God belooft alle wapentuig stuk te breken en vrede te geven. Alomvattende vrede. Dat klinkt hoopvol maar het doet vandaag ook zeer, gezien de escalatie van de geweldsspiraal in Israël, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever. Extra opvallend in dit verband is Gods belofte dat Hij zijn volk inzaait in het land (Hosea 2:25)! Wat betekent dit stukje voor toen en voor onze roeping vandaag? Een voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst.
Gemeente van de Heer
1 Geluk voor heel de schepping.
Twee weken geleden ging het over klimaatgerechtigheid en duurzaamheid tijdens de Michazondag.[i] In eerste instantie had ik bedacht dat we bij dit onderwerp goed verder konden luisteren naar Hosea. Want luister eens naar het herstel en perspectief
dat God belooft:
Op die dag – spreekt de HEER – …
Dan antwoord Ik de hemel
en de hemel antwoordt de aarde,
en de aarde geeft antwoord aan koren,
olijfbomen en wijnstok,
en zij antwoorden Jizreël,
want het land zaai Ik in met mijn volk.
Over Lo-Ruchama zal Ik mij ontfermen,
Lo-Ammi noem ik weer mijn volk,
en dan antwoordt hij: ‘Mijn God’.
(Hosea 2:23-25).
Compleet.
Wat is dit mooi. Complete verlossing. Geluk in de hemel en op aarde. Heel de schepping deelt in het geluk dat God geeft (Hosea 2:20). We zongen van dit geluk met Psalm 85. Deze profetie geeft hoop. Toen, voor Gods volk dat geoordeeld werd (Hosea 2:4-15). Vandaag, als we erkennen dat we ertegen aan lopen dat wij bijdragen aan (klimaat)ongerechtigheid in de wereld (Michazondag). Leef uit die hoop en doe zo het goede in Jezus’ naam, gemeente. Want wat Hosea zegt staat God voor ogen. Hij werkt er in Jezus naar toe en nodigt jou uit en draagt je op met Hem mee te kijken en mee te werken.
2 Liefdesrelatie.
Bij de Michazondag hebben we ervoor gekozen om te luisteren naar Joël. Vandaag gaan we weer terug naar Hosea. We bekijken nogmaals[ii] het tweede deel van Hosea 2. De situatie is dat Gods volk in een tijd van rijkdom en overvloed niet meer aan God denkt.[iii] De mensen beseffen niet wie God is en wat Hij doet (Hosea 2:10, 4:1&6). Herken je dat? Let dan op. God laat het er niet bij zitten en neemt rigoureuze maatregelen (Hosea 2:8-15). En dan komt er een ommekeer. Alsof God zich bedenkt en zich realiseert dat als Hij alleen maar oordeelt, dat er dan niks van zijn plannen en zijn volk terecht komt:
Daarom zal Ik haar (Gods ‘vrouw’, zijn volk) meelokken naar de woestijn en dan tot haar hart spreken
(Hosea 2:16).
God denkt terug aan de tijd van bevrijding. De Exodus. Door de woestijn naar Kanaän. In de woestijn is er geen afleiding. Toen sloot God een verbond met zijn volk. Zo ‘trouwden’ God en zijn volk met elkaar. Nu komt er een nieuw verbond (Hosea 2:20, cf. Ezechiël 34[iv]).
God spreekt.
Zie je hoe God te werk gaat? Hij spreekt tot je hart. Dat is niet hart versus verstand zoals wij dat wel eens zeggen. Je hart is: je geweten, wat je motiveert, waar je voor gaat, wat je wilt. Dat spreekt God aan. Doet God dat ook bij jou? Of is geloven een soort ‘buitenkant-ding’. Het hoort erbij. Je doet dit (bidden, kerkgaan, catechisatie etc.) en je laat dat (vloeken etc.). Heeft God wel eens tot jouw hart gesproken? Ik bedoel dan niet dat je ineens een stem uit de hemel hoort ofzo – al kan dat trouwens best zo zijn. Vaker ‘spreekt’ God in iets dat gebeurt. Iets moois. Iets verdrietigs. Ik hoorde bijvoorbeeld van iemand die in Coronatijd tot stilstand kwam. Voorbij was het drukke leven. Het uitgaan van elk weekend. Ze werd haast zenuwachtig van alle rust en ruimte. Ze ging nadenken. Waarom doe ik eigenlijk al die dingen? Wat is er echt belangrijk? Ik denk dat God op zo’n moment tot je spreekt. Dat Hij duidelijk maakt dat Hij er is. Iedere dag. In een gewone week. In gezondheid en ziekte. Omdat Hij van je houdt.
