Hulde aan onze hemelse priesterkoning. Psalm 110 bij Hemelvaart

Het Nieuwe Testament zegt dat Jezus is opgestegen boven alle krachten en machten. Dat is Hemelvaart. Vandaag luisteren we naar een lastig lied; Psalm 110. Zien we in dat lied onze hemelvorst? Voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst.

Gemeente van de Heer

1         De uitdaging: Hemelvaart en Psalm 110.
Tegenwoordig spreken we niet van problemen maar van uitdagingen. Goed. Dan hebben we vanmorgen een uitdaging. We vieren Hemelvaart. Dat is geen makkelijk feest. Want voor ons idee verdwijnt Jezus. Het boek Handelingen vertelt dat (1:9). Hoe ben je dan blij en vier je feest? Vervolgens luisteren we ook naar een moeilijk lied, Psalm 110. Al met al een uitdaging.

Kan het niet wat makkelijker? Ja. Dat zou kunnen. Toch doen we het vanmorgen zo. En dat doen we omwille (a) van onze Heer en (b) van de Schrift die van de Heer getuigt (Johannes 5:39b).

A         Jezus en Psalm 110.
Om met Jezus te beginnen. Hij heeft Psalm 110 een prominente plek gegeven. Weet je nog toen we vorig jaar luisterden naar het vroegste evangelie, Marcus?[i] In een van de strikvragen vraagt men Jezus naar het grote gebod (Marcus 12:28). Een spannende vraag omdat het gaat over de liefde tot de Ene. Jezus geeft een onvoorstelbaar antwoord. Tot ontzetting van de geestelijke leiders plaatst Jezus zichzelf op een niveau met God die je moet liefhebben met je hart, ziel en verstand (Deuteronomium 6).[ii] Jezus’ tegenstanders voelen heilige grond. Ze durven Jezus niks meer te vragen. Maar Jezus blijft er niet bij staan. Hij zet de volgende stap: wie denken jullie dan dat ik ben; zegt de Heilige Geest niet dat de messias Davids Heer is (Marcus 12:36)? Dat is Psalm 110.

Even later in het evangelie van Marcus volgt het meest onthullende moment van het evangelie. Dat is het moment dat Jezus de vraag wordt gesteld waar het in het hele evangelie om gaat: bent u de messias, zoon van de Gezegende (Marcus 14:61)? Jezus zegt hij de mensenzoon is en dat hij aan de rechterhand van de Machtige zal zitten en zal komen in heerlijkheid (Marcus 14:62).[iii] Dat antwoord verwijst naar Psalm 110.

Wie goed naar Jezus luistert ontdekt dat dit lied hem blijkbaar helder voor ogen stond. Het krijgt een plek op belangrijke momenten, als het gaat over zijn identiteit. Het zogenaamde tweede slot van Marcus sluit er dan ook mee af dat Jezus vanaf Gods rechterhand zijn kerk krachtig zegent (Marcus 16:19 en 20).[iv] Psalm 110 gaat in vervulling (LB 661).

B         Psalm 110 in het Nieuwe Testament.
In navolging van haar Heer spreken zijn apostelen daarom ook over deze Psalm. Bij Pinksteren noemt Petrus dit lied. Hij zegt dat Jezus (en niet David) is opgestegen en plek kreeg aan Gods rechterhand (Handelingen 2:34 en 35). Psalm 110 is, samen met Psalm 2, de meeste geciteerde Psalm in het Nieuwe Testament.

Daarom willen wij naar Psalm 110 luisteren. Juist op Hemelvaartsdag. We willen Christus kennen. Christus in wie al Gods schatten verborgen zijn (Kolossenzen 2:2 en 3). Wie is toch deze wonderlijke, hemelse vorst die alle macht in hemel en op aarde heeft (Matteüs 28:18) en die is opgestegen hoog boven alle krachten en machten (Efeze 1:20 en 21 en 1 Petrus 3:22[v])?

