‘Bijbelse’ vrouwelijke ambtsdragers. Gedachten bij het deputatenrapport GKv

(Een korte samenvatting van onderstaande longread-blog vind je hier)

Twee keer achter elkaar krijgt de synode van de GKv een rapport op tafel dat pleit voor het openstellen van alle ambten voor vrouwen. Blijkbaar is de GKv nu echt ‘om’. Juichkreten klinken: de synode kán nu niet anders dan meegaan in het (unanieme) voorstel van de deputaten. Wantrouwen, verwijten en zelfs dreigementen klinken ook, in soorten en maten.

Ik was niet van plan mee te doen in dit koor van stemmen. Niet alleen omdat ik me vaak genoeg publiek heb uitgesproken in deze kwestie[i] en het zo wel mooi is geweest. Maar ook omdat mijn collega Ruard Stolper zei dat men moet ophouden te spreken met grote woorden en het woord aan de synode(leden) te laten (Nederlands Dagblad, 4 november). Dat laatste ben ik niet met hem eens. Er is juist, op weg naar die synode, expliciet tijd en discussieruimte gecreëerd. Ik denk dat die ruimte niet alleen nodig maar ook belangrijk is als we samen verder willen komen. De aandacht die mijn collega Stolper vraagt voor de manier waarop we de discussie voeren vind ik wel terecht. Ik hoop hierin zuiver te handelen. Daarbij heb ik voor ogen de discussie in onze kerken te dienen. Mijns inziens is er op een aantal punten nog wel winst te boeken in deze discussie.

Eerlijk
Over veel van het rapport, te vinden op gkv.nl, hoeft het volgens mij niet lang te gaan. De hoofdstukken zijn: de Bijbel en ambten, de ambten, de praktijk en de zusterkerken. Het is een eerlijk en realistisch rapport. Daarmee bedoel ik onder meer dat goed in beeld wordt gebracht hoe de discussie tot nu toe verliep in de GKv (en daarbuiten) en dat er wordt gesproken over een loopgravenoorlog (pagina 6). Pijnlijk/realistisch is de opmerking dat er beperkte aanwezigheid is in de kerken om zonder oordeel naar elkaars standpunten te luisteren en elkaars pijn echt te voelen (pagina 6).

(Hier ligt trouwens gelijk een belangrijke kern waarom onze kerken zo worstelen met dit punt als ook met andere zaken. Dit betreft een geestelijk tekort. Dat lossen kerken niet op met zaken waarin de GKv vanouds uitblonken: rapporten, visies, commissies e/o gespreksrondes. De houding zal anders moeten. Hierin ben ik trouwens zeker niet alleen somber gestemd. Naast (blijvende) loopgraven lijkt even goed of zelfs meer het besef te winnen dat dat geen goede houding is en is er daadwerkelijk verandering zichtbaar)

Eerlijk is ook dat de hand in eigen boezem wordt gestoken als het gaat om de manier waarop bepaalde standpunten voorheen (als Bijbels) werden ingenomen. Eens ben ik het met het rapport als het erom gaat dat deze synode een standpunt moet innemen. Ik deel de conclusie dat het goed is dat vrouwen kunnen en mogen dienen in (alle) ambten – en dat het aan plaatselijke kerken is om daar invulling aan te geven. Exegetische keuzes, opmerkingen over (menselijke) keuzes inzake het ambt en een paar hermeneutische opmerkingen (bijvoorbeeld noot 23 op pagina 19) maak ik mee.

Wel is te merken in het rapport dat sommigen nog niet zo lang ‘om’ zijn (voorstander van vrouw in het ambt). Het rapport heeft soms iets vermoeiends. Je krijgt de indruk dat er iets moet worden bewezen en dat er daarom met allerlei bouwstenen wordt ‘gesjouwd’. In dit verband denk ik aan een andere bijdrage over dit onderwerp; Zonen en dochters profeteren (2016). Terecht kreeg dat boek in Trouw een lovende recensie. [ii] Sommige schrijvers van dat boek hebben zich al heel lang in dit onderwerp verdiept, ook vanuit de overtuiging dat vrouwen ambtsdrager kunnen zijn. Daardoor is hun schrijven veelzijdig en aantrekkelijk. Zou ik de synode mogen adviseren, dan zou ik zeggen dat zowel de deputaten als ook enkele schrijvers van Zonen en dochters profeteren op de synode worden uitgenodigd. Ik denk dat dat het gesprek alleen maar ten goede komt.

Terug naar het rapport van de deputaten. Met bovenstaande opmerkingen is het belangrijkste niet gezegd. Essentieel is dit stukje uit het rapport:

We lijken in een situatie te zijn beland waarin de wal het schip zal keren: de praktijk maakt keuzes, zonder dat daar altijd een Bijbelse bezinning of beleidsbeslissing aan ten grondslag ligt. Dat vinden we een zeer onwenselijke situatie. Dit is dan ook de reden dat deze synode zou moeten streven naar een koers voor de toekomst, en een afgewogen besluit zou moeten nemen over de inzet van de gaven van mannen en vrouwen in onze kerken, strevend naar een maximale consensus. Naar ons inzicht moet die koers gericht zijn op het samen dienen van mannen en vrouwen (pagina 6 en 7).

En nadat ook de ambtsleer en de keuzes die daarin in de loop van de geschiedenis zijn gemaakt in beeld zijn gebracht, staat er:

Dit overziend moeten we concluderen dat de Bijbel noch als het gaat om de rol van vrouwen, noch als het gaat om de inrichting van de ambten een helder antwoord geeft op onze vragen… De Bijbel geeft daarmee geen overtuigend houvast om alle ambten voor vrouwen op alle tijden en plaatsen gesloten te houden (pagina 60).

Slechtnieuwsgesprek
Deze gedeeltes geven de kracht maar toch vooral de grote zwakte van dit rapport aan. Inderdaad: de wal heeft het schip gekeerd. De kerken zijn ingehaald door de praktijk. Laten we dat eerlijk zeggen tegen elkaar. Maar wat doe je als je in die situatie doet wat de deputaten doen? Zij zeggen dat het onwenselijk is dat er geen Bijbelse bezinning is bij de praktijk (en wie is dat niet met de deputaten eens?). Vervolgens leveren de deputaten zúlke (Bijbelse) bouwstenen dat alle ambten open gaan voor vrouwen. De deputaten leveren ‘Bijbelse bouwstenen’ die de GKv tot niet al te lang geleden niet hebben gevonden. Dit terwijl die Bijbel toch echt dezelfde Bijbel is als 5 of 10 jaar geleden.

Deze werkwijze van de deputaten is minstens even onwenselijk als een praktijk die zich los van bezinning doorontwikkelt. Misschien wel nog onwenselijker. Omdat het nogal opzichtig is dat het niet om de Bijbel of ‘Bijbelse bouwstenen’ alleen gaat. De deputaten zeggen: ‘bij het zoeken naar antwoorden op de kernvraag hebben we de Bijbel centraal gezet’ (pagina 7). Dat klinkt vertrouwd. En laat ik nog een keer zeggen: ik heb geen moeite met bevindingen of conclusies van de deputaten. Laat staan met het opendoen van de Bijbel.

Toch hebben de deputaten naar mijn mening een groot geloofwaardigheidsprobleem. De winst die ze boeken in dit eerlijke rapport had op dit cruciale punt groter kunnen en moeten uitvallen. Dat had gekund als de deputaten ronduit hadden toegegeven dat beslissend is hoe je als kerk in je cultuur staat; een cultuur die is opgekomen in een door het christendom doordrenkte maatschappij waarin de aandacht voor het ik en bijbehorende gelijkheid en vrijheid voor iedereen bepalend is.[iii] Eerlijk was geweest om toe te geven dat ons inmiddels duidelijk is geworden dat een manier van Bijbel lezen meer bepalend is, dat de context waarin geschreven is en gelezen wordt, en de cultuur waarin geschreven en geleefd wordt van grotere invloed is dan we tot op heden hadden aangenomen. En dan met het accent op de cultuur waarin we vandaag leven en lezen.

