Hoe de wereld op haar einde loopt. Preek Ezechiël 24

Ezechiël 24 is een intriest hoofdstuk; zowel voor de gelovigen van toen als voor de profeet Ezechiël persoonlijk. (Hoe) horen we hierin het evangelie? Een voorbeeldliturgie staat onderaan de preektekst.

1.        Het dieptepunt is bereikt.
In m’n studententijd kochten mijn huisgenoot en ik in het weekend – doe eens luxe – eens een stuk vlees bij de slager. Het moest weet-ik-veel-hoeveel uur braden/stoven. Ondertussen werden we gevraagd door gemeenteleden om daar op te komen passen. Aantrekkelijk want zij hadden een fatsoenlijke TV en een koelkast+ vol. Uiteraard dachten we geen seconde aan de pan die op het  vuur stond. Toen we na middernacht thuis kwamen, walmde de rook ons tegemoet toen we de deur opendeden. Het vlees en de botten waren verkoold en zelfs de pan was begonnen te smelten. Een vreselijke stank hing in heel het huis. Zelfs na uren luchten was de stank niet weg.

Zo gaat het in Ezechiël 24. Het moet vreselijk hebben gestonken toen Ezechiël een pan met excellent vlees erin op het vuur zette (Ezechiël 24:4 vv). Alles moest verbrand worden. Het is nog een levensgevaarlijke opdracht ook. Makkelijk zou het huis in de fik kunnen vliegen. 1-1-2 bellen was er in die tijd niet bij. Voor je het wist was er een (stads)wijk verloren aan het vuur.

Scharnierhoofdstuk.
Gemeente, vandaag luisteren we voor het laatst van het seizoen 2018/9 naar Ezechiël. En dan is hoofdstuk 24 passend. Dat is een scharnierhoofdstuk. Ezechiël moet de datum noteren (Ezechiël 24:2). Want waar het in heel het Bijbelboek van Ezechiël tot nu toe over ging en wat niemand wilde geloven, begint werkelijkheid te worden: Jeruzalem gaat eraan.[i] Ezechiël moet het (vooraf) noteren zodat duidelijk wordt dat hij echt Gods profeet is (Deuteronomium 18:18-22, zie Ezechiël 24:25&26 en 33:21&33). Met hoofdstuk 24 is dan ook het dieptepunt van dit Bijbelboek bereikt.

Wie Ezechiël nauwkeurig leest, ontdekt hoe goed het in elkaar steekt. Hoofdstuk 33 is het spiegelbeeldhoofdstuk van hoofdstuk 24. Daar brengt een uit de puinhopen van Jeruzalem overlevende het bericht van de ondergang. Ezechiël krijgt dan opnieuw een aanstelling van God. En vanaf dat moment, uit de puinhopen, komen er ongehoord bevrijdende en verstrekkende profetieën:

  • een nieuwe herder/leider (hoofdstuk 34),
  • de opstanding uit de dood en de uitstorting van de Geest (hoofdstuk 37),
  • de vernietiging van het kwaad (hoofdstuk 38 en 39) en
  • een nieuwe hemel en aarde (de tempel in de hoofdstuk 40-48).

Wat een vooruitzicht!

En tussen de scharnierhoofdstuk 24 en 33 staan de oordeelshoofdstukken over de volken. Hoewel God met zijn volk te maken heeft – Gods oordeel begint met zijn huis (1 Petrus 4:17) – is en blijft God HEER van de wereld.[ii] Nieuwtestamentisch gezegd: iedere knie zal buigen en elke tong zal belijden dat Jezus Heer is (Filippenzen 2:10&11). Gods vrederijk komt. Wat een feest zal dat zijn. Leven in alle volheid. Vandaag luisteren we naar Ezechiël 24.

Jezus volgen.
Gemeente, vanuit de inhoud van de verkondiging gezien sluiten we een bijzonder jaar af.[iii] Sommigen zeiden hoeveel ze eraan hebben om bij (de boodschap van) Ezechiël bepaald te worden. Anderen zeiden dat het luisteren naar Ezechiël best (wel eens) heftig, inspannend of moeilijk was. En je kunt er soms niet gelijk iets concreets mee als je maandag op je kantoor zit of stage loopt.
We zijn blijven luisteren. We hebben niet gedaan wat je vandaag bij telefoonabonnementen kunt doen: maandelijks de belminuten of MB’s omlaag of omhoog doen, al naar gelang je behoefte. Zo kun je ook Bijbel lezen of christen zijn. Die delen uit het geloof en de Bijbel nemen die je goed uitkomen. In Ezechiël gaat het, op een specifieke manier, om Gods heiligheid en Gods (herstel)recht. En zo gaat het ook in dit boek over Jezus (Johannes 5:39b). Hem willen we volgen in zijn weg van lijden naar heerlijkheid. Hoe vreemd zou het dan zijn het moois (Ezechiël 34 vv) aan te nemen maar wat moeilijk is en/of ons minder uitkomt niet.

