Jezus gekruisigd. Waarom spreken we over Goéde Vrijdag?

Preek in de serie over Marcus. Het belangrijkste: Jezus’ dood. Misverstanden kunnen de kop opsteken. We luisteren. Waarom noemen we dit lijden en sterven toch goed? voorbeeldliturgie onderaan.

1         Wat Goede Vrijdag niet is.
In het Bijbelboek Openbaring lees je hoe bevrijdend Golgota is (hoofdstuk 5). Het lam, Jezus, opent de geschiedenis. Zijn dood maakt wie in hem gelooft tot priesters en koningen. Veelsoortige aanbidding komt het lam toe (5:12). En er staat dat God en het lam voor altijd dank, eer, lof en macht toekomen (5:13).

Die tekst bewaart ons ervoor om de belangrijkste feestdag voor christenen te makkelijk op te vatten. Het gaat er niet om dat we het (be)grijpen – al hoeven we ons verstand niet uit te schakelen. Eeuwig en altijd zullen we Jezus hierom aanbidden. Vandaag beginnen we daarmee door samen te komen op Goede Vrijdag. We loven en aanbidden onze Heer.

Een kwade God die pas vriendelijk wordt als…?
Misverstanden kunnen ervoor zorgen dat de aanbidding niet echt begint. Mensen buiten of in de kerk denken nog wel eens: wat is dat (eigenlijk) voor een God die zo’n bloederig offer wil? Is God een (op ons) kwade God die pas vriendelijk (voor ons) is na Goede Vrijdag? En is God ook pas vriendelijk voor nota bene zijn eigen zoon nadat die vreselijk heeft geleden?

Dit is een hardnekkig misverstand. Wie naar Marcus luistert, hoort iets heel anders. God zet het ons niet betaald. Jezus is juist de munt waarmee God ons niet naar onze zonden maar naar zijn barmhartigheid doet![i] En Jezus zelf wordt door God zijn geliefde zoon genoemd (Marcus 1:11, 9:7 en 12:6[ii]).

God tegen God?
Een ander misverstand (dat in het verlengde van het vorige misverstand kan liggen) is dat Goede Vrijdag een soort God-tegen-God is. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U mij verlaten (15:34)?’ wordt dan zo uitgelegd. Op dat moment zou, volgens die gedachte, even (!?) een breuk zijn geweest tussen God de Vader en God de Zoon (of in de Drie-eenheid van God); God de  Vader wilde even ‘niks te maken hebben’ met God de Zoon.

Die gedachte komt nogal ‘diep’ over. Je denkt dan: dit is zo groot en goddelijk, hier kan ik, simpel mens, niet bij. Maar op deze manier leidt het niet tot aanbidding (Openbaring 5). Het is vooral dat je er helemaal niets van begrijpt. En dat zorgt voor louter afstand. Aanbidding wordt het niet.

Vanuit Marcus kun je ook goed zien waarom deze gedachte een misverstand is; ernstiger dan de vorige. God is Een. Dat was en is de kern van het geloof van de gelovige Joden. En dan komt Jezus. Hij zegt: ik wil dat je mij net zo serieus neemt als die Ene.[iii] Juist over deze pretentie gaat het hele evangelie. Het leidt tot (twist)gesprekken, tot aan het moment dat die ene vraag naar Jezus’ identiteit expliciet aan de orde komt en Jezus’ doodsvonnis betekent.[iv]

Het grote mysterie van het geloof (1 Timoteüs 3:16) kan en mag niet ge- of verbroken worden. Nooit niet. Laat staan op Goede Vrijdag.

2         Kom dichterbij; kijk en luister (opnieuw).
Wat is Goede Vrijdag dan wel? Nogmaals: eeuwigheid is nodig om onze Heer hiervoor te aanbidden. Fijn dat we deze week Stille Week hebben gehad en zo elke dag, stap voor stap, naar vandaag hebben toegeleefd.