Ik snap het best: als je dát zegt, levert dat mogelijk de nodige onrust op. De deputaten benoemen dat ook. Tijdens de vorige synode liep het gesprek vast op een discussie over cultuur, hermeneutiek en ambt (pagina 6). Maar om het dan zo te doen zoals de deputaten het doen, kan niet. Gelovigen hebben echt wel door dat er vooral onder dit rapport iets ligt/gebeurt. Hierover is al zoveel geschreven en gediscussieerd. Ik denk dat het stug volhouden dat je ‘Bijbels’ werkt uiteindelijk niet helpt en zich waarschijnlijk zelfs tegen je zal keren, een hypotheek op de discussie legt.[iv]

Het is waar; de taak van de deputaten is niet makkelijk. Een  vergelijking met een slecht nieuwsgesprek dringt zich op. Hoe lastig het ook is; gelijk to the point komen is de manier om mensen slecht nieuws te brengen. Het slechte nieuws van dit rapport is:

we hebben in onze kerken op een aantal punten – waaronder die van de positie van de vrouw – nogal bekrompen Bijbel gelezen. Sorry voor onze theologie. Sorry, kerken. Sorry, zussen in de Heer.

Dit slechte nieuws wordt niet gebracht (behalve een heel klein beetje in de ik-vorm). Het goede nieuws is er ook bij dit rapport en kan beter maar meteen ronduit worden gebracht. Dat goede nieuws klinkt ongeveer zo:

we willen (leren) beter Bijbel te lezen. Maar verwacht a.u.b. niet ineens dat het nu helemaal goed gaat. Ons kennen is immers beperkt (1 Korintiërs 13). Wilt u, broers en zussen in de Heer, a.u.b. met ons meelezen, meebidden en meedenken en zien of het zo inderdaad Bijbels en naar Gods wil is?

Ook dit goede nieuws blijft uit.

GKv: gewoon gelijk gebleven
Kortom; werkelijke confrontatie blijft uit. En dat is een gemis. En dat heeft gevolgen (zie hieronder). Ondertussen gebeurt er wel iets anders. Een van de deputaten zegt in een interview dat de deputaten dit advies niet geven omdat de kerken anders niet zouden meegaan met de huidige cultuur maar omdat Gods wil ruimhartiger is dan de deputaten dachten (Nederlands Dagblad, 1 november jl.). Hoe kun je dit nou zeggen? Waarom houd je het niet gewoon bij jezelf? Straks blijkt Gods wil op de synode toch nog weer anders. Terwijl God zich toch niet echt bekend maakt als zo’n wispelturig persoon. Al helemaal niet als het gaat om de gaven die Hij door zijn Geest in veelvoud aan de gemeenten geeft, aan alle gelovigen – zonder dat Hij de persoon (laat staan het geslacht van de persoon) aanziet.

Het rapport zegt dat de Bijbel ‘zwijgt’ over onze vraag naar vrouw en ambt. De vraag is dan natuurlijk: wie heeft er al die tijd daarvoor wél gesproken? Een interessante vraag. Die vraag kan niet aan de orde komen omdat het slecht- en goednieuwsgesprek achterwege blijft. Maar als we die vraag niet adresseren, lopen we weg bij een wezenlijk punt. Dan lopen we weg bij onszelf, ons (nog niet al te lang geleden) verleden. We gooien een paar ‘bouwstenen’ om en alles is ineens anders. Ik geloof daar niet in. We veranderen dan namelijk niet echt. We doen hetzelfde (‘wij zijn Bijbels!’), maar dan op een net wat andere manier (‘vrouwen in alle ambten’).

Ik maak er een punt van omdat onze tijd nu juist vraagt om werkelijke verandering. Niet om een cosmetische ingreep. De werkwijze van de deputaten roept de vraag op of de GKv nog steeds alles voor elkaar wil hebben. Waarom ben je niet ruimhartiger in het spreken over jezelf, je eigen verleden en het kerkelijk leven anno nu? De kerk is nu juist die plek waar je zonder schroom kunt toegeven als je tekort kwam en dat je niet alles weet of hoeft te weten; alles is immers al volbracht? In dit rapport is het weer helemaal voor elkaar. Na heen- en weer geschuif van bouwstenen uit de Bijbel en het ambt staat het Vrijgemaakte Gebouw 3.2. Dit keer met een heuse aanbouw erbij: het Vrijgemaakte Gebouw met Vrouwen in alle Ambten.

Was het maar zo simpel. Kijk ernaar hóe het onderwerp vrouw en ambt leeft en hoe verschíllend daarover wordt gedacht, van RKK t/m charismatisch. Belangrijker is het geestelijke punt hierin. Waarom willen we het weer ‘Bijbels’ voor elkaar hebben? God zoekt geen geloofsgemeenschap waar alles voor elkaar is. Het gaat om dankbaar leven in toewijding en trouw (Psalm 50). (En nee; dan bedoel ik niet dat alles kan e/o dat je de Bijbel dicht laat). Kortom; om het gesprek goed te kunnen voeren is er iets nodig dat het midden houdt tussen het vorige deputatenrapport en het huidige.

Brexit/Trump
Hierboven zei ik al dat we meer en theologisch beter hebben te spreken. Dat is een gesprek over hoe we ons tot onze cultuur verhouden en hoe dat onze manier van Bijbellezen beïnvloed. Als dat gesprek niet wordt gevoerd heeft dat gevolgen. Ik wil dat concreet maken. Ik neem dan als voorbeeld een gesprek tussen twee gelovigen die beiden heel goed weten wat er aan de hand is. Hun gesprek onderstreept wat, naar ik merk, breder in de kerken leeft.

Dolf te Velde (docent TU Kampen) schreef direct na het uitkomen van het rapport van de deputaten een kritische blog over het rapport. Dolf verwees naar zijn artikel op zijn Facebookpagina.  Er volgden diverse reacties op dat bericht op Facebook. Ad de Boer (NGK, bij velen in de GKv bekend) legt de vinger op een bepaalde manier van spreken van Dolf. De Boer zegt: ‘je stelt goede vragen, maar ik struikel echt over: ‘salamitaktiek toegepast’, ‘de geesten worden voorbereid’ en ‘de argumenten worden erbij gezocht’ Dat klinkt als een doelbewuste, kwalijke strategie en het lijkt me niet chique dat te suggereren, to say the least’ (Facebook, 1 november jl.). Even later reageert Dolf als volgt: ‘De alinea over “salami-tactiek” heb ik uit het artikel verwijderd. Jullie reacties overtuigden me ervan dat het veronderstellen van bepaalde motieven bij anderen niet zuiver is, en afleidt van de vragen die er werkelijk toe doen.’

Klasse dat de discussie op deze manier, en in het publiek op social media, gevoerd wordt! Een schoolvoorbeeld. Je uiten, elkaar aanspreken/bevragen en zo tot de kern komen. Toch noem ik dit voorbeeld niet hierom maar om een andere reden. Toen ik deze discussie op Facebook las, dacht ik: hier is iemand kwaad; hier klinkt wantrouwen. Ik kon nog niet weten waarom/hoe omdat ik de blog van Dolf en het rapport van de deputaten niet gelezen had.

Mijn punt is: het is prima om bepaalde woorden terug te nemen. Even hard moet je dan zeggen dat je daarmee niet veel opschiet. Het zou naïef en vooral contraproductief zijn om te denken dat met het terugnemen van bepaalde woorden ook boosheid of wantrouwen is verdwenen. Dat is een andersoortig iets en is niet zomaar weg. Het zal meespelen in de discussie die zal volgen. Het is (of kan zijn) de onbenoemde lading in het gesprek die als stoorzender het gesprek hindert.

Wat Dolf blijkbaar ervaart, voelen veel meer gelovigen – al zijn de uitingen verschillend. Je hoort en leest bijvoorbeeld opmerkingen als: we worden erin geluisd. De trein dendert voort en is niet meer te stoppen. Wat gebeúrt er toch? Hoezo veranderen we? We luisteren niet meer naar de Bijbel (andersoortige reacties die soms veel verder gaan, geef ik hier geen plek). Nu ik het rapport gelezen heb, kan ik dit soort reacties wel herkennen. Zie mijn opmerkingen daarover hierboven. De werkwijze van de deputaten kan echt niet (hoe eens ik het ook ben met het resultaat). Een vergelijking met Brexit in Engeland of de Trump-verkiezing in de VS dringt zich op. Onder het ‘nee’ (Brexit) en het ‘ja’ voor Trump gaan allerlei gevoelens schuil. Gevoelens van anti-globalisering, ongelijke sociale-economische omstandigheden en anti-immigratiegevoelens. Mensen willen hun land terug. Zo zie ik het ook in de kerk gebeuren, in deze discussie. Gelovigen willen hun kerk/Bijbel terug.