Onze tijd en cultuur.
Bovendien staat Ezechiël 24 nu ook weer niet zo ver van onze tijd en cultuur af. Verschillende denkers (o.a. Philipp Blom) analyseren dat we op een scharnierpunt staan omdat onze manier van leven onhoudbaar is. Talloze boeken en films laten een apocalyptische wereld zien van na de grote klimaatramp die de wereld (dan) getroffen heeft.

Hedendaagse boeken beschrijven de (post-)apocalyptische wereld na een klimaatramp. Deze boeken worden verfilmd. Neem het boek The Road (Mc Carthy, Random House, New York 2006, foto jmh). We lezen en kijken omdat we inzien dat de boodschap ertoe doet. Ondertussen zouden gelovigen (het apocalyptische) Ezechiel links laten liggen?

Die boeken lezen we. Naar die films kijken we. En we proberen de boodschap daarvan ons aan te trekken.[iv] En dan zouden we Ezechiël alleen lastig vinden?

2.      De dag van de HEER.
Terug naar hoofdstuk 24. Dat hoofdstuk is een antwoord van God.[v] De (geestelijke) elite had gezegd zich in Jeruzalem thuis te voelen. Hoewel hun godsdienst onzuiver was en ze hun naasten mishandelden waanden ze zich daar veilig omdat ze de tempel en Jeruzalem hadden (Jeremia 7[vi]). Ze zeiden dat op deze manier: ‘we zitten hier als vlees in een pot’ (Ezechiël 11:3).[vii] Goed, zegt God. Dan zal ik het vuur onder die pot opstoken.[viii] Al het vuil moet eruit (Ezechiël 24:6). Al het vuil dat zich door de loop van de jaren heeft vastgezet (Ezechiël 24:12&13).[ix] Het gaat hier over de inname en verwoesting (vuur) van Jeruzalem en de tempel.

Ezechiël 24 en de jongste dag.
Gemeente, de valkuil is dat we deze tekst lezen als een geschiedenisles. Iets over het verleden (waar we mogelijk wat van kunnen leren). Maar deze tekst gaat over de toekomst. De toekomst van Gods volk toen en Gods volk nu. De toekomst van alle mensen. Deze tekst gaat over wat in heel de Bijbel de dag van de HEER heet (Ezechiël 7).[x] De dag die wij kennen als de (weder)komst, de dag van Jezus, de jongste dag. In het apocalyptische 2 Petrus staat dit over die dag:

De tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur…

De dag van de Heer zal komen als een dief. De hemelsferen zullen die dag met luid gedreun vergaan, de elementen gaan in vlammen op, de aarde wordt blootgelegd en alles wat daarop gedaan is komt aan het licht.
(2 Petrus 3:7 en 10. Zie Lucas 12:49, Hebreeën 12:29)[xi]

Gemeente hoe indrukwekkend is dit. In Ezechiël 24 hoor je al iets van wat later in het evangelie veel duidelijker wordt. En begin dan bij Jezus! Jezus zegt vuur op aarde te zullen brengen (Lucas 12:49). De Heer zegt dat het moment komt waarop alle doden zijn stem zullen horen en uit hun graf zullen komen: wie het goede gedaan heeft staat op om te leven, wie het slechte gedaan heeft staat op om veroordeeld te worden (Johannes 5:25, 28&29, cf. 2 Korintiërs 5:10 en Hebreeën 9:27). Met het oog op dat moment lezen wij Ezechiël 24.

Gemeente: verwacht deze dag. Schuif die niet weg of doe het niet als een sprookje maar houd er rekening mee. Ja, doe dat met vrees en beven – want wie zijn wij? Maar toch ook in vertrouwen op God omdat Hij alles nieuw maakt (2 Petrus 3:13). In vertrouwen op Jezus die niet alleen spreekt van het vuur dat hij op aarde komt brengen maar dat gelijk laat volgen door de doop die hij moet ondergaan (Lucas 12:50). Dat gaat over Golgota waar Jezus Gods oordeel draagt. Alleen zo is er redding op de dag van de Heer (1 Tessalonicenzen 1:10). In hem die niet alleen onze rechter maar ook onze redder is. Net zoals er voor Gods volk in Ezechiëls tijd alleen redding was voor degenen die zich, na berouw en boetedoening, tot God keren en van Hem vernieuwing verwachten.[xii] Met Ezechiël hopen we op de opstanding van de doden en de eeuw die komt (Ezechiël 37 en 40-48, Nicea).

