bedoelt de Heer? We zijn toch vrije mensen? Van oudsher heeft o.a. dit tekstgedeelte een belangrijke rol gespeeld bij het toepassen van kerkelijke censuur/tucht. Een onderwerp waarover vandaag verlegenheid is. Onderstaande preek is een vervolg op de preek van vorige week over Matteüs 18:6-14 (een preek waar ik regelmatig naar verwijs). Voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst. De preek is te beluisteren via mijn podcast.

1         Onderling toezicht.
‘Let een beetje op elkaar, ik reken op u.’ Met deze prachtzin sloot onze minister-president zijn eerste Coronatoespraak af (maart jl.). Omdat we een onzekere tijd ingingen, gaf de oproep om op elkaar te letten een gevoel van saamhorigheid. Je bent niet alleen iemand op jezelf. Je hoort in de samenleving ook bij elkaar. Tegelijk waren er mensen die beducht waren. Wordt ‘letten op elkaar’ niet heel snel ‘elkaar in de gaten houden’? Als je met een groot gezin rondloopt, stuurt iemand makkelijk de politie op je af; overtreden jullie de regels van de groepsgrote niet? Zo is ‘letten op’ niet bedoeld.

Zonde een halt toeroepen.
Onze minister-president had zijn zin ‘let een beetje op elkaar’ zomaar uit het evangelie van Matteüs kunnen hebben gehaald. De Heer roept zijn discipelen op om te letten op de hen toevertrouwde broeders en zusters:

Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken.
(Matteüs 18:15)

Je hoort gelijk ook het verschil met de oproep van onze minister-president. Vooral in het vervolg van het evangelie. Jezus zegt: als degene die zondigt niet luistert dan moet – nadat de gemeente erbij betrokken is – behandeld worden als een buitenstaander (Matteüs 18:17). Het bederf van de zonde moet een halt toegeroepen worden (cf. 1 Korintiërs 5:6 en 7). En de zondaar moet gered worden (Matteüs 18:6-14[i]).

Gemeente, we vorderen in het belangrijke hoofdstuk 18 van Matteüs. En het wordt spannend. Voordat we verder gaan eerst twee vooropmerkingen.

Matteüs 18:15-20 hoort erbij.
Sommigen zijn van mening dat Matteüs 18:15-20 later aan het evangelie is toegevoegd. Het stukje zou uit het leven van de gemeente komen (het zouden niet Jezus’ eigen woorden zijn). Ik denk dat dit stuk juist goed past bij het geheel van Matteüs 18. En wel hierom:

A/ Als de discipelen als kinderen moeten worden (Matteüs 18:4[ii]) dan maakt hen dat kwetsbaar.[iii] Kunnen degenen die hen zijn toevertrouwd dan van alles en nog wat met hen uithalen? Nee – zegt Jezus. De discipelen krijgen de volmacht[iv] om in Jezus’ naam op te treden. Zelfs als ze met z’n tweeën of drieën zijn (Matteüs 18:20). Hun oordeel is Jezus’ oordeel (Matteüs 18:18).

B/ Verder is te denken aan het verband met het vorige stukje. Het gaat daar over de hindernissen op de weg naar Gods koninkrijk (Matteüs 18:6-14).[v] Hindernissen in je eigen hart en daarbuiten. En Jezus waarschuwt zijn leerlingen om ‘de geringen’ die hen zijn toevertrouwd hoog te achten Dat betekent, onder andere, dat de discipelen toezien op zichzelf.

Het vervolg van Matteüs 18:15vv is dan bijna vanzelfsprekend. Alles wat de groei van het koninkrijk hindert moet bestreden worden (Matteüs 18:17).[vi] Als de discipelen toezien op zichzelf (Matteüs 18:10) kunnen ze ook toezien op de gemeente. Ze hebben de eigen balk uit hun ogen gehaald en kunnen zich bezighouden met de splinters van de ander (Matteüs 7:1-5).[vii]

Toen en nu.
In eerste instantie is dit stukje bedoeld voor de discipelen, de latere apostelen. Het woord ‘gemeente’ kan evengoed ‘vergadering’ (van de discipelen/apostelen) betekenen; hun onderlinge overleg in Jezus’ naam.

Wij horen hierin het evangelie en de Heer spreekt ons ook aan. Bepaalde elementen uit Matteüs 18 komen verderop in het Nieuwe Testament terug. Denk aan Paulus’ spreken over de omgang met zondaren in de gemeente (1 Korintiërs 5[viii]). Verwijder wie kwaad doet uit de gemeente (1 Korintiërs 5:13). Ambtsdrager Timoteüs krijgt de opdracht degenen die zondigen terecht te wijzen (1 Timoteüs 5:20). In het bevestigingsformulier voor ambtsdragers wordt gesproken over tucht over degenen die volharden in hun zonden.