Sfeer is omgeslagen
Onvrede, boosheid en wantrouwen komt m.i. voort uit een gebrek aan openheid, eerlijkheid en verantwoording van culturele en hermeneutische factoren die bepalend zijn voor de uitkomst van het gesprek. Als de GKv deze zaken – naast het zorgvuldig luisteren naar de Bijbel – niet helder hebben of niet helder/eerlijk communiceren, zullen botsingen als hierboven blijven plaatsvinden. We kunnen dan discussiëren over (on)Bijbels maar dat blijft in hoge mate luchtfietserij. Er is iets namelijk iets anders aan het gebeuren. Een artikel in het Nederlands Dagblad legt daar goed de vinger bij. Het gaat daarin over het veranderde sfeer in de GKv (zaterdag 5 november jl.). Er wordt in dat gesteld dat in die kerken de situatie andersom is aan de situatie van nog niet zo heel erg lang geleden: wie nu tegen de vrouw in het ambt is, heeft heel wat uit te leggen. De kerken zijn ‘om’ (Dat deze verandering niet zo vreemd is, is het punt niet waar het me nu om gaat. Het gaat me nu om de constatering van die verandering)

Ik denk dat het artikel in het Nederlands Dagblad een juiste constatering doet. De ‘bewijslast’ is omgedraaid. En ja; dat is een move. De Gkv is ‘om’. Dat verklaart de gevoelens van ongemak, wantrouwen en woede enerzijds en – net zo goed – de blijdschap en herkenning anderzijds. Op mijn Facebookpagina ontstond op vrijdag 4 november een discussie naar aanleiding van (reacties op) het deputatenrapport. Ik heb het toen zo gezegd: het is vandaag politiek in-correct om tegen de vrouw in het ambt te zijn. Ik heb het dan niet over degenen die het rapport grondig lazen en voor of tegen zijn. Maar over het feit dat men diréct juicht als de conclusies van de deputaten verschijnen. Of gelijk een boze reactie heeft. Hoe tegengesteld die reacties ook zijn er is ook iets gelijk: er gaat veel aan deze reacties vooraf. Men herkent in de werkwijze en de conclusies van de deputaten het eigen (levens)gevoel, de eigen gedachten en visies, de manier van denken of juist niet. Reacties van herkenning zijn precies tegenovergesteld aan die waarin wantrouwen klinkt. Men zegt dingen als: fijn! Eindelijk (wordt er goed nagedacht)! Nu gaat het er dan (eindelijk) van komen. Enzovoort.

Je kunt blij zijn met of enthousiast zijn over het rapport. Maar is dat het dan? Dat enthousiasme roept vragen op over de inhoudelijke kant van de zaak, over de doordenking en het waarom van het ‘om’ zijn van de GKv. Dit soort reacties kunnen hetzelfde punt oproepen als hierboven: zijn de GKv niet gewoon bezig – op een andere manier – zichzelf te zijn? Met wat overdrijving: eerst allemaal tegen. Nu zijn we allemaal voor. Tjonge; wat zijn we veranderd. Tjonge; wat zijn we ‘Bijbels’/gereformeerd. We hebben het in ieder geval weer goed voor elkaar. Bijbels gezien klopt het helemaal. Lees het rapport maar.

Toezien op jezelf
Het zal de kunst zijn om, naast de goede aanzetten die in het deputatenrapport staan, evengoed over sfeerzaken, de manier van visievorming, de verhouding tot de cultuur en hermeneutische kwesties te spreken. Kerkelijke discussie bij spannende zaken is wezenlijk anders dan maatschappelijke discussie bij onrust (Brexit/Trump) omdat de Geest van Jezus wil helpen. Het komt erop aan dat te geloven en in dat licht te handelen. Daarbij is het van belang dat degenen die leiding geven in de kerk of menen dat te moeten doen (op dit punt) toezien op zichzelf. Of dat voldoende lukt of gelukt is, is een vraag die er best om spant. In deze gesprekken is scherpte en inhoud van belang en net zo goed dat de messen van tafel zijn. De praktijk leert dat dat laatste nogal lastig is. Ik geef een paar voorbeelden, steeds op het punt van vrouw en ambt.

Het eerste voorbeeld betreft stichtingsgemeente Stroom met haar vrouwelijke leidinggevenden. Toen Stroom aangaf te willen aansluiten bij de GKv, werd er onder leiding van een hoogleraar een appel gedaan waarin het gesprek niet werd gezocht maar het eigen gelijk (zie Gereformeerd en de realiteit zie noot i). Bij de vorige synode over vrouw en ambt noemde een hoogleraar degenen die vrouwelijke ambtsdragers niet zagen zitten ‘zwakken’ (Romeinen 14). Het was op z’n minst eerlijk geweest om dan te zeggen dat onze kerken in het geheel ‘zwakke kerken’ zijn (zie Verwar onzekerheid niet met zwakheid zie noot i). Het huidige rapport van de deputaten noemt van meet af aan hun visie ‘Bijbels’ zodat er gelijk allerlei ruis op de lijn is (voor het gesprek). Verwijten als ‘salamitaktiek toepassen’ e.a. ploppen zomaar weer op – om even later weer van tafel te verdwijnen (zonder dat daarmee de lading weg is). Ik denk in dit verband ook terug aan het woord ‘angst’ dat wij gebruikten bij ons appel op de vorige synode (zie noot i voor dat appel).

Het punt is: op fraaie of minder fraaie manier wordt (Bijbels) gelijk één kant op getrokken e/o worden ánderen weggezet. Juist dat roept vragen op over het gesprek dat zo belangrijk is om te voeren. Kán dit gesprek gevoerd worden? Heeft de GKv de (theologische) vaardigheid om te bespreken hoe je je tot de cultuur verhoudt en welke hermeneutische zaken meespelen? Wíl je het gesprek aangaan of is het te doen om datgene waar het de GKv steeds om te doen was: stem geven aan de heersende, ‘Bijbelse’ sfeer? Als het blijkt dat dat niet het geval is, zal de GKv misschien maar domweg moeten toegeven dat ze op de grens van haar bestaansrecht (als kerkverband) zit.

Homoseksualiteit
In aansluiting op het voorgaande kom ik op nog een ander punt. De andere kant van dezelfde medaille. Dat betreft het feit dat de kerken geen cosmetische ingreep maar werkelijke verandering nodig hebben.

Toen ik het rapport van de deputaten las, kwam de volgende gedachte bij me op. Vervang het woord ‘vrouw’ voor ‘homo’ of ‘lesbienne’ en vervang het woord ‘ambt’ voor ‘huwelijk’. Lees vervolgens allerlei bijbehorende Bijbelse teksten over dat onderwerp en…: het rapport over het vraagstuk rondom homoseksualiteit is gelijk gereed. O.k.; het is misschien een erg korte bocht. Maar de manier waarop een huwelijk(sluiting) vorm wordt gegeven heeft – net als het ambt (zie het deputatenrapport) – door de loop van de eeuwen veel verandering gekend waarbij allerlei culturele/menselijke beslissingen een rol spelen. En de exegetische discussie over Bijbelse teksten inzake homoseksualiteit laat zien hoe ingewikkeld het is om een eenduidige richting te wijzen. In die zin valt er wat voor te zeggen dat de GKv een dergelijk rapport over homoseksualiteit zou kunnen schrijven. Ook dan kunnen de schrijvers van dat rapport precies zeggen wat er nu gezegd wordt bij het rapport vrouw-ambt: dit doen we niet omdat de kerken anders niet meegaan in de hedendaagse cultuur maar omdat Gods wil ruimhartiger is dan wij dachten (zie hierboven). Ook in dat geval zou ik het zomaar eens kunnen zijn met de uitkomsten van zo’n rapport over homoseksualiteit.[v]

Geloven anno nu
Vaak worden dit soort gedachten ook uitgesproken. Nu vrouw-ambt, straks homoseksualiteit. Álles verandert. Wat komt er allemaal nog meer? Die gedachte is niet wat ik hier bedoel. Waar het mij om gaat is dit: in de discussie vrouw-ambt, homoseksualiteit en zoveel andere onderwerpen merken we een andere vraag. We lopen op zoveel verschillende punten steeds tegen eenzelfde soort van vragen aan. Dat zijn deze vragen: hoe zijn we christen in onze post-christelijke samenleving? Wat geeft en vraagt Jezus vandaag van ons? Hoe staan we ten opzichte van onze cultuur? Hoe lezen wij in de context van vandaag en in verbondenheid met onze traditie de Bijbel?

