Echo’s van het goede nieuws (2026) van Cambridge hoogleraar Geurt Henk van Kooten voelt aan als een wervelwind. Je wordt meegesleept in zijn historische en literaire kennis. In Echo’s ben ik veel fascinerende invalshoeken en inzicht gevende zaken tegengekomen, zowel in kleine details als in grote hoofdlijnen. Het boek leest ook nog eens als een trein.
1 Evangeliën als dubbel gecodeerde verhalen.
Van Kooten laat zien dat de evangeliën dubbel gecodeerd zijn; het gaat om Joodse en (heidense) Grieks-romeinse voorstellingen die laten zien wie Jezus is (97 e.a.). Zo is Jezus bij de instelling van de eucharistie in het evangelie van Marcus niet alleen de lijdende dienaar van de Heer (Jesaja) maar ook de god Dionysus die als een plengoffer aan de goden wordt uitgegoten (97). En Lucas heeft interesse voor de mannelijke getuigenissen van Jezus’ opstanding omdat Lucas voor een Romeins publiek schrijft – voor wie vrouwelijke getuigen inferieur waren (237). Lucas portretteert Jezus, anders dan Marcus en Matteüs, als een ‘onverstoorbare, stoïcijnse en heldhaftige, heroïsche figuur’ om zo de Romeinse mentaliteit aan te spreken (235).[i]

Toneel
Wat Van Kooten ten aanzien van het evangelie van Johannes laat zien is intrigerend. In Echo’s wordt Johannes vergeleken met Griekse toneelstukken. Het is ‘heel goed denkbaar’ dat evangelist Johannes die toneelstukken kende (261). Het Woord (logos) komt op het toneel van het leven (257vv) om van de waarheid te getuigen (298). Niet alleen Johannes’ proloog (Johannes 1:1-18) komt zo in een bijzonder licht te staan. Hetzelfde geldt voor de indeling van dat evangelie (266vv) en die momenten waarop Johannes de lezer direct aanspreekt, bijna op het einde van het evangelie (275vv). Jezus’ dood wordt geconstateerd als men een speer in zijn zijde steekt en er water en bloed uit komt (Johannes 19:34 en 35). Volgens de Griekse filosoof Celsus zou Jezus, als hij God was geweest, goddelijk bloed hebben moeten bloeden (ichōr, 276, cf. 302). Want zo kende men dat van Homerus. Maar het Woord is mens geworden (Johannes 1:1-18). Mens van vlees en bloed. De incarnatie is een nieuwe en vernieuwende gedachte. Dit is zo belangrijk dat de lezers – de toeschouwers van het toneelstuk – op dit punt rechtstreeks worden aangesproken; ‘opdat jullie ook geloven’ (Johannes 19:35).
Vernieuwend
Echo’s heeft het veel over het vernieuwende van het evangelie en over Jezus als vernieuwer (85). Wie Marcus las moet in Jezus het vernieuwende genie Homerus hebben herkend (86). Denk aan een wezenlijk punt als de aard van Gods koninkrijk. Zoals Jezus daarover spreekt wordt duidelijk dat het gaat om een derde weg, een alternatief. Dit blijkt bij de strikvraag of je aan de keizer belasting mag betalen (60-72). Jezus zegt: ‘geef aan de keizer wat van de keizer is en aan God wat van God is’ (Marcus 12[ii]:17). Van Kooten zegt dat Jezus in zijn opzienbarende antwoord ‘zowel God als Caesar verdedigt door politiek van religie en religie van politiek te scheiden’ (72). Inzicht gevend bij dit onderwerp is de uitgebreide aandacht voor de munten uit die tijd en de betekenis daarvan.
Datering Johannes
Recent heeft Van Kooten een (volgens hem veel gelezen) voorstel gedaan om Johannes te zien als het vroegste evangelie. Daarmee zet hij de veelal gebruikelijke datering van de evangeliën op de kop. Een belangrijke aanwijzing is de tegenwoordige tijd die Johannes gebruikt als hij over het zwembadcomplex Bethzatha schrijft (Johannes 5:2). Dat zou betekenen dat het complex er nog is en dat Johannes voor de verwoesting van Jeruzalem schrijft.