2         Jezus’ liefde voor zijn gemeente.
Gemeente, eerlijk zeggen: zit je te wachten op dit stukje over het onderlinge toezicht? Wij zijn vrije westerse mensen. Laat jij je wat gezeggen door een ander? Je maakt toch zelf wel uit hoe je leeft? Ook in het leven met God.

Verlegen.
Trouwens; hoe snel zorgt toezien op elkaar niet voor ellende. Er zijn situaties genoeg bekend – zeker ook in onze gereformeerde kerken – waarin bij toezicht of censuur grote ellende is aangericht. Vanouds hebben we gezegd dat tucht een van de kenmerken van een echte kerk is (Nederlandse Geloofsbelijdenis Artikel 29). Vandaag zijn we daar verlegen mee. Skippen we niet beter deze woorden van de Heer?

Augustinus als gids.
Gemeente, ik wil bij deze tekst graag met jullie luisteren naar een wijs, gelovig mens. Vaker in de serie van Matteüs hebben we geluisterd naar de uitleg van Augustinus (354-430). Hij was een denker, schrijver, bisschop en pastor. Al die dingen komen van pas bij zulke belangrijke en ingrijpende onderwerpen. Augustinus hield een preek over dit gedeelte. Een lange maar vooral fijngevoelige preek. Een paar stukjes uit die preek wil ik graag doorgeven. En vanuit daar steeds weer het evangelie beluisteren.

Augustinus’ preek begint zo:

Onze Heer waarschuwt ons hier, dat we elkaars zonden niet mogen negeren.

Dat betekent niet dat je moet zoeken naar een gelegenheid om een ander iets te verwijten, het betekent wel dat je moet kijken naar de manier waarop je een ander kunt terechtwijzen.[ix]

Negeer zonde niet.
Een prachtig begin van een preek over deze tekst! De eerste zin sluit helemaal aan bij Matteüs 18 waarin de Heer ons waarschuwt voor (eigen) valstrikken.[x] Beter nog kun je denken aan héél het evangelie van Matteüs. Matteüs zegt dat Jezus ons verlost van al onze zonden (Matteüs 1:21[xi], 26:28 e.a.).

In dit scherpe stuk klinkt Jezus’ liefde (cf. Matteüs 18:6-14[xii]). Zijn liefde voor zijn gemeente. Jezus is de bruidegom (Matteüs 9:15). Hij verlangt naar zijn gemeente, dat zij een stralende bruid is (Efeze 5). Kijk er zo naar. Hoe zou Jezus géén opdracht kunnen geven om alle vuil, zonde en hindernissen uit zijn koninkrijk te weren? Als geen ander weet Jezus wat er verkeerd gaat (Matteüs 15:1-20).[xiii]

Jezus verbreekt de zondemacht.
Als Matteüs voor gelovige Joden schrijft is bij Matteüs 18:15 te denken aan het begin van de Bijbel. Kaïn vermoordt zijn broer Abel. Als God hem vraagt waar zijn broer is, zegt Kaïn: ‘ben ik mijn broeders hoeder’ (Genesis 4:9)? Deftig gezegd voor: moet ik op mijn broer letten? Voor Kaïn geldt: Kaïn first en verder ieder voor zich. Dat is de doodlopende weg van de zonde (Genesis 3). Jezus verlost ons van die ellende. Hij verlost jou (Matteüs 18:11[xiv]). Je verlosser zegt dat je op elkaar moeten letten. Zo groeit en bloeit Gods koninkrijk.

Als verwijt haat wordt.
De tweede zin uit Augustinus’ preek is even belangrijk als de eerste zin. Wie zoekt naar een gelegenheid om een ander iets te verwijten is verkeerd bezig.

Augustinus zegt dat je, om te beginnen, naar jezelf moeten kijken bij deze woorden van Jezus. Ook dat sluit aan bij Matteüs 18 (zie Matteüs 18:6-14[xv]). Toets je motieven. Er is een verschil tussen boosheid en haat, zegt Augustinus. Als jij je tekort gedaan voelt, boos wordt op de ander kun je een ander verdacht gaan maken, zegt Augustinus. En zo kun je je boosheid op iemand anders laten uitgroeien tot haat. En dan beschadig je jezelf. Augustinus zegt:

In de eerste plaats moeten we onszelf er dus van overtuigen dat we niet mogen haten, dat gaat vóór alles.

Nu kun je zeggen dat je een ander niet haat. Dat kan zo zijn. Of misschien zul je dat als christen liever niet zeggen, toegeven. Want dan laat je zien zelf tekort te schieten ten opzichte van het evangelie (Galaten 5:14, 1 Johannes 4:20).