God zegt dat Hij tot het hart van zijn volk spreekt en dat het resultaat zal zijn dat zijn volk niet langer zegt ‘mijn Baäl’ maar ‘mijn man’. Dat is natuurlijk een verwijzing naar de afgod Baäl die Gods volk toen diende. Maar het is meer dan dat. Want mannen hadden in die tijd – anders dan in onze tijd en cultuur – gezag over hun vrouw. Je zou dus kunnen denken: als je niet langer afgod Baäl dient maar als God ‘je man’ is dan is dat van de wal in de sloot.
Tegenover.
Maar het gaat God om iets wezenlijk anders. Het gaat om het beantwoorden van liefde (Hosea 2:17). Een liefdesrelatie. Waarin je als twee zelfstandige personen met elkaar omgaat. Niet de slaafse godsdienst (Baäl). Niet: voor-wat-hoort-wat. Niet het geloofssysteem waarin de dingen nu eenmaal zijn-zoals-ze-zijn. Maar een leven waarin je elkaars tegenover (Genesis 2:18, Naardense Bijbel) bent. Denk aan Abraham die God aan zijn jas trekt als God Abraham vertelt van zijn plannen met Sodom en Gomorra. Abraham zegt dat God zoiets toch echt niet kan doen: ‘Hij die rechter is over heel de aarde moet toch rechtvaardig handelen?’ (Genesis 18:25). Hoor je!? Abraham staat echt als een tegenover bij God. Dit hoor je ook in de Psalmen. Als God wordt bejubeld maar ook als de Psalmen klagen en het zelfs aandurven om God te provoceren.[v]
Op zo’n echte, sterke relatie is God uit. Ook in jouw leven. Daarvoor geeft Hij een nieuw hart. Een nieuwe Geest. De profetie van Hosea wordt opgepikt door latere profeten die in alle helderheid uit de doeken doen dat God een nieuw hart aan zijn mensen geeft (Jeremia 31, Ezechiël 36[vi]). In dat vernieuwingswerk van God deelt heel de schepping; (tamme) dieren en bomen (Hosea 2:20a en 254). Je hoort de echo van het goede begin van Gods schepping terug (Genesis 1). Oorlog wordt niet meer gevoerd want God zal alle tanks, drones, raketten, straaljagers en welke ander wapentuig dan ook maar stukbreken (Hosea 2:20b, cf. Psalm 46[vii]). Er komt vrede. De vrede die alle verstand te boven gaat (Filippenzen 4). God zal zijn ‘bruid’ trouwen. De voor die tijd gebruikelijke bruidsprijs bestaat uit Gods ‘eigenschappen’; recht en gerechtigheid, liefde en ontferming. Als Jezus sterft en opstaat uit de dood begint die bruiloft (cf. Efeze 5).
3 Gods volk en het land. Wat is je roeping?
Gemeente, dit stuk geeft hoop maar doet vandaag ook heel veel pijn. Niet alleen op Michazondag besef je dat. Want bedenk eens: hoe ver weg is die vrede? Juist in de afgelopen jaren is er zoveel oorlog ontstaan – en dreiging daarvan. Het ‘hoort’ bij onze veranderende wereldorde. Recent werden we opgeschrikt door gruwelijke terreur en een nieuwe, nog heftigere spiraal van geweld in Israël, de Gazastrook en op de Westelijke Jordaanoever. De regio staat in brand. Overal in de wereld heeft dit impact.
Vrede – zegt Hosea. Een nieuw verbond. Ezechiël spreekt in dit verband zelfs van Gods vredesverbond (Ezechiël 34:25).[viii] Het doet pijn aan je hart om dit vandaag te lezen. Moet je partij kiezen en hoe dan? Moet je je mond houden of juist niet? Wat moet je zeggen en wanneer kun je beter zwijgen?
In Hosea 2:25 staat iets opvallends als je denkt aan wat er vandaag gebeurt:
Het land zaai Ik in met mijn volk.
