Hoe God trouw is in vloek en zegen. Preek Ezechiël 20:25 en 26

Vandaag staan we stil bij een paar heel moeilijk verzen, uit een toch al niet simpel hoofdstuk. Ezechiël 20:25 en 26 zegt dat God zijn volk slechte wetten geeft; wetten die tot de dood leiden. Kinderoffers worden genoemd. Hoe lezen we deze verzen? Een voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst. Voor deze preek helpt het om de vorige preek over Ezechiël 20 te lezen.

Gemeente van de Heer

1         Niet zomaar een Bijbeltekst.
In het luisteren naar Ezechiël waren we bij hoofdstuk 20 gebleven. God vertelt hoe Hij tegen zijn volk aankijkt. Dat doet God al vanaf hoofdstuk 15.[i] De vertelling lijkt bepaald niet op de Nederlandse canon waarin het vandaag ook mag gaan over onze schaduwkanten. De vertelling uit Ezechiël is ronduit schokkend. God laat zien hoe diep het wantrouwen ten opzichte van Hem zit. Het zit er al vanaf de ‘geboorte’, als Gods volk in Egypte is. Evangelie klinkt gelukkig ook in dit hoofdstuk. Gods Geest vernieuwt degenen die zich van harte tot Hem bekeren (20:40-44).[ii]

Maar we kunnen niet doorgaan met Ezechiël als we de verzen 25 en 26 overslaan. Het zijn moeilijke verzen. Wellicht de moeilijkste van heel Ezechiël. Verzen die veel vragen oproepen. God zegt ten aanzien van zijn opstandige, overspelige[iii] volk:

Ik gaf hun zelfs slechte wetten, en regels die leiden tot de dood. Met hun eigen offergaven maakte ik hen onrein, hun eerstgeboren kinderen liet ik hen offeren, opdat ze in ontzetting zouden beseffen dat ik de HEER ben
(Ezechiël 20:25 en 26, Nieuwe Bijbelvertaling).

Geeft Gods slechte wetten? Gaat dat tot aan de gruwelijke kinderoffers toe!? Leiden Gods regels ooit wel eens tot de dood!? Het is een belangrijk vers omdat het gaat over God. Over het juiste zicht op Hem (2de gebod). Wie is Hij?

Weet je nog, jongeren, toen jullie voor de Stille Week een tekst gingen voorbereiden uit 1 Johannes. Stel dat het deze verzen waren geweest: had je er iets van kunnen maken?

Is het uitlegbaar?
Uitleggers worstelen met deze teksten. Ik las ergens dat er voorgesteld wordt om (delen van) deze tekst uit de Bijbel te halen. Probleem opgelost. Een ander zoekt het probleem bij Ezechiël. Gaat hij niet een beetje te ver? Weer anderen lossen het op door wat anders, verzachtend te vertalen:

Ik liet toe dat ze offers brachten aan afgoden, en zich op die manier onrein maakten.
(Bijbel in Gewone Taal. Zie ook de New International Version).

Nog weer anders gebeurt het bij verschillende uitleggers uit de vroege kerk. Die uitleg vindt – helaas, zeggen wij vandaag – plaats in de context van polemiek tegen het joodse geloof. Deze uitleg varieert.[iv] Maar het terugkerende refrein is dat de wetten uit het Oude Testament niet voldoen of niet goed genoeg zijn (‘slechte wetten’). Soms ook als Gods oordeel over zijn volk. In het verlengde daarvan kunnen Protestantse gelovigen de tekst afdoen door te zeggen dat de wet niet voldoet; we leven immers uit genade?[v] Maar Gods wet geeft leven (Leviticus 18:5) en wordt (daarom) uitbundig bezongen (Psalm 1[vi], 19, 119 e.a.).

Schokkend.
Makkelijk gaat het niet worden. Wat hier staat is heel opvallend:

  • Ik (God) gaf slechte (niet-goede) wetten; wetten die tot de dood (niet-leven) leiden.
  • Ik (God) maakte hen onrein.