Correctie uit liefde.
Maar het evangelie is een verlossende werkzame kracht. Het blijft niet bij je onderzoek of je misschien verkeerde motieven hebt. Jezus spreekt uit liefde voor zijn gemeente (hierboven). Het gaat erom dat je niet op elkaar neerkijkt of elkaar veracht (Matteüs 18:10[xvi]). Juist niet als je zonde ziet of meent te zien bij een ander. Wat komt het er dan op aan! Dat je niet een positie inneemt waarin jij beter bent of het beter ziet – en de ander dát laat weten. Als je zo doet dan kom je terecht in een onderling gevecht (Galaten 5:15). Je houdt de ander of elkaar in een wurggreep (Matteüs 18:28).

Nadat Augustinus heeft gesproken over de vraag of je misschien op het verkeerde pad zit (haat), draait hij het dan ook om:

We moeten anderen berispen, uit liefde, niet uit het verlangen om hen te schaden, maar uit ijver om hen op het rechte spoor te zetten.

Dit is het punt. Het gaat erom de ander te winnen voor de gemeente (Matteüs 18:15). Op het goede spoor te krijgen. Het smalle pad van Jezus. ‘Onder vier ogen’ (Matteüs 18:15) zegt de Heer. Dat betekent dat je niet de vuile was van een ander buiten hangt. Dat doe je als je kwaad bent en uit bent op wraak. Liefde doet anders. Liefde ziet de ander. Ook in zijn of haar zonde. En spreekt tot het hart. Als dat hart zich bekeert, is er hemelse blijdschap (Matteüs 18:12 en 13). Daar bloeit een mens van op.

Volg Jezus.
Gemeente, wat een ingrijpend en bevrijdend evangelie. Zie je waar dit over gaat? Hoe leef jij met dit evangelie? Hoor je je redder spreken?

Matteüs 18:15-20 brengt je terug naar het begin van hoofdstuk 18. De discipelen waren bezig met hun positie. De Heer leert ze dat ze moeten worden als een kind.[xvii] Dat wil zeggen: volg de nederige, gekruisigde koning. Alleen hij redt, vergeeft en geneest. Volg hem. Als je een ander terecht wijst. En volg Jezus ook als je inziet dat je gezondigd hebt. Wat is dat soms moeilijk. Om je fouten toe te geven. Helemaal ten opzichte van iemand anders. Want dan sta je met lege handen. Je moet je klein maken. Ik kijk wel uit. Zeker voor … ga ik dat niet doen! denk je misschien. Let op als dit je houding is. Zie je dat je dan terug moet naar het begin van Matteüs 18? Je denkt te hoog van jezelf. Dat is het probleem. Zet jezelf onder Jezus’ censuur.

Gemeente, kijk naar je Heer. In alles. Hij is onze bruidegom. Hij verlost je. Hij wil ons als zijn stralende bruid. Wijs elkaar daarop. En leef zo met elkaar.

3         Het blijft om redding gaan.
Tot slot nog dit, gemeente. Je zou verwachten dat Jezus zegt: als iemand blijft zondigen dan trap je hem/haar uit de gemeente. Ja, zo denken wij. Zo gaat het in onze maatschappij. Bij politieke partijen. Je wordt geroyeerd. Bij sportverenigingen. Je verliest je lidmaatschap.

Maar Jezus is koning van zijn koninkrijk. Het hemelse koninkrijk van de Vader, de Zoon en de Geest. Jezus zegt: als iemand die zondigt niet luistert dan behandel je diegene als een heiden of een tollenaar. Dit woord moet de discipelen te denken hebben gegeven. Ging Jezus juist niet om met hoeren, tollenaars en heidenen? Uitschot in de ogen van velen. Had de Heer niet geleerd dat gezonde mensen geen dokter nodig hebben maar zieken wel; dat hij niet kwam om rechtvaardigen te roepen maar zondaars (Matteüs 9:12 en 13)?[xviii] Wat bedoelt Jezus in Matteüs 18? Zie jij het?

Als Paulus Gods evangelie van censuur brengt, zit hij op de golflengte van Jezus’ woorden uit Matteüs 18. Paulus zegt dat censuur en de uiterste stap daarvan als doel heeft dat het huidige bestaan van de zondaar vergaat, opdat de zondaar zal worden gered op de dag van de Heer (1 Korintiërs 5:5).