Marcus vertelt zoveel. Ontzettend veel in dit korte stukje. Elke keer is het zo wonderlijk, cryptisch dat je wordt gedwongen terug te gaan en (op)nieuw te luisteren naar wat eerder ter sprake kwam. Ik sta stil bij deze drie dingen:

De gekruisigde koning.
Jezus is de koning van de Joden. Dat springt eruit in dit hoofdstuk (15:2, 9, 12, 18, 26, 32). Het hoge woord komt er eindelijk uit. En steeds weer. En overal in een context van oordeel/veroordeling, bespotting, mishandeling, kruisiging en dood. Tegenstrijdiger kan niet. Voor ons gevoel moet je kiezen:

  • óf je bent koning (en dan gaat het niet zoals hier bij Jezus)
  • óf het gaat zoals hier bij Jezus (maar dan is hij geen koning).

Het evangelie houdt deze twee strak tegen elkaar aan. Bindt ze samen in Jezus. De spanning die zo ontstaat, is groot. En laat ons een stap terugzetten. Terug naar wat Jezus eerder zei en deed. Toen zijn leerlingen zo druk bezig waren met hun (eigen) posities zei Jezus: ik ben koning; een die niet komt om gediend te worden maar om te dienen.[v] Niet op NL.doet een uurtje klussen voor een ander. Maar zo is Jezus koning.

Beschuldigd, bespot, mishandeld en gekruisigd.
Een andere koning kennen en hebben wij niet.

Een nieuwe tempel; een nieuwe schepping.
Dan komt de tempel prominent in beeld. Eerst in de beschuldiging: jij kon toch de tempel afbreken en opbouwen; red dan jezelf (15:29/30, zie 14:58). Wie zoiets over de tempel beweert, claimt over goddelijke kracht te beschikken. Deze spottende opmerking heeft te maken met heel het gebeuren van Jezus’ intocht in de tempel (11:1-11) tot en met Jezus’ profetie over de tempel (hoofdstuk 13).[vi] In al die gebeurtenissen bouwde de spanning zich telkens meer op. Steeds ging het om de vraag wie er gezag en macht heeft, wat godsdienst is en wie Jezus (wel niet denkt dat hij) is. Nu komt het antwoord. Jezus had wel veel praatjes. Maar hij is een nobody. Denkt men. Hij kan zichzelf niet eens redden.

Ook nu luisteren we (op)nieuw naar Jezus. We moeten wel want je zou haast denken dat die spotter gelijk heeft. Goddelijke kracht!? Hoe dan? Er sterft toch een machteloos mens?

Terug! Wat zei Jezus ook alweer over de tempel? Jezus leerde het niet te zoeken in een gebouw maar in het Godsvertrouwen.[vii] En Jezus zei: God wil dat alle volken Hem aan bidden. En dan begint hij over een ‘tempel’ die mogelijk wordt door de dood van ‘de geliefde zoon’.[viii] Hé.

Dit is precies wat er gebeurt op Goede Vrijdag.

  • De tempel in Jeruzalem begint scheuren te vertonen als Jezus sterft (15:38).
  • De Romein (alle volken 11:17) is de eerste gezonde[ix] mens die – zo onder de indruk is van alles wat er gebeurt bij het lijden en sterven van Jezus dat hij – ronduit zegt waar het op staat: dit is wél Gods zoon (15:39)! Het hoge woord komt eruit. Niet als spot. Maar als belijdenis.

Het is begonnen! Er komt door Jezus’ dood een nieuwe ‘tempel’. Ja; je moet het geloven. Want die tempel in Jeruzalem staat er nog. Dat gescheurde kleed fixen ze wel. En het geloof breekt bij een persoon door. Eentje maar. Maar Marcus zegt: kijk! Kom erbij. Zoek de schat.

Er komt nog iets bij. De kosmos doet mee op Goede Vrijdag. Een ‘gewone’ eclips kan het toen niet geweest zijn. Velen zien dit als een aanwijzing dat God (de hemel/schepping) zijn gezicht afwendt. Maar luister nog eens naar Jezus’ woorden. Ook hier is het zaak een stap terug te zetten en (op)nieuw te luisteren.

Het geheel van gebeurtenissen rondom de tempel eindigt met die indrukwekkende, apocalyptische profetie van Jezus (Marcus 13).[x] Jezus verbond in die toespraak het einde van de tempel aan de nieuwe orde die hij brengt. Kosmische rampen horen daarbij; aardbevingen en het verduisteren van de zon. De ‘weeën’ (13:8) naar een heel nieuw bestaan.