Het is de enige keer in het Oude Testament dat God het subject is van verontreiniging (cf. Ezechiël 4:1-14).[vii] Deze verzen vallen extra op als je je realiseert dat Ezechiël priester is.[viii] Priesterboek Leviticus gaat over het belang van léven (Leviticus 18:5); God toegewijd leven. Israël mag niet worden als de onreine volken die zij verdrijven moeten uit het land Kanaän. Ze moeten heilig en rein zijn want God is heilig (Leviticus 19:2). Geheel in lijn met Leviticus zegt Ezechiël 20 eerder, bij herhaling, dat Gods wetten léven geven (20:11,13 en 21).

En dan komt 20:25 en 26. Uit de mond van priester-profeet Ezechiël is het een vloek. Alles is anders. Gods geeft wetten die tot de dood (niet-leven) leiden. God verontreinigt zijn mensen als zij hun eerstgeborenen offeren. Wat een schok. Dit kan niet waar zijn – zo denken wij. Zo kan het er niet staan – en we zoeken manieren om het te fatsoeneren. Alles aan deze verzen doet zeer, past niet en stuit tegen de borst.

2.       God is en blijft zichzelf (trouw).
Gemeente, het zal het stukwerk blijven om te begrijpen wat hier staat. Maar we moeten eerst terug naar toen. De geestelijke leiders komen bij Ezechiël om Gods advies vragen (Ezechiël 20:1). Maar – weet je nog? – Ezechiël was een stomme profeet; hij mocht niet spreken (Ezechiël 3).[ix] De tijd van polderoverleg is voorbij. God gaat oordelend optreden en daardoorheen nieuw maken.[x] Dat maakt het boek Ezechiël uniek en anders dan de andere profetenboeken waar altijd nog/ook oproepen tot bekering staan.

Specifieke hervertelling.
Ezechiël begint met Gods verschijning in vuur en majesteit.[xi] God brengt dat vuur ook op zijn volk (Ezechiël 10).[xii] De geestelijke leiders krijgen in hoofdstuk 20 dan ook geen raad van God. God gaat, vanuit zijn heiligheid, vertellen hoe hij tegen de ontrouw van zijn volk aankijkt (Ezechiël 20:2 vv). Deze specifieke setting maakt de ‘hervertelling’ van de geschiedenis van Gods volk uniek. [xiii] Zoals een felle lamp alles verlicht zo komt in hoofdstuk 20 de diepte van alle zonden en wonden haarscherp in beeld; scherper dan bij welke profeet ook maar. En wie zijn wij dan voor de heilige God (cf. Psalm 90)?[xiv]

En zelfs in het al heftige hoofdstuk 20 gaat het van kwaad naar erger. In vers 22 staat er dat God zijn volk al wilde oordelen maar zijn hand daarvan afkeerde (Statenvertaling).[xv] Maar Gods oordeel staat wel vast: God zal zijn volk in de ballingschap sturen vanwege hun afgoderij[xvi] en ontrouw aan zijn wetten (Ezechiël 20:23 en 24). En dan komen, als dieptepunt, de verzen over Gods slechte wetten en dat God zijn volk verontreinigt (vers 25 & 26). Daarop volgen dan oordeelsaankondiging én herstelbelofte (Ezechiël 20:27-44).

Onvoorstelbaar.
Wij schrikken al als we Ezechiël 20:25 en 26 lezen. Maar wat zal er door de geestelijke leiders van toen zijn heengegaan toen ze dit live hoorden. Hun (levens)verhaal niet als sprookje (Jeremia 2:2) maar als horror. Met als absolute dieptepunt de verzen 25 en 26:

God geeft wetten tot de dood (niet-leven).
God verontreinigt hen.

Onvoorstelbaar! Weg is die God die in Leviticus tot het goede leven opriep en de weg daarheen ook genadig opende en, ondanks tekorten, blééf openen. God keert zich tegen hen. Dat doet Hij met dezelfde kracht waarmee Hij hen eens bevrijdde (Ezechiël 20:33). Gód keert zich tegen hen (‘Ik’).

Nu is het de beurt aan de geestelijk leiders om stom voor zich uit te staren. Met God valt niet te marchanderen. Hij is inderdaad de Enige en ‘stomme beelden maken Hem te klein’ (Exodus 20:3-6, Deuteronomium 6:4, GK lied 176b).[xvii] Nu ervaart Gods volk wat ze in geloof wisten of hadden kunnen weten.

