Vertrouw je Jezus? Preek Matteüs 17:14-23.

We luisteren verder naar Matteüs. Er zit emotie in Matteüs 17:14-23. Verdriet en onmacht vanwege ziekte. En Jezus houdt het niet langer uit. En jij en u; wat doe je als je in een crisis-tijd leeft? In deze dienst wordt een gemeente- of Bijbelgebed uitgesproken. Met onze moeiten richten we ons tot God. Zie onderaan de blog voor de tekst van dit gebed. We zingen ook het lied dat deze week online werd gedeeld: ‘Heere God, wij komen tot U’. Dan is er nog een tekst-kwestie. Matteüs 17 is een scharnier-hoofdstuk. Vanaf dit moment ligt het accent veel minder op wonderen die Jezus doet. In de preek leg ik uit wat dat betekent. In voetnoot vii ga ik er bijbels-theologisch op in (in gesprek met Van de Beek). Voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst. Liederen zijn veelal opgegeven door de gemeenteleden.

De preek is te beluisteren op Spotify.

Gemeente van de Heer

1         De harde werkelijkheid.
Jezus straalde als de zon en zijn kleren werden wit als licht (Matteüs 17:1-8).[i] Wat een indrukwekkende ervaring was dat. We hebben er vorige week naar geluisterd. Petrus wilde het moment graag vasthouden (tenten maken). Maar voor ze het wisten was het voorbij. En direct daarna volgt de confrontatie met de werkelijkheid (Matteüs 17:14 vv). Dat is een harde confrontatie. Jezus en zijn discipelen dalen van de berg af en krijgen te maken met ziekte. Het gaat om gebrokenheid in een gezin. En ongeloof duikt weer op. Ongeloof dat de genezing van de ziekte verhindert. Jezus geeft er zelfs blijk van het niet langer uit te houden met ongelovige en dwarse mensen en volgelingen. Van de schitterende ervaring van even geleden is niets meer over.

Gemeente, we gaan de Stille Week in. Dit jaar is die week extra stil. We moeten afstand houden. Geen contact of bijeenkomsten (we zenden online bijeenkomsten deze avonden wel uit). Maar de Heer is erbij. Hij is de stralende zon (Matteüs 17:2), de zoon ‘in wie Gods luistert schittert’ (Hebreeën 1:3).[ii] En let dan op hem. Jezus komt, net als wij vandaag, in de crisis; hij krijgt te maken met tegenslag in ziekte en ongeloof. Hoe gaat hij daarmee om? Let goed op je Heer, gemeente. Geen afstand tot Jezus, gemeente. Geen anderhalve meter tussen hem en jou. Volg hem op de voet.

2         Geloof en ongeloof. Hoe verder?
Eerst even terug naar de situatie van dat moment om goed zicht te krijgen op de tekst. Het stukje dat we net lazen bevestigt het belang van hoofdstuk 16 en 17:1-8. Daar werd Jezus beleden als messias en het evangelie van redding door het kruis klonk (16:16-24).[iii] En Jezus’ majesteit werd zichtbaar op de berg (Matteüs 17:1-8). Het is een scharniermoment in het evangelie. Dat merk je als Jezus en zijn leerlingen afdalen en met een situatie van ziekte en ongeloof te maken krijgen. Dat stukje is een spiegelbeeld van datgene wat er vooraf ging aan hoofdstuk 16 en 17:1-8. Op biddag hoorden we hoe een buitenlandse vrouw het geloof had dat bergen verzette (Matteüs 15:21-16:12)?[iv] Zij had precies dat geloof waarvan Jezus hier zegt dat zijn eigen leerlingen dat, helaas, niet hebben (Matteüs 17:20). Die vrouw liet zich niet uit het veld slaan. Door haar vasthoudende geloof en haar gedurfde houding ten opzichte van Jezus vonden zij en haar dochter genezing. En iedereen die toen bij Jezus was vond genezing (Matteüs 15:30).