Tot op vandaag gaat het hierover. Wie is Gods volk? Is dat Israël? En dan ‘het land’. Daarover is al zolang conflict en oorlog. Van wie is het land? Kun je op grond van dit soort teksten (er staan er veel meer in het Oude Testament) zeggen dat het grondgebied waarover het conflict gaat en waarover oorlog wordt gevoerd toebehoort aan één volk; Gods volk Israël, het Joodse volk? Er komt veel mee met deze vragen.[ix] Ik wil er vandaag kort iets over zeggen omdat het belangrijk is, ook voor de vraag wat vandaag je roeping is.
Waar het in Hosea om gaat is dit: God belooft hier al zijn volk terug te laten komen uit ballingschap. Hij geeft ze het land weer terug, naar zijn belofte aan Abraham (Genesis 12vv). Dat wordt bedoeld met ‘het land inzaaien met mijn volk’. Het is bedoeling dat dat volk ‘vrucht draagt’ (zie Marcus 12:1-12[x]). God doet tal van beloften. Hij zal zich opnieuw ontfermen over zijn volk (Hosea 2:25). Er komt een nieuwe ‘dag’ vol geluk (Hosea 2:17&23). Die dag is anders dan een gewone kalenderdag zoals zondag 29 oktober; het gaat om een beslissend moment.[xi]
Nieuwe tijd.
Hoe lezen wij dit vandaag, als er geweld en oorlog is in het eens beloofde land?
Let erop, gemeente, dat je dit soort teksten niet te makkelijk, een-op-een, toepast op vandaag. Wat Hosea noemt komt bij de andere profeten terug. En er zit een ontwikkeling in. Bij de profeten al, maar zeker als je verder leest in de Bijbel. Blijf dat dan ook doen. We hebben een paar jaar geleden naar Ezechiël geluisterd. Daar komen al de thema’s die Hosea hier noemt op uitgebreide schaal terug:
- Op ‘de dag’ zal Gods volk opstaan uit de dood (ballingschap) en Gods Geest ontvangen (Ezechiël 37, dorre beenderen dal).[xii]
- God zelf beschermt zijn volk door het kwaad (Gog en Magog) te vernietigen (Ezechiël 38&39).[xiii]
- In het tempelvisioen ziet Ezechiël vervolgens dat God bij zijn mensen woont. Het land wordt opnieuw verdeeld (Ezechiël 40-48). Zo ontstaat vrede.[xiv]
Deze profetieën, zo hebben we gezien, zijn complex. Ze zijn eindeloos groots en verstrekkend en komen terug in het laatste Bijbelboek Openbaring. Ze gaan alle bevattingsvermogen te boven. Die profetieën moeten even aanlokkelijk als onbevattelijk zijn geweest voor de gelovigen van toen. Dat is voor ons trouwens niet heel anders. Ook wij zijn in veel opzichten onzeker en zien uit naar ‘het leven van de eeuw die komt’ (Nicea).
Jezus is onze vrede.
Die profetieën scheppen dan ook vooral de verwachting van iets heel nieuws dat God gaat doen. In het licht van het Nieuwe Testament ga je zien hoe spectaculair die beloften zijn.[xv] God zelf – in Persoon – komt het kwaad vernietigen en zo de vrede brengen waarvan de profeten spreken! Op de manier waarvan de profeten spreken: niet door tanks of geweld (Hosea 2:20) of door verdedigingsmechanismen. God brengt vrede in de nederige gestalte van Jezus van Nazaret. Hij draagt alle geweld. Zo slecht hij de muur die tussen ons en God instaat (Hosea 2, Efeze 2). Zo spreekt God tot ons hart (Hosea 2:16). Op Golgota begint Gods dag (Hosea 2:23, Ezechiël 37[xvi]). Hoe wonderlijk. Dit had niemand voor mogelijk gehouden. Dit is, zoals God eens aan Abraham beloofde (Genesis 12), goed nieuws voor alle volken; Israëliërs en Palestijnen, Turken en Nederlanders. Kijk naar Jezus. Hij stelt zich uitnodigend op naar allen en wil dat zijn evangelie de hele wereld doorgaat.[xvii] Na Pasen beginnen de discipelen (apostelen) in te zien dat op deze manier de profetieën vervuld worden. De belofte van het land (voor één volk) komt niet meer terug in het Nieuwe Testament (als het om land gaat, gaat het om ‘zachtmoedigen’ die het land/de aarde zullen beërven, Matteüs 5:6). Het gaat andersom; trek erop uit! Heel de wereld is Jezus’ wereld. Het heelal is zijn domein (Kolossenzen 1). Eeuwige koning Jezus – niet gebonden aan welke (menselijke) grens dan ook maar! De erfenis is God zelf. Joden en heidenen erven/ontvangen de Geest (Galaten 3).[xviii]
Gods Israël.