Gods oordeel.
Gemeente, aanhoren we zo Ezechiël 20:25 en 26. Het komt erop aan. Laten we niet eerst voorzichtiger denken en/of vertalen.[xviii] God plaats zich, hoe schokkend ook, op de voorgrond. Het is waar: het (denk)pad is smal. Want God is niet de auteur van het kwaad[xix] – en die kant denk je misschien snel op bij de lezing van deze verzen. En de vertaling doet ertoe. Dat God zijn volk de eerstgeborenen liet offeren (en zo verontreinigde, Nieuwe Bijbelvertaling) staat er nou juist net niet.[xx] Het volk brengt deze vreselijke offers. Het zijn ‘hun offergaven’ (Ezechiël 20:26). God wil niets met die gruwelijke praktijk te maken hebben. Maar toch: Gód verontreinigt hen – in die vreselijke praktijk. In hun slechte praktijken en gewoontes door de loop van de eeuwen heen ontwikkeld stuiten ze op God (‘Ik geef slechte wetten’). Er staan twee dingen, twee die we niet (goed) bij elkaar kunnen krijgen.

Laten we die twee dingen eerst eens staan. En laten we dan een stap terug doen. Een eerder hoofdstuk uit Ezechiël kan licht op deze moeilijke verzen werpen. Eerder ging het over de valse profeten en hun fakenews (Ezechiël 13).[xxi] Daar zegt God iets opvallends. Net als in hoofdstuk 20 weigert God zich door zijn volk te laten raadplegen; ze lopen (toch) afgoden achterna (Ezechiël 14:3). Profeten en profetenwoorden zijn niet ‘los’ verkrijgbaar. Maar wat als iemand dan toch, met alle geweld, een profetenwoord wil? God zegt dit:

Elke Israëliet die bij een profeet komt en ondertussen zijn afgoden koestert en niets anders voor ogen heeft dan de zonde die hem ten val brengt, zal ik het antwoord geven dat hij met zijn afgoderij verdient. Ik zal het volk van Israël laten voelen dat het zich met al zijn afgoderij van mij heeft afgewend…

ieder die toch naar een profeet gaat om mij te raadplegen, die zal ik, de HEER, zelf antwoorden. Ik zal me tegen hem keren…

Als de profeet zich tot een antwoord laat verleiden zal dat zijn omdat ik, de HEER, hem daartoe heb verleid. Ik zal hem straffen… De profeet is even schuldig als wie hem raadpleegt
(Ezechiël 14:4 vv)

Gods antwoord is dat Hij zich, hoe dan ook, tegen zijn volk keert. Hoor je wat God zegt:

  • Ik zal het antwoord geven dat hij verdient.
  • Ik zal me tegen hem keren.
  • Ik zal de nepprofeet verleiden.

De mensen doen van alles. Zelfs hun godsdienst houden ze, voor het oog vroom, overeind. Met de levende God denken ze te kunnen marchanderen. En op het oog lukt dat want alles blijft in tact. Ondertussen gebruikt God zelfs deze valse profeten en deze hypocriete godsdienst om tot zijn vastbesloten doel te komen. ‘Ik…Ik…, Ik…’ zegt God. God handelt. Precies zoals het in Ezechiël 20:25 en 26 staat. Hoe huiveringwekkend is dit. God zal zijn volk laten merken dat Hij – en Hij alleen – God is. Als dit dan de enige remedie is tegen de hardnekkige afgoderij dan gaat God, na veel geduld te hebben gehad en te hebben gewaarschuwd, het zo doen.

In vloek en zegen.
Vanuit hier kijken we weer naar wat wij in Ezechiël 20:25 en 26 niet bij elkaar krijgen. Geeft God slechte wetten? Nee. God is de bron van alle goeds (Jakobus 1:17). Dat wist Gods volk in het Oude Testament ook (Genesis 1, Psalm 1, 19 en 119, Exodus 34:6 en 7 – enzovoort). Maar God is allereerst zichzelf; trouw aan zichzelf. In vloek en zegen (Deuteronomium 28-30). Hij kan zichzelf niet verloochenen (2 Timoteüs 2:13, cf. Hebreeën 12:25 vv). Hij die goed, barmhartig en recht is ‘laat niet alles ongestraft’ (Exodus 34:7). Daarover gaat het hele boek Ezechiël. Hoofdstuk 20 is daarvan een vertelling. En vers 25 en 26 lopen dat pad ten volle uit.