Nu gebeurt precies het tegenovergestelde. Nu geen buitenlandse vrouw en een dochter maar een Israëlitische (blijkbaar) man met een zieke zoon. Nu geen geloof maar ongeloof. Geen genezing maar blijvende ziekte. Alles in negatief spiegelbeeld van hoofdstuk 15. Dit is de situatie onder Gods volk en onder zijn Jezus’ eigen discipelen, zo lijkt Matteüs te zeggen. Zit er dan toch geen groei in (het geloof in) Gods koninkrijk (Matteüs 13)?[v] Mogelijk is Jezus’ uitval ‘ongelovig en dwars volk’ zo te verklaren.[vi] De koning heeft weliswaar onderdanen. Maar het zijn opstandige en ongelovige onderdanen. Geen hem toegewijde dienaren. Hoe kan hij hun hart winnen? Wat moet hij nog meer doen? Hij houdt het niet meer met hen uit. Dit woord van Jezus is om van te schrikken.

Geen wonderen meer.
Gemeente, vanaf deze belangrijke hoofdstukken verandert er iets in het evangelie. Het valt je op als je langer uit dit evangelie leest, zoals wij doen. Jezus gaat veel minder wonderen verrichten.[vii] Niet langer schrijft Matteüs steeds zinnen op als ‘verlamden, blinden, kreupelen, doofstommen en vele anderen’ werden allemaal door Jezus genezen (Matteüs 15:30). Je leest niet meer over stormen op het meer die bedwongen worden. Of over wonderlijke broodvermenigvuldiging. Terwijl het evangelie zo vol van dit soort wonderen zat. Boordevol. Zie Matteüs 4:23&24, 8:2 vv, 8:23 vv, 9:1 vv, 9:18 vv, 10:8, 11:5, 14:13 vv, 15:30. Jezus was voortdurend reddend en helend te midden van zijn volk. Maar het wordt anders. En dat heeft te maken met die belangrijke hoofdstukken 16 en 17:1-8 en het blijvende ongeloof dat blijkt als Jezus van de berg afdaalt.

Vanaf nu gaat het alleen nog maar een enkele keer over wonderen. Zoals hier in 17:14 en verdere, de zoon die zwaar epileptisch was (Matteüs 17:15-18). De blinden in Jericho (Matteüs 20:29-34). Het evangelie verandert van karakter. Jezus gaat op weg naar Jeruzalem (Matteüs 20:17). De gelijkenissen worden intenser (Matteüs 21:33-46).[viii] De reacties van en twistgesprekken met de geestelijke leiders worden heftiger.[ix]

3         Dat grootste wonder. Dat ene teken.
Gemeente, dit stukje geeft te denken. Ook met het oog op onze tijd. We leven in een crisis. En dan? Is geloof iets als ‘je schikken naar het (nood)lot’, alsof God ons dat geeft en wij niets in te brengen hebben? Moeten we onze mond maar houden en hopen dat de bui overwaait? Straks wordt Jezus net zo kwaad op ons als hij toen werd op zijn leerlingen – als wij beginnen over onze moeite, ons kleingeloof, onze twijfel en waaromvragen…. Mogen we onze nood of wanhoop niet kwijt aan de Heer als we het niet meer zien zitten? Mogen we het niet uitschreeuwen als ziekte dichtbij komt, of zelfs de dood? Moet je je groot houden als je baan op de tocht staat of je bedrijf onder druk? Moeten we het dan maar accepteren dat we onze familie niet eens meer kunnen bezoeken?

Roep de Heer aan!
Nee, gemeente. Echt niet. Integendeel zelfs. Let goed op. Kijk naar Jezus zelf; hij is Gods zoon die mens is geworden, een mens van vlees en bloed – die hier ook aangeeft het niet uit te houden; hij laat dat merken. Volg hem.