Op Goede Vrijdag begint het. Het wordt donker. De tempel begint te scheuren (Marcus meldt de beving niet die Matteüs wel vermeldt).

Jezus legt op Golgota de basis voor een heel nieuwe schepping. Niet de zon maar Jézus is het licht van de wereld! Ja; je moet het geloven. Want het werd juist donker. En Jezus leed en stierf. Marcus zegt: kom erbij staan. Kijk. Luister. En geloof. Er begint iets nieuws. Iets heel nieuws.

Let goed op Jezus. Hij is niet een profeet die (alleen) het oordeel aanzegt. Ja, dat deed hij over de tempel en over allen die hem willens en wetens negeerden.[xi] Maar hoe wonderlijk is Goede Vrijdag.

Jezus hangt zélf in het duister.
Zíjn lichaam wordt verbroken.
Híj sterft.

De spotters hebben het in die zin goed begrepen. Goddelijk is het wat Jezus hier doet. Wie hij is. Gods heerlijkheid wordt zichtbaar. Niet in dat gebouw. Dat scheurt veelzeggend open zodat wat heilig is zichtbaar wordt. Kijk naar Jezus, zegt Marcus. Wie bij hem hoort; die is dat ‘gebouw’ (cf. 1 Petrus 2:1-10). Doe mee met het gemeenteleven! Wees levend lid. Op zondag. Net zo goed door de week. Leef als een wakker mens (13:37, cf. 14:32-42).

Godverlaten(heid).
Jezus’ laatste woord[xii] dat Marcus ons vertelt is een klacht. Dit is het meest verstrekkende. Mijn God, mijn God; waarom hebt U mij verlaten (15:34)? Ook hierover ontstaat spot. Eens zien of Elia komt (15:35). Elia zou voor de Messias uitkomen. Men hint erop dat Jezus de Messias onmogelijk kan zijn.

Wat gebeurt er in deze klacht? Ook hierin moeten we terug. (Op)nieuw luisteren. Deze klacht is verbonden aan de beker die leeggedronken wordt; de beker van het lijden.[xiii] Jezus laat horen waar het om gaat in zijn leven. Waar het om gaat op Goede Vrijdag. Het is niet de spot van mensen. Of de machtstrijd met de geestelijk leiders. Of het gedraai van de rechter Pilatus. Of de volgelingen die hem in de steek laten. Het gaat verder. Eindeloos verder.

Jezus neemt een Psalm op de lippen (Psalm 22[xiv]).
Hij richt zich op Gód.

Wie luistert naar Marcus, komt uit bij Jezus’ spreken over de zonde en de gevolgen daarvan.[xv] Hoe diep het zit, ook bij de volgelingen zoals jij en ik; de drang naar zelfbehoud, het gedoe over posities, de zonde van het niet-uitkomen voor Jezus of hem zelfs verloochenen, jezelf beter of vromer voor te doen dan je bent, welvaart die oneerlijk verdeeld is, ziekte, wanhoop; de dood.[xvi] De boel zit vast. Muurvast. Paulus zegt dit later zo: we zijn allemaal zondaars en missen daardoor God nabijheid (Romeinen 3:23). Dat is Gods oordeel over ons leven. Wie luistert naar Marcus merkt dat dit steeds aan de oppervlakte komt; wie Jezus ook spreekt, waar hij ook maar is, wat de situatie ook maar is.

Nu is het Goede Vrijdag. Jezus zei dat hij kwam om los te kopen (10:45). Jezus is de munt die ons schatplichtig maakt aan God.[xvii] Hier gebeurt dat. Want

Nu zit Jezus zelf vast.
Hij hangt daar.
Nú ‘betaalt’ hij en hij ‘koopt ons los’.

Jezus – die Jezus die wil dat wij hem net zo liefhebben als de Enige – komt in al onze onmacht, tekorten, zonden en wonden, vragen, wanhoop en onzekerheden terecht. Aan het kruis wordt hij daaraan vastgebonden zoals ‘de enige, geliefde zoon’ van Abraham vastgebonden werd op het altaar. [xviii] Maar voor Jezus geen escape zoals voor de zoon van Abraham.

Daar hangt hij. Vanuit dat vastgebonden zijn aan ons zondige, sterfelijke, door God veroordeelde bestaan roept Jezus: Mijn God, mijn God; waarom hebt u mij verlaten? Zo schreeuwt hij, Gods zoon, het voor en namens ons uit tot God.

