Het gunstige vestigingsklimaat voor het afgodenbedrijf. Preek Ezechiël 8

Preek in de serie over Ezechiël. Ezechiël krijgt met een soort virtuele bril te zien wat er allemaal in het Godshuis, de tempel, gebeurt. Godin Asjera wordt vereerd. En Tammuz. Men knielt voor de zon. Interessant voor toen, wellicht. Maar betekent het vandaag ook iets? En wat dan? Voorbeeldliturgie onderaan de preektekst.

Gemeente van de Heer Jezus Christus

1 Ezechiël 8 komt in heel de Bijbel terug.
Als een land een ander land wil straffen moet wel duidelijk zijn waarom. Denk aan de EU die sancties oplegde aan Rusland in verband met de annexatie van de Krim. Ezechiël 8 tot en met 11 vormen een eenheid. Het gaat daar om een visioen waarin, vers voor vers, wordt uitgelegd waarom God Jeruzalem en de tempel straft (8:3 en 11:24). Ezechiël moet het vertellen aan de leiders van Gods volk in ballingschap (11:25). Zodat men vooraf weet wat er gebeuren zal. En waarom. Zodat men zal ‘erkennen dat God de HEER is’ (refrein in Ezechiël).

Ezechiël is een specifiek Bijbelboek. Niet zomaar kunnen we het toepassen op vandaag. God is een streep aan het trekken vanwege blijvende ontrouw van zijn ‘vrouw’ Israël. Toch lezen we uit en luisteren we naar Ezechiël. Niet alleen omdat elk Schriftwoord nuttig en goed is (2 Timoteüs 3:16) omdat het naar Jezus wijst (Johannes 5:39). Maar ook omdat Ezechiël 8 een thema aansnijdt dat door iedere bladzijde van de Bijbel heenloopt. Het gaat om de vraag wie je dient. Heb je de Heer lief en dien je hem alleen? Of is je hart er niet (echt) bij? Ezechiël 8 gaat over de eerste twee geboden; de kern van alle geboden in het Oude en nieuwe Testament.[i]

Gods woede/jaloezie (8:3) wordt vooral gewekt omdat zijn volk andere goden vereert. Verderop in het boek Ezechiël wordt het dienen van andere goden vergeleken met het hebben van seks met andere mannen (Ezechiël 16 en 23). Ezechiël beschrijft de seksuele escapades van Gods volk zo plastisch dat blootblad Playboy het vandaag waarschijnlijk niet zou plaatsen. Te geil. Te ranzig. Zo hoog zit het God blijkbaar. Hoofdstuk 8 legt de basis voor die hoofdstukken.

Als je het omdraait, kun en mag je zeggen dat God wil dat je Hem alleen kent en dient. Dat geeft geluk. Jezus zegt: alleen ik maak een mens echt vrij (Johannes 8:36). En Paulus zegt: alleen als je door de Geest leeft, zul je niet beheerst worden/blijven door ruzie, jaloezie, geldzucht, dronkenschap, seksuele zonden – en noem maar op (Galaten 5). Overal in de Bijbel zegt God: Ik. En Ik alleen. En op mijn manier. Daarom is het niet onverstandig om Ezechiël 8 te beluisteren.

2. Afgoden van toen en nu.
Ezechiël ziet Gods heerlijkheid voor de derde keer (8:4, hoofdstuk 1 en 3:23). Eerst zag Ezechiël God in Babel. Nu in Jeruzalem. God is niet verhuisd ofzo. God IS er (Exodus 3:14). In Babel. In Jeruzalem. In de kerk. Als jij uitgaat. Als je TV kijkt. In een visioen wordt Ezechiël meegevoerd naar Jeruzalem. Vergelijk het met een virtuele bril die je het idee geeft dat je heel ergens anders bent. Zo loopt Ezechiël als het ware over het tempelplein heen, meer dan duizend kilometer verderop van de plek waar hij daadwerkelijk is. En steeds laat God zien wat er daar gebeurt. Het lijkt een zigzagroute die God volgt over het tempelplein . Er is toch een duidelijke lijn: het gaat van kwaad naar erger (8:6. 8:9, 8:13 en 8:15). Het meest vreselijke komt als laatste. En steeds zegt God: heb je het gezien, mensenkind?[ii] Alsof God zelf haast niet kan geloven wat Hij ziet. En omdat Ezechiël zelf priester is (1:3) kent hij de tempel en het tempelplein en weet hoe het daar hoort te zijn. Ezechiël moet zich kapot zijn geschrokken van wat er, publiek en stiekem, gebeurde. En wat er op het tempelplein gebeurt, gebeurt in heel het land (8:17).