Het is en blijft lastig, bijna onmogelijk, om over deze dingen in één zin te spreken. Dan vlieg je bijna altijd uit de bocht. Sommige christenen menen bijvoorbeeld dat de kerk in de plaats van Israël is gekomen maar dat is niet wat de Bijbel zegt (zie Romeinen 9-11). Pas ervoor op, gemeente, dat je deze veel te korte bocht maakt. Gods volk Israël is en blijft de ‘edele olijfboom’ waarop wij geënt zijn (Romeinen 9-11). Maar doe ook niet alsof het Israël voor-en-na is. En pas extra goed op voor dit soort overtuigingen die gekoppeld worden aan een eindtijdverwachting.[xix] Want er is in Jezus geen sprake van Jood of Griek, Israëliër of Palestijn (Galaten 3:28[xx]). ‘De dag’ is al begonnen (Golgota en Pasen). Ieder is genodigd.
Paulus komt nog het dichtstbij de kortst mogelijke manier waarop je dit alles kunt zeggen (maar ja; dan heb je wel weer zo’n Paulus-uitdrukking waarover je gaat discussiëren). Paulus spreekt ergens over ‘Gods Israël’ (Galaten 6:16). Met die uitdrukking wekt Paulus de indruk dat allen die in Jezus geloven deel uitmaken van dat ene, eeuwenoude werk van God vanaf Abraham.[xxi] In Jezus is God alles in allen (1 Korintiërs 15). Hij is onze vrede (Efeze 2). Zo vervult God al zijn beloften.
Tot zover deze korte uitweiding over dat wat Hosea profeteert als het gaat om Gods volk en het land – en hoe dat verderop in de Bijbel uitwerking krijgt.
Roeping.
Maar dan natuurlijk geen punt zetten. Want wat betekent dit alles voor ons vandaag? Wat is onze roeping? Ik denk in ieder geval dit. Net als in de tijd van Hosea leren wij vandaag dat je opkijkt naar God. Juist als je wordt geconfronteerd met zoveel ellende, haat en een spiraal van geweld. Wij hebben snel een mening klaar. Je hebt misschien al een kant gekozen. Je denkt misschien aan een oplossing. Of je vindt het zo ingewikkeld dat je er maar niet mee bezig bent.
Maar Hosea laat je bidden. Bidden om goddelijk ingrijpen. Dat God vandaag tot de harten spreekt (Hosea 2:16)! De harten van allen. Van allen die daar wonen en die leiding geven. Harten van hen die haten en die gehaat worden. Die geweld ondergaan en geweld plegen. Die onderdrukt worden en die anderen onderdrukken. Naar hen die passief toezien of achter de schermen het vuur juist opporren. Bid, gemeente, of God tot al die harten spreekt. Bid, zoals Abraham eens deed, of God het werk van zijn handen niet wil loslaten en als een rechtvaardig Rechter goed wil zijn voor heel zijn schepping. Al die onschuldigen in Gaza die dagelijks gebombardeerd worden en geen kant op kunnen. Bid om vrede.
Spreekt God hierin ook tot jouw hart (Hosea 2:16)? Ik hoop toch niet dat je dat ontkent. Je kunt je als gelovige niet terugtrekken op je eigen veilige wereldje van ‘huisje, boompje, beestje’. Of denken: ‘wat hebben ze het daar toch erg’ en ‘laten we hopen dat het niet teveel doorslaat naar hier’.