Mijn verhaal
Ik heb hierboven gezegd dat een open en eerlijk gesprek nodig is. Over vrouw en ambt. Maar vooral over: hoe verhoud je je tot je cultuur? Hoe werkt dat, hoe ziet dat eruit?

Ik wil, bij wijze van voorschot op dat gesprek, mezelf en mijn werk inbrengen. Al was het maar omdat ik zo vaak ‘om’ heb moeten gaan, anders moest gaan werken of denken. Ik heb altijd – los van dat het nu eenmaal bij mijn werk hoort – interesse gehad voor het soort vragen zoals ik die hierboven noem. Ik ben opgegroeid in het Westen van het land. Studeren in Kampen voelde voor mij al aan (mag ik het zeggen 😄) als het uiterste Noorden van het land. Dat bleef niet zo. Ik werd hogerop geroepen. Mijn eerste gemeente was in het onvolprezen Groninger land; in Ulrum (2002). Mensen zeggen altijd: wat een stap van Groningen naar Rotterdam (2007)! Ik kan je vertellen dat de stap naar Groningen voor mij minstens even groot was. Ik kijk terug op een mooie tijd daar. Het geloof is daar als de diepe klei en de eindeloze, schitterende vergezichten van het onvolprezen Hogeland.[vi]

In de verandering van mijn werkveld van Groningen naar Rotterdam (2007) zijn de vragen zoals ik die hierboven noem wel veel sterker geworden.[vii] Na een inwerktijd in Rotterdam-Centrum/Delfshaven – later Delfshaven – ben ik steeds antwoorden gaan zoeken en formuleren. Vanaf 2012 ben ik veel gaan schrijven. Begin 2013 ben ik gestart met een blog. In diverse christelijke media (Nederlands Dagblad, De Reformatie, OnderWeg, Reformatorisch Dagblad) en, als de gelegenheid zich voordeed, in seculiere media (NRC) schreef ik. Op mijn blog heb ik tot aan mijn vertrek uit Rotterdam, in de zomer van 2015, ongeveer 200 blogposten geplaatst. Al werkend, schrijvend, reflecterend zag en zie ik: het is goed/nodig om ‘om’ te gaan als het gaat om vrouw en ambt. Zeker. Maar wat zijn er veel dingen meer die nodig ‘om’ moeten, anders moeten in vergelijking met wat ik meekreeg of hoe ik eerder kon werken.[viii] Steeds moet je terug; Bijbellezen, nadenken, in gesprek.

Terugkijkend zie ik deze onderwerpen als de meest belangrijke waarmee ik ben bezig geweest. In de voetnoot verwijs ik elke keer naar de 2 of 3 meest duidelijke publicaties/preken/blogposten op dat betreffende punt. Ik noem het om te zeggen: zo is het voor mij gegaan.

  • Geloven in een samenleving waar geen plek is voor God – en de daarbij behorende, blijvende twijfel en geloofsonzekerheid die dat per definitie met zich meebrengt, waarbij de (waarde van de) Bijbel steeds bevraagd/aangevallen wordt;[ix]
  • Kerkzijn in een samenleving waar het ‘ik’ en de zelfontplooiing van dat ik domineert. De kerk is vandaag een nutsbedrijf. En dat ook nog met de achtergrond dat we – o, schrik – uit ‘de ware kerk’ komen;[x]
  • Christelijke relatievorming en huwelijk in een tijd waarin het ‘ik’ en de zelfontplooiing daarvan centraal staat. Binding (innerlijk) is super eng en ‘het huwelijk’ (uiterlijke, burgerlijke vorm) stelt niks meer voor;[xi]
  • Christen zijn in een post-christelijke samenleving waarin de Islam telkens meer opkomt en moslims zelfbewust een plek innemen in de samenleving;[xii]
  • In God geloven terwijl er in Gods naam religieus geweld plaats vindt; geweld dat ook nog eens in ‘ons boek’ blijkt te staan;[xiii]
  • Christen zijn in een samenleving waarin het door allerlei factoren telkens meer gaat over ‘ónze, westerse identiteit en verworvenheden’ – (een nieuwe vorm van) nationalisme/patriottisme komt op;[xiv]
  • Christen zijn in een samenleving waarbij mensen voornamelijk geen (harde) atheïsten zijn maar eerder ‘ietsisten’. Wat heb je dan aan al je leerzaken, dogma’s en zekerheden?;[xv]
  • Christen zijn in verhouding tot politieke verantwoordelijkheid; kan dat vandaag (nog) – waar ligt een roeping en waar liggen grenzen?;[xvi]
  • Christen- en kerkzijn in de stad.[xvii]

Regelmatig had ik het gevoel met anderhalf of twee linkerhanden te moeten werken. Zeker de eerste tijd was voor mij bijstellen steeds aan de orde: in (s)preken, aanpak, de vraag waar de kern ligt en wat bijzaak is, wat bij je kerkelijke cultuur hoort en (on)gezond is. Met al deze dingen ben je steeds bezig naar de Bijbel te kijken. In verbondenheid, ook al doe je soms ook anders, met je traditie antwoorden te geven.

Misschien wel het belangrijkste hiervan zijn de twee volgende dingen:
de onderwerpen die ik hierboven noem, vormen een geheel. ‘Open zijn over twijfel’ is het niet. Ook niet: dan maar de vrouw in het ambt (hoe belangrijk ook). Of: de kerk relativeren ten opzichte van het geloof in Jezus (‘het gaat niet om de kerk maar om Jezus’ zoals je vaak hoort). Het biedt ook geen soelaas om de Catechismus af te schaffen, hoe achterhaald haar vragen ook zijn. Sterker nog: in ontmoeting met moslims, bijvoorbeeld, heeft dit leerboek veel te bieden. Het gaat niet om een stukje maar om het geheel, de cultuur en context waarin je gelooft, belijdt; christen en kerk bent.
Het tweede is dat ik me meer ging realiseren dat de tijd/cultuur waarin je leeft niet gelijk onder een (theologisch) oordeel hoeft te staan (‘Gij geheel anders’!). Zo simpel is het niet: onze westerse cultuur met bijbehorende vrijheid, gelijkheid en autonomie is niet los te zien van ontwikkelingen waarin het christendom een belangrijke rol speelde.[xviii] Dank God voor zoveel goeds daarin (waarmee – moet ik dat nog zeggen? – niet gezegd is dat daarmee alles ‘dus’ goed is in onze cultuur).

Jezelf voor de gek houden
Simpelweg kun je het zo zeggen: op een eigen (cultuur)eiland leven gaat niet. Maar veel kerkelijke dingen zijn daar wel op gebouwd en christenen leven zo nog wel vaak wel, bewust of onbewust. Op je eigen (cultuur)eiland leven kan niet omdat God ons daartoe niet oproept. Belangrijk is ook het volgende: je houdt jezelf lelijk voor de gek als het gaat om de vraag in hoeverre die cultuur (onbewust) in jezelf zit. Kijk nog maar eens naar de zaken die ik hierboven noem en ga eens na: christenen hebben evengoed als ieder moeite met het (vinden/onderhouden) van een goede relatie; we deinzen terug voor geweldsteksten in het Oude Testament; christenen ‘hoeven’ niet zoveel ten opzichte van moslims want ‘die geloven toch al’; christenen werken zich te pletter (‘voor de goede zaak’) en komen er na een tijdje achter (hopelijk) dat hun eigen zelfontplooiing daarin nogal een rol speelt; bij meelevende christenen is twijfel zomaar aanwezig onder de oppervlakte van hun geloofsleven[xix] – en ga zo maar door.