We bekijken de vier afgoden die Ezechiël ziet en wat die ons vandaag zeggen.

2.1 Onze hemelse wegen.
Allereerst is daar ‘het (goden)beeld’ (8:3). Het is goed mogelijk dat het om Asjera gaat; de koningin van de hemel, de moedergodin in Kanaän en moeder van afgod Baäl en Astarte (Griekse Aphrodite). Uit opgraving is gebleken dat in die tijd en cultuur de gedachte heerste dat Jahwe en Asjera een (goden)stel vormden. Volstrekt normaal zo’n voorstelling in de tijd en cultuur waarin Gods volk toen leefde. Net zoals je later in de Griekse godenwereld ook allerlei koppels hebt tussen (half)goden en (half)godinnen.[iii] De hervormingen van koning Josia waren blijkbaar uitgewerkt.[iv]

Wij denken dan: ach, een beeld; wat maakt het uit? Klopt. Voor ons is er geen man overboord. Eerder in deze prekenserie ging het er al over dat men toen, in die tijd en cultuur, in goden- dieren- en mensenbeelden tot uitdrukking bracht hoe men dacht.[v] Hoe men de werkelijkheid zag. Wat men geloofde. Dit beeld van Asjera staat voor twee dingen.

2.1.1 Onze weggetjes leiden niet naar God.
Het beeld staat naast de poort. Dat betekent: langs Asjera loop je naar (de tempel van) God. Wat een walgelijk idee. Steeds heeft God gezegd: roep Mij aan. Heb mij lief (Deuteronomium 6): het sjema als dagelijkse geloofsbelijdenis van Israël. In combinatie met het nadrukkelijk verbod op beelden (Exodus 20:2 en 3 cf. Exodus 32). God is uniek. En nou moet er een weggetje bijkomen? Een beetje van Jahwe en een beetje van Asjera – zoals wij een beetje van Maggi en een beetje van onszelf hebben? Steeds zoekt een mens middelen om het zelf in de hand te houden. Toen via Asjera. Is dat vandaag anders? ‘Je moet je aan de regels van de kerk houden’ – zeggen sommigen vandaag. ‘Onze (kerkelijke/christelijke) traditie’. Maar een mens staat voor Gód! Als het daar in de kerk niet steeds om gaat, dan is de kerk zelf het grootste struikelblok om tot (geloof in) God te komen. Weg met de Vrijgemaakte regeltjesdwang. God doet niet aan via-via op onze manieren. God laat zich kennen. In zijn zoon. Wie Jezus ziet, ziet de Vader (Johannes 14:9).

2.1.2. Seks is niet goddelijk.
Als het een Asjerabeeld (moeder van Baäl en Astarte) is, gaat het om vruchtbaarheid en seksualiteit. Weer moeten we dan goed kijken. Seksualiteit is een prachtig kado (huwelijksformulier). Een kado door God gemaakt en bedacht. Het is niet makkelijk om daar goed mee om te gaan. Zeker niet in onze tijd waarin seks een recht is en ‘Asjera’ vandaag in elk reclameblok en in elke winkelstraat te zien is. Preutsheid of schaamte hoeft niet want seks is niet heilig. God is heilig. Aan de andere kant: seks en trouw/relatie horen bij elkaar. Zien wij dat ook zo? Waarom gaat het onder christenen zo vaak over goede seks? Waarom zeggen ook christenen: als het met partner a goede seks niet lukt of tegenvalt; zou God dan partner b niet voor mij bedoelen? Ezechiël 8 zegt: wie dien je? Ezechiël 8 licht heel dicht aan tegen het schrijven van Paulus: wie op seksueel gebiedt grof zondigt, schaadt de tempel (!) van de Geest (1 Korintiërs 5 en 6:12-20).