Nu is het gebruik van die tegenwoordige tijd in Johannes 5:2 ook door anderen opgemerkt zonder dat dit vervolgens automatisch tot de conclusie heeft geleid dat je Johannes vroeg moet dateren. De dateringskwestie is een onderwerp waar veel aan vastzit. Het bepaalt je visie op het geheel van de vier evangeliën. Van Kooten komt met diverse literaire en archeologische argumenten (278vv). Ik ben benieuwd of en hoe zijn voorstel doorwerking krijgt. Arnold Huijgen, hoogleraar aan de PThU, zegt in zijn enthousiaste recensie van Echo’s op Theologie.nl dat hij af en toe de indruk krijgt dat een vrij smalle basis een behoorlijk breed argument moet dragen. Huijgen noemt hierbij ook de datering van Johannes. Mijn collega Matthijs Schuurman wijst erop dat Marc Goodacre in The Fourth Synoptic Gospel (Eerdmans, 2025) zegt dat Johannes de evangeliën van Matteüs, Marcus en Lucas kent.[iii] Nieuwtestamenticus Richard Bauckham beschouwt Johannes – net als Van Kooten – als een ooggetuige van Jezus’ optreden en ziet diens evangelie als het resultaat van een levenslange reflectie op datgene wat hij zich van Jezus herinnert.[iv]
Ik ben geen specialist op dit gebied. Soms heb ik me grondig verdiept in een dateringskwestie. Bijvoorbeeld toen ik een prekenserie over Galaten hield. Is het de eerste brief van Paulus (Tom Wright) of juist een van de laatste brieven die de apostel schreef?[v] Bij Johannes heb ik me er (nog) niet op die manier in verdiept. Ik voel het meest voor wat Bauckham zegt. Er is veel tijd nodig om te verwerken wie Jezus is en wat dat voor de wereld en jezelf betekent.[vi]
Getuigenis
Over de datering van de evangeliën zal wel altijd discussie blijven bestaan – en dat is prima. Als je op een mooie dag in de Sagrada Familia te Barcelona bent waan je je in een bos. De pilaren zijn de bomen en het glas in lood weerspiegelt Gods veelkleurige wijsheid (Efeze 3:10, NBG’51). Dan kijk je omhoog en zie je de vier evangelisten. Zij vertellen dat verhaal dat in geen mensenhart is opgekomen (1 Korintiërs 2:9).

Ze getuigen van die ene Heer, ieder op geheel eigen manier. Voor de specifieke manier waarop ieder evangelie vertelt maakt Van Kooten zich op allerlei manieren hard. De soms pagina’s lange opsommingen van overeenkomsten en verschillen tussen evangeliën zijn erg waardevol (184-197 e.a.). Het is trouwens een gemis dat er geen overzicht van de behandelde Bijbelteksten is.
2 Apologetiek.
Echo’s laat je in de huid kruipen van diegenen die ‘de Schriften’ niet kenden en met hun eigen culturele achtergrond via de evangeliën kennis maken met Jezus. Het sterke van deze aanpak is dat je daarmee direct gedwongen wordt om voor jezelf te bedenken hoe mensen van nu, in onze cultuur, Jezus leren kunnen leren kennen. Het boek heet dan ook voluit: Echo’s van het goede nieuws. De evangeliën in context, toen en nu. Marcus schrijft bijvoorbeeld om zijn (Romeinse) publiek in tijden van politieke spanningen te laten zien dat Jezus niet is als al die messiassen die met geweld optreden. Het gaat om het alternatief van Gods koninkrijk en om innerlijke reiniging. De link met vandaag leg je gelijk. Het gaat in onze onzekere tijd weer veel over macht en invloedsfeer. Wapengekletter en spierballentaal alom. Ook het geloof wordt daarbij ingezet.[vii] Op welke manier laten gelovigen vandaag zien dat Jezus’ kijk op de zaak anders is?