2         De priesterkoning. Terug naar Psalm 110.
Maar laten we niet overhaasten. Laten we eerst een stapje terug doen. Hoe lezen we Psalm 110? Psalm 110 is lastig. Over wie gaat dit lied? Boven de Psalm staat de naam van David. Een indrukwekkende, machtige koning wordt voor ogen gesteld. Een vorst die heerst over alle vijanden. De Psalm doet denken aan koningspsalm 2. Dat lied gaat ook over de koning, de Sion en vijanden die de koning moeten vrezen.[vi]

Maar wie is dan die ‘heer’ waartegen God de HEER spreekt (Psalm 110:1a)? Dat intrigeert. Gaat dat over Salomo die David opvolgt en door hem met ‘heer’ wordt aangesproken bij zijn troonsbestijging? Maar Salomo past niet goed bij het strijdtoneel van Psalm 110. Want Salomo was juist een vredekoning (Psalm 72). David was wel een oorlogskoning. Daarom mocht hij, al was hij koning naar Gods hart, Gods tempel niet bouwen.[vii] De bloederige taferelen waarvan wij vandaag schrikken als we Psalm 110:6 lezen, horen bij de strijd zoals die toen werd en, helaas, soms tot op de dag van vandaag gevoerd wordt. Een strijd die met de komst van Jezus niet meer zo gevoerd mag worden. In het Nieuwe Testament gaat het om de geestelijke strijd tegen (het) zonde(rijk).[viii] Dat vijanden als een voetbank voor je zijn, is een beeld dat bekend was in die tijd. Hier zie je een voorbeelden uit Egypte:

Prisoners Under the Footstool

Amenhotep II 1448-1420 BC plaats zijn voet op zijn vijanden. Afbeelding afkomstig van https://www.bible-history.com/ zie https://www.bible-history.com/past/footstool_egyptian.html

Interessanter is deze afbeelding: Farao Amenhotep II op schoot bij zijn verzorgster.

Maar deze afbeelding zegt nog het beste wat er in Psalm 110 staat. De farao zit op schoot bij zijn god – zoals een kind bij z’n vader op schoot zit (cf. Psalm 2 waar de koning Gods zoon heet). En zijn god heeft voor de farao zijn vijanden zijn als een voetbank onder hem gelegd (Psalm 110:1).[ix] Het gaat om een positie van goddelijke eer en macht.[x] Wat voor ons lastig te begrijpen is als we Psalm 110 lezen, moet voor toen helder zijn geweest. Vergelijk het met de huldiging van een sporter, waarbij tegenstanders wel eens (een beetje) belachelijk worden gemaakt. Of met de inauguratie van een president van een belangrijk land. Dat is live TV. Aan zoiets moet je denken bij Psalm 110.

De koning is ook eeuwig priester.
Als je er zo naar kijkt past David in de profielschets van Psalm 110. Is het lied dan een profetenwoord gericht aan David? Maar je krijgt het niet rond.

Om te beginnen klinkt er nog een Godswoord in Psalm 110. Een heel opvallend, aandachttrekkend woord. In een plechtige eed klinkt de aanstelling tot eeuwig priester naar de orde van Melchisedek (vers 4). Melchisedek kent Gods volk goed van hun stamhouder Abraham. Melchisedek was door God aangesteld tot priesterkoning van Salem (Genesis 14:18, cf. Hebreeën 7 e.v. ) Je gedachten gaan bij Psalm  110 dan uit naar David die Jeruzalem innam en daar de belangrijkste stad van maakte. Het zou dan een kroningslied over David kunnen zijn. Maar David is nooit priester geweest. Hij ging het volk wel verschillende keren voor in lofzang en gebed. Maar hij kwam niet uit de stam waar de priesters uitkwamen. In Israël werden die twee ambten (en zeker ook het profetenambt) uit elkaar gehouden. David past niet in dit deel van Psalm 110.

Psalm 110: na de ballingschap.
Daar komt nog iets belangrijks bij. Psalm 110 heeft een plek gekregen in de liederen van na de ballingschap. Na de teloorgang van Davids huis en de ballingschap (73-89) gaan de Psalmen een toontje lager zingen van mensen zoals David en een toontje hoger van God.[xi] De HEER is koning – jubelen de Psalmen opgelucht (Psalm 93 e.a.).[xii] Je verwacht geen jubellied als Psalm 110 meer over menselijke vorsten (cf. Psalm 146:3). Al helemaal niet in de wonderlijke, aantrekkelijke combinatie met het eeuwige priesterschap.

De realiteit is dat Gods volk na de ballingschap weinig meer voorstelde. De tempel werd herbouwd. Maar onder het volk leefde het idee dat de vroegere aantrekkingskracht nooit meer bereikt kon worden (Ezra 3:12, Haggaï 2:3). En koningen als David zijn er niet meer geweest.