Hoe vreselijk is het waar het hier over gaat. Misschien horen wij dit liever niet van God en komt daar onze primaire afweer ten opzichte van de tekst vandaan. God geeft de slechte wetten. Hij verontreinigt zijn volk. GOD.

Harder, ingrijpender, existentiëler kan het niet gezegd worden. Het is Gods oordeel (Ezechiël 20:4). Zoals God eerder oordeelde in die nepprofeten en hypocriete godsdienst (Ezechiël 14, cf. 2 Samuël 24:1 vv). God oordeelt zijn volk in de vreselijke wetten die door de loop van de tijd onder Gods volk in gebruik raakten; tot aan kinderoffers toe (2 Koningen 16:3, 17:17, 21:6, 23:10).[xxii] Misschien dacht men zelfs wel dat God het zo wilde. Verhaspelde men, door syncretistische godsdienst (Ezechiël 8[xxiii]), de gewoontes van de omliggende volken met Gods goede gebod over het loskopen van de eerstgeborenen (Exodus 13:13, 34:20). Terwijl Gods volk sinds founding father Abraham wist dat God geen kindoffer wilde (Genesis 22).[xxiv] Expliciet en bij herhaling verbiedt God die praktijk (Leviticus/Deuteronomium).[xxv] ‘Je slachtte mijn (!) kinderen om ze aan hen (de afgoden) te offeren’ gooit God via Ezechiël zijn volk verwijtend voor de voeten (16:21).[xxvi]

De Enige.
Ezechiël 20:25 en 26 is te zien tegen deze achtergrond. Ezechiëls voorganger Jeremia protesteerde vaak tegen de gruwelgebruiken van kindoffers (7:31, 19:5. 32:35). Maar ach, profetenwoorden kun je negeren en Jeremia’s boekrol werd in het vuur gegooid. Ja. En dan komt God met vuur (Ezechiël 1). [xxvii] Hij brengt de zonden en de zondaren op. God bezoekt hun ongerechtigheid en zonde – in de zoveelste generatie die zich van Hem afkeert (2de gebod).[xxviii] God laat hen voelen hoe doodlopend hun weg is. Ze snijden, in die vreselijke offers, hun eigen toekomst af. Góds toekomst (Ezechiël 16:21).

En blijf dan naar God kijken, gemeente! De verzen 25 en 26 eindigen niet met straf (en/of herstelbelofte) als zodanig. Het einde is de voor Ezechiël zo typerende opmerking dat zijn volk zal weten dat Hij HEER is.[xxix] Ook in dit vreselijke oordeel laat God zich kennen. Het past bij Ezechiël en bij hoofdstuk 20 van dit boek om het in deze extreme vorm te zeggen. Niet passief (‘God laat toe dat…’). Maar actief (cf. Ezechiël 20:39 en Ezechiël 4:1 vv). Vanuit Gods heiligheid en recht. En zo past het ook bij het geloof dat God de Enige is. De Psalmen zeggen het op de manier zoals het hier staat: waarom maakt Ú mij ziek?[xxx] Jesaja klaagt als volgt: waarom liet Ú ons afdwalen van uw wegen (Jesaja 63:17)? Wij zouden het zo misschien niet durven zeggen. En zo kijken we ook met vrees en beven tegen Ezechiël 20:25 en 26 aan. Maar dat Gód handelt is juist het enige lichtpunt in deze duistere verzen en dieptrieste geschiedenis. Een lichtpunt dat een lichtstraal van hoop wordt in het vervolg van hoofdstuk 20. En deze lichtstraal werpt op zijn beurt z’n schaduw vooruit naar de fantastische beloftehoofdstukken in het tweede deel van het boek Ezechiël. Gód laat het er niet bij zitten! Zijn nieuwe wereld van recht en barmhartigheid zal er komen.

3         Christus en die gekruisigd.
Gemeente, hoe indrukwekkend is God. Inderdaad: Hij laat het werk van zijn handen niet los maar is daar trouw aan tot in eeuwigheid.