De volmaaktheid van Gods rijk.
Matteüs 18:15vv bepaalt ons bij een geheim. Het geheim van het Godsrijk. (Net als bij Matteüs 18:6-14 geldt) we moeten in Matteüs 18:15-20 terug naar Matteüs 13, de gelijkenis van de zaaier; het goede en nep-graan dat door elkaar heen opgroeit. En je moet vooruit kijken naar Matteüs 25:31-46, de gelijkenis van de schapen en de bokken.[xix] Dit is het punt: Jezus, de zaaier, is ook de rechter van Israël en de volken. Hij zal kaf en koren uiteen halen (Matteüs 13:40-43). Hij zal de schapen en de bokken van elkaar scheiden (Matteüs 25:31-46). Dat doet hij op zijn dag. De dag van de Heer.[xx]

Voor nu  het hiernumaals – geldt dat Jezus geduld heeft als het goede graan en het fake-graan (Matteüs 13:25) samen opgroeien. Hij heeft geduld als schapen en bokken door elkaar heen leven. Er is tijd. Tijd voor inkeer. Laat ons dat, gemeente, niet lui of gemakzuchtig maken. Laten wij beginnen, gemeente, om in Jezus’ kracht te zeggen en te leven wat goed is en verkeerd. Augustinus zegt het kort en bondig zo in zijn preek:

Laat het kwaad vergaan waar het de kop opsteekt. 

Dat is een mooie samenvatting van deze verzen uit Matteüs 18. Een samenvatting van heel dit stuk, Matteüs 18:6-20. We zingen het wel eens bij de geloofsbelijdenis naar aanleiding van Jezus’ sterven: nu zal ik zonde steeds meer haten (GK 123:3). Gods goede evangelie wint. Redding ligt in het vooruitzicht. Zo zien we uit naar de volmaaktheid van Gods rijk waarin Hij alles in allen zal zijn (1 Korintiërs 15:28).
—————————————————–

[i] Zie Valstrikken op de weg naar Gods koninkrijk. Preek Matteüs 18:6-14.
[ii] Zie Je komt als geroepen. Preek Matteüs 18:1-5.
[iii] Van Bruggen wijst hierop in het CNT.
[iv] Het woord ‘gemeente’ (Matteüs 18:17) kan ook vergadering betekenen. Het zou dan kunnen gaan om de vergadering van de discipelen (later: apostelen).
[v] Zie Valstrikken op weg naar Gods koninkrijk. Preek Matteüs 18:6-14.
[vi] Zo begint Matteüs 13 en 25 alvast een beetje werkelijkheid te worden. Het oordeel is aan Jezus, pas bij de voltooiing van de wereld. Zie preek Matteüs 13 en preek Matteüs 25 (schapen en bokken).
[vii] Denk aan boetepsalm 51. Het lijkt merkwaardig dat David ook spreekt van het willen gidsen van anderen (vers 15) en zelfs anderen waarschuwt voor onrecht (Psalm 52). Zie preek Psalm 51.
[viii] Paulus zegt: leven zo’n zondaar uit aan Satan. Zie de preek over Matteüs 18:6-14 waarbij het over het werk van de duivel gaat (zie preek bij voetnoot 1). Het gaat om het behoud van de zondaar (1 Korintiërs 5:5).
[ix] Onder vier ogen. Sermo 82 uit Van aangezicht tot aangezicht. Preken over teksten uit het evangelie volgens Matteüs. Augustijns Instituut, Eindhoven. Ambo-klassiek, Amsterdam (2004).
[x] Zie preek noot i.
[xi] Zie Kerstpreek over Matteüs 1.
[xii] Zie preek voetnoot i.
[xiii] Zie Helpt handen wassen tegen het gevaarlijkste virus? Preek Matteüs 15:1-20.
[xiv] Zie preek bij voetnoot i.
[xv] Zie voetnoot i.
[xvi] Zie preek voetnoot i.
[xvii] Zie Je komt als geroepen. Preek Matteüs 18:1-5.
[xviii] Zie Jezus volgen. Preek Matteüs 9:9.
[xix] Zie Het geduld van de komende rechter. Preek Matteüs 13.
[xx] Deze dag wordt in het Oude Testament aangekondigd. Zie De dag van de HEER komt eraan. Preek Ezechiël 7. Zie ook onderaan die preek hoe verderop in Ezechiël over die dag wordt gesproken.

Voorbeeldliturgie
Welkom, afkondigingen (ouderling van dienst)

Opwekking 640 Mijn hulp is van U, Heer (= votum)
Groet
GK 132: 1, 2, 4, 5 en 6 Dank U voor deze nieuwe morgen

Christus’ wet (lezing nieuwtestamentische leefregels uit Romeinen 12 BGT)
Psalm 99: 1 en 2 DNP https://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-99

Gebed

Kindermoment
Kinderlied Lees je bijbel, bid elke dag 539 OTH

Lezing Matteüs 18:15-20
Verkondiging van het evangelie
GK 167 Samen in de naam van Jezus (alle verzen)

GK 179a Geloofsbelijdenis

Dankgebed en voorbede, afgesloten door
LvdK 95:3 Hem nu die in ons werkt

Collecte

Opwekking 770 Ik zal er zijn (Sela)

Zegen
Amen (gezongen)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.