2.2 De omgekeerde orde: vereren wat geschapen is.
De tweede afgod wordt stiekem aanbeden (8:7-12). In een donkere kamer wordt wierook gebrand. Dat komt heel heilig en eerbiedig over. Had God immers geen wierook bestemd voor zijn tempeldienst (Leviticus)? Ezechiël ziet zeventig leiders van het volk. Precies zoveel leiders mochten eens God zien (Exodus 24). Het lijkt allemaal net echt. Maar het is fake. Ze vereren kruipende beesten. God had deze eredienst expliciet verboden (Deuteronomium 4:17 en 18). Voor ons is deze godsdienst lastig voor te stellen. Het gaat waarschijnlijk om Egyptische voorstellingen ter verering. Mogelijk met een politiek doel. Babel was toen te sterk voor Jeruzalem (ballingschap). Wellicht zou Egypte kunnen helpen? (Vandaar het stiekeme karakter; Babel mocht het niet zien)

Wat gaat er hier mis? Paulus zegt: als mensen God loslaten dan laat God de gevolgen daarvan voelen (Romeinen 1). Dan wordt de goede, door God gemaakte orde omgedraaid. Mensen gaan zichzelf vereren. Het geschapene (‘kruipende dieren’ zie Ezechiël 8) in plaats van de Schepper – in eeuwigheid zij Hij geprezen. Dat gebeurde in de tijd van Ezechiël. Het gebeurt vandaag. Wij, in onze westerse cultuur, laten God los. Achter ons. Maar verering van of geloof in onszelf of wat we zien aan mogelijkheden is niet ver weg. Al zullen we dat vandaag misschien niet zo snel ‘geloof’ of ‘verering’ noemen (dat associëren we immers veelal met God – in wie we niet meer geloven). Er is aan veel te denken.[vi] Ik noem twee dingen.

2.2.1 Klimaatprofeten en klimaatevangelie.
Vandaag is er, gelukkig, veel aandacht voor het veranderende klimaat. We danken de Heer voor ieder die zich inzet voor de goede omgang met Gods schepping. En laten christenen zich geroepen weten in deze problematiek mee te leven en te werken – ieder op de plek die God hem/haar geeft. Wie goed luistert hoort ook een soort van geloof doorklinken. Niet voor niets wordt er vaak over klimaatprofeten gesproken.

[Denk bijvoorbeeld aan de – relevante – idee dat we in het Antropoceen tijdperk leven. Dat wil zeggen: de mens is een laatkomer in de keten van evolutie. Wij hebben recent de aarde tegen ons laten keren sinds de uitbuiting van aarde in overmatig gebruik van grondstoffen en overmatige uitstoot van CO2. Als we onze eigen verantwoordelijkheid erkennen kunnen we er wat aan doen. Zo wordt de mens (eindelijk) volwassen en kunnen we een goede toekomst tegemoet gaan].

Religieuze taal klinkt soms: ‘onze’ planeet moet ‘gered’. Het gaat tot en met ge- en verboden (bijvoorbeeld: als regel mag je niet meer dan één kind hebben). Een christen dankt voor de zorg voor Gods schepping. En belijdt eigen tekort over gebrek aan die zorg en wil zich verbeteren. De aarde keert zich [inderdaad] tegen ons (cf. Leviticus 26:30-32, 18:25 en 20:22 en cf. Jeremia 2:7).

Toch spreekt de Bijbel andere taal dan de taal van sommige klimaatprofeten. De Bijbel leert dat de zonde in de wereld is gekomen door mensen en hoeveel blijvende, destructieve impact dat voor heel de schepping heeft (Genesis 3/Romeinen 8). Alleen Jezus’ komst zet dat echt en definitief recht. Daarom wil een christen zich ook, al blijft het stukwerk, inzetten voor betere wereld. Jezus is rechter en redder van ons en van de kosmos (Kolossenzen 2).[vii]

2.2.2 Eindeloze technologische mogelijkheden.
Denk ook aan alles wat we kunnen. Van de ingreep in het prilste ontstaan van het leven (gentech) tot aan de zoektocht naar een onsterfelijkheidspil. We maken robots die kunnen communiceren, waarmee je seks kunt hebben, die oorlogen kunnen voeren en veel van onze banen kunnen overnemen. We plannen bemande ruimtevluchten naar andere planeten.