Hoop.
Er gebeurde wel wat anders onder Gods volk. Men bleef dromen en hopen. Juist in de ballingschap worden die dromen aangewakkerd, zo hebben we bijvoorbeeld in het Bijbelboek Ezechiël gehoord.[xiii] Sterker: Gods volk ging verwachten dat God zelf naar de (tweede) tempel zou komen. Wat een feest zou dat zijn. Alles wordt nieuw. Het leven wordt goed.

Ik denk dat Psalm 110 op deze manier het beste te duiden is. Als een lied van hoop. Hoop op volledig herstel. En dan niet overal een plusje erbij. Alsof het gaat om een koning die iets beter is dan David, een priesterschap dat net wat duurzamer is en een tempel die wat steviger staat. Nee. Eindeloos, eindeloos beter. Want – hoe wonderlijk dit lied ook is: wat een perspectief klinkt hier! Kijk eens. Een koning waarbij het recht volledig gehandhaafd is. Geen enkel kwaad is daartegen opgewassen.

En toch is deze vorst geen tiran zoals Oosterse vorsten toen waren (of nog zijn). Deze koning is niet aan de macht omdat hij gelukkig wordt van macht en de uistraling die daarbij hoort. Dat blijkt uit verschillende dingen. Zijn volk dient hem gewillig (Psalm 110:3 Statenvertaling). Mensen willen bij hem horen. Dat zegt iets van het karakter van de koning. En het blijkt vooral hieruit: deze machtige koning is ook priester. Een die barmhartig is. Een die bidt voor zijn mensen. Waar je naartoe kunt met je zonden en wonden om vergeving en genezing te ontvangen. En deze priesterkoning is er voor eeuwig en altijd (Psalm 110:4b). Aan zijn koninkrijk komt geen einde. Altijd weer fris en vol energie is hij (Psalm 110:7). Wat een hoop. Psalm 110 is als het Groningse landschap; eindeloze verten.

Daar komt iets belangrijks bij. De hoop van Psalm 110 is niet blind voor de realiteit (zie boven). Dat blijkt uit de Psalm die er pal voorstaat. Daar is koning David aan het woord die er helemaal doorheen zit en Gods hulp inroept (Psalm 109:22-27). Na dat zwakke lied komt in Psalm 110 een onvoorstelbaar krachtig signaal van hoop. Alsof Psalm 110 een antwoord is van God op een hulproep van zijn zwakke volk.[xiv] God gaat herstellen. Gebeden worden verhoord. Niet een beetje maar ver, ver boven onze verwachting uit.

3         Onze hemelse priesterkoning Jezus.
Gemeente, kijken we zo naar onze hemelse koning Jezus. En vieren we om hem Hemelvaart. Hij is de koning die niet kwam om gediend te worden maar om te dienen en zijn leven te geven (Marcus 10:45[xv]). Kroningsdag begon toen de soldaten hem een doornenkroon gaven. Jezus van Nazaret koning van de Joden, zo luidt het opschrift op het vloekhout van Golgota.

Gekruisigde priesterkoning.
Deze gekruisigde Jodenkoning is de koning van de wereld. Dwaasheid – zeggen wij. Dát is toch geen macht? Nee. Voor ons niet. Wij gooien er nog een wetje of regeltje tegenaan. Of slaan met de vuist op tafel. En anders hebben we een nog een slimmigheidje of een geweldig idee. Maar God heeft iets gedaan dan ons verstand te boven gaat. Hij is Jezus mens geworden en heeft de zonde op zich genomen (1 Petrus 3, 2 Korintiërs 5). Hij heeft macht ons te vergeven (Hebreeën 7 e.v.).

Een gekruisigde priester? Onmogelijk. Blasfemie – zeggen gelovigen; dat verhoede God! Ja. Zo denken wij. God is voor ons een cleane, onbereikbare God die hoog en droog boven de wolken troont. Maar Golgota doorkruist onze gedachten. In de melaatse hogepriester reinigt God zelf ons van alle zonden. Hij neemt ze op zich (Johannes 1:36 en 1 Johannes 1:9). Jezus heeft macht ons te genezen.

Evangelist Johannes heeft nog het beste begrepen dat Golgota verhoging is, een troon voor de koning.[xvi] Daar begint Psalm 110 in vervulling te gaan. Met de Statenvertaling lezen we vers 2 zo dat ‘mijn Heer’ zal heersen te midden van zijn vijanden. Nog niet wordt de vijand verpletterd (zoals Psalm 110 verderop in vers 6 wel zegt). Het is grootser. Wonderlijker. De koning heerst midden tussen hen, de vijanden, in. Dat is Golgota. Jezus heerst midden

  • tussen de spotters.
  • tussen de zonde van twee (medegekruisigde) zondaren in.
  • in onze samenleving die zegt dat God helemaal niet bestaat.
  • in jouw leven waarin jij kunt twijfelen, zondigen en zult sterven.