Dit kan en moet scherper gezegd worden. Christelijke identiteit, bijbelse prediking e.a. die niet vanuit de ontmoeting en context van onze cultuur plaatsvindt, verliest kracht. Het wordt een tijdloze, smakeloze waarheid. Zo waar als een koe maar het gaat nergens over (en dan maar vragen hoe het toch komt dat de discussie vandaag gaat over verveling en twijfel in de kerk, zie noot xix?). Belangrijk is te erkennen dat je als christenen leeft in de cultuur van twijfel, God-afwezigheid, relatie-onzekerheid enzovoort. Zo zijn christenen (ook). En daarin spreekt Jezus je aan en verlost je. Zó word je anders. Niet door op voorhand anders te zijn, alsof we al(lang) gered zijn.

De gemeente als antwoord
Ik ben telkens meer op dit antwoord gekomen: het gaat om de gemeente. De gemeente is het antwoord dat Jezus geeft aan de samenleving anno nu die hem de rug heeft toegekeerd. Zo heb ik het op mijn afscheidsspeech, juli 2015, in Delfshaven gezegd. Dat inzicht heb ik gaandeweg gekregen. Daarom ben ik mezelf op den duur ook gaan aanduiden met de alias Delfshaak, en nu als Dordtsedominee. Omdat ik in de gemeente geloof. In de gemeente wordt Jezus’ heerlijkheid manifest.

In de gemeente wordt een mens/gelovige bevrijd van het heersende ik-gerichte levensgevoel zónder dat er sprake is van kuddegedrag omdat God ieder persoonlijk kent en gaven geeft. In de gemeente leert een mens dat het niet gaat om de plichten/sharia maar dat Jezus het einde (van de wet) is (Romeinen 10:4) terwijl de christelijke samenleving tóch haar eigen, door de Geest geleerde leefregels heeft. In de gemeente leert een gelovige dat existentiële twijfelen en geloofsonzekerheid helemaal o.k. (zelfs ‘logisch’) is én merk je dat onze tijd vraagt om een heldere leer over de vraag wie God is en wie wij voor Hem zijn. In de kerk ontdekken mensen dat relatie-onzekerheid hun even eigen is als ieder ander én ontvangen ze inspiratie omdat uitgerekend de kerk zelf het teken is van Gods eindeloze trouw waarnaar de trouw-relatie verwijst (Efeze 5). Enzovoort, enzovoort.

Nu God weg is uit onze cultuur komt het erop aan dat de gemeente trouw is om, op een manier die onze cultuur verstaat, te leven wie God is.

Het gaat helemaal niet om meegaan in de cultuur (deputaten, zie hierboven). Dat is waar de discussie vaak over gaat in onze kerken. Maar zo worden we geframed en loopt ieder gesprek vast. Het gaat erom dat je in de cultuur van vandaag leeft en daarin het antwoord bént aan de cultuur; het antwoord dat Jezus geeft. Het antwoord in bijvoorbeeld de zaken die hierboven aan de orde komen. Het nieuwe gebouw dat nodig is, is deze geloofsovertuiging. Dat we op alle fronten waarin onze cultuur zich beweegt, zeggen: zo zijn wij ook en daarin laten wij ons door Jezus aanspreken. Zó worden we anders omdat we anders – vanuit Jezus – naar onszelf leren kijken.

Vrouwelijke ambtsdrager als antwoord
Toegepast op de vrouw in het ambt: ja; er zijn genoeg aanwijzingen in de Bijbel dat zij in de ambten kunnen en mogen dienen. Zie deputatenrapport en lees Zonen en dochters profeteren. Maar dat moet niet een ‘touwtrek-wedstrijd Bijbelse teksten’ worden of dat wel of niet ‘mag’. Die wedstrijd dreigt nu wel, door de opzet van het deputatenrapport. Minstens moet dit erbij: waarom is het zo goed en belangrijk dat vrouwen ambtsdrager zijn? Omdat de gemeente en de buitenstaander dan kan zien dat God vrouwen tot hun recht laat komen in de gaven die Hij hen geeft. En dat vrouwen niet optreden om hun gelijkheid op te eisen zoals in onze cultuur het geval kan zijn. Een vrouw in de gemeente verkondigt het gelijk – het recht – van Jezus. Zo wordt de Heer geprezen. Dat kan in onze tijd niet anders dan door mannen en door vrouwen. Tenzij, natuurlijk, we een ‘taal’ willen spreken die niemand van onze tijd nog kent, de ‘alleen-de-man-taal’. Desnoods, negatief gezegd is het hierom belangrijk: om daarmee christenen en de buitenstaanders de mond te snoeren (‘wij/jullie discrimineren!’) zodat ieder erkent dat Gód in ons midden is. Door vrouwen ambtsdrager te laten zijn, zijn we Jezus’ antwoord aan onze cultuur. Voor sommige gelovigen misschien wennen; voor velen een ‘woord’ dat men goed zal verstaan. (Net zoals we een predikant die open is over z’n eigen twijfel vandaag niet ontslaan maar juist onder de aandacht brengen: hij spreekt de (onzekerheids)taal van vandaag en is zo het antwoord dat Jezus geeft.[xx] En ga maar door in het bedenken van voorbeelden)

Onder de 35 en de NGK
Bijna tot slot: waarom veel woorden over cultuur en bijbehorende zaken, zoals hierboven? Als het bijbelse deputatenrapport wordt aangenomen dan zijn we er toch? Ik hoop dat duidelijk is geworden dat dat mijns inziens niet het geval is. Meer en beter gesprek is nodig. Daar komen twee dingen bij.

Allereerst: wie voert er (nog) discussie over vrouw en ambt? Velen zijn het al ontzettend zat. Daarbij komt dat het een risico is dat het een hoog grijze-hoofden-discussie wordt. Wie onder de 35 jaar weet waar de discussie over gaat of weet dát erover gesproken wordt? Daarmee wil ik het gesprek niet bagatelliseren. Integendeel. Ander zou ik deze blog niet hebben geschreven. Maar juist als we het gesprek niet alleen voeren over Bijbelse uitleg maar even goed over een andere Bijbelse houding ten opzichte van onze cultuur, is duidelijk te maken waarom het zo goed is hierover te spreken. Als het gesprek alleen blijft gaan over ‘Bijbels’ (deputaten) verliezen we veel. We spreken over talloze hoofden heen. Winnen doen we als we duidelijk maken dat we geen Gebouw 3.2 nodig hebben maar nieuwbouw van de kerk.

Ten tweede denk ik aan de groeiende relatie tot de NGK. Die kerk heeft al veel langer dan wij de paadjes gelopen die wij vandaag lopen. Zij kunnen ons dienen door hun ervaring. Wij hoeven dat niet allemaal over te doen. Daarmee sparen de GKv tijd en energie. Die kunnen de GKv goed gebruiken, en daarmee ook nog eens de NGK dienen. Dat kan door als GKv juist op het (theologische) niveau meer bekwaam te raken in de onderliggende processen die spelen bij zaken als vrouw-ambt en homoseksualiteit, kerk-zijn vandaag. Het gaat dan over het doordenken van de verhouding tot de cultuur, het ontwikkelen van theologische modellen die ons helpen in de vele uitdagingen waar we voor staan. Het huidige rapport ‘zwijgt’ over dit soort zaken. Het rapport voor de vorige synode sprak er misschien iets teveel over. De waarheid ligt in het midden. Maar ontlopen kunnen we deze zaken niet. Sterker nog: erover spreken bewijst ons, en mogelijk ook een ander, een dienst met het oog op de toekomst.

Nieuwe leesregel
Nog meer bijna aan het slot: het gevoel kan leven dat zoveel/alles verandert. Sommigen voelen aan dat daarmee ‘de waarheid’ in geding is. Ik denk dat de discussie over bijvoorbeeld vrouw en ambt duidelijk maakt dat dat niet het geval is. Sterker: dat we leren om meer onderscheid te maken over hoofd- en bijzaken. Dat is alleen maar goed. Ook als je het niet eens bent over een besluit vrouw en ambt; daarmee is de kern van het geloof niet in het geding.