Hoe gaat dit verder? Hoe ziet onze samenleving er over tien jaar, vijftig jaar en honderd jaar uit?

Wat is het ontzettend belangrijk dat christenen bezig zijn op al deze gebieden: van klimaat tot en met gen- en computertechnologie. En dat we blijven samenkomen in de kerk om de Schepper te eren. De Verlosser te volgen. Te bidden om de Geest van wijsheid en onderscheidingsvermogen. Misschien komt er een tijd dat we zeggen: hier doen we niet aan mee omdat we in God geloven. Laten we in ieder geval niet in een fake manier van leven terecht te komen waarvoor Ezechiël al waarschuwt.

2.3 Alles onder controle.
Afgod nummer drie: vrouwen die Tammuz vereren. Mogelijk betreft dit de god die te vergelijken is met de later bij de Grieken bekende Adonis; een jaarlijkse stervende en herrijzende god. De god van de seizoenen, leven en dood en vruchtbaarheid. Toen veel harder nodig dan vandaag (hoewel: in dit uitzonderlijk droge jaar merken wij hoezeer we zijn aangewezen op regen/zegen van boven!). Een extra bijzonderheid is dat Tammuz in Babylonië vereerd werd. Terwijl God zijn volk dus nóg spaart (een deel was afgevoerd naar Babel) importeert Gods volk de goden van dat land alvast! Er zat vast geen importheffing op die afgoden. Zulke troep lijkt gratis – totdat je ziet hoeveel het je kost. Nota bene vlak voor de tempel wordt deze god vereerd. Wat kan dit vandaag betekenen? Denk aan

  • het welvaartsevangelie. Wie gelooft – die zal het goed gaan. Je gebeden niet verhoord? Dan moet je meer bidden.
  • het zorgpolisgeloof. Je lidmaatschap van de kerk is voor jou een ticket naar de hemel. ‘Kijk eens, Heer: ik hoorde er ook bij’. Maar God wil jou(w hart). Jezus zal mensen die zich gelovigen noemen maar het niet zijn oordelen.[viii]
  • onze controledrang. Het wordt wel een nieuwe religie genoemd in onze westerse samenleving. Alles hebben we verzekerd. Alles binnen handbereik. Alles onder controle. Stress/paniek slaat genadeloos toe zodra jij het niet meer in de hand hebt of het (in de kerk) anders gaat dan je gewend was. Zing dan het bevrijdende lied: He’s got the whole world in his hands!

2.4 God de rug toekeren om anderen te eren.
Het vreselijkste komt het laatst. Terwijl het zo onschuldig lijkt. Een paar mannen knielen voor de zon (8:15-17). Wij zijn toch ook blij met een mooie, zonrijke dag? Waarom neemt God dit zo hoog op?

Allereerst: de zon werd in die tijd als god gezien en vereerd, in Egypte en elders. Niet zo gek als je in het Midden-Oosten woont en die krachtbron zo sterk ervaart. God had het verboden de zon te vereren (Deuteronomium 4:19 en 20). Want God is de Schepper van de zon. Gods stralende, majesteitelijke verschijning komt straks ook niet voor niets uit het oosten naar de tempel (Ezechiël 44:2). Gods volk viel in deze vorm van afgoderij terug in de tijd waarin ze slaven in Egypte waren. Maar wat het meest erge is: men keert God de rug toe (8:16). Letterlijk en figuurlijk. Dat moet je eens doen bij een Oosters vorst! En men aanbidt een ander. Wat betekent dit voor ons, anno 2018?

  • Culturele en existentiële leegte. Je kunt denken aan de culturele en religieuze leegte die is ontstaan nadat onze cultuur God massaal de rug heeft toegekeerd.[ix] We voelen ons snel bedreigd en in paniek door wat vreemd is. Ónze (‘joods-christelijke’) cultuur wordt bedreigd. Of we vullen ons leven zomaar maar met dingen als werk, consumeren en genieten. Goede dingen als ze in een bepaalde maat staan. Maar leef je daarvoor?
  • Terugkomst van allerlei (oude) verering. Oude heidense religies steken in Europa de kop op. Voorouderverering en/of paragnosten die je in contact willen brengen met overleden geliefden. Heksengeloof en occultisme is hot. Satanverering is er ook, in soorten en maten. Naast allerlei nieuwe vormen van religie duikt veel ouds weer op, van voor de tijd van de kerstening.