En door zo als koning te heersen te midden van al onze sores
GENEEST JEZUS (priester)
en trekt hij ons naar zich toe.

De gekruisigde priesterkoning. Te midden (Psalm 110:2) van zonde, dood en tegenstand heerst en geneest hij.

Zó is hij onze priesterkoning. Een die de macht heeft om onze harten te winnen, onze levens in zijn dienst te zetten.

AAN ZIJN FANTASTISCHE RIJK KOMT GEEN EINDE (Psalm 110:4, Hebreeën 7, Nicea)

Gemeente, kijk naar je koning. Vier Hemelvaart. Dat feest maakt compleet wat begon op Golgota. Ver boven alle machten en krachten verheven is hij. En daarom is het vandaag feest in de kerk.

Onze hemelse koning Jezus is geen tiran. Hij zoekt je hart. Vandaag. Hij wil je dat hem graag dient, nu en morgen (Psalm 110:3a). Van harte belijdenis doet van je geloof. Hem dient in zijn koninkrijk. Volhoudt in tijden van tegenslag. Trouw bent ten opzichte van de ander. Goed doet. Eerlijk bent. Het evangelie verder brengt.

Jezus is priester. Maar niet van heilige boontjes die zo goed mogelijk hun best doen. Hij bidt voor ons (1 Johannes 2:1, Catechismus 18, het eerste antwoord bij vraag 49). Zo worden we heilig en gered. Jezus werkt door. En zet zijn werk kracht bij door het Pinksteren te laten worden. Eindeloze Energie van boven (Psalm 110:7). Zodat wij ook elkaar helpen en genezen, goed zijn voor anderen om ons heen.

Boven alle verwachting uit.
Bijna is de preek nu uit. Toch is het goed nog een ding te noemen. Al gezegd is dat het verpletteren van vijanden (Psalm 110:6) vandaag de geestelijke strijd (jihad[xvii]) betekent.

Op nog een andere manier komt het Nieuwe Testament hierop terug. De laatste vijand die verpletterd wordt is de dood (1 Korintiërs 15:26 en 27, citaat Psalm 110, cf. Jesaja 25). Alles wordt nieuw. Niet een beetje beter. Maar, net als in Psalm 110, ver boven ons bevattingsvermogen uit. Niet meer die kracht die alles vernielt en ons eronder houdt. Maar leven. Goed leven. Ten volle leven. Eerlijk, rechtvaardig leven. Onze hemelse priesterkoning staat er zelf garant voor. Hij is dat leven (1 Johannes 5:20).

Hulde aan onze hemelse priesterkoning.
Een gezegende Hemelvaartsdag gewenst.


Zie Wat vieren we bij Hemelvaart (2014) en onderaan die preektekst voor andere preken bij Hemelvaart.

[i] Zie Dat ene grote mysterie. Inleiding op een serie Marcuspreken.
[ii] Zie God, de enige God, is in Jezus onze naaste geworden. Preek Marcus 12:28-37.
[iii] Zie De aangifte van Jezus van N. Preek Marcus 14:53-72. En zie de preek Hemelvaart; Jezus komt eraan.
[iv] Zie Hoe alles verandert en gelijk blijft. Preek over het tweede Marcusslot. Voor de vraag naar de manier waarop Marcus eindigt (16:9 of 16:20) zie voetnoot 1 van de preek De Schrik van je leven. Preek Marcus 16:1-9.
[v] Over deze tekstomgeving ging het recent in de preek Hier is het elke dag Pasen (Efeze 1:19).
[vi] Zie The return of the king. Preek Psalm 2. Ook bij dat lied (zie preek) wordt duidelijk dat David niet geheel, soms geheel niet, samenvalt met de Psalm. Dat ontspant bij de uitleg van Psalm 110.
[vii] Zie Laat het oordeel aan God. Bijdrage interreligieuze dialoog over religie en geweld.
[viii] Zie daarvoor de bijdrage bij de voetnoot pal hierboven
[ix] Zie hier voor toelichting bij die afbeelding.
[x] In de westerse cultuur komt de a-christelijke leer op van het zogenaamde ESS (Eternal Submission of the Son; eeuwige onderwerping van God de Zoon aan God de Vader). Zie hiervoor

