De mens is voor een tijd een plaats van God. Preek Psalm 90, oudjaar 2016

In het luisteren naar de Psalmen, op oudjaar ‘good old’ Psalm 90. Voorbeeldliturgie staat onderaan de blog. Ik kies voor de Bijbel in Gewone Taal.

1         Waar leefde je voor in 2016?
Nog even en 2016 is voorbij. We sluiten het jaar af met het lied van Mozes, ‘de godsman’ (Nieuwe Bijbelvertaling). Hoe schitterend verwoordt dit lied het gevoel dat je bij oud en nieuw kan overvallen:

Ons leven gaat zo snel voorbij als een droom.
Het is net als gras dat verdwijnt.
Het gras komt ’s morgens op.
Het groeit en bloeit,
maar ’s avonds verdort het.
Het leven is zo voorbij,
en dan zijn we verdwenen.
(vers 5,6 en 10d&e).

Precies dat gevoel bekruipt je bij het nieuwsoverzicht 2016. Sterren als Johan Cruijff en David Bowie die het wereldnieuws beheersten, zijn niet meer. Nogal wat bekende mensen overleden dit jaar. Ze zijn weg. Hooguit een herinnering, in een boek of nog eens terug te zien op TV.

Wat een jaar met de (totaal onverwachte) opkomst en verkiezing van Trump. De EU die onder druk komt te staan vanwege het vertrek van een van de belangrijkste lidstaten (Brexit). In 2017 komen er veel verkiezingen, te beginnen in Nederland. Europa houdt de adem in.

Heer

Zo begint Psalm 90. De Psalm die Mozes schreef (of die aan hem wordt toegeschreven) begint met de houding van een dienaar. Iemand die godsdienstig is en wil zijn. Heer.

Dat is een opvallend begin. Want juist van Mozes wordt gezegd dat God met niemand zo vertrouwelijk omging als met hem. Mozes mag mij zien – zei God (BGT, Numeri 12:6-8). Zíen; zonder dromen of raadsels. Alsof de nieuwe hemel en aarde voor Mozes al gekomen was (Openbaring 22:4)!

Toch opent het gebed van de godsman nederig: Heer. Zoals ons een gevoel van kleinheid en nietigheid kan overvallen bij het wisselen van een jaar. Wie zijn wij, mensen? Wie ben ik? Mozes, de godsman, komt naast ons staan. Hij knielt:

Heer

Gemeente, gasten: zie je wat dit magnifieke lied doet? Ja, het staat stil bij onze vergankelijkheid. Maar het lied laat je vooral in de spiegel kijken. Wij zien jaaroverzichten. Je kijkt zelf terug. Je mist je geliefde. Je dankt God voor wat je kreeg. Een gevoel van het korte leven overvalt je.

Maar Psalm 90 stelt je een vraag. Wie is jouw heer; wie/wat beheerst jou? Waar deed jij het voor in 2016? Waar leef je voor? Als de tijd komt dat er van jou niks meer overblijft: wat dan? Is dan alles voorbij?

Moet je horen hoe mooi dit lied dan is:

Heer
bij u zijn we veilig
elke generatie weer
 
God
u bent er altijd geweest
u was er al eerder dan de bergen
al voordat de aarde bestond

U was er al voordat alles begon
en u zult er altijd zijn.
Voor u is duizend jaar niet meer dan één dag
of een paar uur in de nacht.
(vers 1, 2 en 4).

We sluiten 2016 af. En doen dat met een diepe buiging voor de Eeuwige; Heer, God (vers 1 en 2)! Voor Hem die overheen ons God was, is en zal zijn (Psalm 102, Hebreeën 13:8).

2         Wie is God!?
Toch maken we ons te makkelijk af van dit lied als we het hierbij laten. Naast herkenning als het gaat om vergankelijkheid, zit er iets in dit lied dat je de adem ontneemt. Iets dat sterk tegen ons levensgevoel, de heersende sfeer van vandaag in gaat. Psalm 90 is een hard lied. Een belijdenis van schuld en boete.

De oorzaak van onze kortheid van leven en onze vergankelijkheid (dood) is ons tekort, zegt de Psalm. En het feit dat God daar niet aan voorbij gaat. Integendeel. God brengt ons dat alles in herinnering en confronteert ons daarmee:

U laat de mens sterven
u laat ze weer tot stof vergaan
U maakt zomaar een einde aan ons leven
Wij sterven door uw woede
we verdwijnen omdat u boos op ons bent
U ziet alles wat we verkeerd doen
u kent onze diepste geheimen
Door uw woede komt er een eind aan ons leven
het gaat voorbij als een zucht.
(vers 3, 5, 7, 8 en 9)

Hoe klinkt dit? Hoe klinkt dit vandaag? Wij kunnen vandaag (bijna) alles. Maakbaarheid staat voorop.