Een Romeins altaar voor de inheemse (niet-Romeinse) godin Nehalennia, Colijnsplaat 150-250 na Christus (uit de Canon van Nederland, Openluchtmuseum Arnhem. Het origineel staat in het Rijksmuseum voor Oudheden te Leiden)

3. De afgodenfabriek en Gods antwoord daarop.
Gemeente; Ezechiël 8 agendeert een onderwerp dat op iedere bladzijde van de Bijbel staat. Een onderwerp dat voor vandaag belangrijk is. In Nederland anno 2018 zeggen we: je mag weer geloven.[x] Sommigen zeggen zelfs: God is weer terug! En fijn, inderdaad, dat er ruimte is om te spreken over de zin van het leven. En we danken de Heer voor ieder die daarin het evangelie dient of verder helpt. Dat gebeurt op zoveel manieren. Wat ontzettend mooi.

Tegelijk blijven we luisteren naar de Geest (= Bijbel lezen). Ezechiël 8 brengt je terug naar de kern. De vraag is niet: is God er wel/niet? De vraag is: wie is God?[xi] Gods volk dacht toen: God is hier niet meer (8:12). Maar God ziet het. En God brengt de zonden en de zondaar op (Psalm 90:8[xii]). Als geen ander laat Ezechiël zien hoe diep afgoderij erin zit (zie Ezechiël 20 en 23:8).[xiii]

De reformator Calvijn (1509-1564) heeft indrukwekkend gesproken over het dienen van afgoden. Luisterend naar heel de Bijbel komt hij op een radicaal beeld. ‘De geest (hart) van de mens is om het zo te zeggen een werkplaats waarin voortdurend afgodsbeelden worden gemaakt’, zegt Calvijn.[xiv] Een afgodenfabriek. En het vestigingsklimaat voor deze fabriek is heel gunstig. Daar hoeft geen dividendbelasting voor afgeschaft te worden. Want die fabriek staat niet in een tempel ver weg in Jeruzalem. Of bij de Rooms-katholieken zoals we vroeger zeiden. Of bij moslims zoals sommige christenen vandaag beweren. Het zit in je hart. Je eigen manieren. In elke tijd verzinnen we iets. Iets dat nieuw is. En tegelijk oud. Zo oud als Genesis 3. Als we het maar zelf kunnen doen. Als we maar van God in die gekruisigde Jezus af kunnen. En wat lijkt fakegodsdienst soms ontzettend veel op het evangelie.

Het christelijke sjema als medicijn.
God ziet het. Hij oordeelt snoeihard (Ezechiël 9-11). Maar dat is niet alles. In deze harde hoofdstukken klinkt en blinkt toch ook volop evangelie. God zegt namelijk ook: Ik geef jullie een nieuw hart en een nieuwe geest (Ezechiël 11:19 en 20, cf. Jeremia 31:31 vv). Dat is de weg. De uitweg. God werkt niet via onze maniertjes. Hij verlost. En dat gaat op zijn manier. Ons wantrouwen en ongeloof beantwoordt God door zelf mens te worden. Zo herstelt God het vertrouwen. Zo worden alle dingen nieuw.

Waar voor Israël het medicijn tegen afgoderij het sjema was (Deuteronomium 6), krijgen wij het christelijke sjema als antigif tegen afgoderij:

wij weten:
er is één God, de Vader, uit wie alles is ontstaan en voor wie wij zijn bestemd,
en één Heer, Jezus Christus, door wie alles bestaat en door wie wij leven
(1 Korintiërs 8:6).[xv]

Daarom, gemeente, durven we Ezechiël 8 te lezen. En eren wij God de Schepper. En volgen we God de Zoon. En laten we ons inspireren door God de Geest.