Kan vandaag dan alles? Ik denk dat hier een punt van aandacht ligt. Omdat we in korte tijd een switch maken naar een sfeer die relativistisch is of kan aanvoelen, kan het zo zijn dat alles o.k. wordt. Ook ons spreken over God. Ik heb eerder twee artikelen geschreven die daarover gaan: Welke God is terug? (Nederlands Dagblad 2014) en Jesus is selfie uit selfie geworden (2015. En zie ook onderaan het artikel ‘Christus en cultuur’ (noot iii) waar ik aandacht vraag voor de noodzaak van onderscheidingsvermogen). Ik meen iets waar te nemen waarvoor ik diep wantrouwen voel. Dat gaat verder dan iets wat een bepaalde kerk aangaat. Het betreft het spreken of handelen waarin God ongeveer in het verlengde ligt van onszelf en wordt ingekapseld in onze werkelijkheid, op een manier die tegenovergesteld is aan het belijden van de kerk van alle tijden (Nicea).

Of deze ontwikkeling werkelijk gaande is, zal moeten blijken. Misschien zit ik ernaast. Ik hoop het. Maar we leven nu in een tijd die tegenovergesteld is aan de tijd waarin het christendom opkwam in onze cultuur. Dat ging toen gepaard met heftige, langdurige strijd over de vraag wie God is. Het ging om een leesregel. Want alle gelovigen hadden de Bijbel in de hand en stonden voor deze vraag: hoe lees je de Bijbel; wie is God? Juist die vragen komen vandaag steeds op tafel in onze veranderende tijd. Wie zegt dat we, nu we meemaken dat het christelijk geloof marginaliseert, niet hetzelfde kunnen gaan meemaken als toen in de vroegchristelijke kerk? Dat christenen – met het (goede!) motief om het christelijk geloof zo aantrekkelijk mogelijk te maken/houden voor onze cultuur – buiten de lijnen van het geloof komen. Als dat zo is, zal de kerk opnieuw een leesregel/belijdenis moeten schrijven. In de lijn van Nicea maar dan in onze tijd/taal/cultuur.[xxi]

Hoe dit ook zij: hoe normaler christenen doen in zaken die geen hoofdzaken zijn des te sneller zullen christenen het (in)zien als de hoofdzaak wél in geding is.

Nuance en  gebed
Tot slot. Ik bid en hoop op een goed gesprek over het rapport dat op tafel ligt. Ik ben het eens met de aandacht die in het rapport wordt gevraagd voor een beslissing in consensus. De kerken zijn niet gelijk en dat hoeft ook niet. Delfshaven is Ulrum niet. Katwijk is Maastricht niet. Toch heb je elkaar om te zoeken naar de weg die de Heer vandaag wijst. Naar ik hoop komt er zo’n beslissing dat kerken instemmen met het openen van de ambten voor vrouwen. Het is een belangrijke stap. Een die nodig is voor de kerk van Jezus anno nu.

Dordrecht, 13 november 2016

Op dinsdag 15 november is de blog ook geplaatst op de site manvrouwkerk (onder artikelen). Onderaan de blog staan enkele reacties. Voor verdere reacties zie Facebook/Twitter. Miranda Klaver (Religieonderzoeker VU) zei dat bovenstaande blog naadloos aansluit bij de intro van het boek Evangelicals and Sources of Authority (zie hier voor de verwijzing naar die intro).

Op 9 december concretiseerde ik deze blog n.a.v. het optreden van christenen aan de tafel van Pauw, over geloof en geweld. Die situatie was een treffende illustratie dat christenen zich beter te bezinnen hebben in deze tijd, willen ze zich niet laten framen. Zie voor die blog: christen-populisme helpt niet.
Op 21 december concretiseerde ik deze blog n.a.v. het ‘nee’ van de ChristenUnie inzake de Oekraïnedeal. Dat betreft het punt dat ik hierboven noem: waar ligt een roeping en waar liggen grenzen voor christelijk politiek-maatschappelijk optreden?
Op 22 februari (Nederlands Dagblad) vroeg ik aandacht voor de manier waarop christenen spreken over het christelijk geloof en Jezus (leesregel). Dat was naar aanleiding van het manifest “Lang leve onze christelijke cultuur”; het manifest tegen de politieke flirt met de christelijke cultuur. Zie hier voor de blog Zet Jezus niet in voor culturele doeleinden.
Op Goede Vrijdag 2017 plaatste het Reformatorisch Dagblad mijn brief waarin ik reageerde op de discussie in die krant over het onderwerp vrouw & ambt; een discussie waarin deze blog genoemd werd. Die brief in het RD vind je hier.

[i] Zie Verwar onzekerheid niet met zwakheid (Nederlands Dagblad 2013, als reactie op Ad de Bruijne die gelovigen die de vrouw in het ambt niet meemaken als ‘zwak’ bestempelde), Gereformeerd en de realiteit (2012, inzake het appel o.l.v. prof. Douma om stichtingsgemeente Stroom met z’n vrouwelijke leidinggevenden te weren uit de GKv), Studie vrouw en ambt in het licht van kerkelijke eenheid (Nederlands Dagblad, 29 april 2013; het onderliggende probleem in deze discussie is onze verhouding tot de Bijbel), De stem van het gemeenteleven (Nederlands Dagblad, 2014: over de context waarin we discussies voeren) en het appel dat we deden op de vorige synode om recht te doen aan de discussie tot op dat moment in onze kerken. In NRC Handelsblad: Van de Bijbel moet de man zijn vrouw liefhebben (2012). Verder heb ik in heel wat preken stilgestaan bij de man-vrouwverhouding (in de trouwrelatie), zie bijvoorbeeld De getrouwde single (april 2015) en Het grote geheim weerspiegelen (preekschets Marriage Course (2013).
[ii] Ook opvallend/terecht is dat Trouw zegt dat niet alle keuzes inzake Bijbeluitleg uit dat boek overtuigen. Wat mij betreft alleen maar een aanduiding dat er meer aan de hand is dan ‘alleen maar goed Bijbel lezen’.
[iii] Zie Christus en cultuur (OnderWeg, najaar 2016) en De stem van het gemeenteleven (zie bij noot 1).
[iv] Dit punt stipte ik eerder aan in bijvoorbeeld het korte artikel Studie vrouw en ambt in het licht van kerkelijke eenheid en De stem van het gemeenteleven (zie hierboven bij noot i).
[v] Zie mijn artikel Homo’s en lesbiennes op een inclusieve manier welkom heten (Onderweg, 2015).
[vi] Zie het gedicht Groninger Hogeland van Hans Werkman.
[vii] Over het verschil in werkveld tussen platteland en stad: zie een interview daarover in OnderWeg.
[viii] In nieuwe gemeenten, stichtingsgemeenten, ervaar je het soort vragen waar het hier over gaat steeds en aan den lijve. Je start dan immers, bij wijze van spreken, bij 0. Zie mijn artikel Kerkstichting zorgt voor spannende vragen (Nederlands Dagblad, 2012).
[ix] Tussen geloof en twijfel (studentendienst), God creëert ruimte (De Reformatie; in gesprek van Han van der Horst), Gods eentext-tweet. Zie vooral ook mijn analyse van 2 spraakmakende artikelen over twijfel en verveling onder meelevende kerkleden, van ds. Visser en ds. Ekris in het Nederlands Dagblad, zie nooit xix. Hierbij hoort bij dat christenen zich in toenemende mate realiseren niet om wetenschappelijke inzichten rondom evolutie heen te kunnen; staat God dan ver van de schepping en ons leven af? Zie Voorkom een intern christelijk gesprek over schepping en evolutie (OnderWeg, januari 2016).
[x] De kerk is tegenwoordig een nutsbedrijf (NRC Handelsblad), Wie gelooft er nog in de kerk (Nederlands Dagblad, 2012), kerkzijn in een ik-gerichte tijd (Nederlands Dagblad, Dordt, 2016), een nieuw begin voor Christus’ kerk (Nederlands Dagblad 2013).
[xi]  Relatievorming anno nu; hoe voeren christenen dit gesprek (2014),  samenwonen dwingt kerken tot bezinning (OnderWeg, 2015) en zie hier voor vele artikelen/preken .
[xii] Laat het oordeel aan God (2015, in gesprek met imam Karrat van de Essalammoskee op Zuid), Vier het grote mysterie met ons mee (Nederlands Dagblad, 2013) over Goede Vrijdag en de islam. Samenwerken/doen met moslims is ook goed en nodig in onze seculiere samenleving: zie mijn afscheidspreek in Delfshaven daarover. Zie verder hier voor ontmoeting christendom en islam.
[xiii] Gods eentext-tweet (preek 1 Samuel 15 over ‘genocide’), Christendom niet vredelievender dan islam (NRC, na de aanslagen in Parijs), spreken over Gods oordeel begint bij de gekruisigde Jezus (De Reformatie, 2014. In gesprek met Koert van Bekkum, zie ook zijn reactie bij die blog), Laat het oordeel aan God (in dialoog christenen – moslims) en Vrijheid van het Woord (i.s.m. Ria Borkent).
[xiv] Wilders kruisigen helpt niet (NRC Next, bij het ‘minder, minder’ van Geert Wilders) en bijbehorende preek, de afgoden van onze tijd (themadienst)
[xv] The life of Pi en de dood van Amanat (Nederlands Dagblad).
[xvi] Alternatief voor Europese leegte (Handelsblad en Next, Dordt 2016),  christenpolitiek bij de komst van een ‘haat’imam (ND, 2012), Herorienatie CU (2013) . Zie verder hier.
[xvii] Christen zijn in de grote stad (bijdrage jubileumbundel VGSR).
[xviii] Zie nooit iii.
[xix] Zie de discussie over twijfel en verveling in het Nederlands Dagblad, opgestart door de predikanten Visser en Ekris. Zie hier voor mijn reactie daarop.
[xx] Zie het boek van ds. Bram Beute.
[xxi] Zie kort daarover: Nieuwe belijdenis als grond voor kerkelijke eenheid (ND 2013).