Echo’s past bij de tijd waarin wij leven. Er verandert veel in onze samenleving. En gelovigen vormen een minderheid. Maar juist in die context gedijt het geloof. Je hebt je geloof uit te leggen (1 Petrus 3:15). Van Kooten vergelijkt de evangeliën wel eens met apologieën (33, 34 e.a.). Net als in de tijd van de Vroege Kerk zetten hedendaagse christenen zich ervoor in hun geloof te verdedigen en het geloof (op)nieuw uit te leggen. Dat gebeurt op tal van manieren. Denk aan diegenen die dat op filosofische wijze doen, zoals Emanuel Rutten.[viii] En zoals Tom Wright het christelijke verhaal op een nieuwe manier vertelt, zo doet Stefan Paas dat in Nederland in zijn boek Vrede op aarde.[ix] En in het laagdrempelige boek OER wordt neergezet hoe geloof en wetenschap, schepping en evolutie zich tot elkaar verhouden.[x] Gelovigen vinden op allerlei manier hun stem om hun eigen verhaal te vertellen.
Op die manier las ik Echo’s ook. Van Kooten wijst bijvoorbeeld 19de-eeuwse visies op de evangelie met een daarin voor ons onbekende bron Q resoluut de deur (194). Dat kan hij ook doen omdat hij ieder evangelie zorgvuldig neerzet in de context van toen. Je maakt je sterk voor de betrouwbaarheid van je eigen geloofsbronnen.
3 ‘Naar de Schriften’.
Ik ervaar ook een keerzijde van deze manier van werken. Vooral sinds ik in Dordrecht predikant ben, ben ik lange(ere) prekenseries over oud- en nieuwtestamentische Bijbelboeken gaan houden. Als je je op die manier verdiept in de Bijbel stem je gelijk in met Arnold Huijgen die opmerkt dat Van Kooten oudtestamentische en Joodse invloeden consequent relativeert ten gunste van klassiek-Griekse. Huijgen noemt als voorbeeld ‘de tent’ uit Johannes 1:14. Van Kooten ziet daarin een theatertent (zie hierboven). Met Huijgen is in te stemmen dat je bij die tent Gods wonen bij Israël niet over het hoofd is te zien. Ik hield een prekenserie over Ezechiël. Een van dé issues is daar de tempel. Ezechiël zegt het onzegbare en ondenkbare aan; de tempel gaat verwoest worden. Maar het meest opvallende is dat God eerst iets belooft. God zet een stap vooruit. God zegt
Nochtans zal Ik hun een weinig tot een heiligdom zijn…
(Ezechiël 11:16, Statenvertaling 1977).[xi]
Deze belofte werpt een schaduw vooruit naar het adembenemende Tempelvisioen dat Ezechiël krijgt (Ezechiël 40-48).[xii] Dit visioen blijft zo aantrekkelijk dat gelovigen tot op vandaag een derde tempel willen bouwen. En lees dan Johannes. Hij zegt dat het Woord dat God is onder ons heeft ge-tabernakel-d (Johannes 1:1-18). Dat God zo, in Jezus, ‘op het toneel van de wereld verschijnt’ (naar Van Kooten) is werkelijk onbevattelijk. Dan ga je ook met andere ogen Bijbel lezen. Je krijgt oog voor Gods trouw in de steeds terugkerende opmerkingen in Matteüs dat in Jezus een Schriftwoord ‘in vervulling’ gaat.[xiii] Het begint tot je door te dringen waarom Openbaring – dat net als Ezechiël een wonderlijk visioen heeft over Gods nieuwe wereld – geen tempel kent; niet het altaar (Ezechiël) maar een levensboom staat centraal (Openbaring 22:2).
Prijs
Echo’s begint bij het evangelie van Marcus. Daar begon voor mij ook het gevoel te komen dat Van Kooten teveel van ‘de Schriften’ negeert. En dat komt met een prijs. Neem de voor Echo’s belangrijke passage over de vraag of het geoorloofd is om de keizer belasting te betalen (zie hierboven). Betekent dit een vernieuwing van denken over religie en politiek die z’n weerslag heeft tot op vandaag?