Een tijdje geleden kwam er een glossy uit in Nederland: DOOD (van de makers van de glossy JEZUS). Er stond een interview in met de bekende Eben Alexander die een bijna-dood-ervaring had.[i] En Katja Schuurman, de hoofdredacteur van DOOD, ging op zoek naar onsterfelijkheid. Want de dood, zo zei Katja op Nu.nl, ‘is echt een stompzinnige uitvinding’. Daar zou toch iets op gevonden moeten worden. Een onsterfelijkheidspil ofzo.

Ja, zegt Psalm 90. We gaan eraan. Allemaal. En daar is niks fraais aan. Het beeld dat gebruikt wordt is typisch voor de Bijbel: gras dat er ’s ochtends fraai bij staat maar ’s avonds vergaan is vanwege de hitte van de zon (Psalm 103, Matteüs 6:28-30). En we gaan eraan omdat God niet voorbij gaat aan onze tekorten. God kent ze een voor een (vers 8). De NBV is hier scherper: U hebt onze zonden vóór u geleid. Het is dus niet zozeer – wat wij er wel eens van maken – dat God het ons betaald zet ofzo. Nee. Mét (al) onze tekorten zet God ons voor zich neer. Zoals gras in het zonlicht komt te staan. En bij de heilige God (Jesaja 6, GK 171) houden we het niet uit. Zoals gras de felle zon niet verduurt en sterft. Zo sterven wij voor God, door zijn woede en oordeel.

Gemeente: dit stuk van Psalm 90 is de grondtoon van het lied. Hoe klinkt dat? Zeg je bij jezelf: ‘(tja) dit hoort er nu eenmaal bij’ (‘scherpe’ kantjes van het geloof). Of sta je er liever niet bij stil? Zet het je klem, in de zin dat je je (nu) helemaal niets (waard) voelt?

Gemeente: we moeten dit goed lezen. Psalm 90 is het begin van een nieuw deel in het Psalmenboek (deel IV). Deel III begint met Psalm 73 en loopt via het troosteloze lied Psalm 88 (zie preek Psalm 88) naar de verwoesting van Jeruzalem, de vernietiging van de tempel en het einde van de David-heerschappij (Psalm 89). Alles is dood gelopen. Stuk. Verwoest. Er is geen hoop meer. ‘Mijn enige vriend is het duister’, zo eindigt Psalm 88.

En dan wordt het stil. Het derde Psalmenboek is uit. David heeft geen tekst meer. Zijn paleis is een ruïne. Het volk is weggevoerd: wat valt er te zeggen? En dan komt de middelaar, Mozes! Hij staat als het ware op uit zijn graf. Zoals Mozes eeuwen geleden pleitte voor het volk – toen God dat volk wilde vernietigen (zie Exodus 32 en  verdere) – zo stelt Mozes zich in dit lied opnieuw op tussen God en het volk in. Weer in een crisissituatie. Toen in de woestijn. Nu in de ballingschap.

En Mozes sluit zich aan de spiritualiteit van de Psalmen. We hebben steeds gezien: Psalmen zetten de geloofsbelijdenis voorop (zie preek Psalm 1, 51 en 88). Zo doet Mozes in dit lied:

Heer
bij u zijn we veilig
elke generatie weer
(vers 1)

Voel je hoe verstrekkend dat begin is? In een situatie waarin er geen veiligheid meer in van sterke muren van Jeruzalem!? Gód, God alleen, geeft veiligheid.

In die veilige omgeving van het zijn-bij-God durft Mozes ook voluit te spreken van eigen falen. Mozes heeft het van dichtbij gezien. Een hele generatie Israëlieten kwam om in de woestijn omdat ze God niet vertrouwden (Numeri 14). Mozes verloor zijn eigen zus en broer in de woestijn; z’n zus die al eens onder Gods oordeel kwam te staan (Numeri 12) en Aäron die het volk verkeerd voorging in het maken van een nep-god (Exodus 32). Mozes zelf die het – door hem zo fel verlangde – beloofde land níet binnen mocht gaan vanwege een tekort aan ontzag voor God (Numeri 20). Wat Mozes heeft ervaren in die woestijn; dat zit in Psalm 90.