3.     Jezus volgen.
Dan komt er nog iets bij. Iets dat bizar en angstaanjagend is. Ezechiël had al geen makkelijk carrière gehad als profeet. Op het moment dat hij normaal gesproken in priesterdienst zou gaan, werd hij – in het heidense Babel – geroepen als oordeel-profeet (Ezechiël 1).[xiii] Vervolgens werd hij zo op rantsoen gezet dat hij maar net kon overleven (Ezechiël 4).[xiv]

Maar wat er nu gebeurt…

Ezechiël zal zijn vrouw verliezen. Plotsklaps. God zegt het aan. Waarschijnlijk was zijn vrouw nog maar begin twintig. Nee, Ezechiël verloor niet ‘zijn vrouw’ maar ‘het liefste wat je hebt’ (de lust uwer ogen, Statenvertaling). Er klinkt intimiteit in door. Want wat zal Ezechiël zich alleen hebben gevoeld met zijn meer dan tegendraadse verkondiging. Maar ze hadden in ieder geval elkaar nog. Tot die dag. Afgrijselijk.

Waarom?
Er is een gezang dat klagend heet ‘Waarom moest ik uw stem verstaan?’ Het lied begint zo:

Gij maakt mij steeds meer vreemdeling
Ontvreemdt Ge mij dan, ding voor ding,
al ’t oude en vertrouwde?
O blinde schrik, mag ik
niet eens mijzelf behouden?
(Liedboek 941)

Ezechiël heeft die werkelijkheid ervaren. Ezechiëls beproeving is op dit punt zwaarder dan die van Abraham toen hij zijn zoon moest offeren. Want ‘de vader van het geloof’ mag uiteindelijk nog met zijn zoon naar huis (Genesis 22).[xv] Ezechiël verliest echt alles. En hij mag niet rouwen (Ezechiël 24:16). Voor hem is het de volgende dag business as usual; preken tegen mensen – die koppige mensen die toch niet willen luisteren. Ezechiël is immers een ‘teken’ voor het volk (Ezechiël 24:19-24).[xvi] Zoals Ezechiël niet mag rouwen zo mag het volk straks niet jammeren om de puinhopen van Jeruzalem en de tempel, ‘het liefste wat zij hebben’.

Dieptepunt.
Gemeente, wat is dit? Worden mensenlevens zo niet slechts een instrument in Gods (willekeurige) hand? Tast God je geluk aan; op zo’n brute wijze? Dit gaat in tegen al ons hedendaags gevoel van menselijkheid en eerlijkheid. Ja. De Bijbel voldoet niet aan onze westerse normen. En inderdaad: je mag en moet zeggen dat dingen die in de Bijbelse tijd zo gingen, nu anders gaan in het leven met God. Denk bijvoorbeeld aan het geweld in Gods naam.[xvii] En daar hoort ook deze geschiedenis van Ezechiël 24 bij. God is niet stil blijven staan bij de tijd van toen.

We horen niet wat Ezechiël ervan vindt. Het blijft akelig stil. Bij zijn voorganger en klaagprofeet Jeremia hoor je zijn gekerm als hij in de penarie zit (Jeremia 15 en 20).[xviii] Dat maakt het in onze ogen in ieder geval een stuk normaler. Waarom geen woord van Ezechiël? Was Ezechiël zo vroom of juist niet (zie de klaagpsalmen)? Of was hij zo sterk (Ezechiël betekent: God maakt sterk) – omdat hij zoveel van Gods heiligheid heeft gezien? Of blijft Ezechiëls reactie, horend bij zijn specifieke roeping, bewaard tussen God en hem (1 Johannes 4:20b, Openbaring 21:4a)? Hoe dan ook; het dieptepunt van Ezechiëls profetieën valt samen met het persoonlijke dieptepunt van zijn leven. Ezechiël 24 is echt een ellendig hoofdstuk. In alle opzichten.

Kruisdragen.
En toch, gemeente. Toch is het zaak hier niet te stoppen maar een stap extra te zetten. Waar je aan de ene kant kunt zeggen dat God verder is gegaan in de tijd is aan de andere kant te zeggen dat de pijn van deze geschiedenis hoort bij het evangelie.