Bevoegdheid
Alweer een paar jaar geleden hield ik een prekenserie over Marcus.[xiv] Een scharnierpunt is Jezus’ intrede in Jeruzalem en het reinigen van de tempel (Marcus 11). Uiteraard kunnen de geestelijk leiders dit niet over hun kant laten gaan. Dit is ‘hun’ terrein (Ezechiël!). Ze willen weten wie Jezus wel niet denkt dat hij is: ‘op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? Wie heeft u het recht gegeven om zo te handelen’ (Marcus 11:28)? Jezus trapt er niet in en stelt een tegenvraag over de bevoegdheid van Johannes de Doper. Die vraag kan men onmogelijk beantwoorden zonder zelf kleerscheuren op te lopen dus zwijgt men. Jezus laat het er vervolgens niet bij zitten en zet een volgende stap. Dat doet hij door in gelijkenissen te gaan spreken (Marcus 12:1vv). Jezus pakt de oudtestamentische beeldspraak van de wijngaard op. De pachters weigeren een deel van de opbrengst aan de eigenaar te overhandigen. Het gaat van kwaad tot erger totdat, uiteindelijk, ‘de geliefde zoon’ wordt gestuurd. En juist die wordt zonder pardon afgemaakt. Vervolgens komt Jezus met een Schrifttekst op de proppen over een afgekeurde steen die hoeksteen werd (Psalm 118, Marcus 12:10 en 11). Inmiddels kwam het stoom al uit de oren bij Jezus’ toehoorders omdat zij begrepen dat het over hen ging.
Dán komt men poeslief aanlopen met een smerige, onmogelijk te beantwoorden strikvraag over het belasting betalen aan de keizer. Als je consequent doorleest gaan er bijzonderheden opvallen. Bij Van Kooten is de vraag naar het belasting betalen geïsoleerd van de context van het evangelieverhaal. Het krijgt een heel eigen waarde, voor toen en voor nu. Bij Marcus vormt de strikvraag over het belasting betalen een geheel met wat eraan vooraf ging en wat er volgt. Marcus vertelt dat Jezus het tempelplein be-heer-st. Zoals Jezus de storm op het meer be-heer-st.[xv] Maar dat is onmogelijk. En zoals de leerlingen zich bij Jezus’ beheersing van de storm afvragen wie Jezus is, zo doen de geestelijk leiders dat – uiterst kritisch – ook. In gelijkenistaal gaat Jezus toch op hun vraag in. Jezus zegt wie hij is: ‘de geliefde zoon’. ‘De steen’ die verplettert en, tegelijk, fundament is (Psalm 118). De eigenaar van ‘de wijngaard’ (het volk). De boodschap is: je hebt Jezus te gehoorzamen. Je bent Jezus schatplichtig (pachters)!
Heer
Zo krijgt de vraag naar belasting betalen een andere dimensie. Jezus stelt zich op als rechthebbend Eigenaar. Hij – en niet Ceasar – is Heer. Het is opvallend dat Jezus in zijn antwoord de keizer en God naast elkaar zet. Ik lees dat zo. Gods volk zat weer onder de knoet (cf. Exodus). Ze zijn niet vrij. Het beeld van de keizer op de munt spreekt boekdelen. Dat is een vloek; zie het tweede gebod van Gods vrijheidsregels. Wat betekent het in die situatie om Gods kind/volk te zijn? Je mag toch niet vloeken (door belasting te betalen)? Gaat Jezus dat tolereren? Dat maakt hem ongeloofwaardig. Maar een andere weg is er niet. In zijn antwoord laat Jezus, in zekere zin, de keizer in zijn sop gaarkoken. Daar gaat het hem niet om. Jezus staat daarboven (Psalm 2). Het meest spannende is dat Jezus zegt dat men God moet betalen wat men God verschuldigd is. Waar heeft Jezus het over?