25 thoughts on “‘Bijbelse’ vrouwelijke ambtsdragers. Gedachten bij het deputatenrapport GKv

  1. Dag Matthijs, ik heb je blog alleen kunnen scannen en ga er zeker nog eens goed voor zitten. Op 1 punt wil ik je nu wijzen: er is al eerder een rapport van ons verschenen. Dat rapport roept juist op tot het voeren van het gesprek, omdat wij ervaren dat alleen een rapport (of dat nu exegetisch of hermeneutisch is) ons uiteindelijk niet zal helpen. Dan zal de synode een mooie discussie hebben maar lopen we groot risico elkaar te verliezen. Zie http://www.gkv.nl/download/12425. Hartelijke groet, Jannet de Jong M/VenA

    • Beste Jannet. Dank. Eens; dat ‘tussenrapport’ is – vind ik – goede zaak. Dank daarvoor. M.i. loop je met de opzet van rapport 2 (huidige rapport) toch risico het gesprek niet recht in te gaan. Dat leg ik uit in deze blog. Groet!

  2. Dank voor je genuanceerde reactie Matthijs ! Dit artikel helpt hopelijk om de polarisatie, die net als in de maartschappij ook in kerken toeneemt, te verkleinen.

  3. Ff de tijd voor je genomen, Matthijs. Annette houdt de media meer bij dan ik en wees me op jouw bijdrage. Onder het lezen ervaar ik veel harmonie met wat ik maar duidt als jouw spiritualiteit. Vooral je benadering van ‘er liggen beslissende houdingen onder en daar hebben we geestelijk mee te dealen’. Blij met je en ik dank onze Heer voor de ruimte die jij vindt en deelt om deze inzichten mee te geven. Veel zegen bid ik voor je, en voor ons allen, zussen en broers.

  4. Heb ook het rapport snel doorgelezen. Ik ben een ‘gewoon’ kerklid die zich afvraagt waar gaan we naar toe. Ik ben niet zover als Matthijs dat ik ‘om’ ben m.b.t. vrouw in het ambt en ook niet m.b.t. homoseksuele relaties. Ik mis een diepgaande bestudering van de verhouding tot de cultuur. In hoeverre heeft het feminisme ons beinvloed, het gelijkheidsmodel. Wanneer zal de kerk ‘tegendraads’ behoren te zijn tot onze cultuur en wanneer vraagt Christus dit niet van ons. Ik denk dat we wel iets zouden kunnen leren van de eerste christelijke gemeente, ook al is de situatie nu precies omgekeerd. .

    • Bedankt voor je (eerlijke) reactie. We zijn het niet eens in sommige dingen, wél eens in overtuiging dat betere bezinning/beter gesprek nodig is. En…: een in de Heer. Hartelijke groet. Matthijs.

    • ….oei: te snel weg, mijn reactie. Ik schreef een lang verhaal (te lang zeggen sommigen, anderen zeggen: het is een boek). Wat ik laat zien: zo is het voor mij gegaan. Ik beschrijf een proces. Je kunt je erin verdiepen. Zie de vele voetnoten, verwijzingen naar artikelen e.a. En dan nog; ik maak keuzes. Dat doe jij en dat doet ieder ander ook (juist daar leg ik de vinger bij als het om de werkwijze van het rapport gaat). Ik denk dat het wezenlijk is dat we het gesprek ook voeren over het maken van die keuzes, het waarom en hoe daarvan. Groet!

  5. Dag Matthijs,
    dank voor je eerlijke en naar mijn gevoel zuivere reactie.

    Mijn bedoeling met mijn ingezonden brief was niet om het gesprek dood te gooien. Ik vond alleen dat voor- en tegenstanders teveel en op een te definitieve manier namens God spraken. Om als individu te zeggen dat God hierin wat vindt is een grote claim en lastig om terug te draaien. Bovendien vind ik het erg hoogmoedig van voor en tegenstanders om te claimen dat ze weten wat God hierin wil. Zulk uitspraken maakt het werk van de synode ook meteen nog compexer dan het al is.

    Inhoudelijk heb ik vragen bij enkele dingen die jij schrijft, wie weet neem ik een keer privé contact met je op.
    Groeten, ruard

    • Ruard, dank voor je reactie. Fijn dat m’n tekst is overgekomen zoals ik die bedoelde. Ik vatte je ingezonden ook op zoals jij het hier zegt. Ik zette die op FB met de opmerking ‘eens’ – en toen ging het behoorlijk los. Daarop dacht: dan toch maar een blogje schrijven. Het werd een blog 😬. Groet, en wijsheid toegebeden m.h.o.o. toekomstige synodewerk. Matthijs.

  6. Hallo Matthijs,

    Een behoorlijk werkje waar ik maar eens voor ben gaan zitten. Ik lees dit vanuit jouw oude werkkamer in Ulrum (om even herinneringen op te wekken).
    Interessant en fijn om te lezen, hoe je aangeeft welke keuzes jij hebt gemaakt en welke weg je wilt inslaan. Ook fijn dat je aangeeft dat niet elke kerk daar klaar voor is, maar dat het vooral gaat om het gesprek. Dat is iets wat ik erken en vaak ook mis. Soms lijkt dat ‘openheid, eerlijkheid en verantwoordelijkheid’ pas op te komen draven als het ‘fout’ lijkt te gaan. Gemiste kansen voor velen (voor mij natuurlijk net zo goed).

    Dat we maar mogen leren dat de kerk niet van ons is, maar van God. Dat we in gesprek, en dan echt naar elkaar luisteren, elkaar mogen vinden ook al zijn we het niet altijd met elkaar eens. Om kerk anno nu te zijn op een goede manier, is niet iets wat ‘poef!’ zal lukken maar met veel gebed, vertrouwen en samen zoeken, zijn we goed op weg.

    Bedankt voor je stuk!

    Groeten uit Ulrum
    Margreet Kloosterman

    • Beste Margreet. Bedankt voor je reactie. Vanaf ‘heilige’ (😄) grond. Tjonge. Het doet me veel om te lezen dat je daar zit. Doe ieder en vooral de gemeente daar een heel hartelijke groet in de Heer. Toen ik deze blog schreef kwamen zoveel herinneringen uit die tijd, gemeente en omgeving weer bij me omhoog. Zie het schitterende gedicht van Werkman. Je bent een bevoorrecht persoon, daar te leven.