Jezus maakt duidelijk dat het hem gaat om het vertrouwen in hem. Daar is het hem steeds om te doen (storm op meer).[x] Hier, in Matteüs 17, is dit aan de hand: blijkbaar waren zijn discipelen op eigen kracht gaan genezen (17:16, cf. 10:8). Even de naam van Jezus vergeten. Alsof een gelovige iets kan doen of betekenen zonder hem (Efeze 2:8-10). Geloof is niet en nooit: een beetje van mezelf en een beetje van Maggi/Jezus.[xi]

Vertrouw je in alles toe aan je Heer. Dat is het punt. Dat je dat doet in iedere situatie. Als je een mooie dag hebt. Een feest. Als je trouwt. Als je rouwt. En daar hoort net zo goed bij dat je dat nu doet, in deze crisis-tijd. Roep, met de Psalmen, de Heer aan: waarom doet u dit? De Psalmen zeggen dat gewoon.[xii] Waarom deze crisis? Waarom zijn mijn ouders ziek? Waarom moet ik zo alleen leven? Hoe moet het met mijn werk? Blij toch niet afzijdig, Heer! Kom ons te hulp, iedere dag. Dat is geen ongeloof. Je laat zo juist zien dat je het van Jezus verwacht. Dat je het bij hem zoekt. Dat doet die vader van die zieke zoon. Hij valt voor Jezus neer en smeekt hem om redding. Hij wordt niet gekapitteld. Hij vindt, net als die buitenlandse vrouw (Matteüs 15), genezing.

Gemeente: doe als die man. Zoek het bij de Heer. Bid hem. Roep hem aan met wat er in je is en leeft. En zoek het bij elkaar. En wees zo tot zegen voor anderen. Dan doe je wat Jezus wilde dat zijn discipelen toen ook gedaan zouden hebben. Jullie doen dit ook zo, gemeente. Blijf zo leven. Met God, met elkaar en met anderen om je heen.

Stap verder.
Gemeente, als we er zo naar kijken, krijgen we zicht op het volle evangelie. Ook in dit lastige stukje. Makkelijk kun je denken: de Heer is kwaad, nu komen er geen wonderen meer. Als het crisis is, dan ga je makkelijk op de overleef-stand. Maar zo is het niet. Jezus is Heer. We stuiten hier op een paradox. Een bevrijdende paradox.

Het is alsof het evangelie je hier laat voelen dat wonderen, hoe spectaculair ook, geen blijvende zoden aan de dijk zetten. Er is een groter wonder nodig om tot volledig vertrouwen te komen. Tekenen van broodvermenigvuldigingen zijn mooi maar mensen krijgen weer trek. Stormen worden bedwongen. Maar ineens steken ze weer op, zoals hier in Matteüs 17, in de storm van ziekte en ongeloof.

Wat nu? En dan valt het je op: Jezus begint weer over zijn lijden, dood en opstanding te spreken (Matteüs 17:22 en 23). Zo komt het goed.

Zie je? De Heer trekt zich niet terug. Hij gaat vérder. Hij gaat voor naar een nieuw bestaan.

Jezus gekruisigd.
Er komt een beslissend teken: Jezus en die gekruisigd.
Er komt een alomvattend wonder: de redder gaat aan het recht ten onder.

Wat een licht in het donkere stukje van ongeloof en oordeel daarover. Jezus geeft ons vertrouwen in de weg die hij gaat naar een nieuw bestaan. En hij vraagt ons hem daarin te volgen.