En zo is Psalm 90 geen vreemde eend in de bijt van de Bijbel. Wat Psalm 90 zegt, klinkt in heel de Bijbel. God oordeelt de eerste mens, Adam en Eva, vanwege hun ongehoorzaamheid (Genesis 3). De wereld slaat met hen een doodlopende weg in. Paulus zegt het later onomwonden: niemand heeft een excuus voor zijn slechte gedrag. Iedereen is schuldig tegenover God (Romeinen 3:10, BGT).

In Psalm 90 doorgrondt Mozes de ernst van de situatie. Wij begrijpen niet hoe groot uw woede is, daarom hebben we nooit genoeg eerbied voor u (vers 11). Gebrek aan eerbied voor God; daarop loopt het stuk. Mozes zegt het als een getuige. De ballingschap van Israël zet er een streep onder. Onze tekorten, ons falen en ons gemis: het laat het ons voelen.

Ook wij kijken op deze manier terug op een jaar. In onze maatschappij is God verdwenen. Wij zouden het niet zo zeggen als Mozes dat doet. Maar we voelen wel heel goed hoe slecht/ingrijpend de dood is (glossy DOOD). Hoe fragiel onze (uit)vindingen zijn, zoals de moderne democratie die vandaag onder druk staat. We ervaren dat sterren zomaar verdwijnen (straks belijden we dat bij Nederlandse Geloofsbelijdenis artikel 26).

In dit verband moet ik denken aan een gedicht dat de situatie van Psalm 90 treffend beschrijft. Een gedicht van Achterberg:

Deïsme[ii]

De mens is voor een tijd een plaats van God.
Houdt geen gelijkteken nog iets bijeen,
dan wordt hij afgeschreven op een steen.
De overeenkomst lijkt te lopen tot
deze voleinding, dit abrupte slot.

Want God gaat verder, zwenkend van hem heen
in zijn miljoenen, God is nooit alleen.
Voor gene kwam een ander weer aan bod.

Wij zijn voor hem een vol benzinevat,
dat hij leeg achterlaat, Hij moet het kwijt,
al de afval, met zijn wezen in strijd.

Sinds hij zich van de schepping onderscheidt,
gingen wij dood en liggen langs het pad,

Je hoort Psalm 90. We gaan dood en liggen langs het pad. En dat is al sinds Adam en Eva. Het gedicht zegt: we zijn afval met zijn (Gods, jmh) wezen in strijd. Dat is het punt van Mozes: we kennen God niet. Het lijkt er niet meer op (op Hem, Genesis 1:26) in ons leven.

Gemeente: Psalm 90 leert ons te buigen voor de Eeuwige: Heer, God (vers 1 en 2). En het wordt een heel diepe buiging. Hoe groot, hoe heilig is God! Alleen een nieuw begin, van God kant, kan redden. Om dat begin gaat Mozes dan ook bidden (vanaf vers 13).

Gemeente: kijk zo terug. Laat de christelijke gemeente niet voorgaan in het maken van een karikatuur van God die allemans vriend zou zijn of zich voor onze karretjes zou spannen. God is God. Hij wisselt het ene jaar voor het andere (Psalm 102). 2016 is voor Hem een alleen een oud jasje dat Hij uittrekt – op weg naar de komst van zijn zoon in majesteit. God weet hoe dit jaar was. Alleen bij Hem is ons leven veilig. Alleen bij Hem zijn onze missers van 2016 veilig. Breng ze bij Hem, gemeente. Neem je tekorten niet mee, je verkeerde gewoonte niet naar een nieuw jaar. Leg jezelf met je verdriet en pijn bij Hem neer. Leg ze bij Hem die al onze geheimen kent (vers 8) en ons zelfs tot in die diepte in en dankzij Jezus heeft aangenomen (Psalm 139). Laten we de Eeuwige aanbidden die in zijn zoon ons sterfelijk bestaan deelde en droeg.

3         Gevonden en gekocht.
Aan het einde van het lied begint Mozes te doen wat typisch hoort bij zijn middelaarfunctie. Hij begint God aan zijn jas te trekken:

kom weer bij ons, Heer
Heb medelijden met ons
laat ons niet langer wachten
Laat ons elke ochtend uw liefde zien…
Geef ons veel vreugde
Laat onze kinderen zien hoe machtig u bent
(vers 13, 14, 16 en 17)

Dit is indrukwekkend. God moet zich tot ons bekeren – zo is de gedachte van Mozes. Alleen dat zet zoden aan de dijk. Onze bekering heeft alleen dan zin. Het is bidden op grond van Gods goedheid. Precies zoals Mozes dat eerder in de woestijn deed.