———–

Zie ook: De afgoden van onze tijd (themadienst najaar 2016)

[i] Hoe kun je de andere geboden overtreden als liefde tot God je werkelijk drijft? Zie 1 Johannes waarin staat dat je een leugenaar bent als je zegt dat je van God houdt terwijl je ondertussen je naaste haat (2de tafel van de geboden). Over het belang van de eerste twee geboden zie het artikel: The life of Pi en de dood van Amanat.
[ii] Waarom dat specifieke woord ‘mensenkind’? Zie daarvoor een van de inleidende preken op Ezechiël.
[iii] In de vroege kerk wordt bladzijden lang – en bepaald niet zonder spot – ingegaan op deze godenvoorstellingen. Leidende gedachte: hoe kun je op deze manier volhouden God te vereren; het zijn (projecties van) mensen?
[iv] Zie voor de setting van Ezechiëls profetie in relatie tot Gods volk in die tijd: Hoe indrukwekkend is God. Preek 2 roepingsvisoen Ezechiël. Zie noot ii.
[v] Zie de preek Hoe indrukwekkend is God. Preek 1 roepingsvisioen Ezechiël 1.
[vi] Denk aan een nieuwe vorm van gnostiek die vandaag in onze cultuur opkomt. Zie een preek over de zogenaamde zwijgtekst 1 Timoteüs 2.
[vii] Zie een preek over God als Schepper (schepping – evolutie); Zondag 9 van de Catechismus.
[viii] Zie Onwetende goeddoeners. Preek over de parabel van de schapen en bokken uit Matteüs 25.
[ix] Zie Alternatief voor Europese leegte in NRC (mei 2016).
[x] Zie de preek Is het raar om in God te geloven? naar aanleiding van Efeze 1:18 (2 weken geleden).
[xi] Zie Welke God is terug? Artikel in het Nederlands Dagblad naar aanleiding van de comeback van het geloof (2014).
[xii] Zie Een mens is voor een tijd een plaats van God; preek Psalm 90.
[xiii] Andere profeten spreken bijvoorbeeld over de woestijntijd als een verlovingstijd tussen God en zijn volk (Hosea 2:17). Dat Ezechiël dat niet doet, heeft te maken met de specifieke plek van de profeet; God verschijnt nu in vuur, in volle heiligheid (zie de twee inleidende preken van Ezechiël, noot ii en v).
[xiv] Institutie Boek 1 hoofdstuk 11.8 (vertaling dr. C.A. De Niet). Calvijn noemt Rachel (Genesis 31), Terah en Nahor (Jozua 24:2) als voorbeelden. In het verband van Ezechiël 8 is te denken aan het veelzeggende Genesis 35:2-4.
[xv] Zie God, de enige God, is in Jezus onze naaste geworden. Preek Marcus 12.

Voorbeeldliturgie
Begeleiding: blaasensemble
Welkom
Votum
Groet
Psalm 97:3 en 4 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-97 (alleen God en geen afgoden)
Tien woorden (Exodus 20)
GK 144:1a,2v,3m,4v,5m 6en7a
Gebed
Openbaring 10:1-11 (Johannes moet de boekrol opeten)
Kinderlied: onbekend
Lezen Ezechiël 8
Verkondiging. Het gunstige vestigingsklimaat voor de afgodenfabriek
1. Ezechiël 8 komt in heel de Bijbel terug
2. Afgoden van toen en nu
2.1 Onze hemelse wegen (8:5 afgod Asjera)
2.1.1 Onze weggetjes leiden niet naar God
2.1.2 Seks is niet goddelijk
2.2 Vereren wat geschapen is (8:7 vereren Egyptisch dieren)
2.2.1 Klimaatprofeten en klimaatevangelie.
2.2.2 Eindeloze technische mogelijkheden.
2.3 Alles onder controle (8:14 afgod Tummuz/Adonis)
• Welvaartsevangelie.
• Zorgpolisgeloof.
• Controledwang.
2.4 God de rug toekeren (8:16 aanbidden van de zon)
• Culturele en existentiële leegte.
• Terugkomst van allerlei (oude) verering.
3. De afgodenfabriek en Gods antwoord daarop
Psalm 115: 2, 3 en 5 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-115. (Afgoden zijn fake en God is echt. Israël heeft het door de ballingschap geleerd het zo te zingen. Zie een preek over Psalm 115)
Dankgebed en voorbede, afgesloten met het Onze Vader (gezamenlijk gebed)
Kinderen komen terug
Collecte
GK 115: 1 en 2
Zegen, beaamd door:
Geloofd zij God de HEER voor eeuwig. Amen, Amen (Psalm 89:18 laatste regel)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.