Bid de Heer of hij tot jouw hart spreekt. Steeds weer. Steeds meer. Wat merk jij van antisemitisme? Jodenhaat is een groot kwaad en is zo oud als Gods plan om in Abraham geluk te geven. Het is verzet tegen Gods werk en zijn verlossingsweg. Denk aan de Farao van Egypte die Israëls zonen in de Nijl gooide en liet verdrinken – en uiteindelijk heel het volk wilde ombrengen. Denk aan het boek Ester waarin het plan wordt gesmeed om het Joodse volk uit te roeien. Dit kwaad leeft vandaag (extra) op, ook in onze samenleving. Wat doe je als je dat merkt? Je bent als christen toch geen knip voor de neus waard als je dan de andere kant op kijkt, als je in de gelegenheid bent iets te doen? Wees een vredestichter. Stel grenzen en kom op voor Gods ‘edele olijfboom’.
Denk aan je medechristenen in Israël en onder de Palestijnen. Het komt extra dichtbij als je daar familie of vrienden hebt. En je gaat je nog meer realiseren dat Jezus ieder die de wil van zijn Vader doet zijn ‘moeder, zus en broer’ noemt (Matteüs 12:50).[xxii] Dat gaat echt over iets anders dan bloedgroepen of landgenoten die nu eenmaal dezelfde afkomst of hetzelfde paspoort hebben. Het gaat om de erkenning van Gods weg tot vrede in Jezus. Bid voor hen. Misschien kun je iets betekenen, iets doen.
Misschien valt het niet mee maar let er toch op dat je je, met of zonder beroep op Bijbelteksten, te makkelijk aan een kant schaart (Israël) en weinig of geen oog hebt voor het onrecht dat anderen (Palestijnen) wordt aangedaan. Van verschillende kanten wordt gezegd dat deze houding niet alleen onze broeders en zusters in Palestina of elders het leven moeilijk maakt maar ook een verhindering is om tot geloof te komen in Jezus. Je kunt de indruk wekken dat God partij voor de een (Israël) kiest. En waarom zou je dan in Jezus geloven; Jezus in wie geen Jood of Palestijn is (Galaten 3:28)? Heb het over het goede nieuws van Jezus voor alle volken en culturen en probeer dat centraal te zetten.
En help al diegenen die zich inzetten voor vrede, hier en elders. Er worden dialogen georganiseerd. Er zijn tal van initiatieven om in plaats van te haten uit te reiken. Te beschermen in plaats van aan te vallen. Wie of wat dat ook maar organiseert; als je kunt, doe mee.
Onze tijd vraagt erom. Jullie komen overal, gemeente. In alle wijken (wonen, werken), op scholen (stage, werk) en je werkt of doet vrijwilligerswerk op zoveel plekken in de maatschappij. We zijn open kerk (Pauze+ en voedselbank). Daar komen al deze dingen vanzelf op tafel. Daar roept God je om te getuigen van de vrede waarvan Hosea al spreekt. Leef zo, gemeente, en wees zo tot een zegen voor ieder die God op je pad plaatst.
Je leven.
Ik rond de preek af. Hosea wordt een ‘kleine profeet’ genoemd. Zijn profetieën zijn niet zo lang als die van de ‘grote profeten’ als Jesaja, Jeremia en Ezechiël. Maar het spreekwoord luidt: ‘wie het kleine niet eert is het grote niet weerd’. En zo is het. Juist bij dat ‘kleine’ is het zaak op te letten. In een notendop vind je het hele evangelie. De vrede in Jezus. Het land van Gods koninkrijk. Het geluk voor heel de schepping. Luister ernaar en laat ook op die manier God tot je hart spreken. Volg Jezus en heb zo de ander lief.
==============
Zie Hoe God ons vertrouwen wint. Korte inleiding prekenserie Hosea.
[i] Zie Thuis op plaatsen zonder hoop. Preek Joël 1 (Michazondag 2023).
[ii] Eerder kwam het tweede deel van Hosea 2 al aan bod, zie preek Hosea 2:4-25.
[iii] Zie (tweede) preek Hosea 1 voor de situatie in die tijd.
[iv] Zie preek Ezechiël 34 en met name voetnoot xi over het verbond dat God belooft.
[v] Zie bijvoorbeeld preek Psalm 44 (waarin God wordt geprovoceerd).
[vi] Zie preek Ezechiël 36.
[vii] Zie preek Psalm 46 (2014).
[viii] Zie preek bij voetnoot iv.