Er is nog iets prachtigs aan het slot van dit gebed. Leer ons blij te zijn met elke dag zodat we wijze mensen worden (12). Iedere dag. Dat is het kleine. Daarin laat God zich vinden. Wie God wil narekenen – de gang van de geschiedenis wil doorgronden – loopt stuk. God is iedere dag aanwezig, trouw. Zo zeggen mensen het ook vaak bij een ingrijpende gebeurtenis (overlijden): leven bij de dag. Stapje voor stapje. Mozes zegt: leef steeds zo. Jezus zei het later zo over de kwetsbaarheid van het leven. Als God het gras mooi maakt; het gras dat vandaag bloeit en morgen in de over verbrandt – zou God dan niet veel meer voor jullie zorgen (Matteüs 6)? Kijk naar de vogels. Kijk naar het gras. Kijk naar iedere dag van het afgelopen jaar. God is trouw. Hij laat het werk van zijn handen niet los. Gemeente: kijk op naar Hem. Juist als je in dit jaar tegenslag kreeg te verwerken. Je geliefde aan de dood verloor. Vast kwam te zitten.

Het gedicht van Achterberg volgt ook in deze zin Psalm 90. Het gedicht richt onze blik op Hem die eeuwig is maar in ons sterfelijke bestaan terecht kwam en ons vond, liggend op ‘het pad’. Het gedicht gaat zo verder (ik pak ‘m op vanaf het begin):

Deïsme

De mens is voor een tijd een plaats van God.
Houdt geen gelijkteken nog iets bijeen,
dan wordt hij afgeschreven op een steen.
De overeenkomst lijkt te lopen tot
deze voleinding, dit abrupte slot.

Want God gaat verder, zwenkend van hem heen
in zijn miljoenen, God is nooit alleen.
Voor gene kwam een ander weer aan bod.

Wij zijn voor hem een vol benzinevat,
dat hij leeg achterlaat, Hij moet het kwijt,
al de afval, met zijn wezen in strijd.

Sinds  hij zich van de schepping onderscheidt,
gingen wij dood en liggen langs het pad,

wanneer niet Christus, koopman in oudroest,
ons juist in zo’n conditie vinden moest;
alsof hij met de Vader had gesmoesd.

Ja. Er is ‘gesmoesd’ tussen de Vader en de zoon. Er lag al lang een plan om 2016 te redden. Om jou te vinden. De zonde en de dood af te betalen.

Hoe fantastisch eindigt het harde lied Psalm 90:

Heer,
onze God,
laat zien hoe goed u bent
(vers 17)

Ónze God. Dat is het evangelie van dit lied. De hoge, volstrekt heilige en ver boven onze tijd heersende God waarvan wij maar niet kunnen begrijpen welke gangen Hij maakt – Hij is ‘onze God’.

Daarom sluiten wij 2016 af met een diepe buiging

Dank aan de Vader die ons dit jaar leven gaf;
Eer aan de zoon die dat leven iedere dag droeg;
Glorie aan de Geest die ons altijd levensadem geven zal.


[i] Zie mijn oudejaarspreek 2014 over bijna dood-ervaringen, o.a. die van Eben Alexander.
[ii] Met toestemming overgenomen. Gedicht afkomstig uit: Gerrit Achterberg, Verzamelde gedichten. Querido, Amsterdam 1991.

———–
voorbeeldliturgie

Vooraf Psalm 73:10, na de afkondiging van het overlijden van …… (prive)

GK 171: 1 en 2
Gebed
Psalm 90 Bijbel in Gewone Taal
PvN 102 (luisterlied)
Verkondiging: De mens is voor een tijd een plaats van God
1. Waar leefde je voor in 2016?
2. Wie is God!?
3. Gevonden en gekocht.
Psalm 90 in de nieuwe berijming zie http://www.denieuwepsalmberijming.nl/1-berijmingen-psalm90.html?code=2171 in beurtzang: 1a, 2v, 3m, 4v, 5m, 6 v, 7m en 8a
NGB art.26 (Psalm 90; middelaar Jezus. De heiligen van toen zijn de ‘sterren’ van nu; zoek het bij Jezus!)
LB 405: 2 en 4 (heilig, heilig)
Dankgebed en voorbede, stil gebed
Collecte
GK 110: 1a, 2v, 3m 4&5a
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s