Een enkele keer hoorde ik christenen hierbij een verwijzing maken naar Jezus’ zitten aan Gods rechterhand. De gedachte is dan dat het, hoewel machts- en erepositie, toch niet hetzelfde is als de positie die God de Vader heeft en dat de Zoon blijkbaar minder is dan de Vader. Het komt er hier op aan. God is niet gebonden aan links en rechts zoals wij dat zijn; Hij is God. Wreekt zich hier dat de leer van de vroege kerk vandaag onbekend (en onbemind is)? Zie hoofdstuk 3. De God van de filosofen, de God van Mozes uit Mijn Vader, uw Vader van Van de Beek (2018). ‘Jezus is God… God is zowel de almachtige Schepper en het hoogste Wezen als de lijdende Jezus die … sterft aan het kruis…. Terwijl het … zinvol is om te onderscheiden tussen de Almachtige Vader en de gezonden en tot de dood gehoorzame Zoon, holt een strikte scheiding tussen beide de belijdenis ‘Jezus is God’ uit. Het is juist deze belijdenis die centraal staat in het christelijke geloof. Hij is God uit God, van hetzelfde wezen met de Vader. Alles wat over Jezus wordt gezegd, wordt gezegd over Hem die zojuist beleden is als God’ (85, 86). Theologisch zijn hier aan de orde:

  • de werken van God zijn naar buiten toe ongescheiden;
  • het spreken over perichorese (doordringing) van de Vader in de Zoon en omgekeerd;
  • het (blijvend) afwijzen van het modalisme (de leer waarin het slechts gaat om eenzelfde God die zich, in de loop van de tijd, in verschillende verschijningen laat zien); wij geloven in één God die zich kenbaar maakt als Vader, Zoon en Heilige Geest.

In dit verband is het slot van Psalm 110 trouwens interessant. Daar staat ineens: ‘de Heer aan uw rechterhand’. Vindt er hier een omwisseling plaats en/of zijn de ‘de Heer’ en ‘de HEER’ zo nauw aan elkaar verbonden dat het onderscheid niet gemaakt kan worden? Er is discussie in de uitleg over de Psalm of het einde van het lied gaat over God of de koning. Ik heb geen tijd gehad om dit punt verder uit te zoeken.

[xi] Zie Toegewijd en trouw leven. Een inleiding op een serie preken over de Psalmen (OnderWeg, 2016).
[xii] Zie een preek over Psalm 93.
[xiii] Zie KNOWN. Een korte inleiding op Ezechiël. In het verband van hoop in ballingschap is te denken aan de indrukwekkende belofte die voorafgaat aan Gods oordeel over Jeruzalem en de tempel. Zie Hoe God bij mensen woont. Preek Ezechiël 11.
[xiv] Zo gaat het vaker in de Psalmen. Neem Psalm 88, zie Een vriend in de duisternis (preek). Die Psalm moet je niet geïsoleerd lezen maar in samenhang met Psalm 90 en daarna Psalm 91. Zie de uitleg in de preektekst over Psalm 88. (Denk ook aan Psalm 23 als vervolg op Psalm 22). En dat de koning en het volk elkaar afwisselen; zie de samenhang tussen Psalm 50 (Israël moet zich bekeren, zie preek daarover) en Psalm 51 (de koning bekeert zich, zie preek daarover).
[xv] Zie Hoe dichtbij mag het evangelie komen. Preek Marcus 10:45.
[xvi] Zie Op een nieuwe manier mens worden en de onmacht van de wereld en de macht van Jezus en Jezus tot op het kruis verhoogd. Drie preken over het Johannesevangelie.
[xvii] Zie Wees een christen-jihadist. Preek Hebreeën 12:2.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
Psalm 24:1, 4 en 5 nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-24
Gebed
Kindermoment: Wat is Hemelvaart? https://www.youtube.com/watch?v=2lj4EksxNzw
Zingen Elk oog zal Hem zien (http://www.aanvullingspagina.nl/Teksten/op%20de%20wolken.htm)
Lezen Marcus 12:35-37, 14:60-63 en 16:15-20 svp kort inleiden/situeren
LB 661:1a,2v,3m,4v,5m en 6a
Lezen Psalm 110
Zingen heel Psalm 110: http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-110
Verkondiging Hulde aan onze hemelse priesterkoning
Psalm 72: 2,3,4 http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-72
Geloofsbelijdenis Nicea
Psalm 72: 6 en 7 http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-72
Dankgebed en voorbede
Collecte
GK 101:1,3 en 5
zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.