Als je de vorige passages op je laat inwerken brengt deze opmerking je bij de schatplichtigheid aan ‘de geliefde zoon’. Bij diegene die het tempelplein beheerst. Jezus laat hun ellendige situatie staan (betaal de keizer) en roept daarin op tot schatplichtigheid aan hem. Hier zie ik een directe link met Jezus’ eerdere uitspraak dat hij is gekomen om zijn leven te geven als losprijs voor velen (Marcus 10:45). Van Kooten legt heel mooi uit wat ‘loskopen’ betekent maar vindt de vraag aan wie moet worden betaald van onderschikt belang (84). Ik denk juist dat dit de essentie is. En dat Marcus 11 en 12 dat laten zien. Jezus zet het zijn toehoorders niet betaald. De strikvraag gebruikt hij om te laten zien wie hij is en om hem te vertrouwen en te volgen. Hij is niet als de keizer die geld wil. Hij is de koning die zijn leven geeft en je hart wint.
Zelfopenbaring
Zo valt het vervolg van Marcus op z’n plaats. Er komen namelijk gelijk nog twee strikvragen.
De eerste strikvraag gaat over de opstanding.[xvi] Jezus’ antwoord eindigt ermee dat ‘God niet een God van doden is maar van levenden; u dwaalt vreselijk’ (Marcus 12:27). Dit antwoord werpt een schaduw vooruit naar het intrigerende slot van Marcus. Marcus eindigt met een open graf en blinde paniek. Het is aan de lezer om zelf een conclusie te trekken (Marcus 16:1-8).[xvii] Is God ‘een God van doden’!? Of… is Jezus de levende Heer?
Dan komt de laatste strikvraag (Marcus 12:28-34). Die lijkt onschuldig omdat die over het grote gebod gaat. Een intikkertje. Maar het is de meest venijnige strikvraag.[xviii] Jezus zegt dat hij de naaste is die je ‘net zo’ moet liefhebben als de Enige! Bij de strikvraag over het belasting betalen is men al verbijsterd is om Jezus’ antwoord. Van Kooten ziet in die verbijstering, terecht, het vernieuwende van Jezus’ antwoord. Maar er volgt meer. Jezus’ antwoord op de strikvraag over het grote gebod is zo explosief van aard dat niemand meer een vraag durft te stellen (Marcus 12:34). Van Kooten mist dit helemaal terwijl het hier, blijkbaar, om het allerheiligste gaat. De Heilige.
Maar als anderen niet spreken of vragen gaat Jezus opnieuw een stap verder zetten. Hij begint over de betekenis van de in het Nieuwe Testament zo belangrijke Psalm 110; Jezus is Davids zoon en Heer (Marcus 12:35-37).[xix] Nu stelt Jezus zelf zijn identiteit aan de orde. En dan ben je weer op dat tempelplein (Marcus 11). En bij die storm die Jezus beheerst. En bij die vraag die Jezus steeds oproept: wie is hij?
Geheel
Kortom, de strikvragen vormen een geheel. Steeds gaat het om de vraag wie Jezus is. Wie hem de bevoegdheid geeft zo op te treden als hij doet. Consequent legitimeert Jezus zich met ‘de Schriften’ en wijst op zichzelf.
Betrouwbaar.
Ik licht er nu twee punten uit. Over ‘de tent’ (Johannes) en de strikvraag over het betalen van belasting aan de keizer (Marcus). Ik zie het zo: als je je op context richt zoals Van Kooten dat doet (Grieks-romeinse) win je veel maar verlies je meer. Toen ik Echo’s las moest ik denken aan Reading backwards (20214/2015) van Richard B. Hays. Minutieus gaat Hays na op welke manier de evangelisten het Oude Testament (‘de Schriften’) gebruiken om laten zien wie Jezus is. Hays zegt:
- Marcus duidt Gods mysterie aan.
- Matteüs transfigureert de Torah.
- Lukas zegt wie het is die Israël bevrijdt.
- Johannes transfigureert de tempel.