Jezus deelt niet langer brood uit. Hij wordt zelf brood; brood waarvan je eet zonder ooit nog honger te krijgen (Matteüs 14:15-21, Matteüs 26:26, cf. Johannes 6:35).
Jezus bedwingt niet nog een keer een storm op het meer Galilea. Op Golgota bedwingt Jezus de grootste storm; die van Gods oordeel (Matteüs 27:45-50, 1 Tessalonicenzen 1:10). Zo kun je in vrede leven, ook in crisis-tijd.
Als Jezus aan het kruis hangt geneest hij geen zieken. Dat is zo. Jezus doet iets dat eindeloos verder gaat. Jezus neemt daar de ziekte als zodanig op zich (Jesaja 53, 1 Petrus 2:24[xiii]). Zo is hij de geneesheer van alle mensen. Zo redt hij; in leven en, als dat komt, sterven.

Zo ben je gered, gemeente, in deze Heer. Houd moed. Roep de Heer aan. Houd niets achter. En kijk op naar je Heer. En heb in hem elkaar en de ander lief.

——————————————–

[i] Zie De Heer is erbij. Hoe Jezus ons hoop en moed geeft. Preek Matteüs 17:1-8.
[ii] Zie preek bij vorige voetnoot.
[iii] Zie Is Jezus een influencer? Preek Matteüs 16:13-28.
[iv] Zie Hoe Israëls God geprezen wordt. Preek biddag over Matteüs 15:21-16:12.
[v] In hoofdstuk 13 beginnen de gelijkenissen over het koninkrijk en de groei daarvan. Zie Het geduld van de komende rechter.
[vi] Van Bruggen (CNT) wijst erop dat deze uitspraak allereerst Jezus’ identiteit laat zien; Jezus spreekt op dezelfde manier over het volk als God dat deed in het fameuze lied uit Deuteronomium 32. In dat lied zegt God zijn aangezicht te verbergen voor zijn volk. Dat zou goed passen bij het vervolg, zie de preek (Jezus gaat minder wonderen doen).
[vii] Bram van de Beek wijst daar ook op in Mijn Vader, uw Vader (2018), zie bladzijde 285 en noot 97 (Van de Beek ziet in zijn opsomming overigens Matteüs 19:2 over het hoofd). Vooral het wonder dat plaatsvindt op het tempelplein (Matteüs 21:14) is opvallend; dat lijkt een echo van teksten als Matteüs 15:30 en 19:2. Dat is niet vreemd omdat op dat tempelplein de tijd even stil lijkt te staan. Zie Gebedshuis voor alle volken. Preek Marcus 11:12-25 (Marcus zelf noteert de genezingen overigens niet. Terecht vraagt Van de Beek daar aandacht voor).