Wat betekenen deze verzen voor ons, nieuwtestamentische gemeente? Allereerst, gemeente: dat wij, christenen, God nemen en dienen zoals Hij zich laat kennen. God is niet ‘mijn lieve pappaatje bij wie ik altijd op schoot kan.’ Jezus is niet je ‘beste vriend bij wie je altijd terecht kunt.’ God is God. Onze barmhartige en heilige God en Vader kennen we in Jezus. Daarom begonnen we vanmorgen met LB 405 (driemaal heilig). En zongen we na de verbondswoorden dat God trouw is in vloek en zegen (Psalm 111:4 berijmd).

Bekering.
Betekenen deze verzen ook iets voor onze tijd en cultuur? Vandaag is God afgeschaft. We houden geen rekening met Hem. Maar andersom? God laat zich kennen. Aan iedereen; in zijn schepping, in wat waar, goed en mooi is.

Maar nu in de lijn van Ezechiël 20:25 en 26. Laat God zich ook kennen in (voor ons) schokkende gebeurtenissen? Het is niet eenvoudig om hierover te spreken want wij zijn God niet. En voor het persoonlijk leven is het zaak om extra zorgvuldig te zijn. Hoe snel hoor je niet dat gelovigen zeggen dat mensen maar eens op onderzoek moeten in hun leven met God als er iets ergs gebeurt.[xxxi] Tegelijk: draaien we het vandaag niet veel te makkelijk om? In onze slachtoffercultuur roepen we zomaar God ter verantwoording. Maar God is barmhartig en recht. Vraag Hem of Hij wil laten zien hoe het in je leven is (Psalm 19:15, Psalm 139:23 en 24); voordat je er zelf van alles en nog wat van vindt. Of vaker dan dat we God verwijten, laten we God er überhaupt buiten. Maar laat God zich buitensluiten? Maakt God zich niet kenbaar aan mensen in een seculiere tijd, ook in (voor ons) schokkende dingen; zaken die je stilzetten en laten beseffen dat de HEER God (er) is? Wie de Bijbel kent en God vereert als levende God wil er zeker rekening mee houden dat God dat wel doet (cf. Romeinen 1:17 vv). Dat God kenbaar maakt dat we met Hém te maken hebben; de levende God. Laat ik drie dingen aanstippen.

We hebben te maken met ernstige gevolgen van klimaatverandering. Onverdraaglijke hitte en droogte die op sommige delen van de wereld (o.a. India), stikstof problematiek (o.a. Nederland, ons land raakt ‘op slot’), versnelling in smelten van poolijs. Onze reactie is: ontkenning (sommigen). Want we willen leven zoals we leven. Of we zeggen: laten we volwassen worden en onze toekomst zeker stellen.[xxxii] Maar we slaan een stap over. De belangrijkste stap. Kan God hierin tot ons spreken? Zoals Hij juist in schokkende dingen liet zien dat Hij God is (Ezechiël). De wereld is Gods wereld. Wij zijn van Hem. En (leven met) God zelf is onze toekomst. We redden het niet zonder Hem, ook in als het gaat om een goede omgang met zijn schepping.

Nog een voorbeeld. Wij hebben God niet nodig en voelen ons prima en veilig zonder Hem. Maar in recente jaren zorgen bloedige aanslagen van vreselijke jihadisten voor angst en onzekerheid in Europa. We doen dit af als barbaars of duivels. Of we zeggen: keep calm and carry on. Want we willen ons leven, onze westerse manier van leven niet laten verstoren. Gelovigen zeggen wel eens dat het niets met God te maken heeft, dat doodse. Maar wacht even. Wat nu als God hierin, in dit schokkende en doodse (Ezechiël 20:25), tegen ons spreekt?[xxxiii] Onze aandacht richt op Hem. Een goede manier van leven is leven met God en met zijn genade in Christus. Hij alleen laat ons veilig en in vrijheid leven. Hij is onze burcht (Psalmen).

Als laatste voorbeeld denk ik aan het gewoonterecht van abortus in onze cultuur. Veel westerse mensen ervaren het als schokkend en bedreigend dat momenteel rechten op dit gebied veranderen of, onder druk, dreigen te veranderen. En er wordt geprotesteerd (‘hypocriet’) tegen de dubbele moraal van mensen zoals de Amerikaanse president Trump die op dit gebied verandering (willen) aanbrengen. Nu is dit een discussie waar veel kanten aanzitten en daarom is het belangrijk hierover zorgvuldig te spreken. Maar wie of wat geeft de schok die nu ervaren wordt? Wij kijken gelijk naar mensen – en vinden, (on)terecht, wat van hen. Maar wat nu als God, onafhankelijk door welke mensen dit ook gebeurt (zie Ezechiël 14 en 20), in deze verandering laat merken dat ook dat kleine en kwetsbare leven van Hem is? God is de God die leven geeft en leven beschermt. Hij zoekt onze Hem toegewijde levens. En Hij zal het er niet bij laten zitten.