Ezechiël verloor ‘het liefste wat hij had’. Hoor je!? God had de wereld zo lief dat Hij zijn eniggeboren, zijn geliefde zoon gaf (Johannes 3:16, Marcus 1:11)![xix] Business as usual voor Ezechiël toen hij zijn vrouw verloor. Zo ging het ook op Golgota. Precies zo. Een doodnormale werkdag voor de Romeinse soldaten die Jezus aan het kruis sloegen. Spottend hoongelach – ja, zo ging dat nu eenmaal bij een kruisiging. Er viel daar niks (bijzonders) te zien. Golgota is in alle opzichten alleen maar ellende.

Voor de soldaten die Jezus kruisigen is Golgota business as usual. Ook de spot die Jezus ten deel valt hoort bij deze dood. Er is niets bijzonders te zien. Zo heeft God zich in Jezus gegeven en wordt het schokkende Ezechiel 24 vervuld. Volg mij – zegt Jezus!

En zo komt Ezechiël 24 dichtbij. Ezechiël ervaart de blinde schrik van het geloof (LB 941). Dat gaat over het volgen van Jezus. Neem je kruis op je, verloochen jezelf en volg mij – zegt de Heer. Niet tegen een supergelovige of een enkeling spreekt de Heer. Jezus zegt het tegen allen die zijn stem horen. Tegen jou. Tegen mij. Tegen ons. Apostelen, profeten, priesters, koningen, Gods dienaren, zijn eigen kinderen lopen daarin voorop.[xx] Het evangelie gaat de wereld in in de vorm van het kruis.[xxi] En bij die weg hoort deze belofte: wie het om Jezus’ wil verliest – wie/wat het ook maar is – zal het honderdvoudig terug krijgen en het eeuwige leven ontvangen (Matteüs 19:29).

Doop en avondmaal.
Bij het afsluiten van het luisteren naar Ezechiël in 2018/9 stuiten we op dit woord van Jezus, gemeente. Op de schat van het evangelie, diep verborgen in de wereld.[xxii] We kunnen Ezechiël dicht (willen) laten. Ja. Daarvoor zijn nogal wat redenen te bedenken. Maar we kunnen niet om Jezus heen. Er staat een kruis in het midden van de wereldgeschiedenis. Bij iedere doop bidden we:

geef dat … elke dag zijn/haar kruis blijmoedig op zich neemt en Jezus volgt door hem aan te hangen met waar geloof, vaste hoop en vurige liefde.

We bidden dat. Geloven we dit? Leven we zo (voor)?

Als we avondmaal vieren zeggen we (met het formulier) Paulus na:

Met Christus ben ik gekruisigd. Ik leef niet meer maar Christus leeft in mij.

Dat zeggen we. Geloof je ook zo? Leef je zo? Dit is de weg naar leven. De weg van Ezechiël is het smalle spoor achter Jezus aan.

Land in zicht.
Ik rond de preek af. En dan kom ik terug op dat lied uit het Liedboek waar het net over ging. Het lied dat klagend zingt Waarom moest ik uw stem verstaan? Het lied eindigt niet met klagen maar in hoop. Zo sluit het lied af:

Spreek Gij dan in mijn hart en zeg
dat het zo goed is, dat die weg
ook door uw Zoon gegaan is,
en dat uw land
naar alle kant
niet ver bij mij vandaan is.
(Liedboek 941:4)

Zo is het. Land in zicht, mensen! Ezechiël heeft het vanuit de verte gezien. Jezus geeft ons vaste grond onder de voeten. Zijn naam zij geprezen.

—————————————————————–
Deze preek hoort bij een serie. Zie KNOWN. Korte inleiding op preken over Ezechiël.