Ik ben het overigens niet eens met de betekenis die Van de Beek geeft aan de hierboven genoemde verandering in het evangelie. Voor Van de Beek wordt zo de verborgenheid van God onderstreept (zie ook vorige voetnoot over Deuteronomium 32). Dit is weliswaar typerend voor het denken van Van de Beek. Maar wat betekent die verborgenheid? Neem de uitleg van het in dit verband relevante gesprek dat Mozes, Elia en Jezus op de berg (Matteüs 17:1-8) hadden over Jezus ‘uitgang’ (Lucas 9:31, Matteüs 17:3 meldt alleen dat ze een gesprek hadden). Van de Beek zegt dat dit gesprek betrekking had op Golgota (en zo is God de verborgen, namelijk de gekruisigde God). Volgens mij is die uitleg te beperkt. Zie mijn preek over Matteüs 17:1-8 waarin het verband tussen Goede Vrijdag, Pasen en Hemelvaart centraal staat. Zo komen de tekst en de tekstomgeving beter tot hun recht. Want waar de wonderen/tekenen minderen, komt het grootste wonder/teken telkens meer naar voren; Jezus gaat zijn leven geven tot redding voor wie gelooft (Matteüs 17:22 en 23). Dit paradoxale omkering is reddend en helend; de verborgenheid (Van de Beek) is onthullend recht en onthullende liefde. Zie de preek hierboven. Bedenk verder dat Lucas twee boeken schreef: Lucas 1 (Lucas) en Lucas 2 (Handelingen). Dat laatste boek begint met Jezus’ Hemelvaart (en eindigt met het evangelie in hoofdstad Rome). Het is voor Lucas een geheel, zie Handelingen 1:1-3. In verband met Lucas 9:31 zie het opvallende Hebreeën 12:2. Tot slot: zie bij Hij geeft het zijn beminden in de slaap, Jezus in Getsemane, voor een ander voorbeeld waarin Van de Beek m.i. te eenzijdig focust op de verborgenheid van God (m.n. voetnoot iii van die preek).
[viii] Dit is de bloedstollende gelijkenis van de wijngaard en de pachters. Zie Niemand is zo gek als God. Preek over die gelijkenis maar dan vanuit Marcus.
[ix] Bij Marcus hetzelfde patroon, maar dan vanwege zijn kortheid nog wat intenser. Zie de indeling van het evangelie, de twistgesprekken (met ‘wie is Jezus?’ als kern) en de heftige gelijkenissen in Dat ene grote mysterie. Inleiding op een prekenserie Marcus. De indeling vind je onderaan die blogpost.
[x] Zie Als de golven overslaan. Preek storm op het meer Matteüs 14.
[xi] Zie Volharding der heiligen. Inleiding over hoofdstuk 5 van de Dordtse Leerregels.
[xii] Zie Mijn enige vriend in het duister. Preek Psalm 88. En Hoe God trouw is in vloek en zegen. Preek Ezechiël 20:25 en 26.
[xiii] Zie een preek ‘Volk om een vreemd verhaal’ op Goede Vrijdag over 1 Petrus 2:24.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
GK Psalm 125: 1 en 2 Wie de op HERE God vertrouwen staan als de Sion vast
Leven met Jezus (Gods wet in zijn licht, delen uit Galaten 5)
Opwekking 687 Heer wijs mij uw weg (alle verzen)
Kindermoment (tekening e.a. in beeld gebracht)
Je hoeft niet bang te zijn https://nederlandzingt.eo.nl/lied/Je-hoeft-niet-bang-te-zijn/POMS_EO_1386742/
Bijbel- of gemeentegebed (gemeentelid) Zie hieronder voor de tekst van dat gebed (samengesteld uit o.a. de crisis-Psalmen)
Lied, geschreven met het oog op deze tijd (Melodie: Samen in de Naam van Jezus), https://nederlandzingt.eo.nl/artikel/2020/03/ontroerend-coronalied-door-jongeren-geschreven-en-uitgevoerd
Gemeenteleden vertellen over hun Bijbel-vertaalwerk in het buitenland
Gebed (dank voor en zegen op werk van … en om opening van het Woord)
Matteüs 17:14-23
Verkondiging Vertrouw je Jezus?
Opwekking 789 Lopen op water https://cip.nl/63539-opwekking-789-lopen-op-het-water-video-songtekst
Dankgebed en voorbede
Nicea
LB 575 (oude Liedboek 182): 1 en 6 Jezus, leven van ons leven
Zegen
Amen (gezongen)

Tekst gemeente- of Bijbelgebed

Wij knielen voor Uw zetel neer,
Wij, Heer, en al uw leden
En eren U als onze Heer
Met liedren en gebeden
Dat alle macht, hoe hoog, hoe groot,
Voor U o Godsgetuige,
o eerstgeboorne uit de dood,
zich diep ootmoedig buigen.

Dank U voor de wond’ren die gebeuren:
dank U voor de bloemen in het veld
Dank U dat Uw schepping vol met kleuren
Van uw liefde voor een mens vertelt
Dank U voor die duizend mooie dingen:
voor Uw liefde elke dag.
Dank U dat als zorgen ons omringen
je eenvoudig bij U komen mag
Dank U voor het zonlicht in de straten
voor de sterren in de nacht
voor het wonder van ons leven
Dank U voor Uw Geest en voor Uw kracht
Dank U dat U alles hebt gegeven
Dat U alles voor ons hebt volbracht