Golgota.
Gemeente, ik rond de preek af. Hoe schokkend is Ezechiël 20:25 en 26. De mensen toen moeten verstomd zijn geweest. En wij krijgen er maar geen vat op. Wie is God?

Maar laten deze lastige verzen vooral nog meer onze ogen openen voor de grootste schok uit de wereldgeschiedenis; Golgota. In Ezechiël zegt God dat Hij ‘slechte wetten geeft en onrein maakt.’ Onvoorstelbare woorden. Al helemaal uit de profetenmond van een priester. Maar hoe klinkt dit dan, als het gaat om de manier waarop God tenslotte omgaat met alle onheiligheid, zonde en onrecht:

‘hij (Jezus) die de zonden niet kende (is) voor ons één gemaakt met de zonde’ (2 Korintiërs 5:21).

Nota bene aan een schandpaal – over ‘slecht’ (Ezechiël 20:25) en verontreinigen Ezechiël 20:26) gesproken. Hoor je hoe eindeloos veel verder Golgota gaat dan wat er staat in Ezechiël 20? Jezus is de onreine, tot zonde gemaakte hogepriester (Hebreeën 9:11&12); gestorven aan het vloekhout (cf. Galaten 3:13). In hem neemt God de zonde op zichzelf.

Onvoorstelbaar. Ongehoord. Ongedacht. Zo, in Jezus, laat God ons beseffen (Ezechiël 20:26) dat Hij de Enige is. Uit dat vreselijke Golgota bloeit léven op (Leviticus/Ezechiël). Alleen Jezus redt.

Gemeente: keer je tot hem. Leef steeds meer met hem. En zie elkaar in zijn licht.


Deze preek hoort bij een serie. Zie KNOWN. Korte inleiding op preken over Ezechiël.