      Wat een mooie reactie geef je. Nee, met ‘poef’ komen we er niet. Als de Geest ons helpt, ons sámen bindt en leert te verstaan wat de Weg is; dan zeker wél. Ik hoop dat mijn blog daaraan bijdraagt. Ik denk wel eens dat we allemaal wel verlegenheid voelen maar niet zoveel woorden/duiding hebben om te zeggen hoe dan verder/wél. Bid om openheid. Bid vooral om wijsheid en verbondenheid. Vriendelijke groet. Matthijs.

  7. Beste Matthijs, Dank je voor je attendering op deze blog. Met veel interesse gelezen en veel om over na te denken. Ik zou het prettig vinden om je inbreng eens in een nader gesprek met een aantal mensen en jou te doordenken. Ook ten aanzien van andere onderwerpen dan M/V. Hartelijke groet, Henk Geertsema.

  8. Beste Matthijs,
    Dank voor dit verhelderende schrijven. Ik ben het helemaal eens ben met het gegeven dat wij in de cultuur van vandaag leven en daarin een antwoord op deze cultuur zijn, ook wat betreft de plaats van vrouwen in de kerk.
    Toch zit er iets positiefs in het kruipen door de teksten en het zichtbaar worden dat het anders kan. Als mensen daardoor ruimte gaan ervaren en inzien dat God altijd weer groter is. Maar het gevaar blijft dat deze manier van werken toch weer blijft stilstaan bij ‘wat wel of niet mag’ , en daarmee, mijns inziens, de letter boven de geest stelt en de spiritualiteit verdroogt.
    Heeft dat niet veel te maken met juist het gemis van vrouwen in de ambten?
    In mijn omgeving met veel bètamensen, vaak nog sterk levend in de moderniteit, zou het een grote zegen zijn als de ambten open gaan voor vrouwen.
    Dat is mijn grote verdriet al zoveel jaren. Ik bid voor liefdevolle gesprekken zonder wantrouwen is wat echt nodig is.

    • Beste Bep. Dank voor je reactie. Tja; daar zeg je wat. Van het een (alleen bepaald ‘soort’ mannen) komt het ander. Een vicieuze cirkel. Het zou zomaar kunnen. Hoe dan ook: tijd om daar doorheen te breken!

      En het lezen van de Bijbel zoals de deputaten doen: ik ben het in deze zin met je eens; het is prima. En nodig. Zie de opmerkingen die ik erover in mijn blog maak. Samengevat: ‘Zonen en dochters’ voegen hierin/hieraan toe en zelfs dan is er een grens (zie noot ii – uit m’n hoofd; de noot over de recensie van Trouw).

      groet. Matthijs.

      • Beste Matthijs,
        Je schrijft: ‘van het een, (alleen een bepaald ‘soort’ mannen) komt het ander. een vicieuze cirkel. Het zou zomaar kunnen.’
        Vandaag verwoordt Ineke Baron in het N.D. het zo herkenbaar voor mij:
        ‘…over het ontvangen van de Heilige Geest. Dat geloven niet alleen van ratio afhangt. Dat deed mij begrijpen dat het uitsluiten van vrouwen in het kerkelijk werk verstrekkende gevolgen heeft….Alleen wat beredeneerd op papier gezet kon worden, leek recht van spreken te hebben. Maar geloven is niet iets dat je kunt beredeneren. Het is wat we doen met hart en ziel en verstand.’

        Ik ben in de loop der jaren zo allergisch geworden voor dit super rechtlijnige denken zonder enige gelaagdheid, dat ik de nu weer lopende discussies in de kerken nauwelijks kan verdragen.
        Gebed om de Geest van Jezus Christus is voor ieder die zich met deze discussies bezighoudt, inclusief mijzelf, hard nodig.
        Groet, Bep.

  9. Hallo Matthijs. bedankt voor je uitgebreide blog post. Ik heb een vraag: Waarom denk jij dat de GKv zelf een hele discussie (en schrijven van rapporten) moet hebben over vrouw/ambt, terwijl er genoeg “open” en “dicht” rapporten op de plank liggen van andere kerkgenootschappen. Hebben wij een speciale wiel of zo? Gaat die anders rollen? Blijkbaar wel. groet M.

    • Bedankt, Martin. Wim Dekker zei dit op FB:

      ‘Ik heb het allemaal gelezen en denk, dat ik het van binnenuit heel goed kan meevoelen. Ook zijn reactie op Visser en van Ekris. Maar laat dit alles dan ook een aansporing zijn om elkaar zo spoedig mogelijk in één protestantse kerk in Nederland te ontmoeten en te dienen. De tijd dat we eigen antwoorden kunnen verzinnen in deelkerken is voorbij. Samen de weg van discipelschap gaan en met Jezus mee wachten op God en zelfs de roep van de verlatenheid met hem mee durven bidden. Dan is er verwachting.’

      Vond ik mooi/terecht. Het is nu niet de tijd voor 5de wielen o.i.d. Groet, Matthijs.

  10. Beste Matthijs, in bovenstaand artikel schrijf je over gelovigen :”die buiten de lijnen van het geloof” komen. Op dat moment zou er een nieuwe leesregel (geloofsbelijdenis) moeten komen.
    Wat bedoel je met die geloofslijnen? Wanneer kom je ‘buiten de lijnen van het geloof’? Welke lijnen zijn dat? En liggen die lijnen vast, en zo niet: wie bepaalt die lijnen?

    • Beste Johan. Dank voor je reactie. In mijn artikel zeg ik kortweg: God loodst ons een andere tijd in (zo is mijn overtuiging). Met nieuwe ogen zal de kerk moeten zien wat het is om christen te zijn en de heerlijkheid van Jezus te weerkaatsen. Dat is geen probleem; dat is onze roeping.

      Daarbij kan het ook zo zijn dat die ‘nieuwe ogen’ nu net niet of (uiteindelijk) helemaal niet christelijk zijn; al doen ze zich (nu/nog) wel zo voor. Als je in nieuw/ander vaarwater terecht komt, doet zich die situatie nu eenmaal voor; veel is nieuw – maar niet alle nieuws is ook goed. Daarover schreef ik 2 artikelen. Je vindt die onder het kopje ‘leesregel’. Ik meen iets te signaleren waarvan ik denk: is dit christelijk of is dit, onder het mom van ‘christelijk’, iets ánders. Christenen zeggen/doen soms dingen die nu net precíes tegenovergesteld zijn aan wat de Bijbel zegt of laten datgene wat de Bijbel als bevrijdend evangelie stelt domweg achterwege (zie voor diverse voorbeelden de blogartikelen die ik noem onder ‘leesregel’). Als je dat soort dingen blijft doen kom je, denk ik, vroeg of laat in zulk vaarwater terecht dat je jezelf niet meer christelijk kunt noemen al roep je heel hard dat je dat wel bent. Mijn punt is: dit is eerder gebeurd, nl. in de vroege kerk.

      Wie beslist dan? Dat doet de kérk, geleid door de Geest van de verhoogde Jezus. En juist daarom vind ik het best eng dat juist die kerk zo onder vuur ligt, in onze ik-gerichte tijd. Zie daarvoor m’n artikel ‘Jezus is selfie uit selfie geworden’ (onder kerk of 7×7) en ‘kerk-zijn in een ik-gerichte tijd’ (en de andere artikelen waar ik naar verwijs, onderaan dat artikel – vooral het artikel ‘een nieuw begin voor Christus’ kerk).

      Groet
      Matthijs

  11. Pingback: GKV GKv-ers dragen bij aan het gesprek m/v - GKV

  12. Hoi Matthijs,
    Ik heb je blog (nu pas) gelezen. Bedankt voor je stimulerende bijdrage aan het gesprek. Met name de inkadering van de M/V-discussie in het gesprek over gemeente-zijn binnen onze cultuur (even heel kort samengevat) vind ik heel helpend en overtuigend. Ik ben ook afgevaardigd naar de synode, en daarom ben ik blij dat ik je verhaal gelezen heb! Veel dank. Zegen gewenst in je werk.
    groet, Albert

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s