Dit is een goed begaanbaar pad. Denk hierbij aan een van de vroegste christelijke documenten. Paulus zegt dat Jezus’ dood en opstanding ‘naar de Schriften’ is (1 Korintiërs 15:3 en 4). Zo zijn de evangeliën te lezen. Wie dit doet krijgt in Echo’s veel. Dat blijft staan.
Het hoeft toch ook niet perse op Van Kootens manier als je de betrouwbaarheid van de evangeliën wilt benadrukken (en de ons onbekende bron Q achter je wilt laten)? Nieuwtestamenticus Bauckham ziet de evangeliën als verslagen van ooggetuigen. Dat wil niet zeggen dat iedere evangelist er zelf bij was, laat staan alles meemaakte. Op allerlei manieren kunnen de getuigenissen een uiteindelijke vorm hebben gekregen in de evangeliën. Net als Van Kooten maakt Bauckham zich hard voor de betrouwbaarheid van de evangeliën.[xx] Naar zijn mening zijn de evangeliën opgesteld toen en omdat de ooggetuigen ging overlijden en aan hun gezaghebbende getuigenis een einde kwam.
4 Compleet verhaal.
Ik ga deze blog afronden. Hierboven attendeerde ik erop dat gelovigen in een veranderende tijd hun geloof hebben te verdedigen. Echo’s laat zien op welke manier dat gebeurt. Ik verwelkom het boek. De keerzijde zie en benoem ik ook. De nadruk leggen op ‘de Schriften’ kan niet als achterhaald worden beschouwd (Johannes 5:39). Evenmin is te zeggen dat we die Schriften nou wel kennen (2 Petrus 1:19). Een nieuwe generatie is zoekend, ook naar geloof en naar God. Het is goed om het christelijke verhaal zo compleet mogelijk neer te zetten.[xxi] Alles en ieder ‘het toneel’ op om te getuigen van die ene Heer.[xxii]
Om het evangelie ook in context van nu te zetten eindigt elk hoofdstuk van Echo’s met een gedicht. Dat is hartverwarmend. Echo’s voelt ook hierin aan als een boek met de punten op de i. Geheel in stijl van Johannes 2 eindigt Van Kooten zijn boek. Johannes 2 vertelt van Jezus’ eerste wonder. Hij verandert water in wijn op een bruiloft. De ceremoniemeester vraagt zich af waarom het beste voor het laatst is bewaard. Christelijk geloof hoopt. Van Kooten heeft het beste ook voor het laatst bewaard. Hij sluit af met het gedicht Jezus van de littekens van Edward Shillito (1919). De laatste twee regels luiden:
Maar tot onze wonden kunnen alleen Gods wonden spreken,
En geen god heeft wonden, maar Gij alleen.
[i] Ik moest gelijk denken aan Jezus’ zweet dat bloed werd in Getsemane (Lukas 22:44). Hoe zit het daarmee? Direct daarna las ik dat Van Kooten dat oppakt en zegt dat deze passage bij veel belangrijke handschriften van Lukas ontbreekt. Dat zou ik nog eens willen uitzoeken (maar of me dat lukt, dat weet ik niet). Wel is het zo dat juist Lukas Jezus in Getsemane portretteert als een krijger gereed voor de strijd, zo was me opgevallen bij een nadere studie over Getsemane: ‘The Greek word agon (combat, struggle, contest) is related to agonia (agony, anxiety), used by Luke to describe Jesus in the garden’ (Brown, Death of the Messiah, via The Crucifixion, Rutledge), zie mijn artikel over Jezus in Getsemane (OndeWeg, 2021).
[ii] Op Pagina 62 staat een drukfout. Er wordt hier ook naar Marcus 11 verwezen.
[iii] Schuurman zegt dat op zijn X-account.
[iv] In Jesus. A very short introduction. Oxford 2011. Pg.14.
[v] Zie Geroepen tot vrijheid. Korte introductie prekenserie Galaten (met een apart blokje over de Noord- en Zuidhypothese).