[i] Zie Bloei op in Gods koninkrijk. Preek Ezechiël 15.
[ii] Vooral in hoofdstuk 11 wordt indrukwekkend duidelijk hoezeer Gods belofte zelfs nog aan zijn oordeel vooraf gaat (maar het oordeel toch ook niet teniet doet). Zie Hoe God bij mensen woont, preek Ezechiël 11.
[iii] Zie Over geperverteerde seks en een gelukkig getrouwd stel. Preek Ezechiël 16.
[iv] Hummel (Concordia Commentary, 2005) geeft voorbeelden van Justinus Martyr, Irenaeus, Chrysostomos en Origines. De kanttekeningen van de Statenvertaling geven onder andere de mogelijkheid te denken aan de straffen die God aan zijn volk gaf (in de woestijn) maar dat lijkt me geen sterke uitleg.
[v] Gods wetten zien westerse mensen sowieso snel ‘regels’, te vergelijken het met Haagse of Europese regels. Daar willen we maar weinig mee te maken hebben. Joods geestelijke leiders (uit het Nieuwe Testament) worden dan op die manier bekeken. Dat zijn mensen ‘die moeilijk doen over regels terwijl het God om het hart gaat’ – zo menen deze christenen (helaas tref je zo’n soort opmerking wel eens aan in de discussie over homoseksualiteit. Zie Inclusief welkom voor homo’s en lesbiennes (OnderWeg 2015)). Christenen die zo denken raad ik aan het boek A rabbi talks with Jesus van Jacob Neusner te lezen (McGill-Queen’s University Press, 2000). Neusner gaat daarin het fictieve gesprek met Jezus aan en zegt dat Jezus niks van de wet heeft weggelaten maar alleen zichzelf heeft toegevoegd! Zie ook de jeugddienst over de zondag: Jezus laat de echte betekenis van de schepping zien.
[vi] Zie Guided tour door het koninkrijk. Preek Psalm 1.
[vii] Volgens Hummel (Concordia Commentary, 2005). Dit gedeelte doet terugdenken aan hoofdstuk 4 waarin Ezechiël zich moest verontreinigen als teken van Gods oordeel over de zonde (ballingschap). Zie preek Profetie next level.
[viii] Zie Hoe indrukwekkend is God. Inleidende preek (2) over Ezechiël.
[ix] Zie Profetie next level. Ezechiël als teken aangesteld. Preek Ezechiël 3 en 4.
[x] Zie ook de 2 inleidende preken over Ezechiel, vooral deze: Hoe indrukwekkend is God (preek 2).
[xi] Zie inleidende preek over hoofdstuk 1: Hoe indrukwekkend is God. Dat vuur is Gods heiligheid en kan in gezien worden als een reactie op het vuur waarmee de profetenwoorden van Ezechiëls voorganger, Jeremia, verband werd. Zie de preek bij de vorige noot.
[xii] Zie In vuur en vlam  voor God. Dankdag met Ezechiël 10.
[xiii] Zie Hoe God een spiegel voorhoudt. Preek Ezechiël 20.
[xiv] Zie De mens is voor een tijd een plaats van God. Preek Psalm 90. Deze Psalm past goed in de context van Ezechiël 20 omdat het onder andere gaat over Gods oordeel in de woestijntijd. Mozes (Psalm 90) bidt levensreddend voor het volk in Psalm 90. Onze bekering is niet toereikend; laat God zich tot ons bekeren (zie uitleg Psalm 90).
[xv] De Nieuwe Bijbelvertaling zwakt het af (‘Ik zag daar vanaf’). De Bijbel in Gewone Taal haalt de scherpte er nog meer vanaf (‘Maar toch deed ik dat niet’).
[xvi] Afgoderij is Gods kernbezwaar tegen zijn volk. Zie Het gunstige vestigingsklimaat van het afgodenbedrijf. Preek Ezechiël 8.
[xvii] Dit is en blijft de kern van het geloof. Zie de preek over Ezechiël 8 (noot xvi hierboven) en het artikel The life of Pi en de dood van Amanat.
[xviii] Dat gebeurt niet alleen in vertalingen (zie in de preektekst) maar ook in uitleg. Er wordt bijvoorbeeld op gewezen (zo o.a. Aalders in Commentaar op het Oude Testament) dat het woord voor wetten (slechte wetten) in vers 25 mannelijk is en verwijst naar vers 18 (eveneens mannelijk) waarin het gaat om menselijke instellingen en niet om Gods instelling/wet; voor Gods instelling meestal vrouwelijk. Hummel wijst erop dat Zimmerli zo redeneert maar Hummel wijst deze gedachte op meerdere gronden af: Ezechiël 36:27 is overduidelijk Gods wet (maar/en toch mannelijk) en elders in het Oude Testament is het verschil op grond van mannelijk/vrouwelijk gebruik van het woord niet te maken.
[xix] Zie Het loopt God niet uit de hand. Preek over de vraag naar Gods goede leiding in ons leven (Gods voorzienigheid, Zondag 10 Catechismus) en het artikel Geschonden bestaan. De Christelijke Dogmatiek over zonde, kwaad en de duivel.