[ix] Zie ook Laat het oordeel aan God. Bijdrage in de religieuze dialoog over geweld en/in de geloofsbronnen (2015).
[x] Zie Niemand is zo gek als God. Preek over de gelijkenis van de wijngaard en de pachters.
[xi] ‘De dag’; bedoeld is de bij de profeten voorkomende ‘dag van de HEER’. Zie tweede inleidende preek Hosea 1.
[xii] Zie preek Goede Vrijdag over Ezechiël 37 (dorre beenderen dal) en preek op Pasen over Ezechiël 37.
[xiii] Zie preek God vernietigt het kwaad (Ezechiël 38 en 39).
[xiv] Zie preek God maakt alles nieuw (eerste preek tempelvisioen, Ezechiël 40vv) en zie preek Ezechiël 34 bij voetnoot iv (vredesverbond) en preek Gods eindeloze genade (tweede preek tempelvisioen over Ezechiël 47).
[xv] In de hierboven genoemde preken heb ik steeds de tijd van toen (Ezechiël) meegenomen maar ook altijd het Nieuwe Testament erbij betrokken. Zie die preken voor de manier waarop.
[xvi] Zie preek Goede Vrijdag over Ezechiël 37 (dorre beenderen dal).
[xvii] Het evangelie gericht op Joodse gelovigen (m.n. zij die al in Jezus geloven) maakt dat duidelijk. Niet-Joden krijgen een belangrijke plek en het evangelie eindigt met de opdracht alle volken tot Jezus’ discipelen te maken. Zie korte introductie op een seriepreken Matteüs.
[xviii] Zie de verschillende preken over Galaten 3, zie onderaan de korte inleiding op een prekenserie Galaten.
[xix] Zie hiervoor vooral de preek over Ezechiël 38 en 39, zie voetnoot xiii. En zie de eerste preek over het tempelvisioen van Ezechiël, zie voetnoot xiv.
[xx] Zie preek Galaten 3:28.
[xxi] Zie de bespreking van dit vers in Galatians van Keener (2019, pg. 577-582). De meeste uitleggers houden het erop dat met ‘Gods Israël’ wordt bedoeld: de kerk die bestaat uit Joodse en niet-Joodse gelovigen. In de (polemische) brief geeft Paulus, om bepaalde redenen, niet hoog op van het (aardse) Jeruzalem (Galaten 4:25, zie preek over dat deel). Vooral is zijn punt dat niet-Joden die in Jezus geloven deel uitmaken van Gods belofte aan Abram en daarom Gods (eens door de profeten beloofde) Geest hebben ontvangen (zie m.n. hoofdstuk 3). In een prekenserie over Galaten heb ik me niet beziggehouden met de uitdrukking ‘Gods Israël’. Zie een korte introductie op die serie. Christelijke gelovigen moeten oppassen niet op basis van zo’n enkele uitdrukking teveel conclusies te trekken, al was het maar omdat Paulus elders op een andere manier over deze zaak spreekt (zie Romeinen 9-11 en 1 Korintiërs 10:18 e.a.). Op basis van de prekenserie Galaten die ik hield kan ik me goed vinden in Keeners slotopmerking ten aanzien van ‘Gods Israël’: ‘Far from discarding historic Israel, Paul is seeking to anchor his gentile converts clearly in connection with it’ (pg.582).
[xxii] Zie preek Matteüs 12:49 en 50.
Voorbeeldliturgie (lofzang begeleid door blaasensemble)
Welkom
Votum en groet
DNP Psalm 92: 1 en 5 Goed is het U te danken
LB 314: 1 en 3 Here Jezus, om uw woord
Gods leefregels
GK 131: 4 en 5 Vernieuw ons zwak en zondig hart
Gebed
Kinderen naar voren
Als je bidt, OTH 475
Kinderen naar kring
Lezen Hosea 2:16-25 Daarom zal Ik haar …
DNP Psalm 85:3 God redt zijn volk
Verkondiging
LB 1009 (alle verzen) O lieve Heer geef vrede (heilige profeten waren niet verblind)
Dankgebed en voorbede, afgesloten met
Onze Vader (samen hardop bidden)
Collecte (kinderen terug uit kring)
DNP Psalm 46:1 en 3 (God breekt wapentuig en geeft vrede, Hosea 2:20b)
Zegen
Amen
— einde —