[vi] Rowan Williams, een Britse theoloog en voormalig geestelijk leider van de Anglicanen, heeft eens gezegd dat het christelijke geloof zijn ontstaan heeft in een ervaring van diepgaande tegenstrijdigheid – een ervaring die de godsdienstige categorieën van die tijd dermate uitdaagde dat er een lange tijd nodig was om de godsdienstige taal te herzien (The wound of knowledge). Kan Johannes als eerste een evangelie schrijven zoals hij dat doet; zo expliciet op het punt van de vraag wie Jezus is (ook al zijn de andere evangelisten inhoudelijk even duidelijk als Johannes op dit punt – iets waar Van Kooten trouwens ook op wijst)? Huijgen wijst er op Theologie.nl op dat Van Kooten bij zijn datering van Johannes niet ingaat op andere verklaringen zoals literaire fictie en dat de breuk tussen christenen en synagoge bij Johannes al veel scherper ligt dan bij de drie andere evangeliën.
[vii] Zie Christelijk geloof in een postliberale samenleving (OnderWeg 2025).
[viii] Zie Verdedig je geloof. Over de waarde van apologetiek (OnderWeg 2020).
[ix] Zie mijn longread Ervaren heil naar aanleiding van dit boek van Paas.
[x] Zie mijn recensie van OER.
[xi] Zie Hoe God bij mensen woont. Preek Ezechiël 11.
[xii] Zie Hoe groot is God. Preek 1 tempelvisioen. En zie preek 2 tempelvisioen.
[xiii] Zie Wijsheid, macht en trouw. Korte inleiding prekenserie Matteüs.
[xiv] Je kunt de betreffende preken lezen onderin de korte inleiding op die Marcus-prekenserie. Zie ook Met gelijk munt betalen. Preek over de strikvraag over het belasting betalen.
[xv] Zie inleiding bij week van gebed over de structuur van deze hoofdstukken.
[xvi] Zie No more tears in heaven. Preek Marcus 12.
[xvii] Zie Paaspreek Marcus 16:1-8. Van Kooten heeft een scherpe analyse over dit slot (wat eraan is toegevoegd verpest het evangelie eigenlijk).
[xviii] Zie God de enige God is in Jezus onze naaste geworden. Preek Marcus 12.
[xix] Zie preek Psalm 110.
[xx] Zie a.w. en zie Eyewitnesses: The Gospels as Eyewitness Testimony (Eerdmans, 2006).
[xxi] Van Kooten noemt Marcion en vindt hem te bekrompen in zijn gedachten, te selectief (alleen Lukas). Het gaat bij Marcion natuurlijk ook om het Oude Testament (Schriften) waar hij niet aan wil. Dat is in het kader van deze blog van belang. Zeker als je bedenkt dat hedendaagse christenen bevattelijk zijn voor Marcions denken, zie het begin van KNOW. Inleiding prekenserie Ezechiël.
[xxii] Ik laat hier liggen wat Van Kooten aan het eind van zijn boek over Petrus en Paulus zegt (333-335). Hij benadrukt hun overeenkomsten. Mooi om dat te lezen. Maar Van Kooten heeft juist steeds oog voor het reliëf. Paulus benadrukt het zelfstandige karakter van zijn apostolaat (‘niet van mensen maar van God’, zie begin Galaten). Zie inleidende preek Galaten 1. In Galaten 2 volgt een harde confrontatie tussen Paulus en Petrus. Zie preek Vrijheid van het evangelie. Extra interessant is dat Van Kooten laat zien dat Marcus – die van Petrus leerde – (en Matteüs niet) het juist heeft over de reinheid van alle voedsel. Dat gaat niet alleen over voedsel maar hierover dat het evangelie voor allen is (Handelingen 10). Blijkbaar vond Petrus dat blijvend lastig. Hij trok zich terug bij de avondmaalsviering met heidenen. Lukas (die met Paulus optrok) noteert op dit punt juist groei bij Petrus. Gods geluk in Jezus is ‘voor heel Israël’ (Handelingen 2), ‘allereerste voor Israël’ (Handelingen 3) en dan zelfs de enige naam die redt ‘onder heel de hemel’ (= iedereen). Zie preek Handelingen 4:12.