[i] Zie bijvoorbeeld hoofdstuk 3 &4, de preek Profetie next level. Ezechiël als teken aangesteld. De manier wat Jeruzalem eraan gaat is veelzeggend. Gód stuurt in de heidense afgodenpraktijk de koning van Babel naar Jeruzalem toe (Ezechiël 21:23-28). Dat God oordeelt in zondige praktijken van mensen (gelovig of ongelovig) blijkt het meest duidelijk in de moeilijke verzen van Ezechiël 20:25&26 waarin God het subject van verontreiniging van zijn volk zegt te zijn. Zie daarover de preek Hoe God trouw is in vloek en zegen.
[ii] Juist Gods verschijning in heerlijkheid in (het heidense!) Babel aan het begin van Ezechiël laat dat zien. Zie preek 1 en preek 2 over het roepingsvisioen van Ezechiël. En zie de preek over de afgodendienst – men dacht dat God een lokale god was of de god voor een bepaald deel van het leven.
[iii] Niet alleen Ezechiël stond op het preekrooster. Neem bijvoorbeeld een serie preken over thema’s door de gemeente aangedragen en, uiteraard, de erediensten op christelijke feestdagen en belijdenis doen.
[iv] Zie Over klimaatverandering en geloof. Preek Ezechiël 18. Het denken van Blom kwam in een preek over het apocalyptische 2 Petrus 3 ter sprake.
[v] Zo gaat het vaker in het evangelie; goddelijke reactie op menselijk ongeloof. Denk aan de gelijkenis van Jezus over de pachters van de wijngaard, zie een preek over dat deel van Marcus 12. Ook is te denken aan Jezus’ zelfaanduiding ‘Ik ben de stralende morgenster’ (Openbaring 22). Daarin klinkt oppositie ten aanzien van ieder die zichzelf  als ster ziet, zie een preek over dat deel van Openbaring 22.
[vi] Over het verband tussen Jeremia en Ezechiël zie de 2de inleidende preek over Ezechiël.
[vii] Zie Hoe God bij mensen woont. Preek Ezechiël 11. Dit hoofdstuk profeteert over het dieptepunt van het Oude Testament; Gods vertrek uit de tempel en Jeruzalem.
[viii] Het vuur is afkomstig van Gods verschijning in heerlijkheid (hoofdstuk 1, zie bij voetnoot vi). God gooit dat vuur over de stad en de tempel, zie preek over Ezechiël 10.
[ix] In beeldspraak zegt God hoe zijn volk zich door de loop van de generaties steeds van Hem afkeerde. Zie preek hoofdstuk 15 (beeld van een wijnstok), preek hoofdstuk 16 (beeld van een huwelijk). In rechtstreekse taal komt dit nog harder over, zie de preek over Ezechiël 20.
[x] Zie De dag van de HEER. Preek Ezechiël 7.
[xi] Zie Richt je op Gods dag. Oudejaarspreek 2017 over 2 Petrus 3.
[xii] Zie bijvoorbeeld in de preek over hoofdstuk 11 (noot vii) en hoofdstuk 20 (bij noot ix). Het lijkt onvoorstelbaar maar er blijft verzet onder Gods volk, ook nadat Jeruzalem is verwoest.
[xiii] Zie 2de inleidende preek over Ezechiël 1, zie noot vi.
[xiv] Zie Ezechiël als teken aangesteld, zie noot i.
[xv] Zie God heeft zijn eigen zoon niet gespaard. Preek Genesis 22.
[xvi] Ezechiël was ‘als teken’ aangesteld; dit betreft het bijzondere karakter van zijn profeet-zijn. Zie Profetie next level, bij noot i.
[xvii] Zie Laat het oordeel aan God. Een bijdrage in het interreligieus gesprek over religie en geweld (2015).
[xviii] En alles mag je God toeroepen, zie bijvoorbeeld de Psalmen, preek Psalm 88. Jeremia gaat op een punt te ver (Zie Jeremia 15:18 en 19).
[xix] Daarom is de gedachte dat er een kwade/woeste/hatende God is die pas tevreden is gesteld als Hij bloed ziet (Golgota) zo erg; Jezus is Gods geliefde zoon. Zie de preek Waarom spreken we van Goede Vrijdag? (Marcusserie 2018). Tegelijk blijft het zaak met meer woorden te spreken. Het gaat om Gods liefde en recht. Dat God de zonde en zondaar opbrengt en oordeelt; dát moge duidelijk worden uit Ezechiël. Wie dat loskoppelt van Golgota houdt evenzeer een gemankeerd evangelie over.
[xx] Zie de preek over God en lijden, de 2de preek Mijn God, waarom? (De preek is een tweeluik).
[xxi] Zie Hoe alles verandert en hetzelfde blijft. Preek over het (2de) slot van Marcus. Zie ook de 1ste brief van Petrus (bijvoorbeeld preek over hoofdstuk 1).
[xxii] Het vroegste evangelie, Marcus, lezend is te zeggen dat het evangelie te zien is als een verborgen schat. Zie de korte inleiding op een serie Marcuspreken.

Voorbeeldliturgie
Welkom
Votum
Groet
Psalm 65: 1 en 3 (GK)
verbondswoorden
PvN 130 Uit de diepten
Gebed
Kinderen naar voren: zomerfeest!
Kinderlied
Lezen Ezechiël 24 Hoe de wereld op haar einde loopt.
GK 113:1a, 2m, 3v en 4a (Alle mensen moeten sterven)
Verkondiging Hoe de wereld op z’n einde loopt
GK 139: 2, 5 en 6 U looft d’apostelschaar
Dankgebed en voorbede, afgesloten met
GK 37:3 en 4 (Onze Vader)
Psalm 147: 1 en 4 (belofte van herstel) nieuwe berijming http://www.denieuwepsalmberijming.nl/berijmingen/psalm-147
Zegen

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.