[xx] Zo vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling. De Statenvertaling ziet het verontreinigen (door God) als oordeel: ‘omdat ze door het vuur deden gaan alles wat de baarmoeder opent’ (= technische term voor kindoffer, het eerste/oudste kind). De Naardense Bijbel is niet helder in dit vers (‘voorbij te laten gaan’). Hummel vertaalt: ‘I (God) defiled them through their gifts when they made every issue that opened the womb pass trough [the fire] so that I might devastate them, so that they might know that I am Yahweh.’ De vertaling van Nederlands Bijbelgenootschap luidt: ‘doordat zij alle eerstgeborenen door het vuur lieten gaan.’ Dat is beter dan de BGT en NBV.
[xxi] Zie Gods oordeel over brengers van fakenews. Preek Ezechiël 13.
[xxii] Er zijn er die menen dat het verbieden van kindoffers een (latere) correctie is op al bestaande en blijkbaar goedgekeurde praktijken onder Gods volk. Die gedachte is niet sterk. Maar vooral is vanuit Ezechiël 20 te zeggen dat je ook dan bij de spanning en het schokkende van dit hoofdstuk wegloopt. Zie ook Genesis 22 (twee noten hieronder).
[xxiii] Zie een preek over afgoderij en vermenging van godsdienst.
[xxiv] Het adembenemende verhaal van Abrahams proef (Genesis 22) kan gezien worden in de context van die tijd waarin kinderoffers gebruikelijk waren. Zie hier voor een preek over Genesis 22. Raak de jongen niet aan, doe hem niets – zo krijgt Abraham te horen. God wil Abrahams gehoorzaamheid, zijn geloof dat God het onmogelijke kan; doden kan opwekken. Precies dat – doden opwekken – is wat God gaat doen in Ezechiël. Het meest indrukwekkende en tot de verbeelding sprekende hoofdstuk 37 (het dorre beenderendal) is wat dit betreft veelzeggend. Inderdaad; God wekt doden op! Hoe dood Gods volk is, daarover gaan de eerdere hoofdstukken van Ezechiël. Het is niet gek bij Ezechiël 20 aan Abraham te denken omdat de suggestie wordt gewekt dat Gods volk even erg is als de volken die God, in de tijd van Abraham al, te verdrijven vanwege hun slechtheid. God is als het ware terug bij af in Ezechiël 20. Zie hiervoor de preek over Ezechiël 20.
[xxv] De HEER zei tegen Mozes: Zeg tegen de Israëlieten: ‘Wanneer een Israëliet of een vreemdeling die in Israel woont een van zijn kinderen aan Moloch offert, moet hij ter dood gebracht worden; het volk moet hem stenigen. Ikzelf zal mij tegen zo iemand keren en hem uit de gemeenschap stoten, omdat hij een van zijn kinderen aan Moloch heeft geofferd en daarmee mijn heiligdom heeft verontreinigd en mijn heilige naam heeft ontwijd. Mocht het volk oogluikend toestaan dat zo’n man zijn kinderen aan Moloch offert en hem niet ter dood brengen, dan zal Ik mij tegen die man en zijn familie keren. Ik zal hem en allen die zich met hem en Moloch inlaten, uit de gemeenschap stoten.’ (Leviticus 20:1-5, cf. Deuteronomium 12:29-13:1).
[xxvi] Zie Over geperverteerde seks en een gelukkig getrouwd stel. Preek Ezechiël 16.
[xxvii] Zie voor het verband tussen Jeremia en Ezechiël de inleidende preek over Ezechiël.
[xxviii] Blijkbaar is de maat vol zoals eerder het geval was met de volken die God uit Kanaän verdreef (zie Genesis 15). Die link is vanuit dit hoofdstuk goed te leggen, zie de preek Hoe God een spiegel voorhoudt. Preek Ezechiël 20.
[xxix] Deze woorden zijn typerend, zie Hoe indrukwekkend is God. Inleidende preek 2. Zie ook hoofdstuk 18 waarin staat dat God niet de dood van de zondaar wil maar dat die zich bekeert en leeft. Zie preek over dat hoofdstuk.
[xxx] Zie Psalm 88 Mijn enige vriend in het duister.
[xxxi] Zie een preek over God en lijden (bij de inleiding).
[xxxii] Zie een van de voorbeelden in de preek over Ezechiël 8 en zie Klimaatverandering en geloof (Ezechiël 18).
[xxxiii] Zie de columns van Bram van de Beek over de radicale islam: Staat kan niet tegen radicale islam op (6 juni 2018) en radicale islam heeft radicaal christendom nodig (4 juli 2018) en zie mijn artikel na de aanslagen in Parijs van 2015.

Voorbeeldliturgie

Muzikale begeleiding: blaasensemble

Welkom
Votum
Groet
LB 405:1, 3 en 4 Heilig, heilig
10 verbondswoorden
Psalm 111:4 GK Gods werk is waarheid
Gebed
Kinderen naar voren Lucas 8:26-39 Demonen verliezen de strijd
kinderlied
kinderen naar kring
Ezechiël 20:1-26
Verkondiging God is trouw (aan zichzelf) in vloek en zegen.
Psalm 30:3 en 7 (een korte tijd maakt zijn toorn u bang, zijn liefde duurt uw leven lang)
Dankgebed en voorbede
Collecte en kinderen komen terug
LB 146a: 4, 6 en 7 (Gods trouw, God doet niemand onrecht, laat wie Hem haten niet onbestraft en: het wonder van het bestaan voor en in zijn licht)
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.