Dit klinkt in die klacht:

  • Dit leven is geen leven. Dit leven is vervloekt.[xix] Zoveel wordt op die Goede Vrijdag duidelijk. Maar dit (vervloekte) leven leeft Jezus ten einde toe uit. Daarvoor is hij gekomen (10:45).
  • Dit leven loopt uit op sterven. Dat voelt en weet ieder mens. Die dood sterft Jezus. Om zelfs de dood, de straf op de zonde, te ondergaan en te (ver)dragen.

Door onze klacht tot het einde toe (Godverlatenheid) te leven en op de lippen te nemen, draagt Jezus ons helemaal. En begint de klacht zelfs, in Jezus, te sterven om met hem begraven te worden. Jezus, die net zo geliefd wil worden als de Enige, neemt de klacht op zich. Zo is hij onze redder en Heer. De enige. Marcus zegt: kom dichterbij. Zoek de schat. Zoek waar je nooit gedacht had dat daar de schat zou liggen. Kijk op, naar hem die daar hangt. Hij is de schat.

Ik rond de preek af. Veel mensen zeggen: hoe kun je nu víeren; vieren als iemand sterft? Zeker als die dood zo vreselijk is. Diverse misverstanden kunnen de kop opsteken. Vandaag luisteren we. Dit evangelie ziet door alles heen. En gaat aan niets voorbij, ook niet aan tekorten en de dood. Gód gaat er niet aan voorbij. Hij heeft er, in Jezus, alles aan gedaan om ons redden en alles nieuw te maken.

Geloof jij dat?

Dan zul je in jezelf (iets) merken van wat die Romein daar toen overkwam toen hij getuige was van Jezus’ dood. Je begint te geloven. Het is wél goed. Het is Goede Vrijdag is. Lof en aanbidding komt hem toe. Het gaat beginnen. Een eindeloos begin.


Deze preek hoort bij een serie preken over Marcus (2017/2018). Hier vind je een korte inleiding op die serie en een overzicht daarvan.

[i] Zie Met gelijke munt (terug)betalen? Preek Marcus 12:17.
[ii] Zie Niemand is zo gek als God. Preek Marcus 12:1-12.
[iii] Zie God, de enige God, is in Jezus onze naaste geworden. Preek Marcus 12:28-37.
[iv] Zie De aangifte van Jezus van N. Preek Over Marcus 14:53-72.
[v] Zie Hoe dichtbij mag het evangelie komen. Preek over Marcus 10:45.
[vi] Zie de diverse preken daarover in deze serie betreffende die hoofdstuk, te beginnen met Het elftal dat de kampioenschaal niet omhoog houdt (Marcus 11:1-11). Steeds is de achtergrond de (plek van de) tempel; is het een nationalistisch gebouw of heeft God andere plannen?
[vii]Jezus laat de echte betekenis van de tempel zien. Preek Marcus 11:17.
[viii] Zie Niemand is zo gek als God. Preek Marcus 12:1-12, zie noot ii.
[ix] Zie De aangifte van Jezus van N. (zie noot iv) bij het eerste punt; bezeten mensen wisten door hun demonen met wie ze te dealen hadden.
[x] Zie Alleen Jezus is Christus. De rest is fake. Preek Marcus 13.
[xi] Zie God, de Enige, is in Jezus onze naaste geworden (noot iii) en Niemand is zo gek als God (noot ii).
[xii] Ik ga er dan vanuit dat Marcus 16:1-8 het slot van Marcus is. Zie de Paaspreek in deze serie.
[xiii] Zie Hoe dichtbij mag het evangelie komen (preek 10:45, noot v) en Hij geeft het zijn beminden in de slaap (14:32-42).
[xiv] Zie een preek over dat lied.
[xv] Zie bijvoorbeeld Marcus 2:1-12, 7:17-23.
[xvi] In alle preken bij Marcus is dit aan de orde gekomen.
[xvii] Zie Met gelijke munt terugbetalen, zie noot i.
[xviii] Genesis 22, zie preek daarover.
[xix] Zie Met gelijke munt terugbetalen, zie noot i.

Voorbeeldliturgie

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.