Dank mijn Heiland, voor uw lijden,
Voor uw bittere, bange nood,
Voor uw heilig biddend strijden
Voor uw trouw tot in de dood.
Voor de wonden U geslagen,
Voor het kruis door U gedragen,
Voor al ’t heil aan ons geschied
Prijst U eeuwiglijk ons lied.
Zo groot en zo machtig
Maar toch zo aandachtig
Ben U als een Vader voor mij.
Wat ik U vragen wil:
Maak nu mijn hart weer stil
En blij.
Zoveel dingen die gebeuren,
zoveel mensen die treuren.
Ik kan niet begrijpen waarom.
Help mij om stil te zijn
Als ik bij U kom.
Zo vol van geheimen
En toch zo dicht bij me,
Bent U als een Vader voor mij.
Houdt mij geborgen Heer,
Zet al mijn zorgen weer opzij.
Is er honger en oorlog
Dan vraag ik: Waarvoor nog?
Ik kan niet begrijpen waarom.
Help mij om stil te zijn
Als ik bij U kom

Want als je dan het missen ziet
En al die erge dingen
Dan is er soms een stil verdriet
Dan kunnen we enkel zingen

Een liedje van verlangen
Naar dat verre rijk
Een lied van verlangen
Naar Uw koninkrijk
Het is haast niet te vangen
Het maakt ons soms verward
Dat lied van verlangen in ons hart

Zijn wij zwak, belast, beladen
En terneer gedrukt door zorg,
Dierb’re Heiland, onze toevlucht
Gij zijt onze hulp en borg.
Als soms vrienden ons verlaten,
Gaan wij bidden tot U Heer,
in Uw armen zijn wij veilig,
U verlaat ons nimmermeer.

Gij zijt geweest, o Heer en Gij zult wezen
De zekerheid van allen die U vrezen.
Geslachten gaan, geslachten zullen komen:
Wij zijn in Uw ontferming opgenomen.
Wij mogen bouwen op de vaste grond
Van uw beloften en van uw verbond.
Laat Heer uw volk uw daden zien en leven
En laat uw glans hun kinderen omgeven
Zie op ons neer met vriendelijke ogen.
O God, bescherm ons in ons onvermogen.
Bevestig wat de hand heeft opgevat,
Het werk van onze hand, bevestig dat.

Ik loof het wonderbaar beleid
Waarmee U ons hebt toebereid
Het hart en nieren zijn uw werk,
Ja, alles van ons draagt uw merk
U hebt het leven ons gegeven
ons in de moederschoot geweven.

Doorgrond mij, ken mijn hart, o Heer.
Zijn mijn gedachten tot uw eer?
Zie of mijn wegen heilig zijn,
Mijn paden recht, mijn daden rein.
En doe mij toch met vaste schreden
De weg van eeuwig heil betreden
Zelfs in een dal voor dreigende gevaren
Vrees ik geen kwaad, want U zult mij bewaren.
U staat mij bij in liefdevol ontfermen
Uw stok en staf vertroosten en beschermen.

Heer, wat een voorrecht om in liefde te gaan
Schouder aan schouder in uw wijngaard te staan
Samen te dienen, te zien wie U bent,
Want Uw woord maakt Uw wegen bekend
Samen op weg gaan, dat is ons gebed,
Als een volk dat juist daarvoor door U apart is gezet.
Vol van Uw liefde, genade en kracht,
Als een lamp die nog schijnt in de nacht.
Samen te strijden in woord en in werk.
Een zijn in U, dat alleen maakt ons sterk,
Delen in vreugde, in zorgen in pijn,
Als Uw kerk, die waarachtig wil zijn

Ik ben die Ik ben, is uw eeuwige naam.
Onnoembaar aanwezig deelt U ons bestaan.
Hoe adembenemend, ontroerend dichtbij:
Uw naam is Ik ben, en ik zal er zijn.

Dank U. Amen.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.